terug  begin  prepost
[p. 93]

Tweede deel

[p. 94]



illustratie

[p. 95]

P was Pauze

jongenskoor
 
Z is zwijgen, en zwijgen is goud, en goud is eigenbaat;
 
Maar aan het eind van 't lied is Z is Zeggen waar 't op staat.
 
 
 
IJ is IJs, daar bevries je van, 't zit in je kouwe kleren;
 
Wie niet horen wil moet voelen, man, dat zul je nog wel
 
leren.
 
 
 
X is niet niks, zoals velen zouden willen, maar tot hun grote
 
spijt
 
Is X: De Onbekende Grootheid.
 
 
 
Wat W is weten velen niet, zij zijn nog veel te vet;
 
Want W is Wet, en tot en met, dát mes wordt nu gewet.
 
 
 
V is de Verbeelding, en dat is een heel mooi ding;
 
Daar zit het woordje beeld in, en ook het woordje ding.
 
 
 
U is Uur en u bent te duur, en daarom gaat het mis;
 
Daarom verzuurt de ongure cola nu in u in pure pis.
[p. 96]
 
T is de Tijd, die komt uit de klok, daar is niets aan te doen;
 
Je kunt wel op je hoofd gaan staan, daarop past toch geen
 
schoen.
 
 
 
S is Sterven en ie doet het alleen, bah wat is dat rot;
 
Je denkt, ik neem mijn moeder mee, maar dat mag weer
 
niet van God.
 
 
 
R is Reconstructie van de bloedige moord;
 
En daar waar nu het bloed ligt, daar zingen wij het woord.
 
 
 
Q is Quetzalcoatl, de grote slang met veren,
 
De God van het vernederd land, de God die terug zal
 
keren,
 
Als de spiegel brandt.
[p. 97]

Q is Quetzalcoatl

De spiegel begint te roken. Quetzalcoatl, een reusachtige godenverschijning in vlammende kleuren, komt op en gaat achter het silhouet van de vermoorde Commandeur staan.
Quetzalcoatl, ‘de brandende spiegel’, ‘de gevederde slang’: mexicaanse god die het land verlaten heeft en op een dag uit het oosten terug zal keren.



illustratie

quetzalcoatl
 
Imix
 
ic
 
akbal
 
kan
 
chicchan
 
cimi
 
manik
 
lamat
 
muiuc
 
oc
 
chuen
 
eb
[p. 98]
 
ben
 
ix
 
men
 
cib
 
caban
 
eznab
 
cauac
 
ahau
Dit zijn de namen van de dagen van de maanden van het religieuze jaar (tzolkin) van de Maja's, zoals vermeld in Het Boek van Chilam Balaam van Chumayel.
Imix: borst, baarmoeder, oorsprong; ic: geest, wind; akbal: groen, fris, teder; kan: geschikt zijn; chicchan: herleid worden, verschrompelen; cimi: ziekte, dood; manik: dag waarop de geest voorbijwaait; lamat: negeren; muiuc: opstapelen; oc: binnenkomen; chuen: put; eb: trap; ben: traag handelen; ix: wrijven, bruin maken, polijsten; men: naar de volmaaktheid toewerken; cib: kaars, kandelaar; caban: het geluid van een aardbeving; eznab: bouwen op fundamenten; cavac: ergens iets uithalen; ahau: God, mens, koning.
Muzikaal bestaat deze passage uit een duet tussen zanger en contrabasblokfluit.
[p. 99]

R is Reconstructie

De zeven arbeiders, de drie Bolivianen en Cuba komen op. De God gaat af. Cuba blijft bij het silhouet van de Commandeur. Tijdens de nu volgende spreektekst trekt zij haar bloedbevlekte bruidsjurk uit en trekt het uniform aan, dat door de arbeiders op het silhouet werd klaargelegd. De arbeiders gaan verder met het bouwen van het monument.
 
Zij dachten: zo gaat het verder wel
 
met ons democratisch spel
 
Zij dachten: waarom ons generen
 
de arme kan verder kreperen
 
Zij dachten niet aan de vorm
 
Zij hadden de diefstal als norm
 
En toen is Fidel gekomen
 
en was het uit met de pret
 
De kommandant is gekomen:
 
‘Weg met die lui!’
 
Guaracha van Carlos Pueblo y sus Tradicionales
koor c

Vraag

Mijne heren,

Wij hebben overwogen u een opdracht te verlenen tot

[p. 100]

het uitvoeren van een door u te schrijven en te componeren opera. Uitgangspunt van deze opera zal moeten zijn: de evolutie van en de revolutie in de menselijke verhoudingen. Dit alles met een positieve strekking.

Antwoord A

Mijne heren,

Helaas kunnen wij uw opdracht niet aanvaarden, aangezien het ondenkbaar is dat zeven kunstenaars samen één werkstuk maken. Misschien was een dergelijke kollektieve onderneming in de middeleeuwen mogelijk, toen een gemeenschappelijk geloof de kunstenaars verbond. Thans echter staat de kunstenaar oog in oog met zijn strikt persoonlijke verbeelding.

Antwoord B

Mijne heren,

Helaas kunnen wij uw opdracht niet aanvaarden, want uw formule: ‘de revolutie in de menselijke verhoudingen’, zou noodzakelijkerwijs leiden tot een werkstuk dat is toegesneden op de noden van de dag, terwijl toch het kunstwerk per definitie is bestemd voor alle tijdenbehalve uiteraard het verleden. Mogen wij u suggererenu te wenden tot een groep bekwame en in deze materie grondig gespecialiseerde journalisten? Ongetwijfeld is de sociale revolutie een belangwekkend en in een enkel

[p. 101]

geval misschien zelfs noodzakelijk fenomeen, maar zij ligt niet op de weg van de kunstenaar.

Antwoord C

Heren,

Dit soort opdrachten zijn typische illustraties van de manier waarop het establishment de beteugelende verdraagzaamheid uitoefent. Het is niet mogelijk om op deze manier werkelijk tot de revolutie bij te dragen. In tegendeel, op deze manier wordt de revolutie veranderd in een argument van de kontra-revolutie. Daarom is de enige taak van de kunstenaar op dit moment: verwarring scheppen, waardoor de zekerheden van de laatkapitalistische konsumptiemaatschappij ondermijnd worden. De kunstenaars, die zich door u willen laten inkapselen, liggen overigens voor het opscheppen.

Als Cuba aangekleed is voegt zij zich hij de achter op het toneel zittende Bolivianen.
De tekst van de vier brieven is ritmisch gestruktureerd in een spreekkoor (koor C). Het tempo wordt aangegeven door vier metronooms (voor iedere brief een) en wordt geleidelijk hoger. De vier tempi zijn: 88, 132, 132 en 168 pulsen per minuut.
[p. 102]

S is Sterven

Met touwen aan elkaar gehouden, als bergbeklimmers, met ijsmutsen, oorwarmers, pikhouwelen en rugzakken, verschijnen boven in de zaal, tussen het publiek, achtereenvolgens: Tarzan, Bormann, Clyde, Clarence, Chouchou, Cinderella, Claudelle, Bill en ABC.
tarzan

Oehoe!

bormann

Mijn meester verklaart, dat zich op deze bergtop met en aan ons zorgend bezig-zijn momenteel de ruimtelijkheid ontvouwt, zodanig, dat het subjekt nu al die entiteiten kan waarnemen, die zich ontsluieren als alle landen van het kontinent. Wijst. Argentinië, Brazilië.

clyde
 
Cuba.
clarece
 
De Dominikaanse Republiek.
chouchou
 
Ecuador.
[p. 103]
cinderella
 
De Falkland Eilanden.
cladelle
 
Guatemala.
bill
 
De maan!
abc

Het is geen illusie. Het is veel, te veel, veel te veel, maar het is niet genoeg, niet genoeg.

Zij zijn nu aan de afdaling begonnen.
koor
 
In Latijns-Amerika sterven per minuut vier mensen
 
van gebrek en honger.
 
Vijfduizend mensen per dag
 
van gebrek en honger.
 
Twee miljoen mensen per jaar
 
van gebrek en honger.
tarzan omlaag wijzend
 
Oehoe!
bormann

Mijn meester verklaart, dat zijn wezen thans gesteld wordt naar de wijze van de herkenning en dat de aanschouwing van verscheidene realia in deze krater hem aanleiding geeft tot het vermoeden van een voorhanden-zijnde, dat

[p. 104]

de specifieke mogelijkheid insluit, dat het gezochte identiek is met het gevondene.

clyde

Na een uitputtende klimtocht vol ontberingen dalen wij nu af in de Sajama: een uitgedoofde vulkaan.

clarence

Wil men het ver brengen in de wereld en de top bereiken, dan moet men de top ook kunnen verlaten en in de top afdalen.

chouchou
 
Wat is het hier koud. Wat is het hier stil.
cinderella
 
Geen levende ziel te zien. Geen hond.
claudelle
 
Het is het einde hier, lekker stil en rustig: lekker esthetiek.
bill
 
Hier zou ik een weekend-huisje willen,
 
Ver van moord en politiek.
beiden
 
Weg van luchtvervuiling, weg van dood,
 
Terug naar de natuur, terug naar de moederschoot.
abc

In hun onbevangenheid drukken deze mooie, jonge, onschuldige wezens precies uit, wat ik, lelijke, oude,

[p. 105]

schuldige man hier kom zoeken: de moederschoot. Mijn vader heb ik gevonden; waar is nu mijn moeder? Waar is zij, de liefste, de bevalligste, de aanminnigste?

tarzan bij het bed
 
Oehoe!
Hij trekt het laken weg: een groep walgelijke, wrattige, uitpuilende paarse en gele paddestoelen in de vorm van de latijnsamerikaanse landen wordt zichtbaar.
chouchou
 
Wat een monsterlijk ding.
cinderella
 
Wat vies.
clyde
 
Zo'n paddestoel heb ik nog nooit gezien.
clarence
 
Dit is de grootste splijtzwam van de wereld.
tarzan
 
Oehoe!
bormann

Lieve vrienden! Dat wat... dat wat zich nu ontvouwt... Dit oorspronkelijk bewegen van het complex van verwijzingen begrijpt zichzelf hier als het ter-hand-zijn van het intramundane zijn van het zijn der moederlijkheid. Principia Economica Al Caponensis!

[p. 106]
allen
 
De moeder van onze direkteur-generaal!
 
ABC gaat sprakeloos naar voren en drukt een kus op het bed.
bormann
 
Dit is de onverborgenheid.
abc

Vlees van mijn vlees, bloed van mijn bloed, bron, oorsprong, oerzwam-moeder! Hij vlijt zich in de paddestoelen.

chouchou
 
Wat snoezig.
cinderella
 
Wat doddig.
bormann

Het metafysisch meubelstuk, dat zich ontvouwt als moeder. ABC duikt af en toe op van tussen de zwammen, met bloemen om de oren en de nek. Liefde! Liefde! Eenheid! Kommunikaatsie! Luf! Hij begint aan het touw te trekken. Kom, kinderen, kom, kom, kom, kom.

clyde
 
Maar het is úw moeder.
clarence
 
Men kan toch niet met andermans moeder...
[p. 107]
abc

Komt. Het is ons aller moeder. Het is de almoeder, de moedermaatschappij, de moeder n.v.

bill
 
Nu ga ik op reis
 
Naar het paradijs. Het bed in.
claudelle
 
Mijn moeder is mijn vriendin,
 
daar ga ik nu in. Het bed in.
cinderella
 
Wat is ze lekker zacht. Het bed in.
chouchou
 
Wat ruikt ze lekker. Het bed in.
clarence
 
Wat is ze lekker warm. Het bed in.
clyde
 
Wat is ze lekker klam. Het bed in.
bromann
 
Het onbeschrijflijke, hier is 't gedaan,
 
Het eeuwig-wijflijke trekt ons aan. Het bed in.
Cf. J.W. von Goethe, Faust, regel twaalfduizend honderdacht tot twaalfduizend honderdelf.
[p. 108]
tarzan
 
Oehoe. Het bed in.
Kreunend wentelen zij zich en vallen in embryonale slaap. Zwangere, in bruidstoilet gestoken vrouwen komen op. Onder haar Bolivia, nog steeds bebloed. Erasmus, met een ganzeveer, fungeert als vrouwenhoeder.
erasmus

Nu de avond valt en ik de vrouwen van mijn meester-in het maanlicht-naar het serail geleid, zullen velen onder u vragen: is Erasmus zo verachtelijk, dat hij vrouwen hoedt? Desiderius Erasmus, scriptor van traktaten, die slechts de vrede en het welzijn der mensheid beogen. Noemt men niet al te gauw verachtelijk en lauw hem, die weigert te kiezen tussen twee kwalen? Zou hij daarom zelf krank zijn? Want wat zijn de omstandigheden, die Erasmus hebben gedwongen tot geweldloos verzet en innerlijke emigratie, en die zich manifesteren in het hoeden van vrouwen? Stel u voor. Lang en gelukkig leefden wij samen, ik, mijn meester en zijn vele vrouwen. Misschien waren inderdaad deze vrouwen niet gelukkig. Misschien hadden zij niet genoeg te eten.

Maar er was althans geen strijd. Geweld heerste hier niet.

koor
 
Uit Latijns-Amerika stroomt per minuut
[p. 109]
 
vierduizend dollar winst naar Noord-Amerika.
 
Vijf miljoen dollar winst per dag.
 
Twee miljard dollar winst per jaar.
bolivia
 
Er is geen hoop.
 
De kiemen van de moordenaar zwellen in mij.
 
Ik draag vlees van zijn vlees.
 
Zijn bloed kweekt in mijn buik eėn ander bloed.
 
Zo is het, zusters.
 
Er is geen hoop.
koor
 
In Latijns-Amerika blijft voor iedere duizend dollar
 
één dode achter.
 
Duizend dollar per dode,
 
vier keer per minuut.
erasmus

Ondanks de bijna ideale omstandigheden, namelijk vrede en rust, waaronder zij leven, is niet lang geleden één van de vrouwen van mijn meester ontvlucht uit het serail.

Mr. Wood, Mr. Taft,
adiós.
Mr. Magoon, adiós.
Mr. Lynch, adiós.
Mr. Crowder, adiós.
[p. 110]
Mr. Nixon, adiós.
Mr. Night, Mr. Shadow,
¡adiós!
nicolas guillén

Een met woede vermengde droefenis overmeesterde mijn meester,-woede om de ondankbaarheid van het wicht, droefenis om de onbetrouwbaarheid van de vrouw. Hij, de goedheid zelf, had hij haar niet gevoed? Had hij haar niet gekleed, ja bevrucht?

Ongetwijfeld is de afvallige thans de prooi van honger en ontbering, en werpt zij in eenzaamheid haar vrucht. Moeten moeders niet behoed worden voor zulk een beklagenswaardig lot? Maar stil! Ik hoor mijn meester briesend door de uitgedoofde krater rennen!

don juan komt op
 
Dag en nacht zoek ik de lichtekooi,
 
Waar is zij? Waar is de drel?
 
Voor welke pooier tippelt zij? Waar?
 
Waar is dat zwangere kreng?
 
Ziet de moeders
 
O maan, waar is zij, help mij, mijn amulet,
 
Kan het zijn, dat het tij zich tegen mij keert?
 
O maan, die over het tij en de vrouwen regeert,
[p. 111]
 
O mijn satelliet, waar is zij, de zonzieke slet?
bolivia
 
Er is hoop, zusters.
 
Hij wordt oud, zusters.
 
Zijn gebinte kraakt, zusters.
 
Straks is hij dood, zusters.
don juan
 
Vergis je niet, kind.
 
Ik leef eeuwig, kind.
 
En jij zult eeuwig leven,
 
Je komt nooit van mij los.
bolivia
 
Eén van ons is al losgebroken, moordenaar.
 
Zij is nu vrij, moordenaar.
 
En zoals zij, moordenaar,
 
Zullen ook wij aan u ontkomen, moordenaar.
don juan
 
Ha ha ha ha!
 
Eén schaap kroop uit de kooi,
 
Daarom gaan nu de tralies dichter dicht.
 
Er is geen hoop, ik zal mijn kooi
 
Beter bewaken, en afgrendelen van het licht.
 
Maar... maar... daar... daar zit het kreng,
 
Uitgemergeld, in vodden,
[p. 112]
 
Vel over been.
 
Waar zijn je borsten?
 
Je hebt geen melk.
 
waar is mijn kind?
koor
 
Abortus provocatus.
don juan bij zijn kudde
 
Zie je haar? Bekijk haar.
 
Kijk wat er van haar geworden is.
 
Afdrijving, verrotting, steriliteit!
 
naar het meisje
 
Geen korst brood zul je meer vinden.
 
De schors van de bomen zul je vreten.
 
Het zout van de zee zul je drinken.
 
Ik zal je stem verstikken.
 
Ik pers de lucht uit je strot.
 
Ik wurg je.
 
Ik maak je kapot.
‘Ik stel voor dat wij niet over een blokkade spreken, maar over een defensieve quarantaine, want het woord blokkade heeft een onaangename, oorlogszuchtige bijklank.’
leonard c. meeker, Deputy of the Legal Adviser
to the Secretary of State,
op donderdag 18 oktober 1962
[p. 113]
Het meisje staat op, spuwt in zijn gezicht, pakt het bebloede beddelaken en gaat ermee naar achteren bij de stellage.
koor
 
Para bellum. Para bellum.



illustratie

[p. 114]

T is Tijd

Het monument is nu voltooid. De andere vrouwen verdwijnen ook. Bolivia gaat terug naar het koor. Don Juan probeert tevergeefs haar tegen te houden.
don juan
 
Kom terug.
koor
 
Para bellum.
don juan
 
Kom terug! Schorem, tuig, gespuis!
koor
 
Para bellum.
don juan
 
Zij hoort mij niet, zij ziet mij niet.
 
Wat komt er over mij?
 
Wat gebeurt er met mij?
 
tot de andere vrouwen, die weg zijn
 
Terug, vrouwen. Terug, vee.
 
Zij horen mij niet, zij zien mij niet.
 
Blijf hier. Ga niet weg.
 
Je komt nooit van mij los.
[p. 115]
 
Wij moeten eeuwig leven, samen.
 
Vrouwen, jullie kunnen niet weg van mij!
 
Ik ben impotent.
 
Mijn kontinent.
naar het bed
 
Is dit mijn kontinent?
 
Deze zwam vol larven en maden?
 
Is dit wat ik ben?
Hij trekt de slapende ABC tevoorschijn, die juist tijd heeft om te ontwaken.
 
Deze zakkenroller?
Hij breekt de navelstreng door en ABC sterft. Achtereenvolgens trekt hij allen uit het bed, rukt de streng door en gooit hun lijken op de grond. Bill komt als tweede àan de beurt.
 
Deze pissebed?
 
(Claudelle) Deze sopraan?
 
(Cinderella) Deze kuttekop?
 
(Chouchou) Dit eksteroog?
 
(Clarence) Deze pad?
 
(Clyde) Deze kakkerlak?
 
(Bormann) Deze rector?
 
(Tarzan) En deze alvleesklier?
 
Is dit mijn kontinent?
 
Ik moet mij bedwingen, mijn rafels samenrapen, snel,
[p. 116]
 
orde moet er zijn, wet.
 
Dit is niet gebeurd.
 
Dit is mijn kontinent.
De vier verschillende tempi die tijdens de teksten door het spreekkoor in R is Reconstructie door middel van metronooms hoorbaar waren, gaan de muziek beheersen wanneer het beeld voltooid is en zich ontpopt als stenen gast. De muzikale handeling wordt teruggebracht tot de ijzeren regelmaat van metronooms. In deze continue, zich voortdurend uitbreidende accoordeninkoor en orkestwordt de aanwezigheid van het voltooide beeld aangekondigd: de stenen gast klopt.

De stenen gast klopt.

don juan
 
Desiderius! Knecht, ga kijken wie daar is.
erasmus
 
Meester!
don juan
 
Wie is daar, knecht?
erasmus klappertandend
 
Meester, meester, ik ben bang.
don juan
 
Wat is er dan?
[p. 117]
erasmus
 
Meester, een beeld, een ijsberg. We vergaan. Een stenen gast, een stenen gast!
don juan
 
De stenen gast? Staat op en ziet het monument.
[p. 118]

U is Uur

De drie Bolivianen zetten voor de voeten van het beeld een tafel in elkaar, in de vorm van Noord-Amerika.
[p. 119]

V is Verbeelding

don juan
 
Ha ha ha!
 
Hij is gekomen. In mijn huis.
 
Hij komt souperen.
 
De tafel staat klaar.
 
Knecht, waar is mijn stoel?
erasmus
 
Meester, wij zijn verloren. Ik beef van angst. Laat ons vluchten. Brengt een stoel in de vorm van Alaska. Ik ril van de kou.
don juan
 
Angst, knecht, kou, knecht,
 
Dat is wat je hebt.
 
Kreperend van angst
 
omdat daar een hongerlijder staat!
erasmus
 
Het is de stenen gast!
don juan
 
Zo groot is geen beeld,
 
Zo koud is geen ijsberg,
[p. 120]
 
Zo van steen is geen gast
 
Of ik vel hem.
erasmus
 
Hoe? Hoe? Hoe?
don juan
 
De hongerlijder komt om te vreten.
 
Hij zal eten uit mijn hand.
 
Het meisje dekt de tafel met het bebloede beddelaken.
 
Wij gaan intiem souperen.
 
Erasmus helpt hem in de kamerjas. Hij klapt in zijn handen.
 
Serveren!
 
Projektie van een overdadige maaltijd op het laken.
erasmus
 
Ik heb al gegeten.
don juan
 
Proef, knecht.
erasmus proeft van het licht
 
Dit zijn pissebedden, kattekoppen, eksterogen, padden, kakkerlakken.
 
Ik verschroei.
 
Desiderius Erasmus van Rotterdam sterft. Lieve God.
‘Allen, Opus Epistolarum Erasmi, no iii t. i p. 53. De tekst van Beatus Rhenanus heeft: Lieuer Got. De u bewijst, dat
[p. 121]
Beatus geen hoogduitsch hoorde terwijl het voor de hand ligt, dat hij den uitgang van lieve en de eindconsonant van God niet nauwkeurig weergaf.’
j. huizinga, Erasmus
don juan
 
Vaarwel, vegetariër.
 
Je proefde van de taal tijdens je leven,
 
Door deze vuurproef ben je tot in je dood
 
Bruikbaar gebleven.
De begeleiding van dit duet van Don Juan en Erasmus bestaat uit: gitaar, ‘slagwerk’, altviool en contrabas, allen elektronisch versterkt en gemoduleerd. Dit is wat overblijft van de aanvankelijke instrumentale rijkdom van Don Juan. Het pulserende element, dat, al of niet manifest, de partituur sinds de introductie daarvan door het jongenskoor in P is Pauze, beheerst, wordt hier door de contrabas voortgezet.
 
En nu zaken doen.
 
Mijnheer, hoe maakt u het?
 
Wij gaan souperen.
Stilte.
 
Ik hoor u niet.
Stilte.
[p. 122]
 
Wat? Ben je te voornaam? Te duur?
 
Moet ik je soms smeken, hongerlijder?
 
In stilte gaan de zeven arbeiders, de drie Bolivianen en Cuba dwars over de scène af.
 
Hongerlijders!
[p. 123]

W is Wet

bolivia staat op in het koor
 
Wij moeten de vijand met de oorlog achtervolgen tot in zijn huis.
 
De vijand mag geen vredig moment kennen
 
Buiten zijn barakken of er in.
 
Wij moeten de vijand aanvallen waar hij ook is,
 
In zijn salon, in zijn eetkamer, in zijn bed.
 
De vijand moet zich overal voelen
 
Als een in de hoek gedreven beest.
 
Het moreel van de vijand zal dalen.
 
De vijand zal nog beestachtiger worden.
 
Wij zullen waarnemen: de tekenen
 
Van zijn verval.
jongenskoor
 
Andere handen strekken zich uit
 
Naar onze wapens.
 
Andere mannen staan klaar
 
En zingen de lijkzang
 
In het staccato van de machinegeweren
 
En nieuwe kreten van oorlog en victorie.
[p. 124]
De tekst van W is Wet werd ontleend aan Che Guevara's artikel: ‘Schep twee, drie... veel Vietnam's - dat is het parool.’
Deze zang van Bolivia met jongenskoor wordt beheerst door muzikale wetten die in voorafgaande gedeelten van de opera zijn ontstaan. De melodische struktuur die Bolivia zingt, is afgeleid van K is Klacht.
Het jongenskoor zingt de accoorden van het eerste Latijns-Amerika-koor (de Mozart-cadens) in een tijdsstruktuur die is afgeleid van het dominerende ritme uit O is Oordeel. De tijdsproporties van W i s Wet berusten op verhoudingen die ontleend zijn aan de verschillende pulserende elementen in het voorafgaande.

Onderwijl is het eten van de tafel verdwenen; tevergeefs probeerde Don Juan het tegen te honden.

[p. 125]

X is De Onbekende Grootheid

don juan
 
Moet ik nu sterven?
 
Is het nu tijd?
 
Is het uur gekomen?
 
Kommandant!
 
Alle mensen zijn van nature gelijkelijk vrij en onafhankelijk, en hebben zekere inherente rechten,
 
Waarvan zij hun nakomelingschap niet mogen beroven of ontzetten:
 
Namelijk, het vruchtgebruik van leven en van vrijheid,
 
Namelijk, het verwerven en bezitten van eigendom,
 
Namelijk, het nastreven en het verkrijgen van veiligheid en van geluk.
Stilte.
 
Antwoord mij!
Stilte. Hij krijgt het koud.
 
Kommandant!
 
Bij alle strafrechtelijke vervolgingen heeft een mens het recht
 
Naar de reden en naar de natuur van de beschuldiging te
[p. 126]
 
vragen,
Stilte. Hij rilt.
 
Gekonfronteerd te worden met de aanklagers en de getuigen,
 
Bewijzen te leveren in zijn voordeel,
 
En het recht op een proces met een onpartijdige jury Van twaalf mensen uit zijn omgeving,
 
Zonder welker eenstemmigheid hij niet schuldig kan worden bevonden.
Stilte. Hij begint te bevriezen.
 
Vuile, gore, rotte hongerlijder!
Gooit zijn amulet naar het beeld.
 
Kadaver!
Stilte. Hij hult zich in het laken.
 
Kommandant!
 
Het is onze wederzijdse plicht,
 
Vergeving te betrachten,
 
En liefdadigheid,
 
En naastenliefde.
 
Kommandant!
 
Eén woord...
Van top tot teen in de lijkwade gewikkeld zakt hij op de grond.
 
Lokaliseren - Fouilleren - Kremeren.
[p. 127]
koor
 
Lokaliseren - Fouilleren - Kremeren.



illustratie

[p. 128]

IJ is IJs

De stenen gast overziet in stilte het slagveld. De lijken staan op.
[p. 129]

Z is Zeggen

Een improvisatie ontstaat waaraan geleidelijk alle musici deelnemen.
Het spreekkoor maakt hieraan een eind door het scanderen van de volgende teksten, waarbij de twee laatste woorden gesproken worden door de koren a en b.
 
Nooit meer, nooit meer, nooit meer, - nooit meer
 
Nooit meer binnenskamers, - nooit meer
 
Nooit meer seizoenopruirning, - nooit meer
 
Nooit meer haalbare kaart, - nooit meer
 
Nooit meer geestelijk eigendom, - nooit meer
 
Nooit meer constructief opstellen, - nooit meer
 
Nooit meer eeuwigheid, - nooit meer
 
Nooit meer ter zake diligent, - nooit meer
 
Nooit meer maatschappelijke ladder, - nooit meer
 
Nooit meer sales promotion, - nooit meer
 
Nooit meer ziekenfondspremies, - nooit meer
 
Nooit meer fauteuil de balcon, - nooit meer
 
Nooit meer atlantisch, - nooit meer
 
Nooit meer Farah Dibah, Günther Sachs, Onassis, Soraya, Callas, - nooit meer
[p. 130]
 
Nooit meer spaarzegels, - nooit meer
 
Nooit meer geachte afgevaardigde, - nooit meer
 
Nooit meer welbegrepen eigenbelang, - nooit meer
 
Nooit meer pragmatisme, - nooit meer
 
Nooit meer bewustzijnsverruiming, - nooit meer
 
Nooit meer collectebussen, - nooit meer
 
Nooit meer met de meeste hoogachting verblijf ik uw dienstwillige dienaar, - nooit meer
 
Nooit meer goede smaak, - nooit meer
 
Nooit meer toegangsprijzen, - nooit meer
 
Nooit meer beursberichten, - nooit meer
 
Nooit meer medezeggenschap, - nooit meer
 
Altijd zeggenschap, - altijd.
prepostterug  begin