terug  begin  verderprepost

21

Dag, dag!139 - Ik heb 't veranderd:

 
Jij, vogel uit Gouden Legende, zong,
 
Jij, windveer, zon, in toov'rende travestie;
 
Ik, de oogen dicht voor die zomersuggestie,
 
Proefde je stem, een aardbei, op mijn tong.

Zoo is 't goed; ten minste beter. - Ja; waarom heb ik je Zaterdagavond niet dadelijk gezegd, dat ik, toen ik schreef: Ik likte lang langs de aardbei van je tong - 'n onbehaaglijk gevoel had, 'n skrupule van: Dat hcort hier niet bij. - Ik heb

[p. 61]



illustratie
J.A. dèr Mouw en zijn pleegdochter Hetty dèr Mouw, bijgenaamd ‘de Spreeuw’

[p. 62]

geprobeerd, mezelf te paaien met de gedachte, dat 't psychologisch wel aardig is, dat de suggestie zóó ver ging, dat ik 'n tong voor 'n aardbei hield. Maar ik was er heimelijk ontevreden over. - Waarom zou ik je dat niet gezegd hebben, terwijl ik 't op m'n lippen had? Iets hield me terug. Waarschijnlijk vrees: O jé, daar gaat 'n couplet, dat ik anders goed vind. - Als jij iets beters vindt, zeg 't me dan niet. Ken je Major Volo?140 Ik hoop er om te denken, wanneer we weer wouden opzetten,141 je één vers van 'm voor te dragen, dat ik op muziek heb gezet, ik bedoel op 'n melodie.141a M'n vrouw wil 't niet meer hooren: ik heb 't haar 's voorgezongen, en 't heeft haar als 'n obsessie vervolgd.

- Dag! - Groet je vrouw!

J.A. dér Mouw

139Deze brief valt niet te dateren. Voor de plaatsing hier pleit de tijdsaanduiding Zaterdagavond (7 december 1918) en de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat Dèr Mouw en Van Eeden die avond van gedachten wisselden over cahier V (Sleetocht). Zie noot 128. De geciteerde verzen zijn afkomstig uit Sleetocht; zie V.W., II, blz. 101.
140Spijts al onze en anderer uitgebreide naspeuringen zijn we er niet in geslaagd Major Volo te identificeren.
141Hier varieert Dèr Mouw op oorspronkelijke wijze de uitdrukking: een boom (over iets) opzetten.
141aDe poëzie van Dér Mouw wemelt van muziektermen alsook van toespelingen op, vaak met name genoemde, muziekwerken. Door hem vermelde componisten zijn: Mozart, in sonnet I, 22 (V.W., I, blz. 34) en V.W., II, blz. 91; Mahler, in sonnet I, 87 (V.W., I, blz. 49); Bach, in V.W., I, blz. 112 en 122; in sonnet III, 72 (V.W., I, blz. 155) en in sonnet III, 42 B (V.W., I, blz. 219; Mendelssohn, in sonnet III, 1 (V.W., I, blz. 137); in sonnet III, 53 (V.W., II, blz. 133) en in sonnet III, 55 (V.W., II, blz. 135); Wagner, in V.W., I, blz. 150; in sonnet III, 60 (V.W., I, blz. 140) en in V.W., II, blz. 191; Richard Strauss, in sonnet III, 72 (V.W., I, blz. 155); in sonnet III, 38 (V.W., I, blz. 206); in V.W., II, blz. 101, 196 en 206; Gounod, in sonnet I, 11 (V.W., II, blz. 83); Kretschmer, in V.W., II, blz. 97; Liszt, in V.W., II, blz. 100; Beethoven, in sonnet III, 49 D (V.W., II, blz. 132) en in V.W.,II, blz. 209; Paganini, in V.W, II, blz. 197; Gregorius, in V.W., II, blz. 206.
prepostterug  begin  verder