Er zyn kunstrechters die 't 'n verdienste vinden in Paul Delaroche, dat-i 't slyk op de laarzen van Napoleon te Fontainebleau zoo onachtzaam geschilderd heeft. Maar ik beweer dat de beschouwer van iedere schildery, en de lezers van ieder boek, recht hebben op onberispelyken modder, en dat de schilder of schryver zich van de parerga niet mag afmaken met 'n onachtzaamheid die denken doet aan mislukt jagen naar genialiteit. Niets moet den grooten man te klein wezen, en ik zie niet in, waarom vrouw Stotter's antwoord niet even goed het bestudeeren waard is als de tekst van 'n duistere plaats in 't een of ander handschrift van onbekende personen. Men verdiept zich in bespiegelingen over de juiste beteekenis van de hansworstjes op den muur der wachtkamer te Pompeï, en zoekt daarin de oorzaken van den val des Romeinschen ryks. We vinden 'n breede, hooge of diepe meening, in 't toevoegen van twee letters aan Abram's naam. Wy hebben elkaar doodgeslagen - ik meen u en my niet, lezer - de menschen hebben elkaar doodgeslagen om verschil van opinie over de ware hoedanigheid van gegeten brood... wie zegt ons of 't slyk op de laarzen waarvan ik sprak, niet eenmaal zal worden verheven tot 'n god, en of niet alsdan de juiste kennis van dat vuil noodig wezen zal tot het erlangen van de eeuwige zaligheid?
Dit nu eens aannemende als mogelyk - er zyn wel gekker dingen gebeurd - is Delaroche dan niet misdadig? Delaroche, die door z'n onvergefelyke slordigheid oorzaak zal wezen dat duizenden verdoemd worden? Want er zyn vele soorten van modder, en er is maar één zaligheid.
En als 't nu eens later iemand in 't hoofd komt, vrouw Stotter te verheffen tot algemeene baker van 't heele menschdom, zal 't dan niet vóór alles noodig zyn nauwkeurig te weten wàt ze gezegd heeft, en hòe ze 't gezegd heeft? Lieve menschen, moet het dan juist hebreeuwsch wezen of plat-grieksch, wat u aantrekt? Wat my betreft, 'k wasch m'n handen in onschuld, en ga terstond naar de Noordermarkt.