terug  begin  verderprepost
[p. 93]origineel

Bewysstukken, dienende tot opheldering deezes werks in betrekkinge tot de joodsche natie, gevestigd in suriname.

No. I.

Vryheden onder Exemptien, door de Bewindhebberen van de Geoctroyeerde West-Indische Compagnie ter Vergadering van de Negentienen, geaccordeerd en toegestaan aan David Nassy en Medestanders, als Patroon ofte Patroonen van een Colonie op 't Eiland Cajana ofte andere Plaatsen aan de wilde Kust van West-Indiën, by haar op te richten.

Art. 1.

De voorsz. David Nassy en Medestanders werden geconsenteerd en toegestaan een Colonie op te richten van vier of vyf mylen land op het Eiland ofte Rivieren van Cajana, bestaande in zo veel Landeryen als door de Coloniers zullen werden gecultiveerd, mids blyvende zo verre van de Colonie van Cajana, dat zy de Ingezetenen van dien aldaar niet hinderlyk en zyn zal, dezelve gehouden zyn de voorsz, Colonie te bepoti-

[p. 94]origineel

veeren ende bezetten in den tyd van vier eerstkomende jaaren, aanvang neemende ten langsten op primo September 1660, op poene indien zulks op en binnen dien tyd niet en komt te geschieden, dat als dan de ongecultiveerde, onbearbeide, onbewoonde, of onbeheerde Landen wederom zullen vervallen aan de Compagnie, om by tyd en wyle daar mede zodaanig te handelen als haar goed dunken zal.

Art. 2.

En zullen de gemelde David Nassy en zyne Medestanders hebben en genieten de Jurisdictie over de Baaijen die in zyne op te richtene Colonie bevonden werden, en de helfte van de Rivieren die aan beide zyde van de gemelde Colonie, daar van by nadere aanwyzinge te doen, gelegen zyn; mids dat de Compagnie voor haar en die aldaar uit haaren naam zoude mogen verschynen, de vrye Vaart en Negotie in de gemelde Baaijen en op de voorsz. Rivieren, zo wel als de op- en nedervaart aan haar, is behoudende.

Art. 3.

Werd den gemelden David Nassy en zyne Medestanders ook toegelaaten de vrye en alodiaale eigendom ten eeuwige dagen, van de voorsz Colonie met de appendentien en de dependentien van dien, voor zo veel hem daar van en zyne Medestanders, in den tyd van vier jaaren zal zyn bevolkt, bearbeid, beheerd, aangeweezen en gecultiveerd, en zullen dien volgende dezelve daar van vermogen te disponeeren voor altoos by Testament, Contract, Verbintenis ofte anderszins, zo men hier van zyne vrye eigen Goederen vermag te doen, zonder dat nogthans zodaanig Testament of Contract

[p. 95]origineel

plaats zal hebben, indien de Colonie daar door van deezen staat en Compagnie zouden werden afgesneeden en aan andere Landen gebragt.

Art. 4.

En zal de meergemelde Colonie mede werden geaccordeerd en toegestaan, hooge, middele en laage Jurisdictie, die waargenomen zal worden in manieren als in Articul 14 werd uitgedrukt.

Art. 5.

En zal de voorsz. Colonie by hem David Nassy en zyne Medestanders bezeeten worden by form van leen, stellende ten dien einde suffisantelyk een persoon ofte meer persoonen daar op het leen geconfereerd zal werden, met betaaling van zekere Heeregewaaden, ter waarde van zestig guldens.

Art. 6.

Blyvende niet te min de Souverainiteit en de Hooge Overigheid met al het geene daar aan dependeerd, aan Hun Hoog Mogende en de Compagnie, voor zo verre dezelve het octrooy daar toe is gerechtigd.

Art. 7.

Ook zullen de Jooden genieten zodanige vryheid van conscientie met publique Excercitie, Sinagoge en Schoole, gelyk by hen lieden gebruikelyk is in de Stad van Amsterdam, volgens de Leere van hunne Ouderlingen, zonder eenige verhinderinge, zo in 't

[p. 96]origineel

District van deeze Colonie als in alle andere plaatsen van onze Domeinen, en dat met alle Exemptien en Vryheden die onze ingeboore Burgers genieten; want wy hen lieden voor zodanig houden, en de voorsz. Patroon, en zyne Medestanders zullen gehouden zyn te conserveeren de voorsz. vryheid van conscientie, onder alle hunne Coloniers, van wat Natie dezelve zouden mogen zyn, en dat met de exercitie en de publique oefeningen van de Gereformeerde Religie, als alhier te Landen is geschiedende.

Art. 8.

De Compagnie staat aan den voornoemde David Nassy en zyne Medestanders toe, vrydom van Tienden voor den tyd van twintig jaaren, van dewelke hy aan zyne Coloniers zal vermogen te geeven zo veel jaaren vrydom, als hem geraade dunken zal, als mede vrydom van Hoofdgeld en andere Schattingen, dewelke na de expiratie van de tien jaaren tot de twintig jaaren toe, zullen ontvangen worden, en gebruikt worden tot vervulling van de gemeene Lasten, opbouwing van gemeene Werken ofte Fortificatien aldaar, en zal, na de expiratie van de twintig jaaren, 't een en ander, zo Tiende als Hoofgeld, komen ten behoeve van de Compagnie.

Art. 9.

Iemand van deeze Coloniers, het zy door hem zelfs ofte iemand in hunnen dienst zynde, koomende te ontdekken eenige Mineraalen van Goud, Zilver of cristalle Gesteenten, Marmoren, Salpeter, ook Parelvisscheryen, van hoedaanige natuur dezelve zoude mogen weezen, zullen zy die als eigen voor hen mogen bezit-

[p. 97]origineel

ten ende behouwen, zonder daar van eenige Lasten of Recognitien te betaalen binnen den tyd van tien jaaren, maar naar verloop van dezelve tien jaaren, zullen zy gehouden zyn een tiende part aan de Compagnie te betaalen van het geene daar van zal komen te procedeeren.

Art. 10.

De Coloniers in 't generaal, zullen voor den tyd van tien achter een volgende jaaren, ook vry zyn van des Compagnies gerechtigheid van al zodaanige goederen, als ten dienste van de Landbouw, het bearbeiden van Mineraalen, 's Menschen onderhoudt, opbouwing van Huizen, Logien, Vischscheryen en diergelyke zaaken van nooden zyn, en van hier derwaards zullen gebragt worden.

Art. 11.

Gelyk deeze ook voor den tyd van vyf jaaren zullen vry zyn van 's Compagnies gerechtigheid, van Gommen, Verwen, Balsemen, Gewassen en andere waaren, geene uitgezonderd, die in haare Colonie vallen en door haar industrie gevonden, uitgemerkt en hier te Landen gebragt zullen worden, en zullen naar dien tyd daar van aan de Compagnie niet meer betaalen voor recognitie, als by andere worden betaald die daar omtrent gelegen zyn daar de Compagnie possessie heeft.

Art. 12.

De Coloniers zullen met haare eigene, gehuurde,

[p. 98]origineel

bevrachte ofte wel der Compagnies Schepen, indien eenige by geval daar mogten komen, vermogen haare goederen alhier te Landen te transporteeren, en zullen gehouden zyn haare Equipagie naar de voorsz. Colonie ook alhier te landen, ter plaatsen daar eenige Kameren zyn, te doen, en ten dien einde dat voor zy beginnen te laaden, ten Comptoire aangeeven de groote, monteeringe en bemanninge van haare Schepen, ook ligten een behoorlyke commissie van de Compagnie, volgens en in conformiteit van het gebruik van de Compagnie, en gelyk by alle anderen, vaarende in de Limiten van des Compagnies Octroy, werd gedaan; word mede toegestaan aan een ieder aldaar zodanig Vaartuig tot haar gebruik te houden als zy lieden zullen goed dunken.

Art. 13.

De Coloniers zullen vermogen, zo de gelegenheid van de Colonie zulks mogte toestaan, aldaar op te richten allerhande Vischeryen, zo van gedroogde als gezouten Visch, en zelve voor den tyd van twintig jaaren, vermogen te brengen in de West-Indische Eilanden van den Staat en elders, des dat zylieden niet en zullen vermogen van daar onder dat deksel weg te voeren eenige Mineraalen, Gewassen en wat zulks ook zoude mogen weezen, op poene indien contrarie bevonden word, dat de Verzenders derzelve, ten behoeven van de Compagnie zullen verbeuren de waarde van al dien, behalven dat de goederen, zo die achterhaald en gevonden worden, ook verbeurd zullen zyn, ten behoeven als vooren.

Art. 14.

De Compagnie zal in de voorsz. Colonie stellen een

[p. 99]origineel

Schout om de Justitie en Politie aldaar waar te neemen, mids dat de Colonie zodanig zynde, dat in dezelve particuliere Raaden of Rechters zouden dienen gesteld te worden, dat als dan de Patroon of Patroonen verdubbeld getal uit de bekwaamste Persoonen die in de Colonie woonen, zynde Nederlandsche Christenen en van de waare Gereformeerde Religie; zullen vermogen te nomineeren, op dat de Schout, ofte wel den geene daar aan de Compagnie 't oppercommando zal hebben gedefereerd, daar uit de plaats mag stellen.

Art. 15.

Alle zaaken, verschillen en delicten zullen by de voorsz. Rechters worden getermineerd en de Vonnissen geëxecuteerd, behoudelyk nogthans dat zodaanige Vonnissen kwamen te excedeeren de somme van vyf hondert Guldens; dat van de gemelde gerechten zal mogen werden geappelleerd aan zodaanige Collegien, als daar te Landen tot het oppergezag door Hun Hoog Mogenden en de Compagnie zullen werden gecommiteerd.

Art. 16.

En zullen de voornoemde Coloniers omtrent den Handel der Slaaven, voor zo veel zy zullen van nooden hebben voor haare Colonie, zulke en zodanige vryheden genieten, als na deezen door de Vergadering van Negentienen, op 't zelve vaarwater zal worden beraamd tot accomodatie van dezelve, en altyd niet minder worden getaxeerd, als de Coloniers, sorteerende onder de Colonie van de Kamer Zeeland onder Essequebo.

[p. 100]origineel

Art. 17.

Zullen zylieden ook door de Compagnie verzorgt worden met zodaanig getal slaaven als aldaar successivelyk zullen van nooden weezen, op order en reglement by de Vergadering der Negentienen gemaakt ofte nog te maaken; doch de Slaaven, die by de Coloniers in Zee zouden mogen verovert werden, zullen dezelve gebragt worden in deeze Colonie, ter vrydom van dien, te mogen vervoeren ter plaatsen daar 't haar gelieven zal, mids betaalende voor tol aan de Compagnie tien guldens per Slaaf, met dat beding, dat de vierde part van de veroverde Slaaven aldaar aan Land zullen moeten verblyven, tot behoef van de Colonie of de wilde Kust.

Art. 18.

De Compagnie zal vermogen, na de expiratie van de eerste tien jaaren, aldaar te houden, of te stellen een Ontvanger van de Compagnies gerechtigheden, welke de Opperhoofden van de Colonie en die van de Gerechten aldaar, gehouden zullen zyn de behulpelyke hand te bieden en maintineeren in het vorderen van des Compagnies gerechtigheden.

Aldus gedaan en gearresteerd by de Bewindhebberen van de Kamer Amsterdam, op den 12 September 1659.

No II.
Generaale privilegien, Tit. I.

Alzoo de Politie medebrengt tot augmentatie van een nieuwe Colonie te animeeren, ieder en zoodanige Persoonen van wat Natie ofte Religie zy moogen zyn, die met de Erven van Engeland in verband zyn, dezelve aan te lokken, om onder ons te willen woonen en

[p. 101]origineel

trafiqueeren, en alzoo wy bevonden hebben dat de Hebraische Natie, Rede te vooren alhier resideerende, zoo wel met haare persoonen als met haare goederen in benefitie van deeze Colonie zyn geweest, en verder de voorn. Natie te animeeren tot continuatie van de voorn. Wooninge en Traficque alhier; zoo is 't dat wy goed gevonden hebben, met authoriteit van den Gouverneur en zynen Raaden assemblé een acte te continueeren als volgt.

Dat ieder en alle Persoonen van de Hebreeuwsche Natie tegenwoordig hier resideerende, en die in toekoomende hier in zullen koomen resideeren, te trafiqueeren onder ons, ofte onder de Districkten en Limiten van deeze Colonie zullen genieten, en jouisseeren alle de Privilegien en Vryheden der Burgers en inwoonders van deeze Colonie vergunt, als of zy Engelschen gebooren waaren, zoo wel zy als haare Erfgenaamen in diervoegen zullen haare goederen genieten, zoo roerende als onroerende. Werd ook verklaart, dat zy niet en zullen moogen werden gedwongen te komen tot Exercitie van eenige publicque Bedieningen in deeze Colonie, ontfangende haar en haare goederen, zoo present als toekoomende, die zy nu bezitten ofte hier namaals zullen bezitten, ofte alhier zullen gebragt worden, van wat ryk 't ook zoude moogen weezen, onder ons Gouvernements protectie en defensie: noch vergunnen wy hen, zoo wel in 't generaal als in spetiaal, dezelve Privilegien en Vryheden, zoo wy zelve zyn genietende, 't zy Wetten, Acten en Costumen, zoo wel concerneerende onze Persoonen als onze Landen en Goederen, beloovende verzekerende haar daar niet van alle 't geene zy bezitten ofte zullen bezitten, haar zal afgenoomen ofte ontvreemt worden, van wat qualiteit 't ook zy, door ons ofte door eenige Persoonen ons berustende, maar ter contrarie zullen vry zyn om te mogen planten en

[p. 102]origineel

trafiqueeren, en alles wat haar goed zal dunken tot haar beste profyt, onder conditie dat zy zullen onzen Souveraine Koning van Engeland trouwe Vasals zyn, observeerende de orders door hem gesteld, en die in toekoomende zullen gesteld worden; wel te verstaan, dat 'er geen zullen weezen, die 't voorgaande contrarie zullen zyn. Ook werd haar vergunt en geconsenteerd vry en libre exercitie van haare Religie, Ceremonien en Costumen, in de breedste manieren als zoude kunnen weezen, volgens haar gebruik, midsgaders 't gebruik van haare Testamenten en Huwelyken alle observeerende op haare maniere, insgelyke haare trouwbrieven zullen valideeren, zynde gemaakt volgens haare Costumen, verder word verklaard, dat zy niet zullen verhindert worden in haare Sabbathen en Feestdagen; zullende die geene die haar daar in tribuleeren, geconsidereerd en gestraft worden als perturbateurs van de gemeene vreede. Dat zy niet en zullen gehouden zyn te compareeren op de voorschr. daage op de Court ofte Magistraat, en dat de Citatie op der tyden gedaan, zal zyn nul en van geener waarden, dat haar ook niet en zal praejudicieren 't weigeren van eenige betaalinge, die haar op dusdaanige daagen zal werden gepresenteerd, en dierhalven in 't minste haar regt verminderen: haar werd ook vergunt en geconfirmeert genut van tien akkers Land op Thoxarica, om daar op te bouwen Huizen van Godsdienst en Leerschoolen, als ook begraavinge van haare dooden; ook zullen zy niet gedwongen worden tot publicque Exercitien, stellende een Persoon in haare plaats, uitgezonderd in cas van Vyand, in welke geleegendheid zy meede zullen compareeren als anderen; werd haar geconsenteerd, dat zy onder haar moogen pleiten en uitspraake geeven, in cas van questie, door de Gedeputeerde van de Natie tot de somma van tien duizend ponden Suiker, waar op den Rechter in den tyd Executie zal verleenen op

[p. 103]origineel

de Sententie by de Gedeputeerde gepronuntieerd, waar van 't Register en Prothocolboeken zullen houden volgens Costumen; ende in cas van Eed zal de Magistraat zich gedraagen volgens de Costumen van de Natie onder haar gebruikelyk, 't welk in alle zaaken, van wat qualiteit die zouden moogen weezen, vigeur en kracht als een Wettelyken Eed zal hebben, niettegenstaande eenige Acte zoude moogen weezen ter contrarie: ter kennisse van allen deezen, hebbe door ordre van Gouverneur, zynen Raad en Assemblé, ondertekend op den 17 Augusty 1665.

 

(onder stond)

 

JAN PARY, Secretaris.

No. III.

Op huyden den derden December 1700, compareerde voor my Steven Pelgrom, Notaris Public by de Hove van Holland geadmitteerd, binnen Amsterdam resideerende, en de naargenoemde Getuigen, de Heer Samuel Nassy, Koopman, sedert eenige jaaren herwaards gewoond hebbende in de Colonie van Suriname, tegenwoordig hier ter Steede, my Notaris bekend; ende heeft in zyn conscientie, ten verzoeke van de Edele Achtbaare Heeren Direkteuren van de Geoct. Societeit van Suriname, geattesteerd, getuicht ende verklaart, waar ende waarachtig te zyn, dat hy Attestant in of omtrent den Jaare 1664 persoonlyk is geweest in Cajana, als wanneer Monsieur Noël, wegens de Franschen, aan de Rivier van Sinamary een Fortresse heeft gaan bouwen, in dewelke de Franschen, onder deszelfs commando aldaar guarnisoen hebben doen houden, tot dat de gemelde Fortresse naderhand in den Jaare 1665 of 1666 (zonder den precisen tyd

[p. 104]origineel

onthouden te hebben) door de Engelschen is genomen geweest, alvorens dat de Colonie van Suriname door de Provintie van Zeeland van de Engelschen was hernomen.

Voorts verklaarde hy Attestant, na zyn beste geheugenis zeer wel te weeten, dat in de maand November 1668, als wanneer de Colonie van Suriname, by ofte van wegens de Edele Mogende Heeren Staaten van Zeeland is gepossideerd geweest, in Suriname voorschr. gekomen is den Heer Anthony le Febure, Heere de la Bare, Raad van zyn Koninglyke Majesteit van Vrankryk in alle zyne Raaden, mitsgaders Lieutenant Generaal van zyne wapenen in America, en dat hy Attestant als doen terzelver tyd aldaar mede present is geweest, als wanneer den gemelden Lieutenant Generaal gehandeld en getracteerd heeft met den Heer Abraham Crynssen, Commandeur over de gemelde Colonie van Suriname, van wegens de Provintie van Zeeland over het subject van de Limietscheidinge, tusschen Cajana en Suriname voorsz., ende dat dezelve doenmaals als noch waaren overeengekoomen en geaccordeerd, dat de voorsz. Rivier van Sinamary, zoude strekken tot scheidinge van de Limiten tusschen de Franschen van Cajana ende de gemelde Colonie van Suriname, ende dat zulks wederzyds tot een vast fundament zoude werden gehouden.

Gevende voor redenen van wetenschap en waarheid dat hy Attestant als geduurende den tyd van over zeeven-en-twintig jaaren zyn verblyf in Suriname gehad hebbende, by het maaken van het voorsz. accoort zelfs present is geweest, en doenmaals heeft zien sluiten, ende op dezelve tyd zyn Attestants Broeder Joseph Nassy, in qualiteit als Commandeur, volgens commissie van gemelde Heer Crynssen, uit krachte van de voorsz. gemaakte Limietscheidinge, wegens welge. melde Ed. Mog. Heeren Staaten van Zeeland onge-

[p. 105]origineel

molesteerd is gebleeven in de possessie en het commando van de Riviere Eracubo en Cannaame, gehoorende onder het district van Suriname, als weezende de uiterste Rivieren aan deeze zyde van Sinamary, ende overzulks 't geene voorsz. zeer wel weet, als het zelve bygewoond, gezien en ondervonden hebbende, respectivelyk presenteerende derhalven dezen des nood ende verzocht zynde ten allen tyde nader te sterken; dat aldus passeerde binnen Amsterdam, ter presentie van Pieter van Haps en Coenraad van Esterwegen, als getuigen hier toe verzocht; (was get.) Samuel Nassy, P. van Haps en K. van Esterwegen.

De voorstaande Copy gecollationeerd zynde tegens 't origineel, berustende ter Secretary der Stad onder de minuten van wylen den Notaris Stephanus Pelgrom, is bevonden daar mede te accordeeren, den 5den July 1769. By my ondergeschreeven Secretaris der voornoemde Stad.

 

(getekend)

 

J.H. de HUYBERT.

[p. 106]origineel

No. IV.

EXTRACT uit de Artikulen aan de Inwoonders van Suriname geconsenteerd, door den Capt. Commandeur Abraham Crynssen, by de verovering van 't Kasteel Zelandia op de Engelsche, gearresteerd den 6 May 1667, en door de Ed. Mog. Heeren Staaten van Zeeland, op den 30 April geapprobeert.

Art. 3.

Dat alle Persoonen, wie die ook zouden moogen weezen, en van wat Natie die ook zouden moogen zyn, 't zy Engelsche, Jooden, enz. die tegenswoordig met haar lyf en familie in Suriname woonende, middelen, Landen en Goederen, van wat aart of specie die ook moogen weezen, dezelve absolutelyk voor haar gereserveerd houden, en geconfirmeerd, voor haar en haare Ersgenaamen, om die voor altyd te bezitten, te genieten ende te erven, zonder de minste tegenstellingen, molestatie ofte verhinderingen, en dat integendeel, alle die geene die hier in Suriname niet en woonen, maar nochtans Goederen daar in hebben, niettegenstaande zy alhier Persoonen hebben, die haare Persoonen en Familien repraesenteeren, absolutelyk buiten deeze Art. uitgeslooten zyn, ende van alle haare Goederen, van wat aart ofte specie die mogte weezen, van deeze uur af aan, de Ed. Mog. Heeren Staaten geconsisqueerd zyn.

[p. 107]origineel

Art. 4.

Dat alle tegenswoordige Inwoonders, van wat Natie die zouden moogen weezen, zullen hebben ende genieten, alle gelyke Privilegien, als de Nederlanders, die met haar zullen cohabiteeren.

 

Geëxtraheert uit de origineele Acte van approbatie der Ed. Mog. Heeren Staaten van Zeeland, ter Secretarie van Suriname berustende.

No. V.

Aan den Wel Ed. Gestr. Heer Philippe Julius Lichtenberg, Souverain van Provintie, Rivieren en Districten van Suriname.

 

Vertoonen met behoorlyke Eerbiedigheid, de Joodsche Natie, resideerende alhier in Suriname, hoe dat wy ten tyden van de Engelsche Regeering, by een spetiaale Acte aan ons gegeeven, en vergunt by den Heer Gouverneur, zynen Raad en Assemblé, den 17 Augustus 1665 gejouisseerd hebben zonder eenige hindering van zeekere Privilegie, breeder in de Acte gementioneerd, en hier onder gespecificeerd, waar door wy in onze persoonen en goederen onder het voorn. Gouvernement altyd gerustelyk hebben geleeft, zonder de minste infractie van dezelve, en alzoo wy tot noch toe, door de menigvuldige troubles, die in twee jaaren herwaards zyn hier geweest, geen gelee-

[p. 108]origineel

gendheid gehad hebben om 't zelve aan den Gouverneur in den tyd te kunnen remonstreeren, en daaglyks door brieven uit verscheide quartieren van veele van onze Natie, die genegen zyn om zich hier te komen nederzetten, verzogt worden om onze staat alhier, en hoe wy alhier getracteert worden, haar bekend te maaken, en gaarne voor ons en onze Naakomelingen, voor onze persoonen en onze goederen, en voorts andere gunstige Privilegien, die wy zoo wel van de Ed. Mog. Heeren Staaten van Zeeland, als voor deezen van de Engelsche Regeering, te gemoet zien, van by een speciaale Acte van Haar Ed. Mog zoude verzekert worden; zoo is 't dat wy by deezen UEd. Gestr. oormoediglyk zyn verzoekende, deeze onze remonstratie van de ..... en eenige kleine Poincten meer, tendeerende tot niemands praejudicie, maar alleenlyk tot maintenue van vreede en ruste, onder onze ootmoedige consideratie te trekken, en dezelve door UEd. Gestr. favorable intercessien aan Haar Ed. Mogende voor te draagen in een Uts. dies aangaande met hand en zegel bevestigd, uit werken; en ondertusschen dat wy 't zelve van Haar Ed. Mog. te gemoet zien, ons provisioneelyk met een favorabele appostille onder UEd. Hand en Zegel tot jouissement van voorn. Privilegien, hier onder gespecificeerd te beneficieren: dit doende blyven wy thans met alle yver en geneegenheid, gelyk wy schuldig zyn, Haar Ed. Mog. gehoorzaame Onderdaanen en UEd. Gestr. Onderdaanige Dienaaren.

 

COPIE van de ACTE, Zie No. II.

 

Poincten die wy meede verzoeken.

 

1. Dit alle Kerkelyke Zaaken, die door de Persoonen onder haar gekoozen, tot conservatie van de

[p. 109]origineel

eenigheid onder haar, zullen worden geordonneerd zullen kragtig weezen, en by manquement van obedientie aan den Gouverneur, aangeklaagt zynde, ter Executie zullen gesteld worden.

2. In cas dat kwam te gebeuren, dat onder haar eenige persoon ofte persoonen turbeeren en van een kwaad leeven werde gevonden, waar uit te vreezen zoude staan, dat 't avond ofte morgen in de handen van de Justitie zoude raaken, ende alzoo een schandaal aan de Natie zoude toebrengen, dat in zoodanigen cas den Gouverneur dezelve persoon ofte persoonen door de Gedeputeerde van de Natie aan hem Gouverneur aangeklaagt zynde, met suffifante reedenen, geen difficulteit zal maaken tot voorkooming van een schandaal voor de Natie, om dezelve persoon ofte persoonen uit de Colonie te doen vertrekken.

3. In cas eenige van de Natie hier zig koomen ter neder zetten, die misschien of door de inquisitie ofte anderzints, haare goederen zyn verbeurd verklaard, daar door in schult zyn geraakt, dat dezelve niet plotselings zullen overvallen worden, maar door de Justitie gemakkelyk, volgens de Costumen, in alle Colonien, alleen zullen geobligeerd worden, dan en dan wat te betaalen, op dat alzoo subsisteeren moogen.

4. Dat ons mag gepermitteerd zyn op Zondag, op welke wy, als ook onze Neegers vermoogen te werken, de Privilegien moogen hebben om malkanderen te bezoeken, en dat de Maarschalk ten dien einde ons rencontreerende, op de Rivier met nier anders als met onze persoonen en goederen daar in, welke presumptie van werk zoude moogen geeven, gelaaden vindende, gehouden zal zyn ons ongemolesteerd te laaten passeeren en repasseeren.

5. Dat alle 't booven gementioneerde, ter goeder

[p. 110]origineel

trouwe aan de Natie mag geconfirmeerd worden, en in toekomende, indien mogte koomen te vervallen, tot voordeel en benefitie van de Natie, 't zelve behoorlyk en met fundament verzogt zynde, mag vergunt worden, (was ondertekent) David Nassy, Isaack Pareyra, Isaack Arrias, Henrique de Caseres, Raphael Aboab, Samuel Nassy, Isaac R. de Prado, Aron de Silva, Alans d' Fonseca, Isaak Mezo, Daniel Messiach, Jacob Nunes, Isaac Gabay Cid, Isaak da Costa, Isaac Drago, Bento da Costa.

Gezien hebbende het Request van de Joodsche Natie, zoo is 't dat ik provisioneelyk aan haar by deezen in 't joussement van 't geene zy daar in verzoeken accordeere, zullende met de eerste geleegendheid, zoo veel in myn is, omtrent Haar Ed. Mog. trachten een Acte met haar handen en Zegel bevestigt, voor haar dies aangaande te werken, op dat alzoo in deezen verzekert zyn.

Actum Paramaribo den 1 October 1669, (was getekend) F. Lichtenberg, daar neevens zyn zegel (laager stond) accordeert naar Collatie met zyn authenticque Copie aan my geëxhibeerd en geregistreerd den 28 May 1734. dat ik getuige.

 

(was getekend)

 

ABRAHAM BOLS, Secretaris.

[p. 111]origineel

No. VI.

EXTRACT uit de Missive door de Heeren Directeuren van de Ed. Geoctr. Societeit der Provintie van Suriname gesz, aan Zyn Excellentie den Heer van Sommelsdyk, Gouverneur van de voorsz. Provintie, in dato den 10 December 1685.

 

Voorts naargezien en geëxamineerd hebbende den Requeste en verder bescheide van de Joodsche Natie te lande toegezonden by Missive van den 20 May deezes jaars, raakende verzoek omtrent de continuatie van zoodanige Privilegien en Vryheden als dezelve aldaar, zoo onder het Gouvernement van de Engelsche als anderzints, van tyd tot tyd successivelyk hebben geacquireerd, zoo hebben wy in consideratie, dat dezelve Privilegien niet en zyn strekkende tot nadeel ofte veragteringe van de Colonie, nogte ook geenige praejuditie aanbrengen, voor die geene dewelke zich derwaarts koomen te begeeven, goed gevonden U Hoog Ed. by deezen aan te schryven, die van de Joodsche Natie in Suriname voorsz. by dezelve haare voor deezen geacquireerde Privilegien, te maintineeren, in gelyke voegen zoo als voorheenen daar te Lande gebruikelyk is geweest, en henlieden daar van kennisse te doen geeven. Accordeert met voorsz. Extract dat ik getuige (en get.) A. de Graaf. Geregistreert den 30 November 1701 (laager stond) accordeert met de registratie ter Secretarie alhier in 't Prothocol No. 37. Fo. 148 verso, dat ik getuige (en get.) N. Strauch, Secretaris.

[p. 112]origineel

No. VII.

EXTRACT uit den Brief van de Heeren Directeuren van de Ed. Geoctr. Societeit van Suriname, geschr. aan Zyn Excellentie den Heere van Sommelsdyk, van dato 9 Aug. 1686.

 

Voorts onze gedagten nader hebbende laaten gaan, op UEd. Hoog Ed. Consideratien, aanbelangende 't te doene bevel aan die van de Joodsche Natie, omtrent 't vieren van den dag des Heeren zoo als hier te Lande gebruikelyk is, hebben niet kunnen vinden dien aanbelangende eenige de minste veranderinge te maaken, maar ter contrarie, als noch te persisteeren by onze aanschryven den 10 December laastleeden op dat subject gedaan, als hebbende daar omtrent niet geprocedeert zonder behoorlyke reflectie, maar naar ryp overleg der zaaken; zullende derhalven die voorzieninge dienen te worden gedaan, dat dezelve aldaar op den dag des Heeren leeven, zoo als men hier te Lande gewoon is te doen, zonder eenige ergernisse ofte schandaal aan ons Volk te geeven, (onderstond) accordeert met de voorsz. Missive, voor zoo verre 't geëxtraheerde aangaat, dat ik getuige (en get.) A. de Graaf.

[p. 113]origineel

No. VIII.

EXTRACT uit de Notulen van de Resolutien, genoomen by de Heeren Gouverneur en de Raaden van Politie van Suriname.

Vrydag den 6 May 1695.

Nademaal geremarcqueerd werd dat de Regenten van de Joodsche Kerk haar Titulen Regenten van de Joodsche Natie, en zy ook zoo by misstellinge in de Notulen zyn genoemd, zoo is naar voorgaande deliberatie goed gevonden en verstaan 't zelve te herroepen, en haar niet verder te qualificeeren als Regenten van de Kerk of Sinagogue, 't welk haar zal werden bekend gemaakt, omme te dienen tot haar gouverno.

No. IX.

EXTRACT uit de Notulen van de Resolutien, genoomen by de Ed. Heeren Gouverneur en Raaden van Politie van Suriname.

Woensdag den 3 Juny 1693.

Is ter Vergadering geleezen de Requeste van Emanuel Baron de Belmonte en Samuel C. Nassy, als geauthoriseerd van de gantsche Natie deezer Provintie, gepresenteerd aan de Heeren Directeuren van de Societeit deezer Provintie van dato den 19 Maart 1695,

[p. 114]origineel

inhoudende klagten over het strikt vieren en observeeren van den Zondag, waar door zy voorgeeven merkelyk benadeeld te zyn omtrent haare Privilegien, waar over gedelibereert en bevonden zynde dat voorsz. Placaat is specteerende tot alle de Ingezetenen deezer Colonie in 't generaal, zonder intentie om de Joodsche Natie daar omtrent particulierlyk te benadeelen, is goed gevonden en verstaan, den Heer Raad - Fiscaal aan te zeggen 't voorsz. Placaat omtrent de Natie niet als met circumspectie, en in cas dezelve publicque ergernisse kwame te geeven, waar te neemen.

No. X. 1o. Io.

EXTRACT uit het Register der Notulen en Resolutien van den Hove van Politie en crimineele Justitie der Colonie Suriname.

Dingsdag den 10 Maart 1750.

Mozes Naar, Capitein Luitenant der Compagnie Bürgëren van de Portugeesche Joodsche Natie, en als in die qualiteit commandeerent Officier van de uitgezondene commando naar Canavinika, om de slaaven van wylen de Heer Thomas te vervolgen, op zyn verzoek binnen gestaan, heeft aan den Hove mondeling rapport gedaan wegens dezelve zyne commando, en dat door denzelven waaren gevangen of agterhaald 37 stuks Neegers en Negerinnen, zoo groot als klein, dat dezelve reeds hier waaren aangebragt, en door hem de noodige ordres waaren gesteld, om op de overige van dag tot dag te patrouilleeren en wagt te

[p. 115]origineel

houden, dezelve, als bezet zynde in de Swampe, niet wel kunnen ontkomen, dat hy ook onderricht was, dat na dien tyd nog 20 stuks op differente Plantagien in Casseneka geleegen, waaren gevangen of geschooten, enz.

Alle het welke gehoord, is het gem rapport voor notificatie aangenoomen, en dezelve Capitein Luitenant Moses Naar, door den Heer Gouverneur, uit naame van deezen Hove bedankt, voor deszelfs betoonde yver, vigilantie en goede dienst in deeze expeditie ten voordeele van den Lande gedaan.

No. X. 2o. Io.

EXTRACT uit 't Register der Notulen en Resolutien van den Hove van Politie en Crimineele Justitie der Colonie van Suriname.

Woensdag den 11 Maart 1740.

By resumptie der Notulen van gisteren, by den Hove in consideratie genoomen, dat by Resolutie van den 4den deezer, aan eenige Opperofficieren van de commando's tegens de Wegloopers, zoo in Saramacka, onder commando van den Capitein Luitenant der Militie C.O. Creutz, als die tegens de Negers van wylen den Heer A. Thomas, voor haar aangewende devoir en goede officie, een present uit de Cassa der Wegloopers is toegelegt, is goed gevonden de overige Opperofficieren, zoo van de Commando agter Paramaribo, als die op de Slaaven van A. Thomas zyn geweest, meede uit gem. Cassa voor haare gedaane

[p. 116]origineel

devoiren toe te leggen een praemie, als aan den Vaandraager der Militie Hensel, enz.

Den Luitenant der Burgery van beneeden Commewyne, Gabriel de Lasatte, enz.

En laastelyk den Capitein Luitenant der Burgery van de Portugeesche Joodsche Natie, Moses Naar, mede een gelyke Koffiekan, ter waarde van circa ƒ150 guldens Hollandsch, en dat op de twee laatste ter gedachtenis het Wapen deezer Colonie zal werden gegraveerd.

No. XI.

EXTRACT uit den Brief van de Edele Groot Achtbaare Heeren Directeuren van de Edele Geoctroyeerde Societeit van Suriname, geschreeven aan Zyn Excellentie den Heer Gouverneur Mr. J.J. Mauritius, dato 6 July 1747.

 

Ter zelver tyd is ons ook ter hand gekoomen een Missive van de Gedeputeerden der Portugeesche Joodsche Natie, mitsgaders van de oude Regenten der Synagogue in Suriname, geschreeven van Paramaribo, in dato den 2 February deezes jaars, houdende relaas van haare behandelingen met Carrilho, en verzoek om verder by haar Privilegien te werden gemaintineert.

Wy hebben goed geacht UEd. daar van kennisse te geeven, en teffens aan te schryven, dat UEd. aan dezelve Gedeputeerden der Portugeesche Joodsche Natie, enz. zal gelieven kennisse te geeven, dat wy voldaan zyn over haar conduites en gedrag ten deezen

[p. 117]origineel

gehouden, en dat UEd. ordre heeft bekoomen, gelyk wy UEd. dezelve geeven mits deezen, om dezelve Natie by haar wel verkreege Privilegien te mainteneeren.

No. XII.

Verzoekpunten, aan de Edele Mogende Heeren Commissarissen van Zyne Doorluchtige Hoogheid den Prince Erfstadhouder, overgeleverd door de ondergeteekende Planters en Ingezetenen in de Colonie van Suriname, waar op by eene ootmoedige Request, door dezelve Ondergeteekende het noodige Redres verzocht is geworden.+

Verzoekpointen.

Art. 12.

Dat de Jooden hier te Lande mogen werden verstaan geen betrekking te hebben in 't formeeren van nominatie der Raaden van Policie, steunende deeze zeer eerbiedige beede op de volgende reedenen.+

[p. 118]origineel

Ten 1sten, om dat onder geen Christen Mogendheeden toegelaaten of geduld word dat Jooden In Regeeringzaaken zich mogen inlaaten, laat staan tot een nominatie van Raaden en Rechters; noch minder van onder haar Rechtbanken te moogen oprechten, een Acte van judicatuure, 't geen hier (tot groote verwarringen en disputen onder die Natie) geschied, en dat op praetense Privilegien, die nooit door den Souverain (aan wien, onder correctie, alleen competeerd dergelyke te verleenen) maar alleen door de Societeit zyn geapprobeerd, schoon evenwel uit de gansche collectie van hunne praetense Privilegien, dergelyke niet gevonden word.

Ten 2den, zy bieden hunne stemmen aan den Gouverneur, of dezelve worden hun door beloften of dreigementen afgeperst, 't geen verscheidemaalen opentlyk, en vooral onder dit Gouvernement, gebleeken is, en is ook een der voornaamste oorzaaken van

[p. 119]origineel

de tweespalt en haat onder die Natie.

En ten 3den, wanneer 'er een nominatie van Raaden moet geschieden, werd hunne Gemeente door haare praetense Regenten als gedwongen om af te komen aan Paramaribo, zynde de Hoofdplaats, onder dewelke Gemeente zich bevinden veele schaamele, fugitive en banqueroutiers, die drie dagen voor en drie dagen na de nominatie, haar Siberien mogen verlaaten, en komen jouisfeeren van zeker praetens Recht, onder welke tyd zy van alle vervolging, dagvaarding, exploicten, executien, apprehensien, gyzeling, enz. bevryd zyn, welke vryheid om geene andere reden word vergund, dan om meester van de stemmen te weezen.

Art. 23.

Dat niemand ter Secretarye tot Klerken moogen werden aangenoomen onder de vyf en twintig jaaren+

[p. 120]origineel

en tot Copiïsten niet onder de twintig jaaren, alzo de jongens, die thans geëmployeerd worden, meer om het speelen denken, dan om hun pligt.

Item, dat geen Jooden geëmployeerd mogen worden ter Secretarye, het zy om te copiëeren, het zy om boodschappen te doen.

Art. 43.

Dat altoos alle lucrative Ampten en Officien door de persoonen zelve moeten waargenoomen en bediend worden, maar niet gelyk nu het Secretariaat van de Weeskamer, dat thans door een Jood word bediend, en het keuren van het Beestiaal door een anderen mede waargenomen werd, zynde Hinckeldy en Philip Eekhart, Directeuren by den Heer Gouverneur, en dus zelfs niet kunnen vaceeren tot de Ampten daar mede zy gebeneficeerd zyn; de Supplianten laaten over ter consideratie van UEd. Mog. of het niet goed+

[p. 121]origineel

zoude zyn, dat de Keurmeester van 't Beestiaal en de Officier van 's Lands grond, onder de subordinatie van de Gemeene Weide werden gesteld.

No. XIII.

Missive van Haare Koninglyke Hoogheid, Mevrouwe de Princesse Anne, Douariere wylen Zyn Doorlugtige Hoogheid den Heere Prince van Orange en Nassau, enz. enz. enz. geschreeven aan de Parnassims+ der Portugeesche Joodsche Natie in Suriname, in dato 27 May 1754.

 

Erentfeste Discrete Lieve Byzondere!

 

Wanneer wy op den 20 July des voorleeden jaars, ons finaal rapport wegens de Surinaamsche zaaken, aan Haar Hoog Mog. hebben voorgedraagen, is 't ons onmoogelyk geweest daar by te voegen 't geen de Portugeesche Joodsche Natie in Suriname was concerneerende, alzo wy als doen nog niet bekomen hadden de papieren, stukken en bescheiden tot examinatie der geresene geschillen onder die Natie nodig.

Een gedeelte van die bescheiden ons sedert van verscheiden kanten toegekomen zynde, hebben wy

[p. 122]origineel

die geschillen doen nagaan en examineeren, daar over doende hooren eenige der voornaamste Leeden dier Natie, zig hier te lande bevindende, en wel, onder anderen, den persoon van Isack Nassy, zig qualificeerde gemagtigden van Parnassims en Gedeputeerden van de Portugeesche Joodsche Sinagogue en van veele voornaame Ingezetenen en Planters der Portugeesche Joodsche Natie in de Colonie van Suriname, van wegens den gemelde Isack Nassy, zyn aan ons ter hand gesteld verscheide poincten van verzoek tot herstelling van de rust en vreede in de Colonie van Suriname, onder die van de Portugeesche Joodsche Natie.

Wy hebben op die poincten doen inneemen 't advis van anderen, en wy hebben vervolgens met Gedeputeerden van de Societeit van Suriname doen overweegen en concerteeren, wat tot herstelling der rust en harmonie best by ons daar omtrent zoude kunnen worden in 't werk gesteld, na rype deliberatie hebben wy goed gevonden eenige dier verzoeken te approbeeren en toe te staan.

Wy hebben ingevolge wel op ons willen neemen voor deeze keer en zonder consequentie voor 't toekomende, de Electie van Parnassims en Penningmeester te doen, wy zenden UEd. onze Electie verzegelt en geq. No. 1.

Wy gelasten UEd. dezelve te openen op de eerstkomende dag als men gewoon is tot de Electie van nieuwe Parnassims en Penningmeester te treeden; vervolgens dezelve op de gewoone wyze te publiceeren, de daar in benoemde persoonen, in onze naam op 't allerserieuste te recommandeeren, om, met aftegginge van alle, partydigheid, haat en animositeit, alleen daar op bedagt te zyn om 't welzyn, de rust, vreede en harmonie der Natie te herstellen en te handhaaven, en vervolgens dezelve in qua-

[p. 123]origineel

liteit als Parnassims en Penningmeester te erkennen en na behooren te respecteeren.

Wy gelasten UEd. meede ten voorsz. daage en vervolgens van jaar tot jaar, te stellen en te constitueeren een der Joodsche Ingezetenen van Paramaribo, omme onder de benaaming van Parnassim, op zich te neemen, de directie over 't Gebedhuis aldaar, tot welke aanstellinge wy almeede de eerste Electie by ons gedaan aan UEd. toezenden verzegelt en geq. No. 2.

Wy ordonneeren UEd. den daar by geëligeerden en alle de in 't vervolg aldus aan te stellene Parnassen te doen jouisseeren van alle de honneurs aan die benaaminge geattacheerd, zonder dezelve nochthans de stein en oud Regentenschap in de Savane te accordeeren.

Wy ordonneeren en gelasten UEd wyders, den persoon van Isack Nassy, wanneer dezelve in Suriname zal zyn geretourneerd, aanstonds wederom te herstellen in zyn ampt als Adjudant-Gabay of Penningmeester en Adjudant-Cassier van de Kerk, op zodanigen voet, salaris en emolument, als hy die voor zyn vertrek uit de Colonie heeft gehad, en ten dien einde, de in dien post aangestelden persoon van Is. de Britto, daar van te licentieeren, ten eenemaal aan UEd. oordeel en discretie overlatende, of dezelve de Britto door zynen iever, vlyt en bekwaamheid in't waarneemen van 't gem. ampt, zich heeft waardig gemaakt daar omtrent eenigzints geremunereert te worden, in welken gevalle wy UEd. recommandeeren denzelfden met eene der eerstvaceerende lucrative posten, onder de Natie te begiftigen.

En dewyl wy, ingevolge onze uitspraake op 't 12 Art. der Verzoekpoincten, aan ons door verscheide Planters en Ingezetenen der Colonie van Suriname gedaan, als nog genegen zyn de Privilegien, van tyd tot tyd aan de Joodsche Natie in Suriname verleent, te doen examineeren, ten einde dezelve vervolgens aan Haar Hoog Mog. ter approbatie voor te draagen, or-

[p. 124]origineel

donneeren en gelasten wy UEd. alle dezelve Privilegien aan ons op 't spoedigste toe te zenden.

Wy verwagten dat UEd. alle onze voorsz. orders stiptelyk zult naakoomen en in 't werk stellen, ons van 't verrigte zult rapport doen, en allezints mede werken tot ons heilzaam oogmerk, de herstelling namentlyk der rust, vreede en harmonie onder de Joodsche Natie in Suriname. Waar mede

 

Erentfeste Discrete Lieve Byzondere!

 

Wy UEd. beveelen in Gods heilige protectie.

 

In 's Gravenhaage, den UEd. Goedwillige Vriendinne.

27 May 1754. (was get.)

 

ANNE.

 

Ter Ordonnantie van Haare Koninglyke Hoogheid

(get.)

 

J.J. de BACK.

No. XIV.

Erentfeste Discrete Lieve Byzondere!

 

Wanneer wy de geschillen onder de Portugeesche Joodsche Natie in Suriname, nopens hunne Ascamoth of Kerkelyke Institutien, sedert een geruimen tyd ontstaan, serieuselyk overwoogen hebben, en daar by nagegaan de differente Advisen en Berigten ons ten dien opzigte toegekomen, hebben wy goed gevonden tot herstelling der harmonie onder die natie, gem. Ascamoth te stellen in handen der Parnassims van de Portu-

[p. 125]origineel

geesche Joodsche Natie te Amsterdam, met aanschryvinge om dezelve te examineeren, en ons te dienen van hun advis, in hoe verre de voorsz. Ascamoth, overeenkomstig met het welzyn der Natie bevinden zouden.

Ingevolge hebben de gemelde Parnassims, in presentie van de Gevolmagtigden der hoofden van beide de geweezene Partyen, zich hier te lande thans nog bevindende, die Ascamoth naauwkeurig onderzogt, en daar inne, zoo veel mogelyk, met goedkeuringe van gemelde beide Gevolmagtigden, zodanige veranderingen gemaakt, als zy gemeend hebben te kunnen verstrekken tot onderhoud der rust, vreede en welzyn onder de Portugeesche Joodsche Natie in Suriname.

Wy zenden UEd. hier nevens die Ascamoth aldus verandert, wy approbeeren dezelve volkomentlyk, en ordonneeren UEd. dezelve stiptelyk naartekomen en te doen observeeren.

Waar mede

 

Erentfeste Discrete Lieve Byzondere!

 

Wy UEd. beveelen in Gods heilige protectie.

 

UEd. Goedwillige Vriendinne

(was getekend)

 

ANNE.

 

(onderstond)

Ter Ordonnantie van Haare

Koninglyke Hoogheid.

(en get.) J.J. de BACK.

In 's Gravenhage den

22 Aug. 1754.

('t Adres luid)

Erentfeste Discrete Lieve Byzondere!

De Parnassims der Portugeesche Joodsche Natie in Suriname.

[p. 126]origineel

No. XV.

EXTRACT uit het Register der Resolutien van de Hoog. Mog. Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden.

 

Jovis den 24 April 1755.

 

De Heer Raad Pensionaris, enz.

 

Dat Haare Koninglyke Hoogheid mede aanstonds na de genoome Resolutien van Haar Hoog. Mog. van den 20 July 1753 geëxamineerd heeft, het nog resteerende poinct, raakende de geschillen onder de Portugeesche Joodsche Natie in Suriname, welke bevoorens niet hadden kunnen worden geapplaneerd, de papieren stukken en bescheiden, daar toe relatif, aan Hoogstdezelven als doen nog niet zynde toegekomen.

Dat Haare Koninglyke Hoogheid daar omtrent eenige schikkingen heeft doen concerteeren met de Directeuren van de Societeit, mitsgaders met de Gevolmagtigden der Portugeesche Joodsche Natie in Suriname, zig hier te Lande bevindende, en daar door getragt heeft de rust en harmonie in de Colonie ten deezen opzigte meede te herstellen.

Dat Haare Koninglyke Hoogheid daar inne heeft gereviseerd, en ten dien einde op het verzoek van de Gevolmagtigden der Natie wel op zich heeft willen neemen voor deeze keer en zonder consequentie voor het toekomende, de Electie van Parnassims en Penningmeester te doen.

Dat ingevolge van dien, aan Hoogstdezelve door

[p. 127]origineel

de Gevolmagtigden van ieder partyen, Lysten zyn ter hand gesteld van onpartydigen en pacifique luiden onder de Natie, welke Lysten door beide partyen respective zynde geëxamineerd, Haare Koninglyke Hoogheid daar uit eene Electie heeft geformeerd.

Dat Hoogstdezelve meede op verzoek der gemelde Gevolmagtigden heeft geëligeerd een der Leden der Joodsche Natie te Paramaribo, om, onder de benaaminge van Parnas, zorge voor het Gebedehuis aldaar te draagen, met aanschryvinge aan de Parnassims in Suriname, om een diergelyke persoon voortaan van jaar tot jaar daartoe aan te stellen.

Dat wyders verscheide klagten zynde ingekomen nopens eenige defecten in de Ascamoth of Kerkelyke Constitutien, Haare Koninglyke Hoogheid een exemplaar daar van, Hoogstdezelve door de bovengemelde Gevolmagtigden ter hand gesteld, heeft toegezonden aan de Parnassims der Portugeesche Joodsche Natie te Amsterdam, met aanschryvinge om Hoogstdezelve te dienen van advis, welke van de voorsz. Institutien met de rust, de vreede en het welzyn der Joodsche Natie in Suriname waaren overeenkomende, en welke daar van devieerden, ten einde de laatstgemelde vernietigd wordende, alle verdere dissensien wegens dezelve in 't vervolg mogten komen te cesseeren.

Dat gemelde Parnassims, ingevolge van die aanschryvinge, de Ascamoth naauwkeurig hebbende onderzogt en de noodige correctien daar inne, zoo veel mogelyk, met goedkeuringe der bovengemelde Gevolmagtigden gemaakt, Haare Koninglyke Hoogheid dezelve volkomentlyk heeft goedgekeurd, en de Parnassims der Portugeesche Joodsche Natie in Suriname geordonneerd dezelve stiptelyk na te komen en te doen observeeren.

Dat Hoogstdezelve verscheide ordres en arrangementen heeft gemaakt, om alle brouilleries en oneenighe-

[p. 128]origineel

den, zelfs tusschen particuliere Persoonen dier Natie in het vervolg voor te komen.

Dat Haare Koninglyke Hoogheid van alle de voorverhaalde schikkingen kennisse gegeeven hebbende aan de Parnassims in Suriname, met ordre om ze ter executie te stellen, Hoogstdezelve sedert eenige dagen is toegekomen hunne rescriptie, in dato den 18 October 1754 daar nevens geëxhibeerd, waar na dezelve, na betuigingen hunner dankbaarheid, van haare verrichtingen hebben rapport gedaan, en aan Haare Koninglyke Hoogheid, op Hoogstderzelver requisitie, hebben toegezonden het recueil der Privilegien, van tyd tot tyd aan hunne Natie in Suriname verleend; welke Privilegien, ingevolge de uitspraak van Haare Koninglyke Hoogheid op het 12de Art. der bewuste Verzoekpoincten, door Haare Hoog Mog. op den 20 July 1753 geapprobeerd, nog moeste worden geëxamineerd.

Dat Haare Koninglyke Hoogheid, het gemelde Recueil gesteld hebbende in handen der Directeuren van de Societeit, hunne consideratien en advis daaromtrent verzogt en bekomen heeft.

Dat aan Hoogstdezelve vervolgens is voorgekomen, dat deeze Privilegien in diervoegen als daar nevens zyn geëxhibeerd door Haar Hoog Mog. tot meerder stabilieering der rust en vreede onder de Portugeesche Joodsche Natie in Suriname zouden kunnen werden geapprobeerd, met deeze weinige restrictien en veranderingen.

Dat, dewyl Haare Koninglyke Hoogheid bereids op den 22 Augustus 1754 heeft geapprobeerd de Ascamoth van wegens die van de Portugeesche Natie in Suriname, aan Hoogstdezelve gepresenteerd alle zodanige Ascamoths, als in dit Recueil der Privilegien zyn vervat, en aan de bereids geapprobeerde Ascamoth zouden mogen contrarieeren, niet anders geapprobeerd werden, als met de alteratien en modifikatien in de Ascamoth,

[p. 129]origineel

door Haar Koninglyke Hoogheid op den voorsz. 22 Augustus 1754 gemaakt en geinsereerd.

En dat met opzigte tot het Privilegie, het geen op pag. 7 en 99 van dit Recueil gevonden word, omme alk persoonen van een kwaad leeven en die een schandaal aan de Natie zouden kunnen toebrengen op aanklagte van de Gedeputeerden, uit de Colonie te doen vertrekken.

Haar Hoog. Mog. verstaan, dat dit Privilegie alleen betrekking zal hebben op arme, schamele en van elders fugitive Luiden, die geen etablissement in de Colonie hebbende, zig aldaar zouden willen nederzetten, maar dat ten aanzien van Colonisten die in Suriname gestabilieert en gegoed zyn, Haar Hoog Mog. ordonneeren en statueeren, dat van nu af aan de politicque instellinge, ingevolge de Privilegie, niet zal kunnen worden geëffectueerd, dan na gehouden deliberatie van de Gedeputeerden, mitsgaders van alle de Adjuncten of oude Parnassims der Natie, en niet zal kunen worden gedecerneerd, dan met twee derde der stemmen.

Dat wyders door de gemelde Parnassims by het toezenden der privilegien aan Haare Koninglyke Hoogheid, wederom twee nieuwe verzoeken in faveur der Natie gedaan zyn; het eerste om onverhinderd, langs Paramaribo, haare waaren aan de deuren der Ingezetenen te koop te mogen venten; het tweede, om te obtineeren een recommandatie en interdictie aan Gouverneur en Raaden der Colonie, van zig in geenervoegen te moeijen met zodanige zaaken der Natie, dewelke alleenig, volgens privilegien ter volle judicature met den aankleeven van dien, dependeeren van de Parnassims der Sinagogue of Gedeputeerden der Natie.

Dat Haare Koninglyke Hoogheid ten opzigte dier twee verzoeken gemeent heeft, dezelve te moeten ren-

[p. 130]origineel

voyeeren aan de Directeuren der Societeit, als ten deeze best geinformeerd zynde, met rekommandatie nogthans, om dezelve nuttig en redelyk vindende, daar inne de Joodsche Natie favorabel te willen zyn.

Dat vervolgens Haare Koninglyke Hoogheid verzoekt, dat Haare Hoog Mog. alle de door Hoogstdezelve, ten opzigte der Portugeesche Joodsche Natie, in Suriname gemaakte schikkingen, gelieven te approbeeren en te confirmeeren.

Waar op gedelibereerd zynde, hebben Haar Hoog. Mog. Hoogstged. Haare Koninglyke Hoogheid voor Hoogstderzelver onvermoeide iever en vigilantie, ten beste van de voorsz. Colonie en deszelfs Ingezetenen aangewend, bedankt, en is voorts goedgevonden en verstaan.

Ten derden, dat geapprobeerd zullen worden, zoo als geapprobeerd worden mits deezen, alle de schikkingen by hoogstged. Haare Koninglyke Hoogheid, tot herstellinge der rust, vreede en harmonie, onder de Portugeesche Joodsche Natie in Suriname gemaakt en hier boven gespecificeerd.

Ten vierden dat insgelyks geapprobeerd zal worden, zoo als geapprobeerd word mits deezen, het geëxhibeerde Recueil der privilegien van de Portugeesche Joodsche Natie in Suriname, echter met byvoeginge der weinige restrictien en veranderingen hier boven gemeld.

En zal Extract, enz.

Accordeert met zyn origineel, voor zoo veel het geëxtraheerde aangaat, ter Gouvernements Secretarye berustende.

(was get.)

 

H. STENHUYS, 1ste Klerk.

[p. 131]origineel

No. XVI.

EXTRACT uit het Register der Resolutien van de Edele Groot Achtbaare Heeren Directeuren der Geoctroyeerde Societeit van Suriname.

 

Mercurii den 6 April 1768.

 

De Heer Schepen Rendorp, agtervolgens ende ter voldoeninge van de Resolutie Commissoriaal van de Heeren deezer Tafel, in dato den 5 Aug. 1767, met ende beneffens de Heeren Schepen Dedel en Ploos van Amstel, nader geverifieerd ende geëxamineerd hebbende de Requeste van de Regenten van de Hoogduitsche Joodsche Sinagogue den 4 December 1765, aan deeze Societeit gepresenteerd, hebben ter Vergadering circumstantieel rapport gedaan van hunne bevindingen, en deeze Vergadering gediend van haar Ed. consideratien en advys.

Waar op gedelibereerd zynde, en welgemelde Heer Schepen Rendorp voor zyn gedaan rapport, mitsgaders met en beneffens de verdere Heeren Commissarissen, voor hun genoomene moeite weezende bedankt, is goedgevonden ende verstaan, dien conform den Heere Gouverneur Crommelin te schryven, dat, zonder te treeden in detail van de merites der zaaken in questie, de Heeren deezer tafel verstaan en van begrip zyn, dat hy Heer Gouverneur gelast zal werden omme by de Burger-Exercitie de Hoogduitsche Joodsche Natie in het geval in questie te laaten jouisseeren, van gelyk regt als thans de Portugeesche Joodsche Natie geniet, en mitsdien dezelve niet agter de Compagnien te doen rangeeren, maar na de andere

[p. 132]origineel

Burgers, volgens de respective buurte, te plaatsen; mitsgaders van hen te laaten de faculteit, omme, des goedvindende, by publicque Drilling of Burger-Exercitie een ander persoon in hunne plaatse te moogen stellen, en dat hangende de verdere deliberatien van deeze Societeit hier over alle Proceduuren van Executie wegens presente Boetens voor de Noncomparanten, quasi geincureerd, reeds geëntameerd of in 't vervolg nog te entameeren, by deeze Societeit werd gehouden in statu, met surcheance pro interm. (was geteekend) Jacob de Petersen. (onderstond) accordeert met voorsz. (en geteekend) Jan Willem Roskamp, abs. Secretario.

No. XVII.

EXTRACT uit de Notulen van de Resolutien, genoomen by de Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer Colonie Suriname, enz. enz. enz.

 

Donderdag den 14 May 1767.

 

Den Hove op heden vergadert zynde, enz.

 

Geleezen de Memorie van de Regenten der Portugeesche Joodsche Sinagogue en Gedeputeerdens derzelver Natie, inhoudende verzoek om te werden ontheeven van 't verbod by Notificatie, de dato 18 February 1767. ten hunnen opzigten speciaal genoomen.

[p. 133]origineel

Ten welke opzigte Zyn Wel Ed. Gestrenge enz.

 

Waar over gedelibereerd zynde, als mede over de Memorie voorn. is goed gevonden en geresolveerd te verklaaren, dat de gemelde Resolutie en Notificatie van deezen Hove, ten opzigten der Portugeesche Jooden, schoon geen Planters zynde, niet eerder zal stant grypen dan met primo May 1768.

 

En zal de Demonstranten hier van Extract gegeeven worden.

 

Accordeert met voorsz. Resolutie.

 

(was get.) J.E. Vieira, gesw. Clercq.

No. XVIII.

Vertaaling van het bevel en aanmaaning tot onderhouding van een plegtigen Dank- en Vastendag, vastgesteld by het Kollegie van Mamad der Portugeesche Joodsche Natie in de Savanne, den 24 van Grasmaand 1781.

 

Het Kollegie van Mamad, en Gedeputeerden der Portugeesche Joodsche Natie, als vertegenwoordigende het lichaam onzer Kerke, met de diepste droefheid doordrongen, op het gezigt der ysselyke rampen, welke uit den oorlog voor ongelukkige stervelingen konnen voortkomen; rampen, waar mede wy ons gedreigd vinden, en welke wy zo veel te meer te duch-

[p. 134]origineel

ten hebben, naar dien reeds ter onzer kennisse is gekomen, welke rampspoeden, welke onvoorziene onheilen de bewooners van St. Eustatius, en wel allerbyzonderst onze ongelukkige broeders verwoest hebben.

Moesten wy in zo verlicht eene eeuw verwachten, dat 'er menschen zouden gevonden worden, die, doof voor het geschrei der onderdrukte natuur, aan de eerzugt, aan de wraakgierigheid, de allerheiligste dingen, het recht der Volkeren en der Menschlykheid, zouden opofferen! Hoe zeer ware het niet te wenschen, zo om minder redenen te hebben tot zugten over 't lot onzer medebroederen, als ook ter eere van beschaafde Volkeren, en tot roem van eene Natie, sedert zo lang eenen tyd met ons doorlugtig Gemeenebest verbonden, en waarvan onze voorzaaten, zelfs hier ter plaatse, onderdaanen zyn geweest, dat dit afzigtelyk tafereel der veroveringe van St. Eustatius ware ontworpen in de eerste oogenblikken der ontsteltenis, waar in gevoelige en deugdzaame zielen, zich de schrikbaarende voorwerpen, onder een vergrootend en reusachtig gezigtpunt voor oogen stellen, en dat, byaldien deeze treurige gebeurtenis inderdaad zodanig is geweest, als die in de Kourant van Martinika geleezen wordt, dit het eenigste voorbeeld mogt zyn, dat de toekomstige eeuwen in de Jaarboeken der Natien konden vinden!

Ongelukkigen wy, indien de Voorzienigheid ons verlaat, en ons haare bescherming onthoudt; en indien de Britsche Natie weezentlyk haare lauren, voor St. Eustatius, heeft doen verslenschen; en indien het noodlot ons overgeeft in haare handen, wat hebben wy dan niet wel te vreezen! Een lot gelyk aan dat van onze landgenooten en van onze broederen; onze bezittingen verwoest, onze huizen geplunderd, onze Vrouwen en Dogteren overgeleverd aan de beestach-

[p. 135]origineel

tigheid en grilligheid der Soldaaten: ongelukken meer te duchten dan de dood zelf!

Zo de geringste rampspoed voor ons eene genoegzaame reden oplevert, om den Hemel eerbiedig om zyne gunste aan te loopen; hoe veele redenen hebben wy dan niet, om, in de tegenwoordige omstandigheden, onze stemmen tot den Allerhoogsten te verheffen, en hem vuuriglyk te bidden, dat hy zich toch in zyne barmhartigheid gelieve te verwaardigen, om de rampen, die ons dreigen, van ons af te weeren.

Het is ingevolge van deeze rechtmaatige beweegredenen, dat onze Kerk, bezield met, en aangespoord door den lofwaardigen yver onzer vergaderinge, en vervuld met de zuiverste liefde en dankbaare erkentenisse jegens onze Souvereinen en Landgenooten, beslooten heeft af te kondigen, gelyk zy doet door deezen, dat zy Maandag, den 30 deezer loopende Grasmaand, heeft bepaald tot het vieren van eenen plegtigen Dank- en Vastendag; ten einde een iegelyk onzer broederen, daarop met een verbryzeld en verslagen hart, doch vervuld met liefde voor den Hoogen God, zyne Goddelyke Majesteit moge aanbidden, den God van Israël ootmoedig smeekende, dat het hem, die zo menigmaal, door de schitterendste wonderwerken zyn volk heeft gered uit de rampspoeden, die hetzelve sints veele eeuwen, van tyd tot tyd, getroffen hebben, behaagen moge, een gunstig oog te vestigen op deeze Kolonie van Suriname, de Vaderlandsliefde, den moed, en andere krygsdeugden meer, welke by de hoofden, die ons bestieren, en by hen die ons Vaderland beschermen, uitblinken, staande te houden, ten einde de lauwer op onze Vestingen moge praalen.

Gy ziet met hoe veel standvastigheid en patriottischen moed wy verschuldigd zyn ons zelven, tot verdediging des Vaderlands, op te offeren, en den

[p. 136]origineel

Heere te bidden, dat het hem behaagen moge de overwinning te schenken aan ons Gemeenebest, welks wyze konstitutie, de dweepery, door de wet, aan banden leggende, den standaart der verdraagzaamheid ontrolt, en Holland maakt tot de veilige verblyfplaats der vryheid en het Vaderland van alle menschen.

De God onzer Vaderen, die 't lot der Koningryken in zyne handen heeft, verwaardige zich op deezen dag van Vasten, van boetvaardigheid en aanbiddinge, onze smeekingen te verhooren; Hy kome ons te hulpe; Hy bescherme, behoede en beveilige onze Kolonie; Hy bekroone de vuurige wenschen zyner Kinderen met eene gunstryke verhooringe, en zegene het Geheelal met eer en duurzaamen vrede!

En op dat alle de leden der Kerke, niemand uitgezonderd, zich naar behooren van zulke heilige verpligtingen mogen kwyten, zal men dit bevel en ernstige aanmaaning, op de gebruikelyke wyze, bekend doen worden, verzoekende allen in 't gemeen en een' ieder onzer broederen in 't byzonder, op den bepaalden dag in eene onzer Synagogen te willen verschynen, ten einde hunne gebeden en stemmen te vereenigen, om den naam des Heeren te verhoogen, en hem ootmoedig om de bewyzen zyner goedheid te smeeken.

Wyders verklaart de Mahamad, dat op dien Vastendag ieder Jahid(x) en Congregant, om welke reden hem ook de intrede in de Synagoge verbooden zy, daar in vryelyk mag verschynen, zonder dat dit, echter, voor het toekomende, in gevolg getrokken moge worden.

[p. 137]origineel

No. XIX. 1o. Lo.

Notificatie.

Den Hove van Politie en Crimineele Justitie klagten zynde voorgekomen, wegens disordre en ongeregeldheden, veroorzaakt en gepleegt door eenige Burgers van de Joodsche Natie, welke op den dag der begraaffenissen van Wylen den Wel Edele Gestrengen Heer Gouverneur Generaal deezer Colonie, B. Texier, nevens de andere Burgers onder de Wapenen stonden.

Zoo is by welgemelde Hove, tot voorkominge van diergelyke gebeurtenissen, goed gevonden en geresolveert, de Burgers van de voorsz. Joodsche Natie te eximeeren, omme by vervolg eenige Festiviteiten, waar by de Burgery deezer Steede in de Wapenen verschynt, als Schutters, by te woonen; en dat dienvolgens dezelve in dusdanige gevallen, door de Capiteins der respective Compagnien, waar onder zy lieden sorteeren, niet zullen worden gecommandeert; alles nogthans onvermindert zoodanige verdere Burgerdiensten en Exercitien, als waartoe die van meergem. Joodsche Natie verpligt en gehouden zyn; ende op dat hier van geen ignorantie werde gepretendeerd, zal deezen daar en zo men gewoon is, werden gepubliceerd en geaffigeerd

Actum Paramaribo den 15 December 1784. (onderstond) ter Ordonnantie van den Hoove (en getekend) Gootenaar.

Wy, Mr. Wolphart Jacob Beeldsnyder Matroos, Gouverneur Generaal ad interim over de Colonie Suriname, Rivieren en Districten van dien, enz. enz. enz.

Gezien en geëxamineerd hebbende zekere Notificatie de dato 15 December 1784, aan ons door Gouverneur en Raaden zynde voorgedraagen, hebben, als daartoe

[p. 138]origineel

geauthoriseert zynde, door Haar Edele Groot Achtbaare Heeren de Heeren Directeuren, Regeerders der Colonie Surinamen,, goed gevonden en verstaan, dezelve te approbeeren en ratificeeren, gelyk dezelve geapprobeert en geratificeerd word mits deezen.

Actum Paramaribo den 21 December 1784 (was get.) Beeldsnyder Matroos. (onderstond) ter ordonnantie van den Heer Interims Gouverneur, (en get.) H. Schouten, eerste Clercq. (laager stond) Accordeert met zyn origineel (en get.) Jh. Dieulefit, provisioneel gezw. Clercq.

No. XIX.

EXTRACT uit 't Register der Notulen en Resolutien van den Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer Colonie Suriname.

 

Dingsdag den 15 February 1785.

 

Waarna geleezen de Requeste zoo van Regenten der Portugeesche Joodsche Natie, als der Hoogduitsche, beide behelzende, na allegatien van zeer wydloopige middelen en positiven, hunne klagten wegens den innehouden van de Notificatie van deezen Hove, de dato 15 December laastleeden, waar by die van de Joodsche Natie zyn geeximeert, omme, ter occasie van Festiviteiten, alhier aan Paramaribo in de Wapenen te verschynen, hun lieder klagten en doleansie deswegens, sustineerende met die bevryding aanmerkelyk gegraveert te zyn, en mitsdien verzoekende, dat ge-

[p. 139]origineel

melde Notificatie buiten effect mag worden gesteld, alles verder by gem. beide Requesten geëxprimeert.

Waar op gedelibereert, is goedgevonden en geresolveert te verklaaren, dat den Hove in aanzien van diverse ongeregeldheden, door eenige Leden uit hunne Natie geperpetreert, als ook over de zeer onbetaamelyke ontmoeting door een der Regenten hunner Natie, met relatie tot den Wel Edele gestrenge Heer Interims Gouverneur, Mr. W.J. Beeldsnyder Matroos, ter gelegendheid van de begraavenis van Wylen den Wel Ed. Gestr. Heer Gouverneur Generaal Bernard Texier, zig wel degelyk aan wanvoeglykheid en disrespect, met betrekking tot zyn Wel Ed. Gestr. hebben schuldig gemaakt, en dienvolgens de positiven, by de memorie ter nedergesteld, van de goede orders ofte 't verpligte respect aan het hoofd der regeering eener Colonie, nimmer te hebben gemanqueert, niet der waarheid conform zyn.

Den Hove by hunne genomene Resolutie, en daar op gedaane Notificatie, zoude kunnen persisteeren; dan dat in overweeginge genomen zynde hunne nederige supplicque en derzelver submissie in deezen en uit byzondere eerbied voor de consideratien en voorstel van zyn Wel. Ed. Gestrenge den Heer Gouverneur Mr. J.G. Wichers voor deeze reize wel hadden willen afgaan van de genomen Resolutie en ten dien einde gedaane notificatie, de dato 15 December 1784, dezelve te stellen buiten effect, en dus de Joodsche Burgers te admitteeren tot de publicque Exercitie en Drillingen op den ouden voet, in dat vaste vertrouwen dat de Regenten der Natie, als waardige Opperhoofden, in het vervolg zullen zorgen, dat den Hove nimmer eenige reden tot misnoegen zal worden gegeeven, zoo door hun, ofte eenige uit hunne Natie.

En indien door overhoopte evenementen het mogte

[p. 140]origineel

plaats hebben, dat de Burgers der Natie op den dag dat hunne Sabbath inviel, wierden gecommandeert in de wapenen te koomen, dat zy als dan op een décente en respectueuse wyze den Wel Edele Gestrenge Heer Gouverneur zoodanige remonstrantien zullen doen, als dan nodig zal bevonden worden.

En zal Regenten, zoo der Portugeesche als Hoogduitsche Joodsche Natie, Copie authenticq van voorschreeve Resolutie worden gegeeven om te strekken voor appoinctement op hun lieder beide requesten en tot hun narigt.

No. XX.

EXTRACT uit het Register der Notulen en Resolutien van den Hove van Politie en Crimineele Justitie der Colonie Suriname.

 

Woensdag 15 December 1784.

 

Heeft den Raad finaal voorgedraagen

 

Dat, enz.

 

Wyders met serieuse recommandatie aan de Regenten van gemelde Joodsche Natie zorge te draagen, dat uit de aan hun zoo gratieuselyk verleende Privilegien, geen verkeerde consequentien werden getrokken of verder geëxtendeert, dan de duidelyke letter van dien is medebrengende.

[p. 141]origineel

En zal aan Regenten van meergem. Joodsche Natie Extract worden gegeeven, ten einde zich daar na preciselyk te reguleeren.

 

Accordeert met voorschr. Register.

 

(was get.)

 

Jh. Dieulefit, prov. gezw. Clercq.

[p. 142]origineel

No. XXI.

Prospectus van een kollegie van letterkunde onder de bescherming van zyne excellentie, mynen heere J.G. Wichers, Gouverneur Generaal der Kolonie van Suriname enz. enz. enz. onder den tytel van Docendo Docemur.

De geene, die begeerig is om onderweezen te worden, en uitziet naar gepaste middelen, daartoe dienende, doet zynen pligt; maar die zich vermoeit om kundigheden te verzamelen, met oogmerk om die aan zyne Landgenooten mede te deelen, is eene lofspraak waardig.

Wy hebben in deeze Kolonie, niet alleen onder onze Natie, maar zelfs ook onder de Christenen, eene

[p. 143]origineel

menigte jonge lieden, begaafd niet zulk een scherp begrip, en zulk eene verwonderenswaardige vlugheid in hun natuurlyk geestgestel, dat het zeer ligt zou vallen, om hen nuttig voor het Vaderland te maaken, en hunne zeden te beschaaven. Hun ontbreekt, naauwkeuriglyk gesproken, ter bereikinge daarvan, niets anders dan wel gewikte en gewoogen denkbeelden, strekkende tot het verkrygen van kundigheden, zonder welke de vrye konsten en weetenschappen, die de ziel der Maatschappye zyn, zich niet laaten bevorderen.

Onze Voorvaderen verzuimden, over 't geheel, niettegenstaande hunne rykdommen, de noodzaakelyke opvoeding hunner Kinderen al te zeer: de Schryfkonst, die men hen leerde, heeft, in 't algemeen, zeer goede Schryvers voortgebragt; maar de taal des lands werd verwaarloosd; gelyk ook de Geografy, de Koophandel en de Letterkunde. Onze jongelingen, eindelyk, schoon meer begaafd dan wel elders met een zeer doordringend verstand, zitten, niet te min, in de diepste onkunde gedompeld. De drift voor het Spel, die hun, om zo te spreeken, als aangebooren is, trekt hen zodanig af van de begeerte om iets nuttigs te leeren, en verzwakt dermaate hunne redelyke vermogens, dat 'er, natuurlyk, de schroomelykste gevolgen uit voort moeten komen, zo men geene middelen aanwendt, om hun eene betere opvoeding te geeven, en hen te doen gevoelen, waartoe hen deeze tydspilling eerlang zal brengen.

Alle menschen, in 't gemeen, scheppen behaagen in 't geene nieuw is; de nieuwsgierigheid van onze jeugd, zal 'er, inzonderheid, door getroffen worden; de natuurlyke geestgesteldheid onzer medeburgeren, de warmte der luchtstreek, de leevendigheid van gestel, de gelukkige zintuigen, welke de Europeaanen zelve genoodzaakt zyn aan hun toe te kennen, geeven

[p. 144]origineel

ons hoope, dat wy in onze onderneeminge, naar wensch, zullen slaagen.

Iets nuttigs uit te denken, en in gebruik te brengen, dat wel inzonderheid der jeugd tot eenen prikkel kan verstrekken, en teffens haare natuurlyke nieuwsgierigheid bepaalt, door dezelve tot nayver te ontvonken, is buiten twyffel een werk, waaraan veel moeielykheid vast is: wy voelen het; maar hoe veel grooter moeielykheid zou 'er niet vast zyn, aan het oprichten van publieke Schoolen, daar men geen voorwerpen van de vereischte bekwaamheid voor handen heeft, en welke ook niet dan met groote zorge en kosten te bekomen zyn? te meer daar het de meeste ouderen aan genoegzaame middelen ontbreekt, om de kosten daarvan te konnen draagen, hoe gering die ook mogten zyn. En wat zou, na alles, ook hier van de uitslag zyn? Ieder een weet, dat de meeste publieke schoolen, onder 't bestier van meesters zyn, die maar alleen hun byzonder belang bedoelen, en niet in staat zyn om dat geene te vervullen, het welk een Letterkundig Kollegie kan te wege brengen, al ware het ook maar alleen de betaamelykheid en eerbied, welke noodwendig ingeboezemd wordt door een genootschap, dat gereed is om zyne ledige oogenblikken op te offeren aan het welzyn der menschlykheid.

Onze onderlinge neiging tot de Letterkunde; de liefde des naasten; de begeerte om de patriottische inzigten te vervullen, welke zyne Excellentie, de Heer Gouverneur j.g. wichers, als beminnaar der Letteren, bedoelt, hebben onze aandacht duizend maalen bezig gehouden; en onder het uitzien naar middelen om ons oogmerk te bereiken, hebben wy geen ander noch beter weeten uit te denken, dan dat van onze geringe kundigheden te besteeden tot het opbouwen der jeugd en het overbuigen van dezelve tot waare deugd.

[p. 145]origineel

In gevolge daarvan hebben wy, in onze byzondere maatschappy, die hier algemeen bekend is wegens derzelver overeenkomst van gevoelens en oprechte vriendschap, beslooten een Letterkundig kollegie op te rechten. De Heer de Montel, een man van hooge jaaren, en zich streelende met het vooruitzigt van iets toe te zullen brengen ten nutte zyner landgenooten, bood daartoe, om niet, een vertrek in zyn huis aan, met daarenboven het vry en volkomen gebruik zyner Bibliotheek, rykelyk gestoffeerd met zeldzaame en voortreffelyke boeken, zeer geschikt, om daaruit de vereischte kundigheden over allerlei slag van zaaken op te doen.

Met groot genoegen hebben wy een zo heusch en belangeloos aanbod aangenomen, en het zou ons niet luttel streelen, indien zyne Excellentie ons deswege met zyne bescherming geliefde te vereeren: want wy twyffelen geenszins, of wy zouden, onder deszelfs hoog gunstig gezag, gelukkig genoeg zyn, om het kwaad, zo niet gansch en al te ontwortelen, althans, merkelyk te verbeteren.

In verwachtinge derhalven, dat zyn Excellentie ons de eere zyner hooge goedkeuring zal waardig schatten; zyn wy van voorneemen ons Kollegie, alle Zonen Woensdagen, te openen, van zes tot negen uuren des namiddags; en by mangel van Mannen van genoegzaame kundigheid om ons in deeze loopbaan tot leidslieden te verstrekken, zullen wy dat gebrek trachten te vervullen door het leezen der volgende werken.

1.Le Discours preliminaire van den Abt Millot, waarin men een kort begrip der oude Historie ontmoet, en welk voorkomt in het eerste Deel van de eerste beginselen zyner Historie.
2.De Historie der Roomsche Koningen, door Pallissot.
3.De omwenteling van 't Roomsche Gemeenebest, door Vertot.
4.La révolution de l' Empire Romain, par Linguet.
[p. 146]origineel
5.Les Anecdotes sur Rome, pour nous faire rappeler, & nous servir de repertoire de ce que nous aurons déja lu.

Vervolgens zullen wy, ten slotte van 't geene de Oude Historie betreft, neemen

6De Grootheid en den Val der Romeinen, door Montesquieu.

Na deeze Historie ten einde gebragt te hebben, zullen wy ons bezig houden met die der Joodsche Natie, waaromtrent Prideaux en Goeré den voorrang zullen hebben.

Vervolgens zullen wy neemen de Vaderlandsche Historie, waarvan het Kort begrip van Kerroux ons het beste voorkomt, en de Hedendaagfche Historie door den Abt Millot.

Verder zullen wy ons bezig houden met den Koophandel, de Scheepvaart en den Landbouw. De Abt van Condillac, Huet, Ustars, Raynal en de Belangen der Natien betrekkelyk den Koophandel, konnen ons in deezen tot geleide dienen.

Vervolgens zullen wy overgaan tot de Wysbegeerte in 't algemeen, en gelooven, daaromtrent, den voorrang te konnen geeven

1.A l' histoire des progrès de l' esprit humain, dans les sciences & dans les arts qui en dependent, par Monsieur Saverien.
2.De Volkomen geleerdheid (l' Erudition Complette) van Bielefeld.
3.De Wysbegeerte van 't Gezond verstand.
4La philosophie de la nature, par Monsr. de Lisle, &c &c.

Wy zullen uit Holland doen komen eenige tydschriften (ouvrages periodiques) zo in de Genees- als Letter- en Staatkunde, om ons zo wel tot leering als tot tydkorting te verstrekken.

Beide de sexen van volwassen jaaren, zonder onderscheid van Godsdienst, konnen daarin worden toegelaaten als Liefhebbers, mids van hunne begeerte daar-

[p. 147]origineel

toe vooraf kennis geevende aan den Prezident van de eene zittinge tot de andere, op dat de leden daarvan kennis mogen hebben, om dezelve, by meerderheid van stemmen, toe te laaten of af te wyzen.

De leezing zal, beurtelings, in 't Fransch en in 't Hollandsch geschieden; en zo in de zitting iemand tegenwoordig is, die geene deezer twee taalen verstaat, zal de Leezer gehouden zyn, het voorgeleezene in 't Spaansch of in 't Portugeesch te vertolken.

Geduurende de leezinge zal het niet vrystaan te spreeken; maar na dat die geëindigd zal zyn, heeft ieder vryheid om zyne tegenwerpingen en bedenkingen voor te draagen. enz. De toegeevendheid der Maatschappy moet den leergierigen en nayverigen noodzaakelyk een volkomen vertrouwen inboezemen; en zo 'er, zelfs onder 't leezen, eenige zwaarigheid voorkwam, die schielyk opgelost diende te worden, zou men den Leezer op eene beschaafde wyze mogen invallen, om zyne twyffelingen aan de Vergadering voor te stellen; en ondersteld zynde, dat de leden geene voldoende oplossing van devoorgestelde tegenwerpingen konnen geeven, zo zal, in zulk een geval, elk lid, in 't byzonder, zich de vereischte moeite geeven, om eene gepaste verklaaring en oplossing te vinden.

Alle Letterkundige krakkeelen, zullen, by voorraad, door den Deken worden afgedaan, om dus de kwaade gevolgen te voorkomen, die daaruit zouden konnen voortspruiten.

Alle zes maanden zal men eenen nieuwen Leezer verkiezen, en alle jaaren eenen nieuwen Prezident en Tresorier; zullende de Sekretaris leevens lang aanblyven.

Niemand kan tot weezentlyk lid deezer vergaderinge worden toegelaaten, zonder de eenpaarige toestemminge van alle haare leden; zynde de honoraire leden verpligt de eerst volgende vergadering af te wachten om daarin voorgesteld te worden

De onkosten, zo tot den aankoop van boeken, als

[p. 148]origineel

tot het bezorgen van andere noodwendigheden, zullen in de eerste zittinge berekend worden: van 's gelyken zullen ook de weezentlyke en aangenomen leden, by hunne intrede, de eerste zes maanden vooruit moeten betaalen.

Ondersteld zynde, dat wy die order in het leezen niet konnen volgen, welke wy boven hebben voorgesteld, 't zy uit hoofde van de geringe bekwaamheid der jonge lieden, 't zy dat de stoffen te afgetrokken zyn, of hunne vatbaarheid te boven gaan, of dat eindelyk andere takken van weetenschappen aangenaamer voor hun bevonden worden; in zulk een geval zullen wy een andere wyze trachten uit te denken, die evenredig met hunne bekwaamheid is, ten einde zy in staat gesteld mogen worden, om het plan te volgen dat wy ons hebben voorgesteld; hun beloovende, zo zy ons anders, door hunne genegenheid voor de letteren, aanmoedigen, dat wy 'er ons als dan wel ernstig op zullen leggen, om een goed onderwerp uit te kiezen, dat geschikt zy om hen in dit Kollegie, de beginselen zo der Fabelkunde, der Aardryksbeschryvinge en der Wiskonst, als ook van den Koophandel, den Landbouw, enz. enz. te leeren. Midlerwyl zullen wy ons uiterste best doen, om, door het gebruiken van goede schryvers, ons zelven in staat te stellen, om hen te kunnen onderwyzen.

De God van 't Geheelal zegene onze onderneeming, en boezeme, in overeenstemminge met de zuiverheid en oprechtheid onzer bedoelinge, der Jonglingschap vroeg de zaaden der deugd in; haar teffens tot werkzaamheid en liefde voor de Letteren ontfonkende, op dat zy ter bevorderinge van 't algemeene welzyn der Kolonie moge mede werken, en by bevindinge ontwaar worden, dat, gelyk Horatius zegt, Fructus laboris gloria, eere de vrucht van den arbeid zy!

Gedaan en getekend door ons ondergeschreevenen

[p. 149]origineel

ten huize van den Heer de Montel, heden den 16 van Sprokkelmaand 1785.

Leden volgens hunnen ouderdom, getekend de Montel; J.H. de Barrios Jr.; S.G. Soares; Jz. de la Parra; Jmmanuël d' Anaria; S.H. Brandon; D.D.J.C. Nassy; D.N. Monsanto; M.P de Leon; M. de la Parra, leden van het Kollegie. Zyne Excellentie, de Heer Gouverneur Wichers; de Heer W. van de Pol; de Heer Lieutenant Kolonel Frederici; de Heer Geneesmeester G.W. Schelling; de Heeren S.H. de la Parra; Samuel Fernandes; J. Moize de Chateleux; S.H. Moron Abenatan Junior; Jeos. de la Parra; E. Soesman; Abm. de Samuel Robles Demedina; Jz. Caucanas; Brown; D.H. Brandon; Daniël Jn. Lobo Jr.; A Bueno Bibal; Isaak de Abraham Bueno Demesquita; M.H. Nahar; Jos. Gabay Fonseca; Abraham Bueno Demesquita; Izack Naar; Meza David Sarruco.

No. XXII.

Brief van zyne Excellentie, den Heer Gouverneur J.G. Wichers, aan de leden van het Kollegie, Docendo Docemur, by gelegenheid van het Prospectus, dat hem door Kommissarissen van 't gemelde Kollegie was aangebooden.

Myne Heeren!

 

Met zeer veel genoegen en gevoelens van erkentenisse heb ik Uwlieder Prospectus wegens een Kollegie van Letterkunde ontsangen.

[p. 150]origineel

Ik bemin de Weetenschappen en konsten; ik eer dezelve, en zal myn uiterst vermogen aanwenden omze te handhaaven. Dus, myne Heeren! verdient Uwlieder Kollegie niet alleen myne goedkeuring; maar het zal my ten hoogsten aangenaam zyn, Uwlieden in deezen eenigen dienst te konnen bewyzen. Midlerwyl neeme ik de vryheid Uwlieden myne aanmerkingen mede te deelen.

I. Vooreerst behoort men de Geografy te onderwyzen.

II. De algemeene Historie, volgens den Abt Millot, Bossuet algemeene Historie, Martinet Wereldgeschiedenissen.

III. De Joodsche Historie, volgens Prideaux.

IV. De Historie van 't Vaderland, volgens de Vaderlandsche Historie verkort van Wagenaar; Vaderlandsche Historie gedrukt te Utrecht, en Engelberts aloude Geschiedenissen der Vereenigde Nederlanden.

V. De Wysbegeerte, of liever de Zedeleer volgens Bielefeld, volkomen Geleerdheid, Pestel Natuurlyk Recht.

De tyd zal uwe denkbeelden opklaaren; gy zult eenige kleine ongemakken ontdekken, en als dan zullen uwe veranderingen netter en naawkeuriger zyn.

Met zeer veel genegenheid en achtinge heb ik de eere van te zyn.

 

Myne Heeren!

 

Uwe zeer onderdaanige en toegenegen

Dienaar.

(was getekend)

 

WICHERS.

Deezen 25 van

Sprokkelm. 1785.

[p. 151]origineel

No. XXIII.

Wel Eerwaarde Heeren!

 

De Portugeesche Joodsche Natie, ruim een derde uitmaakende van de blanke Inwoonders dezer Colonie, heeft reeds overlang onzen aandacht bezig gehouden, om, indien mogelyk, het verval dat onder dezelve Natie plaats hadde, weg te neemen, en een zoo aanmerkelyk aantal van Ingezetenen nuttiger voor haar zelven en voordeeliger voor de maatschappy te maaken.

Doch wy wanhoopten hier in te zullen slagen by gebrek van de nodige verlichting en magt: dan door de kundige remonstrantien van de Adjunct Penningmeester David de Is. C. Nassy, het eerste verkregen, en by Resolutie van 't Collegie der Mahamad en Universeele Junta, de dato 8 Maart, tot het tweede in staat gesteld zynde, waar by aan ons word opgedragen de magt en authoriteit om te disponeeren in zodanige middelen als tot reforme en redres onder de Portugeesche Joodsche Natie, zoo omtrent deszelfs Privilegien, Ascamoth, Usantien, Costumen als Finantien van de Sinagogues, nuttig en billyk bevinden.

Zoo hebben wy vervolgens gezien, en naauwkeurig onderzocht de memorie van de gequalificeerdens van Mahamad en Universeele Junta de dato 8 Maart laatstleeden, en in overweeging neemende de noodzakelykheid van de door de Gedeputeerdens van de Natie voorgestelde plan van reforme, tot herstel, opbeuring, rust en tranquiliteit der Natie, goedgevonden en verstaan, en alvoorens tot gemelde plan over te gaan, of eenige pointen van reforme of redres te beraamen, hoogstnoodig, ja zelfs onvermydelyk geacht het getal der Regenten te vergrooten, en dezelve voor eenen

[p. 152]origineel

langeren tyd, dan by de Ascamoth is bepaald, in gemelde hun ampt te doen continueeren, om daar door met gestadigheid, zorg en vlyt te kunnen werken, en door eene grondige verkreegene kennis van zaaken, in staat gesteld te worden om een volledig en welgesteld plan van reforme uit te werken.

Als nu daartoe overgaande committeeren en eligeeren wy, gelyk gecommitteerd en geëligeerd worden mits deezen, voor den tyd van drie en een half jaar, zyn aanvang neemende op den dag op welken gewoonlyk de Electie, namelyk in de laatste Joode Paasch zoude zyn gedaan geworden, (zo niet daar mede, ingevolge ons verzoek van den 19 Maart was worden gesupersedeert,) de persoonen in neevensgaande gecacheteerde missive gemeld.

Gelastende de voornoemde missive den eerstkomende Sabbath, by het publiceeren deezes te openen, en, ingevolge van dien, zoo op de Savanne als alhier aan Paramaribo, na costume te eligeeren, de reeds by ons benoemde persoonen.

Verleenende mits deezen aan zodanige geëligeerde persoonen, buiten en behalven de gewoone digniteit, magt en authoriteit, als fungeerende Regenten by Ascomoth competeert, daar en boven de magt en faculteit om 't noodige plan van reforme en redres onder de Natie, (ingevolge de Resolutie van de Generaale Junta, de dato 8 Maart jongstleeden en politieke Remonstrantie van de Adjunct Penningmeester D.J.C. Nassy) te doen neemen en introduceeren, gelyk meede de volgende Electien van hun Parnassims zodanig te bepalen, als tot welzyn van de Natie is strekkende, met last het zelve plan aan ons te suppediteeren, ten fine van onderzoek en goedkeuring, om als dan op dat alles 't finale consent en approbatie van Haar Edele Gr. Achtb., de Heeren Directeuren en Regeerders dezer Colonie te verzoeken en in te winnen.

[p. 153]origineel

Gelastende mits deezen aan alle de Ledemaaten en Congreganten der voorschr. Gemeente, van wat qualiteit dezelve ook mogen zyn, de door ons gecommitteerde en geëligeerde persoonen, als waare en wettige Regenten te erkennen en na behooren te respecteeren, zonder eenige de minste verzet of tegenspraak, derzelver ordres en dispositien te observeeren, en alle haastigheid, twist en proceduures by te leggen, vertrouwende dat een ieder tot welzyn, rust en vreede, onder de Natie zal tragten te contribueeren, om de regeering van gemelde Parnassims aangenaam, gerust en nuttig te maaken, en daar door aan ons heilzaam oogmerk, alleenlyk het welweezen van de Natie beoogende, het hunne toe te brengen; onder poene dat alle die geene, die deeze onze dispositie mogten contrarieeren, als verstoorders van de gemeene rust zullen werden gestraft.

En zal deeze onze Resolutie, alvoorens de Electie van Regenten te doen, in beide Sinagoguen worden gepubliceerd, op dat een ieder zulks kennelyk zy, en zig daar na kan gedraagen.

 

Waar mede,

 

Wel Eerwaarde Heeren!

 

U Wel Eerwaarde in Godes heilige hoede beveelende blyve,

U Wel Eerwaarde toegenegene Vriend, de Gouverneur Generaal van de Colonie Suriname.

 

(was get.)

 

WICHERS.

[p. 154]origineel

No. XXIII.

Ingevolge den inhoud van onze dispositien op heden gedaan, over en wegens de memorie van de Gedeputeerdens van Mahamad en Generale Junta.

Hebben wy goed gevonden en verstaan, uit de Regenten en Adjuncten, vyf persoonen, en uit het midden van de voornaamste Ledematen, twee persoonen uit te kiezen, om te zamen uit te maaken het getal van zeven Regenten, ten fine als by gemelde onze Resolutie is vervat.

Te weeten naar de rang als Adjuncten en de ouderdom der Ledematen de volgende.

Adjuncten.

No. 1.Isaac de la Parra.
2.David de Is. C. Nassy.
3.David Nunes Monsanto.
4.Jacob Henriques de Barrios Jr.
5.Samuel Hoheb Brandon.

Ledematen.

6.Moses Para de Leon.
7.Samuel H. de la Parra.

En by weigering om deeze onze Electie en commissie te accepteeren, verbeuren de onwillige eene boete van vyfhonderd guldens boven de reeds gestelde by de geapprobeerde Resolutie van de Junta, de dato 9 July 1782, ten behoeve van een arme kas, blyvende daar en tegens aan deeze gecommitteerde Regenten vry en onverlet om naar het uiteinde van deeze hunne bediening en volvoering onzer Commissie, zig daar van te kunnen ontslaan, of als Adjunct te blyven continueeren naar welgevallen.

[p. 155]origineel

Omtrent het Presidentschap en de verdere omstandigheden, verleenen wy aan uw Eerwaardens de magt om naar goedvinden te resolveeren.

Verklaarende mits deezen ten opzigte van de persoon van Isaack de la Parra, dat dezelve, niettegenstaande deeze onze nieuwe Electie, in deszelfs ampt als Regent niet zal moogen fungeeren, dan na dat de tyd der bediening van deszelfs broeder, de thans fungeerende Regent David de la Parra zal expireeren, en geduurende gemelde tyd, den voornoemde David de la Parra, in deszelfs waardigheid als Regent, tot den uiteinde van deszelfs jaarige regeering zal blyven continueeren.

Als mede, dewyl door deeze onze electie de Adjunct Penningmeester D.J. Cohen Nassy, als Regent is aangesteld, en daar door iemand anders als Adjunct Penningmeester dient te ageeren, zoo permitteeren wy den zelven D.J.C. Nassy, om iemand ten genoegen van het Collegie der Mahamad, in deszelfs plaats als geauthoriseerde Penningmeester aan te stellen, geduurende den tyd dat hy als Regent zal fungeeren, staande het denzelven vry, om na verloop van de jaaren zyner Commissie, het ampt als Adjunct Penningmeester weder te aanvaarden.

Voorts authoriseeren wy mits deezen gemelde Regenten, om in plaats van een Penningmeester of Gabny, zonder dilay een Ontvanger van alle de cassa's van gemeente onder behoorlyke borgtogt aan te stellen, op zodanige salaris en conditien, als zy zullen bevinden te behooren.

[p. 156]origineel

Waarmede

 

Wel Eerwaarde Heeren!

U Wel Eerwaarden in Godes heilige hoede beveelende, blyve

 

U Wel Eerwaarde toegenegene Vriend, de Gouverneur Generaal van de Colonie Suriname.

 

(was get.)

 

WICHERS.

[p. 157]origineel

Hoog mogende heeren!

Wy hebben ons vereert gevonden met Uw Hoog Mogende gerespecteerde aanschryving en Resolutie van den 18 Mey laatstleeden, ten einde Hoogstdezelve te dienen van onze consideratien en advis op de daarneevens gevoegde Requeste van Mr. W.J.P. Muntz, M.H. van Lobbrecht, P.S. Hansen. N.C. Lemmers, G.G. Vogt, P. Bogel en P. Sichtermans, alle Advocaaten, en J.J. Leysner, G. Conynenberg, M.H. Wolff, T. Lolkes en J.H. Helper, alle Procureurs, geadmitteerd en postuleerende voor den Hove van Civile Justitie in de Colonie Suriname, houdende, om redenen daar by vermeld, verzoek, dat Uw Hoog Mog. mogte goeddunken en verstaan, dat geen Jooden, Heidenen, Mahometaanen of andere Ongeloovigen, tot Advocaaten of Procureurs by eenige Hoven of Collegien van Justitie binnen de Colonie Suriname in het byzonder en voorts in het algemeen binnen de Colonien deezer Staat zullen mogen worden geadmitteerd en aangesteld, of als zodanige, voor eenige Hoven van Justitie aldaar, zullen mogen postuleeren, of eenige Requesten, Memorien of Schriftuuren, onderteekenen en presenteeren.

Terwyl de Supplianten dit hun verzoek aan Uw Hoog Mog. niet hebben bekleed met eenige redenen ofte bewyzen, zo zouden wy ons merkelyk verleegen hebben gevonden om aan deeze Uw Hoog Mog. geëerbiedigde beveelen na behooren te voldoen, was het niet dat het Request door den Joodschen Solliciteur Monsieur Pereira de Leon, aan den Hove van Civile Justitie in de Colonie Suriname gepresenteerd, het geen aanleiding tot dit adres van Surinaamsche Advocaaten en Procureurs aan Uw Hoog Mog. heeft gegeeven, reeds in de Colonie had veroorzaakt een Re-

[p. 158]origineel

quest Antidotaal, van het grootste gedeelte der voorsz. Advocaaten en Procureurs, aan den Hove van Civile Justitie, het welk door dit Hof aan ons is overgezonden.

Hier door in staat gesteld zynde de gronden van de Supplianten met meerdere kennisse te beoordeelen, zo zullen wy ook met meerdere fiducie onze gedagten ten dien opzichte met de gepaste eerbied en onderwerping onder het verligt oog van Uw Hoog. Mogende kunnen brengen, waartoe wy zullen beginnen met eerbiedelyk hiernevens te voegen Copyen van de Missive, welke ons ter dier gelegenheid door den Hove van Civile Justitie is geschreeven, mer de stukken die daartoe betrekkelyk zyn.

Wanneer Uw Hoog Mogende voor een oogenblik deeze Missive gelieven te overweegen, zo zullen Hoogstdezelve duidelyk ontwaar worden, dat dit Hof van Civile Justitie, of schoon huiverig om (Propria auctoritate) het verzoek van den Joodschen Solliciteur de Leon, om als Procureur te moogen postuleeren, toe te staan, niet te min aan den dag legt, deszelfs toegenegenheid om den Suppliant, was het mogelyk, niet van de hand te wyzen, en zulks uit hoofde van de wezendlyke en zwaarwigtige bedenking voor 't volgende uit het aanmerkelyke getal Ingezeetenen van het Joodsche geloof, welke de Colonie van Suriname bewoonen, en byna twee derde van het getal der Inwooners uitmaakt.

En wanneer wy daar by het onze zullen voegen, zo kunnen wy niet anders dan deeze toegeneegenheid van het Hof van Civile Justitie bevestigen, en voor Uw Hoog Mog. erkennen, dat de Jooden nu sedert lange jaaren, alle de pligten van getrouwe en gehoorzaame Ingezetenen betragtende, de Lands lasten en andere gewillig hebben opgebragt, en steeds eene vreedzaame onderwerping en eerbied aan hunne Overheid betoond.

Wy vinden, uit deeze bedenkingen, reden genoeg

[p. 159]origineel

om over het verzoek der Surinaamsche Advocaaten en Procureurs, voor zo verre zulks tot de Joodsche Natie betrekkelyk is, niet gunstiglyk te adviseeren, en zyn daartoe des te meer overgegaan, om dat wy vertrouwen, dat in het voorgemelde Request Antidotaal van dezelve Advocaaten en Procureurs aan den Hove van Civile Justitie in de Colonie Suriname, niets gevonden zal worden het geen de admissie van eenen Joodschen Procureur aldaar wederregtelyk zoude maaken.

Want ofschoon deeze Advocaaten en Procureurs met veel vlyt by elkanderen hebben gebragtal het geen waarop zy vermeenen hun uitsluitend recht te moogen bouwen, zo hebben zy nergens kunnen bewyzen het geen eigentlyk beweezen moest worden, namentlyk, dat het door een wet aan eenig Hof van Civile Justitie verbooden zoude zyn Joodsche Procureurs te admitteeren, wanneer het zelve de omstandigheden daartoe geschikt mogte oordeelen.

Het geen zy uit de wetten der Keizeren van het Roomsche Geloof ofte van elders bybrengen, doet ook in het geheel niets ter zaake, aangezien aldaar alle Gezindheden, behalven de Roomsch Catholicque, worden uitgeslooten, of wel een plaatselyke uitzondering, gelyk in Friesland, stand grypt, of wel alleen van Advocaaten en niet van Procureurs gesproken word, terwyl het eene zekere waarheid is, eensdeels, dat deeze beide beroepen, zo wel in bezigheden en naam als belooning verschillende zyn, anderdeels dat alle poenale prohibitive wetten nimmer door interpretatie tot andere voorwerpen worden uitgeslooten, neen maar veeleer ingebonden.

Nademaal dan, Hoog Mogende Heeren! zig alhier vereenigt het welzyn der Colonie, waar in de Jooden, buiten tegenspraak, eene byzondere attentie en bescherminge verdienen, met de vryheid en verdraagzaamheid van ons Gemeenebest, alwaar een ordentelyk bestaan aan eerlykheid en kunde, onder wat gezintheid zy ook

[p. 160]origineel

mogen huisvesten, zonder gewigtige redenen, niet ontzegt zal worden, zo maaken wy geene zwaarigheid om Uw Hoog Mogende te adviseeren, ten einde op het verzoek van de meergemelde Surinaamsche Advocaaten en P