terug  begin  verderprepost

II

Er zijn een paar verzen bijgekomen: III, 42A, en IV 21A.53 In verband met dit laatste vers, nam. regel 2, heb ik in II 754 in de tweede strofe vervangen door wat er met potlood onder staat, ten minste door iets dergelijks; die tweede strofe beviel me niet goed, o.a. om dat in de regel: En hel- of hemelwaarts, naar ik rijs of daal, et chiasme wegens naar bedenkelijk is. - Maar dit verander ik misschien alles nog. Ja - Wilt U, wanneer u eens tijd heeft, me een paar voorbeelden noemen van regels, die u vreemd of onbegrijpelijk vindt? Dat is er bij ingeschoten, Zaterdag.

- Het kunnen dingen zijn, die mij ontsnapt zijn, maar dat is onwaarschijnlijk, omdat ik, wanneer een vers er is, elk woord bekijk en bevoel en besnuffel, of 't wel goed is; in wetenschappelijk werk vind ik onzuiverheden ook niet prettig, maar om dat dat maar verstandelijk is, lang niet zoo hinderlijk, (en zelfs onduldbaar) als in verzen. Ik vermoed, dat 't verschillen zullen zijn tusschen ons in de waardeering van woorden of zinswendingen - Toch kan iets me ontsnapt zijn, net zooals je bij optellen soms altijd dezelfde fout maakt, terwijl je toch goed meent op te letten. -

In plaats van Kaiwalya heb ik Adwaita55 genomen, = Tweeheidloos, (zoowel van het Brahman, als van iemand, die geen Tweede naast Brahman aanneemt). - O! U krijgt na 'n tijdje 'n vers, dat U mooi zult vinden.

53Sonnet III, 42A liet zich niet identificeren; voor sonnet IV, 21A (Wie 't meisje, dat hij liefheeft, aait en kust), zie V.W., I, blz. 121.
54II, 7 is het zevende sonnet uit de 57 sonnetten tellende cyclus Brahman's liefdefeest. (V.W., II, blz. 21-77). Vgl. het aldaar op blz. 27 afgedrukte sonnet met het in deze iutgave opgenomen facsimile.
55Deze schuilnaam werd de eerste maal afgedrukt in De Amsterdammer van 22 juni 1918. Zie noot 28.
prepostterug  begin  verder