De heilige Kwip of Kwap was onthoofd. In-plaats van daarin te berusten en zich er by neerteleggen, zooals gy en ik doen zouden, lezer, neemt-i zyn hoofd onder den arm en wandelt er mee heen.
Ik voor my twyfel aan de mogelykheid van die wandeling. Want om iets te doen, behoort vooraf te bestaan de wil, het voornemen, of althans de onwillekeurige aanleiding om iets te doen. De organen die dat voornemen opvatten, of door die aanleiding worden geaffekteerd, bevinden zich in de hersenen, en vandaar worden door de zenuwen de bevelen overgebracht
naar de lichaamsdeelen die belast zyn met de uitvoering. Op het oogenblik toen de heilige Kwip den wil had, of aanleiding vond, om wegteloopen met z'n hoofd, was dat hoofd gescheiden van den romp, en er bestond dus stremming in 't dienstverkeer tusschen de hersens en de andere lichaamsdeelen. De hand kon niet weten dat ze 't hoofd onder de arm moest plaatsen, de arm had geen bevel ontvangen dat hoofd vasttehouden, en de beenen bleven verstoken van de uitnoodiging om Kwap te doen wegloopen. Ik beweer dus dat die stoornis van kommunikatie...
- O, gy domme tegenspreker, ziedaar u verstrikt in de strikken uwer wereldsche wysheid! 't Mooie van de zaak is juist dat Kwip's hersens den last tot wegloopen met z'n hoofd hadden gegeven vóór de stremming der kommunikatie...
Redeneer niet met de vromen!