terug  begin  verderprepost

8

Waarde Vriend!80 - Ja zeker; wil jij de sonnetten uitzoeken? graag. Ik meende juist, dat je 't beter vond, de meer wijsgeerige tot later te bewaren; maar ik ver-

[p. 39]

moed ook, dat 't wel goed is, meer te publiceeren, ook nu al, dan de ‘natuurbeschrijvingen’ (vreeselijk woord!) - Je moet goed begrijpen, dat ik volstrekt geen passie heb voor van Dishoeck; ik heb z'n naam hooren noemen, 'n paar maal, met waardeering: ‘'n artistieke man’ en ‘'n geschikte man’.81 Maar 'n ander vind ik even goed. Voor mij is de hoofdzaak, dat ik er zelf bij ben. (Ik doe hier mijn best wat sterker te worden). In Januari wou ik et tweede deel laten verschijnen. - Ik zou zeggen: als 't met van Dishoeck toch niets geeft, laat hij dan et manuscript niet krijgen; misschien houdt hij 't te lang, en ik zou 't zoo jammer vinden, als er onnoodig-veel tijd verloren ging. Maar ik laat dit heelemaal aan jou over. 'T is mij volmaakt hetzelfde - Als ik er maar bij ben! - Ik denk aan Bilderdijk: die was immers ook zoo overtuigd van z'n gauw doodgaan? En schreef hij niet, jaren lang, Stemmen uit het Graf?82 - Je kunt trouwens van Dishoeck bij alle Goden laten zweren, dat hij 't binnen zóóveel dagen teruggeeft. - ‘In uw handen beveel ik mijn geest.’, als IJsbrandt.83 - Dag!

J.A. dèr Mouw

80Deze, blijkens het postboek, op woensdag 17 juli 1918 door Van Eeden ontvangen brief, moet reageren op een eerder door Van Eeden aan Dèr Mouw gezonden, niet bewaard gebleven en ook niet geregistreerd epistel. Blijkens het postboek heeft Van Eeden de op 17 juli ontvangen brief terstond beantwoord.
81Kwalificaties die bevestigd worden door blz. 148-155 van: Gerrit Borgers ‘U zegt zelf, dat ik 'n bizonder temperament heb’./Brieven van Annie Salomons, in Maatstaf, Jrg. VIII, no. 3, juni 1960, blz. 148-161.
82Waarschijnlijk dacht Dèr Mouw aan een of meer van de volgende bundels van Willem. Bilderdijk: Rotsgalmen. L. Herdingh en Zoon. Leiden, 1824; Navonkeling. Idem. Leiden, 1826; Oprakeling. Later dichtstukjens. J. de Vos en Comp. Dordrecht, 1826; Nieuwe oprakeling. Idem. Dordrecht, 1827; De voet in 't graf. A.F.H. Smit. Rotterdam, 1827; Naklank. Idem. 1828; Uitzicht op mijn dood. Idem. Rotterdam, 1829; Schemering. A.B. Stéven. Gent, 1829 en Nasprokkeling. Brest van Kempen. Brussel, 1830.
83Hieruit blijkt Dèr Mouws vertrouwdheid met Van Eedens tragi-comedie IJsbrand, voor de eerste maal in Nederland gespeeld te Amsterdam door de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel op 30 januari 1908 en in Duitsland door het Stuttgarter Hoftheater op 3 oktober 1908. De laatste woorden van IJsbrand (in het vierde en laatste bedrijf) luiden: ‘In Uwe handen, God, in Uwe handen mijn geest!’
prepostterug  begin  verder