terug  begin  verderprepost
[p. 34]

113.

Ik ontving vandaag 'n zonderlingen brief. De schryver teekent zich: ***, leerling... enz. 't Is dus 'n jong mensch. Ik zoek z'n naam vergeefs in den Almanach de Gotha naar den geest. Maar dat zal 'n verzuim wezen. Ik begryp namelyk niet hoe iemand die nog niets heeft gepresteerd, zoo'n brief zou durven schryven. Hy verwyt me ‘in den naam van Jezus Christus den gekruisten’ m'n hoogmoed.

 

Wys denzulken 't kleed van kemelvel, dat ge versleet in de woestyn.

 

Anders of meer weet ik niet te antwoorden op zoo'n hoogmoedig schryven.

 

Ja toch... dit nog. Ik hoop voor dien ‘leerling’ dat de 15e wet doorgaat van m'n vriend den kapitalist, op pag. 93 van Vryen Arbeid. Als dan m'n ‘leerling’ na eenige tientallen jaren zwaren arbeid zal opgeklommen zyn tot Opper-hoofd-Directeur van 't een-of-ander, met rang van veldmaarschalk naar den geest... als hy de plaats zal hebben ingevuld die nu openbleef door 'n verzuim van de zetters der kleine Gotha... laat hem dàn eens terugkomen op z'n onderwerp.

 

Het treft aardig dat ik juist 'n paar nummers geleden den hoogmoed behandelde. Ik houd veel van hoogmoed. 't Is 'n element dat in onze maatschappy maar al te vaak ontbreekt.

 

Maar als ik zeg dat ik hoogmoed aanbeveel, dan bedoel ik daarmee niet zoo'n domme leerlingachtige ultra-christelyke eigengerechtige zelfgenoegzame jongensverwaandheid.

prepostterug  begin  verder