terug  begin  verderprepost

[Dagboek Frederik van Eeden] maandag 1 juli 191856

Ik at Zaterdag57 bij der Mouw en het was een heel prettige middag. Hij heeft een lieve, fijne vrouw58 en een aardig dochtertje.59 Hij wordt vertroeteld, eeven

[p. 32]



illustratie

[p. 33]

als Gutkind.60 Hij zit precies aan tafel te eeten als Gutkind, in een makkelijken stoel, met zijn neus op zijn bord. Ik voelde er thuis en bevriend, en ik sprak geheel vrij. Hij las verzen voor, met jeugdherinneringen.61 Zeer mooi. Voor hem is Brahman ook al het booze en kwade. Brahman zelf is Judas Iscariot.62 Hij speelt een spel, met zichzelven. Dat deed mij veel denken, aan het weezen van humor en ironie. Brahman heeft ook humor, goddelijke humor, en wat wij alleen maar leelijk en slecht vinden daar voelt hij humor in en lacht.

Ik dacht hieroover veel. Het is verheeven oover al het kwade dat ons treft te lachen, het in liefdevolle humor te zien. Maar toch ook is er weer iets bekrompens in den lach. Als de ploert het verheevene ziet lacht hij ook. En het kind lacht om hetgeen het later als ernst en verheevenheid ziet.

Ironie is wreed, en de ongevoelige lacht om het leed van anderen. Maar de wijze lacht om eigen leed. Lachen is: zich verheugen. Het is een geluksuiting. Het moet dus een kwaliteit van Brahman zijn. Ik heb mij dikwijls verbaasd dat nooit van Jezus gezegd wordt dat hij lachte.

56Een, blijkens het postboek, door Van Eeden op maandag 24 juni 1918 aan Dèr Mouw verzonden brief is niet bewaard gebleven.
5729 juni 1918.
58Hendrika Wijnanda dèr Mouw-van Enst, geboren 3 september 1872 te Stad-Doetinchem, overleden 15 februari 1935 te De Steeg, gemeente Rheden.
59Hetty dèr Mouw (sedert 1930 Mevr. H. Patijn-dèr Mouw), een pleegdochter, in 1900, kort na haar geboorte voorgoed in het gezin Dèr Mouw opgenomen. Dèr Mouw placht haar ‘de Spreeuw’ te noemen.
60Met de mathematicus en astronoom Erich Gutkind had Van Eeden in oktober 1910 contact gezocht nadat hij zeer onder de indruk was gekomen van Gutkinds onder de schuilnaam Volker geschreven boek Siderische Geburt. Serafische Wanderung vom Tode der Welt zur Taufe der Tat. Ook Gutkind trad in 1914 toe tot de ‘Forte-Kreis.’
61Dit zou kunnen slaan op de reeks van tien sonnetten (I, 108 t/m I, 117) Herinnering, in V.W., I, blz. 73-82. Waarschijnlijker is dat hier bedoeld wordt de reeks sonnetten in V.W., III, blz. 64-83. Deze laatste reeks werd eerst in 1933 door Victor E. van Vriesland, voorzien van een inleidende aantekening, openbaar gemaakt in de tweede jaargang van Forum, mei 1933, blz. 329-340, en nadien afzonderlijk uitgegeven als Johan Andreas dèr Mouw (Adwaita), Nagelaten verzen. Rotterdam, 1934.
62Vgl. de slotregels van het sonnet (III, 23) Mijn vad'ren staken blakerende brand (V.W., I, blz. 67):
 
O - kwam op aard' nog eens de Zoon van God,
 
Ik werd om jou Judas de Iskariot.
Vgl. V.W., II, blz. 208:
 
Slechts door de Iskariot
 
Zelf menschgeworden God,
 
Kon liefde, geen gebod,
 
Maar red'lijkst moeten,
 
Rijke eenheid, teer gehuld
 
In begrijpend geduld
 
En trouw door daad vervuld,
 
Als 't hoogste groeten.
 
 
 
Door de ouden is geleerd:
 
Wie als volmaakt Hem eert
 
En 't Zijn-als-Hij begeert,
 
Is, Lichtkind, veilig.
 
Die weet: ‘In Brahman staat
 
Mijn ziel’ en wil toch 't kwaad,
 
Ik zeg: Zijn Judasdaad
 
Is plicht, is heilig.
prepostterug  begin  verder