Ik was gister bij de crematie.168 Ik wou een vers van hem voordragen, maar de familie wilde het liever niet. Ik was zeer bedroefd en schreide. Ik reed met de auto naar den Haag, in twee uur en praatte veel met dèr Mouw's vrouw. Hij is nog bij kennis geweest,169 en praatte subtiel-wijsgeerig.
(...) Ik schrijf over Adwaïta.