ze langzamerhand een sterke positie opbouwen die ze tot in de twintigste eeuw wisten te handhaven. Eerst na de emancipatie van de vrouw van lectuur tot litteratuur, raakten ze op de achtergrond en gleden ze ongemerkt het verleden in. Toch zijn zelfs nu nog enkele van hun namen en sommige titels van hun boeken bekende klanken die een vage herinnering oproepen - al worden hun boeken nooit meer gelezen. Sommigen zijn oud geworden als Mina Krüseman, Melati van Java en Thérèse Hoven. Van hen kunnen we zeggen dat hun leven ‘tussen twee stilten luid is geweest’. Ze hebben in hun jonge jaren verguizing moeten trotseren en later, oud geworden, eenzaamheid moeten leren verdragen. Uit hun werkzaamheid ‘daartussen’ moeten zij een gevoel van voldoening hebben geput.
Hun levenspad als schrijfster is niet over rozen gegaan. Ze hebben het allen zonder uitzondering moeilijk gehad en ze hebben hun moeilijkheden elk op hun eigen wijze moeten verwerken: in gelatenheid, in boosheid en zelfs in blijmoedigheid.