terug  begin  verderprepost

178.

Men vraagt me waarom ik zooveel nummers wyd aan buitenïssigheden? Eilieve, wanneer gy goederen te laden hebt in 'n vaartuig, en ge vindt dat vol, overvol... begint ge dan

[p. 92]

niet met lossen, reinigen, schoonvegen?

Kunt ge tarwe opslaan in 'n pakhuis dat van boven tot onder gevuld is met papaverzaad, met opium, met arsenik?

Is niet het wegruimen van 't schadelyke, 'n even nuttige, 'n even noodzakelyke arbeid als 't aanbrengen van het goede?

Is niet stryd tegen dwaling, stryd voor waarheid?

Als 't waar is dat die goddienery nadeelig werkt op menschdom en individu, is 't dan niet ons aller plicht die te bestryden?

Is 't niet onze plicht de afgodsbeelden omtewerpen, die de circulatie belemmeren op den zoo schoonen heirweg van 't gezond verstand?

Kunt ge een goed huis bouwen op de plaats waar ge een ruïne vindt, zonder eerst dien bouwval geheel aftebreken en die plaats schoon te maken?

Ik vind bouwen aangenamer werk dan afbreken. Maar als 't afbreken vereischt wordt...

Wie durft beweren dat arbeid met den troffel noodiger is dan arbeid met 'n houweel? Maar 't is aangenamer werken met den troffel, en ge zyt dank schuldig aan iemand die uit gevoel van plicht - en waarlyk niet uit voorkeur - 't houweel ter-hand neemt.

Gy die noch afbreekt, noch bouwt, scheldt hem niet uit. #

# De beschuldiging tegen bestryders van dwalingen, dat ze ‘afbreken zonder daarvoor iets beters in de plaats te geven’ is afgezaagd en vervelend. Is er niet pozitieve winst in 't derven van wanbegrip? Moet iemand die 't bestaan van 'n spook ontkent, andere spoken aanwyzen?
En bovendien, het is niet waar dat de redelyke godloochenaar afbreekt zonder optebouwen. In-plaats van 't spokerig geloof, wyst hy op onbevooroordeeld - d.i. ongeloovig - onderzoek naar den aard der dingen, op Kennis der Natuur. Is dat niets? Ik verwys te dezen aanzien naar m'n verhandeling over Vrye Studie in den IIIn bundel.
prepostterug  begin  verder