183Een geheel andere reactie ontving Van Eeden van A.C.H. Boissevain, Zwolle, 20 juli 1919: Waarde heer Van Eeden, ik ben een academievriend van Johan der Mouw en diep ontroerd en dankbaar voor wat U over hem in De Groene geschreven hebt. Hij was een goed mens, maar een onbruikbaar maatschappij-lid. Als zonderling werd hij door engdenkenden gehaat of bespot als een goedaardig krankzinnige. Die hem kenden hadden hem lief. Misschien is het van belang voor U te weten wie zijn vrienden van vroeger waren en ik noem dan nog P. de Koning te Zutfen (de intimus van Gerlof van Vloten) en J.H. Leopold te Rotterdam. Ik mis de nodige wijsgerige geschooldheid om zijn wijsgerige werken te lezen, laat staan te waarderen. Vermoed heb ik de grootheid van zijn geest wel, al heb ik die niet kunnen peilen. Allerlei herinneringen aan hem haal ik op; ik blader in zijn machtig doorwrocht ‘Hoogvliet's taalstudie’ en lees bladzijden uit zijn ‘Absoluut Idealisme’, dat boek met zijn hartebloed geschreven kort na zijn Doetinchemse katastrophe. Allerlei plannen komen bij mij op om zijn nagedachtenis te eren, maar dan denk ik weer wat gaat het toch de wereld aan, wie Hans der Mouw was. Morgen ga ik naar den Haag en hoop zijn weduwe te treffen om over hem te spreken.
Met hartelijke groeten, ook van mijn vrouw
A.C.H. Boissevain.
Aan Drs. A.P. Verburg dank ik de toelichting dat de namen in deze brief met elkaar verbonden zijn door het feit dat alle vier in de tachtiger jaren in
Leiden hebben gestudeerd. Dèr Mouw en Leopold waren jaar- en studiegenoten (classici, aangekomen in 1883). Leopold en Gerlof van Vloten (aangekomen in 1884; Semitische letteren) waren lid van het sodalicium Literis Sacrum en werden als zodanig zeer bevriend. Dèr Mouw heeft, tegelijk met Leopold, wel bij Literis gehospiteerd, maar is geen lid geworden. Boissevain, tenslotte, heeft hetzelfde jaar (1883) als Leopold en Dèr Mouw bij Literis gehospiteerd. Hij is echter geen lid geworden. Zie ook het Gedenkboek van het Sodalicium Literis Sacrum.
Vijftig jaar letterkundig studentenleven te Leiden 1872-1922. In opdracht van de commissie voor het gedenkboek uitgegeven door C.A. Mees te Santpoort.
Voor gegevens over de in Boissevains brief aan de orde komende Doetinchemse katastrophe, zie kaart III, Biografische gegevens i.v. Dèr Mouw, van de Mededelingen van de Documentatiedienst van het Nederlands Letterkundig Museum.