terug  begin  verderprepost

De ijssport in Rusland, Denemarken, Duitschland en Oostenrijk.

In Rusland heeft men slechts twee hardrijdersclubs en wel te Moscwa en te St. Petersburg. De rijders van deze laatste clnb en die van. Helsingfors in Finland, behooren tot de eerste corypheëen, getuige v. Panshin en Baltscheffsky. In Denemarken, waar Groth een der beste rijders

[p. 27]

was, gaat de ijssport zeer vooruit, doch is betrekkelijk nog jong. Daar Kopenhagen lid van de Unie geworden is, zullen ook daar spoedig wel goede banen en goede wedstrijden komen. Wat Duitschland en Oostenrijk betreft, daar bloeit de ijssport sedert 1886, en maakt reusachtige vorderingen, dank zij Ary Prins, onzen landgenoot, die Dr. Bohn's rechterhand is. Wel is waar hadden in 1882 wedstrijden plaats, doch eerst in 1886 krijgen deze een hooge waarde.



illustratie
De heer Baltsheffsky (Finland).

In 1886 waren er 2 Hamburgsche clubs, de Schlittsh. läufer Verein von Hamb. Altona vom Jahre 1876 en de Hamburger Schlittsh. läufer Verein vom Jahre 1881. Beide Clubs hadden een contract met den heer Wiedenburg, pachter van het Heiligengeist-Feld (de baan). Deze baan was de eerste kunstbaan van Europa; de heer W. had dit systeem in Amerika leeren kennen. Hij verdiende er jaren lang veel geld mede. Er kwamen des Zondags somwijlen 5000 à 6000 bezoekers. Thans is het vet van de ketel en zijn er meerdere banen gemaakt. Te Berlijn zijn op dit oogenblik minstens 10 banen en baantjes, sommigen niet grooter dan 2000 vierk. Meter. Men ziet ze plotseling dicht bij een spoorweg of midden tusschen eǝnige huizen liggen, wanneer men door de stad spoort. De Westbaan, waar de Unie-Kampioenschappen verleden winter verreden zijn, is de grootste. Te Weenen zijn 3 banen, daar behoort de voornaamste aan de Wiener Eislauf Verein. Het mooiste ijs heeft de kunstbaan te Frankfürt, daar het, tengevolge der heete bronnen aldaar, bizonder hard en dicht wordt. Na de wedstrijden tegen Paulsen en de Friezen begon de

[p. 28]

lief hebberij voor hardrijderijen zeer toe te nemen, en een meesterschap van Hamburg over 3000 Meter werd al spoedig gesticht, evenals een Kampioenschap van Duitschland over den zelfden afstand. Dit werd in 1887 en 1888 door Harms gewonnen. In October van dat jaar had de eerste vergadering tot oprichting van den Bond plaats, doch zonder bepaald resultaat. In 1889 wint Harms wederom het Kampioenschap. Eerst in Jan. wordt hij door Donoghue voor de eerste maal geslagen. Toch waren al deze wedstrijden gebrekkig. Men reed niet in paren en het tijdopnemen geschiedde door Juryleden, die vanaf de tribune de start noteerden. De seingever stond niet achter de rijders. Het meten der banen geschiedde in goede orde door een landmeter. De overkomst van Pander, Jurrjens en Couvée en de contravisite van Schade zijn elders in dit boekje vermeld. In April '89 had de oprichtingsvergadering van den Bond plaats te Berlijn en de reglementen voor hard- en kunstrijden werden gemaakt. De reglementen voor het hardrijden waren slecht en de Uniereglementen hebben ze nu gelukkig verdrongen. Het bestuur bestaat thans uit de H.H.: Dr. O. Bohn (voorz.), E. Mahlan Frankfort (2e voorz.), August Keidel, Hamburg, (penningm.), Ary Prins, te Hamburg en Filluger (leden). Het is een kloek energisch lichaam, dat de zaken met vaste hand bestuurt. De Bondsvergaderingen hebben alle twee jaar plaats, de Bestuursvergaderingen jaarlijks. In April 1890 werden de Europeesche-Kampioenschappen gesticht, die nu in handen der Unie zijn overgegaan. De Kampioenschappen van den Bond werden als volgt gewonnen: In München op 17 Jan. Schou, Berlijn, de 3000 M. in 6 m. 20⅖ s. Het kunstrijden te München door A. Schnitson. Het Kampioenschap van Europa op 23 Jan. door O. Grunden in 55⅕ s. (536⅓ M.) en door A. Norseng in 2 m. 59⅘ s. (1609 M.) Wat het kunstrijden aangaat, zoo wint O. Uhlig te Berlijn in de verplichte figuren met 141 6/9 punten. Het rijden der vrije figuren vond geen

[p. 29]

plaats. In 1892 is Ehrhorn op alle afstanden alle man, terwijl Schilling te Frankfurt het Bonds-Kampioenschap wint; Ehrhorn deed niet mede. Het kunstrijden wint Zachariades (Weenen), met 231 1/7 punt. Uhlig 2e met 236 3/7 punt. Het Kampioenschap van Europa wordt 25 Jan. verreden en door Schilling, die 2 van de 3 afstanden wint, gewonnen. Op 15 Jan. 1890 wint F. Schilling het Bonds-Kampioenschap te Hamburg (1500 M. in 2 m. 49⅗ s.) A. Underborg is 2e in 2 m. 51⅗ s.

Daarna hadden de Uniewedstrijden te Berlijn plaats. Ericson wint het Kampioenschap van Europa in het hardrijden, terwijl het kunstrijden niet tot eene beslissing kwam. Dat dit niet kon geschieden lag aan de wijze van handelen der Jury, die eigenmachtig besloot, de decimalen bij de punten weg te cijferen. Het al of niet meetellen dezer breuken veroorzaakte, dat de eerste en tweede prijswinners nu van plaats verwisselen moesten. Dit was natuurlijk òf onrechtvaardig voor den 1en prijswinner, òf voordeelig voor den tweeden. Daarom is geen prijs uitgereikt. De vroegere wedstrijden in kunstrijden, die een internationale bekendheid hebben gekregen en belangrijk genoeg zijn om te vermelden, zijn de volgende: 16 Febr. 1890 te St. Petersburg, Lebedef, (Rusland) I, Rubinstein (Canada) II, Catani (Finland) III, Kaiser (Weenen) IV. De vrije oefeningen won eveneens Lebedef, Catani II, Dunst (Weenen) III en Kaiser IV. Om het Amerikaansche Bonds-Kampioenschap wordt 22 Febr. te Albany door Rubinstein en Phillips gereden. Beiden behaalden echter 71 punten en geen titel werd uitgereikt. In 1892 wint Phillips met 52 punten en op 6 Maart van het zelfde jaar wint H. Grenander het Zweedsche in 5016 punten, Sandblom is II met 4135 punten. Het kunstrijden bloeit het sterkst in Oostenrijk en Hongarije, doch ook de Duitschers beginnen er zich zeer op toe te leggen. De Duitsche Bond verdeelt zijn aandacht gelijkelijk over zoowel hard- als kunstrijden, en

[p. 30]

verkeert in een staat van toenemenden bloei, daar voortdurend meer ijsclubs tot hem toetreden.

Op het oogenblik zijn de Duitsch-Oostenrijksche records de volgende:

500 M.A. Underborg, 55⅖ s. gereden 8 Jan. 1893 te Hambnrg; 1500 M. dezelfde, 2 m. 44⅘ s., gereden 15 Jan. 1893, te Hamburg; 5000 M. dezelfde, 10 m. 5⅘ s., gereden 22 Jan. 1893; te Berlijn en 10000 M.J. von Sälzen, 22 m. 23⅗ s., gereden 14 Jan. 1893, te Amsterdam.

prepostterug  begin  verder