Cryptogram


auteur: Adriaan Morriën


bron: Adriaan Morriën, Cryptogram. G.A. van Oorschot, Amsterdam 1968


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Gedroomd vaderschap

Toen ik zelf nog een kind was, dacht ik reeds aan het bezit van eigen kinderen. Het was een denken vol tegenstrijdigheid, omdat ik nog lang niet wilde trouwen. Ik was bang voor het huwelijk dat mij een beperking van mijn persoonlijke vrijheid leek. Pas toen ik getrouwd was, leerde ik dat het huwelijk bevrijdt van de angst voor het huwelijk. Ik wilde kinderen hebben, maar niet getrouwd zijn, een napoleontisch probleem. Ik had gelezen dat de Franse keizer het de vrouwen kwalijk nam haar nodig te hebben voor de verwekking van zijn nageslacht. Ik hield van meisjes en vrouwen, maar wilde ze niet altijd om mij heen hebben, zodat ik rekenschap zou moeten afleggen van mijn komen en gaan, mijn minste gevoelens, mijn eenzaamheid en melancholie, mijn toekomstverwachtingen waaraan ze geen deel hadden. Kinderbezit schept een medeplichtigheid die alleen door liefde of door een voortdurende aandacht voor elkaar verzoend kan worden.

Ik was dol op de verliefdheid, verslaafd aan de aanblik van meisjes, maar bang voor de liefde die een geweldige hartstocht is en die alles aan zich onderwerpt. Ik was jaloers op de vrouw. Voor het bezit van kinderen heeft zij de man slechts enkele ogenblikken nodig, een kort tussenspel voor het slapen gaan, een vluchtige verleiding, een ontmoeting in het donker. Zonder dat hij het beseft, heeft hij zich geheel aan haar gegeven, ook al ziet hij haar nooit meer terug. In haar lichaam bewaart zij zijn geheim, de raadselachtige vezels van zijn karakter, kleine eigenaardigheden waardoor haar kinderen haar later aan hem zullen herinneren, een glimlach, een gladheid van de huid, blonde

[p. 63]

haren, een lang recht been. Het aandeel van de vader aan de geboorte van zijn kind leek mij miniem, iets waarover hij zich zou moeten schamen, ook al kon het niet anders. Ik wilde kinderen wekken uit niets, uit eigen aandrift en verlangen.

Een van de moeilijke dingen in de opvoeding is het om dochters duidelijk te maken waarom een vader nodig was voor haar geboorte. Alissa begreep heel goed dat Adrienne uit de buik van haar moeder kwam. Haar eerste opwelling, toen zij in de kliniek op kraamvisite ging, was zich ervan te overtuigen dat het lichaam van mijn vrouw weer slank geworden was. Zij sloeg de dekens op en constateerde, met een blik op de wieg van haar zusje, de merkwaardige verhuizing waarmee ieder leven begint. Maar van mijn aandeel in dat alles had zij geen duidelijke voorstelling en die heeft zij nog altijd niet, ook al begrijpt zij, omdat wij het haar zeggen, dat ik voor de geboorte van haarzelf zowel als van haar zusje onmisbaar ben geweest. Zij laat haar poppen uit haarzelf geboren worden, zonder mannelijke bemiddeling. Haar verliefdheden voor jongens uit de klas, voor conducteurs en kelners, die wij in onze woonstad en op onze reizen ontmoeten, zijn verliefdheden waarin belangrijke episoden uit het liefdesleven worden overgeslagen. Zij ziet zichzelf omringd door kinderen zoals zij ook een hond en een poes wil hebben.

Adrienne die eraan twijfelt of zij reeds de leeftijd heeft bereikt waarop zij verliefd mag worden, verlangt naar het zelfbeschikkingsrecht van de moeder die zij in de toekomst hoopt te worden en dat zij nu eens met het beroep van buffetjuffrouw, dan weer met dat van winkelmeisje vereenzelvigt. Voor haar is kinderbezit een bewijs van volwassenheid. Zij wil iemand onder zich zien, kleiner dan zij, die tegen haar opkijkt en haar het gevoel geeft dat zij haar zusje, haar moeder, haar vader en haar vriendinnetjes heeft ingehaald. Voor haar is het leven een wedloop waarbij grote voeten en lange benen noodzakelijk zijn. Haar jeugd is een voorbereiding, een aanloop, een passage.

Voor mij was mijn jeugd een toestand waarvan ik geen afscheid wilde nemen. Ik wilde in haar verwijlen als een volwassene, in staat de dingen te doen die volwassenen deden, maar zonder dwang van huishoudelijke verplichtingen. Jaloers op de vrouw vanwege haar grotere aandeel in de geboorte van het kind droomde ik van eigen kinderen die de eerste jeugdjaren reeds achter zich hadden, meisjes met lange blonde zijden haren en blauwe ogen, kleine prinsessen van mijn verlangen. Nu ik twee dochtertjes bezit, heb ik mij verzoend met haar

[p. 64]

geboorte, ook al blijf ik jaloers op de ervaringen van een moeder die voelt dat zich in haar lichaam ander leven beweegt dan het hare. Ik geloof nog altijd dat er geen ervaring, hoe verfijnd of heldhaftig ook, bestaat die het besef van de tweeledigheid van leven overtreft waarmee een moeder haar kind begroet, nog voordat het haar lichaam verlaten heeft en een begin maakt zelfstandig te worden.