terug  begin  verderprepost

9

Waarde Vriend!84 - Ja, ik begrijp dat best, dat moeilijk tot daden kunnen komen; wel nadenken over allerlei, maar geen initiatief. Mij gaat 't net zoo. - Neen, ik heb geen nieuwe verzen, die ik kan inzenden; behalve 'n paar sonnetten, die ik nog wat bewaren wou, heb ik hier 'n groot vers,85 waaraan ik bezig ben; maar dat is vèèl te groot. - Dus ik zal nu zelf uitzoeken, uit de cahiers, en ze sturen, naar 333.86 - Ja, wil je naar Versluys87 gaan? Verman je! - Ik heb aan mezelf

[p. 40]



illustratie
Brief van J.A. dèr Mouw, op 20 juli 1918 ontvangen door Frederik van Eeden

[p. 41]



illustratie

[p. 42]

gemerkt, dat 't met zulke dingen net is, als met 't gaan naar 'n tandendokter. Je moet et je niet voornemen; want dan doe je 't niet. Maar je moet, op eens, op de wandeling bijv. bedenken: Laat ik even bij de tandendokter oploopen; ik ben er toch vlak bij. - Dat gaat bij jou nu moeilijk, om dat je niet m'n verzen in je zak altijd bij je hebt, en Versluys niet in Bussum woont - Ja 't is 'n lastig ding. Ik zou je voorstellen: ‘Laat mìj 't voor je doen -’ als niet, ongelukkig, jij 't voor mij moest doen! - Ik voel bijzonder veel voor die Sauriers.88 Ja, dat is prachtig. - Ik herinner me, met hoe 'n emotie ik 'n paar jaar geleden in London89 voor et eerst et foramen parietale in'n Saurierschedel zag. Ik had er naar gezocht. En toen vond ik et. Dat zijn hoogtepunten in je leven. - O 't is zoo mooi, het heele idee! Dag!

[Dus je gaat naar Versluys?]

84Blijkens het postboek ontvangen op zaterdag 20 juli 1918.
85Zie noot 74.
86Keizersgracht 333, Amsterdam. Op dit adres was de uitgeversmaatschappij Van Holkema en Warendorf gevestigd, die ook het weekblad De Amsterdammer uitgaf.
87Over de uitgever W. Versluys, die tot en met 1918 al niet minder dan zestig boeken van Frederik van Eeden had uitgegeven, verschaft rijke informatie het artikel van Enno Endt over Gorter en zijn uitgever, Versluys, in De Gids, 131e jaargang (1968), nr. 2/3, blz. 117-129.
88Deze waren blijkbaar aan de orde gekomen in Van Eedens brief van 17 juli 1918. Op woensdag 24 juli 1918 noteerde Van Eeden in zijn dagboek: ‘Ik dacht ook veel oover de voorwaereldlijke dieren. De groote Sauriërs en Dinotheriums. Voor wie was dat natuur-schoon uit die tijden vóór den mensch? Voor Brahman natuurlijk. En hij moet het wel gezien hebben zooals wij het zien. Zonder waarneeming is er niets, en onze waarneeming is een deel van Brahman's waarneeming.’
89In het Natural History Museum. Van Dèr Mouws verblijf te Londen werd geen melding gemaakt op kaart IV, Biografische gegevens i.v. Dèr Mouw, van de Mededelingen van de Documentatiedienst van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage, samengesteld door Victor E. van Vriesland.
prepostterug  begin  verder