doorgewerkt. Maar Valette zelf heeft nergens-zoals bijvoorbeeld Jan ten Brink - geschreven dat het zijn bedoeling was de lezer te informeren over Indische toestanden. Hijzelf behoorde tot een nieuwere generatie voor wie de nadruk niet op de informatie, maar op het litteraire genre lag. In zijn ‘Woord vooraf’ noemt hij zijn verhalen ‘bladen uit een schetsboek’, waarin hij Indische figuren en taferelen, ‘in losse omtrekken heeft nagetekend’, zegt hij, en ‘vluchtig getint’; hij wilde een tekenaar met de pen zijn, zoals de Franse realisten dat waren. Hij was een aanhanger van de ‘nieuwe school’, dat is duidelijk; niet alleen omdat hij Zola en Balzac met instemming citeert, maar omdat hij zich verzet tegen alle idealisering, tegen onwaarheid en onwerkelijkheid. Hij richt zich vooral tegen de geromantiseerde kijk op Indië.
Valette was een man met letterkundige aspiraties die zich half-journalist, half-schrijver voelde en die bestuursambtenaar was. Waar Valette en zijn vrouw kwamen, werd het gezelschapsleven gestimuleerd en georganiseerd en het duurde nooit lang of mevrouw Valette werd het middelpunt van alle recreatieve en artistieke activiteiten. Ze kwam uit een bekend nest. Ze was de oudste zuster van Louis Couperus, Trudy, die de naam had bijzonder geestig te zijn. Toen Couperus en zijn vrouw in 1899 een reis door Java maakten, logeerden zij de langste tijd bij de Valettes, eerst in Tegal, later in Pasuruan, maanden zelfs. Louis Couperus en zijn tien jaar oudere zwager moeten het bijzonder met elkaar getroffen hebben. Ze hadden een gemeenschappelijke litteraire en historische belangstelling, in het bijzonder voor de renaissance. Er waren in ieder geval genoeg aanknopingspunten voor een uitstekende verhouding. In het residentshuis in Pasuruan werd De stille kracht geschreven en als we ons verwonderen over Couperus' grote kennis van de bestuursverhoudingen, dan verwijst hij ons zelf naar Valette. Valette moet zijn zwager geholpen hebben toen deze De stille kracht ging schrijven. Niet alleen heeft hij hem het bekende geval van ‘stille kracht’ aan de hand gedaan, hij hielp Couperus ook met het tekenen van de hoofdfiguur, de resident Van Oudijck. Zo heeft deze van Couperus allerlei eigenschappen meegekregen die Valette als grote deugden voor elke bestuursambtenaar zag, precies zoals hij ze later formuleren zou bij de herdenking van de resident A. Pruys van der Hoeven.
Gérard Johannes Petrus Valette werd in 1853 in Semarang geboren. Zijn portret als jongeman toont hem als een ‘Indische jongen’. Hij