Niets is gewoner dan een entomoloog in verrukking te zien, by 't beschouwen of beschryven van een schynbaar onaanzienlyk beestje. Zoo is voor den psycholoog elk exemplaar, van 't menschenras - al ware 't dan ook een gekorven exemplaar, ja misschien de sterk gekorvenen 't meest - zeer belangryk. Hy leest een boeienden roman, in gemoederen die onbeschreven - of ‘niet mooi’ beschreven - voorkomen aan de velen die zich niet toelegden op de schoone kunst van ontcyfering.