terug  begin  verderprepost

[Dagboek Frederik van Eeden] zaterdag 12 juli 1919

Ik was gister bij de crematie.168 Ik wou een vers van hem voordragen, maar de familie wilde het liever niet. Ik was zeer bedroefd en schreide. Ik reed met de auto naar den Haag, in twee uur en praatte veel met dèr Mouw's vrouw. Hij is nog bij kennis geweest,169 en praatte subtiel-wijsgeerig.

(...) Ik schrijf over Adwaïta.

168Te Driehuis-Westerveld.
169Victor E. van Vriesland deelt, in zijn Herinneringen verteld aan Alfred Kossmann. Amsterdam, 1969, blz. 42, dus ten onrechte mee: ‘Hij is op zijn kamer bewusteloos geworden en niet meer bijgekomen en na een week gestorven.’ Ook P.P. Koster deelt in zijn Herinnering aan Adwaita (Het Boek van Nu, Jrg. VII, no. 10, juni 1954, blz. 172-173) mee: ‘Zijn vrouw vond hem bewusteloos in zijn studeerkamer, omringd van onafgemaakte gedichten. Hij zou er niet meer uit ontwaken.’
prepostterug  begin  verder