De geschiedenis van Woutertje Pieterse
Multatuli
© 2002 dbnl
De geschiedenis van Woutertje Pieterse, zoals verschenen in de Ideën :
Deze pagina is gebaseerd op De geschiedenis van Woutertje Pieterse, ‘uit de Ideën verzameld door zyne Weduwe’, uit 1890. De nummers verwijzen naar hoofdstukken uit de Ideën, zoals deze in digitale vorm zijn opgenomen in de dbnl. Voor de inhoudsopgave op deze verzamelpagina is echter gebruik gemaakt van de rubriekstekst in de editie van Mimi Douwes Dekker-Hamminck Schepel.
- EERSTE DEEL
- Ideën I
- -
- 361
Chronologisch-archaeologisch onderzoek naar den oorsprong dezer geschiedenis, en van den naam der hartenstraat. Over Poëzie in 'n stad wier naam op dam uitgaat. Ongeneeslyke liefde, en vlechten, van valsch haar. De held van deze historie verdedigd tegen 't vermoeden van misdaad. Apothéose van Glorioso. 't Gevaar van den roem, en de veiligheid van 't bovenste plankje. De geduldige Kat van vader Van Alphen, die nooit zooveel geduld noodig had - ik meen de Kat - als de kinderen die z'n versjes moesten leeren - de versjes van Van Alphen, meen ik - en als de martelaars van de ouderlyke ydelheid, die ze moesten aanhooren.
- 362
Een kort hoofdstuk in vyf deelen. 10 De nederigheid van den schryver, blykende uit de erkentenis zyner onwetendheid omtrent den naam van zekere poort. 20 De invloed van Fransje Halleman op Wouter's heldenziel. 30 Verband tusschen dien invloed en de profetiën van Habakuk. 40 Nog iets over Habakuk, met 'n wenk over de onbegeerlykheid van gedrukte perzikken. 50 Groote menschen bezien door de kleine. Iets over de staart van m'n chinees, en de halskraagjes van 't menschdom.
- 363
Een italiaansche roover op 'n buitensingel te Amsterdam. Proefje van 't bitter lyden der deugdzame Amalia. Privat en Jouvin met huwelyken en godsdienstige waskaarsen, de palladia der zedelykheid. Bewys van het fatsoen der Hallemannen, waaruit men tevens kan te weten komen hoe eerlykheid ryk maakt. Korte bespiegeling over gebrek aan ruimte.
- 365
Verloren suikerpotten en zoekgeraakte bybels voor de rechtbank van 't geweten. De onmannelykheid der natie, volgens Siegenbeek en andere moralisten. De verdiensten en de gebreken van Leentje, beschouwd uit 'n menschenvriendelyk oogpunt. Verregaande onkiesheid van de voorprinselyke spelmethode.
- 367 - 369 - 371 - 375
Kort hoofdstuk zonder Ideen. De hollandsche graven in-verband met de pryzen van 't vleesch, en de ongegronde verdenking van Pennewip's eer. Leentje's onzichtbaar talent om kleeren en zielen te herstellen.
- 376
Weer 'n hoofdstuk zonder Ideen. Diepzinnige achterhoudendheid van juffrouw Laps. Predikatie van Stoffel. Wouter's standvastige trouw aan Glorioso. Roerende terugblik op Scelerajoso's dood, dien we, om 't gevoel des lezers te sparen, en wegens zeer uitgebreide binnenlandsche betrekkingen, vroeger slechts lieten gissen. Fatsoenlyk sterfgeval van Glorioso. De laatste Koning van Athene. Bedorven magen en verscheurde trommelvliezen, voorgesteld als gevolgen eener eigenaardige stofwisseling.
- 377
Beschouwingen over de manier om 'n groot man te worden. Twee stokpaardjes. De lezer wordt bedreigd met verzen, en uitgenoodigd tot wat lof over de kunstige wyze waarop de schryver, na tuchteloos dwalen, hem terugbrengt naar Wouter.
- 378 - 379 - 381
Voorbereiding tot 'n avendje. Rolverdeeling. Stryd tusschen willen en zyn, geopenbaard in 'n kindermymering (daguerreotiep). Moddersloots-droomen, stroohalm-wedvliet, eenden-oorlog en molen-vertellingen, eindigende met 'n luchtreis.
- 381 - 382 - 383 - 384
Dichtoefeningen, pruikevreugd, pruikeverdriet en pruikewanhoop.
- 385
Een salieavendje met wysgeerige zysprongen op 't gebied der kunst. Dergelyk uitstapje naar Pompeï, viâ Fontainebleau. Mogelyke promotie van de baker. Vreeselyke gaping in de geleerdheid van den Schryver, die niet eens weet wat Wimpie geantwoord heeft en wie er schelde. Stoffel's zoölogische geestigheid, oorzaak van 'n laatsten punischen oorlog. Pennewip homoeopaath en vredestichter malgré lui. Arme Wouter!
- 386 - 387 - 388 - 389 - 390 - 391 - 392
Nasleep van den àllerlaatsten punischen oorlog. Nederlaag van Hannibal-Laps door Scipio-Pennewip. Politiek baskule-systeem. Litteratuur van de toekomst. Buitenkansje voor den lezer, die hier allerlei gewichtig nieuws verneemt dat nog gebeuren moet.
- 393 - 394
Ontwikkeling der oorzaken van den lankwyligen vrede in Europa, waaruit tevens (Alles Is In Alles!) den lezer 't nut blyken kan van de gezette studie der salieavenden. Vervolg en slot der dichtproeven, zeer geschikt voor rederykers en andere knappe versopzeggende kinderen. Arme Wouter... neen, ryke Wouter!
- 396 - 397
Nauwkeurig bericht omtrent den toestand der hoofdpersonen van deze geschiedenis, na de katastrofe.
- 398 - 399 - 404
Wat vluchtige karakterstudie, gevolgd door 'n zot sprookje.
- 405 - 406 - 407 - 408 - 409 - 410 - 411 - 412
Plechtig bezoek van huisdominee, dat anders afloopt dan de scherpzinnigste lezer kan voorzien. Taal, genade, 't huis op den hoek, de gekompromitteerde vrouw uit Babilon, prikkelslangen, napreek met gevoeligheid... arme Wouter!
- 413
Een treffende vogelhistorie, met 'n wenk over 't nadeel van hoefyzers als voedsel. Doorslaand bewys van Wouter's beterschap, blykbaar uit 'n kerkelyk getuigschrift. Wouter's eerste uitgang. Zyn studie in de liefde. Kongrevische vertelling die dóórbrandt in water.
- 438 - 439 - 440 - 441 - 442 - 443 - 444 - 445
Ideën II
- Groote verandering in de familie Pieterse. Wouter's benoeming tot lyfpoëet van jufvrouw Laps. De bergen in Azië, gebruikt als behoedmiddel tegen europesche verwaandheid.
- 510
Wouter's eerste les in verzemakery, en z'n 1001e in nederigheid. Belangryke ontmoeting van 'n waschvrouw en haar dochter. Onderricht in 't alleen zaligmakend geloof.
- 512
Een zonderling hoofdstuk, dat echter in nauw verband staat met Wouter's geschiedenis. Mythe en Historie. Waarheid en leugen. Beminnen, weten, stryden, de hoofdneigingen van individu en mensheid.
- 513
Waarheid in legende.
- 517 - 518
Wouter's droom.
- 519
Weer een avendje.
- 520 - 521
Ideën V
- Extra-fine-superior-water-colours... warranted! Oude en nieuwe prenten. Stoffelsche wyshedens.
- 1047 - 1048
Bevolking-statistiek van een onbekend Keizerryk. De geest van Femke komt manen, en wordt in die funktie welwillend bygestaan door Wouters neus. We staan voor 't kleine te laag. Rehabilitatie van Petrus. Ophelia zonder vlekken... niet warranted voor de toekomst. Beschouwingen van Stoffel en Leentjen over dramatische kunst. Hoe Salomo en Mozart veramsterdamd geworden zyn.
- 1049 - 1049a - 1049b - 1049c - 1049d
Vervolg: Onechte Zoon, gekompliceerd met 'n echt zilveren doosje, onechte eerlykheid, echte naïveteit van Leentje en onechte bravigheid der juffrouwen Pieterse.
- 1050
- Laps versus Pennewip. Wouters embryologische studiën.
- 1051c
Lapsen-triumf. De roem van Floris V gestaafd door de verhevenheid van 'n komma. Letterkundige oefeningen onder de leiding van meester Pennewip. Wouter's arglistig gebed.
- 1052 - 1052a - 1052c - 1053
Over middelpuntschuwende en aantrekkende krachten, negatieve en pozitieve polen of zoo-iets, blykbaar in 'n paar bezoeken die Wouter byna niet aflegt.
- 1059 - 1059a - 1059b
Onze held legt weer 'n bezoek af, en woont akelige tooneelen by. Sporen van kannibalismus in Europa. Saturnalie op dokters studeerkamer. Vreeselyk tafreel van kinderen die hun vader mishandelen.
- 1060 - 1060a
De lotgevallen van een vlalepel, met 'n handleiding tot het begraven van ongelukken. 'n Oude historie uit Straat Magellaan, niet ontoepasselyk op andere straten.
- 1062
Een splinternieuwe gradus ad Parnassum, niet precies dezelfde die Faust ten-geschenke kreeg van Mephisto.
- 1063
Onderzoek naar de oorzaken waarom Femke by zekere gelegenheid niet gelachen heeft.
- 1065 - 1067 - 1068 - 1069 - 1073 - 1074
Wouter moet 'n beroep kiezen.
- 1075 - 1079
Ideën VI
- De keerzy van den roem. Wouter's begrippen over kommanditair wereldbestuur, oorzaken van 'n ergernis die, viâ Missolunghi, uitloopt op Femke.
- 1081 - 1083 - 1084 - 1085
Wouter's eerste studien in menschenkennis. Il y perd son latin. Leentje's extra-woordenboeksche bydrage tot de kennis der nederduitsche taal. Een half dozyn verbazingen.
- 1088
Wouter's intrede in 'n brok van de werkelyke wereld. Taalkundigheid van den auteur, blykbaar in 't vinden van den oorsprong van 't woord hypotheek, dat geboren is op den Zeedyk te Amsterdam. Muntslag. Zaken! Gods vinger in 'n leesbibliotheek, naast snuif en tabak.
- 1089 - 1090 - 1091 - 1092 - 1094
Over zekere digestie-verschynselen, en de betrekkelyke bruikbaarheid van slecht voedsel.
- 1095 - 1096 - 1097 - 1101 - 1103 - 1107 - 1110
Strabbe's regula van ‘menging’ onder de oogen gezien, in-verband met de manier om onbruikbare zedelyke thee te krygen, tegen zóóveel 't pond verkoopbare... fiktie. Onsmakelyke bywoorden. Bespottelyke heldenmoed die van beter getuigt. Alweer Juffrouw Laps!
- 1111 - 1112 - 1113 - 1114 - 1115 - 1116
Toulon est là! Woedende uitval van den auteur tegen monologen, met 'n afschrikkend voorbeeld ter adstructie. (De uitval is gesupprimeerd, en de lezer krygt vandaag alleen 't voorbeeld.) Gesprekken op den Olymp, waarby Jupiter 't wel eens zou kunnen te-kwaad krygen als-i zich waagde aan 'n antwoord. Boterammen, onderbroeken, yverzucht en 'n pastoor, alles opgeluisterd door volslagen absentie van godzaligheid.
- 1117 - 1118 - 1119 - 1120
Het verregaand liberalismus van juffrouw Pieterse is oorzaak dat de lezer ditmaal niet te weten komt waarom pater Jansen zoo doof was aan z'n linkeroor.
- 1121
TWEEDE DEEL
- Voornaam bezoek. Koningen en oliekoeken. De gesprekken van de ‘massa’. Catapullische inspatting van de ‘massa’. Où peut on être mieux? Zweven en vallen. Helaas! De auteur is beschaamd over z'n held, en bevreesd dat dit wel 'ns meer zal gebeuren.
- 1127 - 1128 - 1129 - 1130 - 1131
Over de zedelyke strekking van 't kleerborstelen. Onridderlyke verdichtselen des harten. Godenvingers en duivelsklauwen, tweede editie. De eigenaardige kalmte van 'n kwaad geweten. Iets over driehoeksmeting in 'n bedstee, en maagdepeeren in den Jodenhoek. Hm... zy weer!
- 1132 - 1133 - 1134
Zelfs juffrouw Laps zegt soms 'n waarheid die 't overdenken en toepassen waard is. Dezelfde autoriteit in-zake: menschenkennis. Don Quixote de la Mancha. Goden, duivels en... Fancy.
- 1135 - 1136 - 1137 - 1138 - 1139
De lezer maakt kennis met een der meestberoemde Nederlanders van deze eeuw. ‘En de Heere zeide tot Satan: zie, al wat myn knecht Job heeft, zy in uw hand! Alleen strek uw hand niet aan hem uit.’ Hoe juffrouw Laps door vuur van de straat verhinderd werd deze voorwaarde te breken. Een-en-ander over de kalmte van beschermengelen.
- 1140 - 1141 - 1142 - 1143 - 1144 - 1145
Dit hoofdstuk is gekopieerd uit 'n oud Register der handelingen en besluiten van zekere schutsgodin. Een brok grootwereld. (De lezer kan staatmaken op meer.) 't Verhaal van Klaas Verlaan, den ‘Amstelhavenknecht’. Geleerde verhandeling over voetzoekers. Juffrouw Laps wikt, Fancy beschikt.
- 1146 - 1148 - 1149 - 1150 - 1151 - 1152 - 1153
De leer der doeleinden duidelyk gemaakt door 't achterste-voor zetten van omdatten en opdatten. Hossen! Arme, arme, arme, Laps! Mysterieus standbeeld in de ‘Gekroonde Jeneverbes.’ Republikeinen in konflikt met de Keizersgracht. Wouter krygt 'n zusje.
- 1155 - 1156 - 1157 - 1158 - 1159 - 1160 - 1161 - 1160
Een hoofdstuk zonder aventuren, dat gerust kan worden overgeslagen door elken lezer dien 't om voortzetting van de geschiedenis te doen is. Alleen op 't slot wordt de eentonigheid eenigszins afgebroken door 't zonderling lotgeval van 'n kruiwagen en 'n onbillyken droom, 't eenige wat de uitgeputte auteur ditmaal leveren kan.
- 1161 - 1162 - 1164 - 1165
Lezers die gesteld zyn op deftige poëzie, kunnen ook dit hoofdstuk weer overslaan. 't Is vol prozaïsch realismus, zich openbarend in de hydrogymnastische oefeningen van 'n kastalische-fonteinnimf - tevens van beroep: waschvrouw - met 'n ridder in de luur, die 'n brief ontvangt uit den hemel: mirakel!
- 1165 - 1166 - 1167 - 1168 - 1169
Nieuwe blyken der verdorvenheid van Vrouw Claus - en van den auteur - in-zake: aesthetika. Een weerbarstige verloren zoon. Verschyning van 'n muts en 'n Sybille. Geroepen, en... àls geroepen! Wouter begint iets van de ‘vier windstreken’ te zien.
- 1170 - 1172 - 1173
Femke, nogeens Femke, en - na 'n roerende complainte over den dood van twee genien - weer Femke! Alles opgeluisterd met teleologische opmerkingen over puistjes, vaderlandsliefde, karakter, en verdere menschelyke zwakheden.
- 1175 - 1176 - 1176 - 1177
Tekstverklaring van Ovidius, door Willem Holsma. Idem door Rotgans en een auteur. Konflikt op 't Leidsche-Plein tusschen twee potentaten: Napoleon I, dn Minos van Kreta.
Verdienste van 't succes met geestdrift aangebeên,
Kweekt in 't armzalig koor, laaghartigheid alleen.
- 1177 - 1178 - 1179 - 1179a
De tuchtelooze auteur - gebrek aan school! - vertelt niets van 't purpren haartje, doch integendeel allerlei zaken. Hy geleidt den lezer langs keizerlyken weg in de kommeny waar Leentje zout moet halen. Verzoeke vriendelyk dit gebrek aan zout niet meer dan driemaal in-verband te brengen met des auteurs schryfmanier.
- 1180 - 1181 - 1181a - 1182
Ariadnisme met modern-burgerlyke verwikkeling. Treurzang over de hedendaagsche onbruikbaarheid van wonderen. Wouter krygt les, en wordt - als de lezer - uitgenoodigd zich 'n tydje te spenen van romantiek.
- 1183 - 1184 - 1185 - 1186
Ochtendmymering. Iets over de beschavende strekking van onkreukbare halsboorden. Non omnibus licet... zonder de minste toespeling op Corinthe.
- 1187 - 1188 - 1189 - 1190
Wacht-oefeningen, als geschikte objektieven voor 'n fotografie-kastje. Nieuwe portretten. Hoestende intree in de handelswereld. Multa tulit!
- 1191 - 1191a - 1192 - 1193 - 1193a - 1193b - 1193c - 1193d - 1193e - 1194 - 1200
De auteur vermaakt ziek met meikevers. Wouters rekenkunstige bekwaamheid gewogen en te ligt bevonden. Z'n opleiding in 't vak van Merkurius... den bode der goden. Speldeprikken in 'n windblaas.
- 1201 - 1202 - 1203 - 1204 - 1205
Ideën VII
- Over al de rytuigen van ‘papa’ en de hoogheid van 'n elsasser konsul ‘die m'n zwager is.’ Engelsche nottings en onderscheiden windsoorten, uitloopende in 'n lange verhandeling over 't parelduiken.
- 1206 - 1207 - 1208 - 1209
Schetsen uit onwelriekende streken van zekere wereld beneden de oppervlakte der zee, waarby men, o.a. ‘een man als U, m'nheer!’ te aanschouwen krygt. Ook de jongeheer Pompile blyft voortgaan zich te vertoonen in al z'n geurige beminnelykheid van verstand en hart.
- 1210 - 1211 - 1212
De auteur houdt 'n schoone verhandeling over den oorsprong van sommige fatsoenlyke voornamen, en kruipt vervolgens tot in de nauwste gaatjes de hoogheid na, van 'n ‘man als u, m'nheer!’
- 1213 - 1214
Vita longa, ars brevis. Plebejervreugd over ‘gekochte kost.’ Dekadentie van Herkulanum en Pompeji. Wouter's verdriet over z'n snel begrip. Parafraze van Gerrit op Talleyrand's ‘pas de zèle!’
- 1215 - 1216 - 1217
Kwajongens. Vloermat-meditatiën. Een onhebbelyke barbier en 'n benyd vogeltje. Treffende opmerkingen over vergankelykheid. Champollion. Handel! Onverwachte verandering van 'n geminacht briefje in wichtige dukatons.
- 1218 - 1219 - 1220 - 1221
Onmogelykheid een der verhevenste kenmerken van het ware. De roem der hedendaagsche Batavieren, behoudens bataafsche nederigheid eenigszins gestaafd. Handel, Staathuishoudkunde en Petite Voirie uit den voortyd. Nieuw blyk der verregaande insoliditeit van den auteur die, in-plaats van de beloofde dukatons, den lezer afscheept met ‘oud-roest.’
- 1222 - 1223 - 1224
Een allernietigst geschiedenisje. Na 't bywonen van 'n middagmaal in de open lucht, wordt de lezer onthaald op 'n moeielyken tocht naar de derde verdieping, waar Wouter nog altyd niet vermoord wordt. Over de teleurstelling van den op romantiek verzotten lezer zal de auteur zich weten te troosten. Quo non ascendam?
- 1225 - 1226 - 1227
Alweer over 't kleine. Wouter wordt op post gezet voor de zenuwen van ‘mevrouw.’ Kent de lezer Gus Halleman nog? Verhandeling over het denken, uitloopende in 'n waarschuwing tegen het leenen van boeken aan den auteur, die ten-slotte fiasco maakt in colloquia prava.
- 1227 - 1228 - 1229 - 1230 - 1231
Over zekere volksverhuizing die - by groote uitzondering, voorzeker! - inderdaad heeft plaats gehad. Wouter, al lager en lager zakkende, komt eindelyk te-land achter de ‘britschka van Papa.’
- 1232 - 1233 - 1234 - 1235
Wouter wordt begunstigd met het verlof om diepzinnige gesprekken aantehooren, en voor pedant meespreken bewaard door 'n vereerende zending naar de mangelkamer.
- 1242 - 1243 - 1244
Merkwaardige genoegens van het Buitenleven. Treurig uiteinde van 'n romantischen droom over wisselkoers, en van 'n parasol. Wouter gaat de wereld in om zeven gulden dertien te zoeken.
- 1245 - 1245b - 1246 - 1247
Wouter spekuleert allervoordeeligst in ouwe-kleeren. Snelle wisseling in amerikaansche handelsbeweging, waarschynlyk niet zonder invloed op wisselkoers. Nachtgedachten. De terugkomst van den verloren broeder.
- 1248 - 1249 - 1250 - 1251 - 1253
'n Moordhol vol rammelend gebeente en ander slecht volk. Zullen pater Jansen en Wouter in dit hoofdstuk Haarlem bereiken? Ik geloof het niet, maar de zaak kan meevallen.
- 1254 - 1260 - 1260a - 1260b - 1260c - 1260d
Preekjen over preeken, en hoe Wouter niet aan 't preeken raken kon. Preek van pater Jansen over 'n preek van pastoor Koens, opgeluisterd door 'n preek van hemzelf. Hoe de auteur woord houdt.
- 1261
Wouter en deugdzame lezers worden teleurgesteld door Fancy, die 'n lynch-vonnis kasseert. Ter vergoeding levert ze bijdragen tot de physiologie van zekere nijverheid, en benoemt ze Wouter tot trooster van 'n diep bedroefde moeder. Of Wouter Haarlem bereikt?
- 1264 - 1270 - 1271 - 1273 - 1273b - 1275 - 1276 - 1277
Oorsprong der vrymetselary. Hoe men 't moet aanleggen om met sommige menschen kennis te maken. Wouter komt niet te Haarlem.
- 1282
| |