Oost-Indische spiegel.


auteur: Rob Nieuwenhuys


bron: Rob Nieuwenhuys, Oost-Indische spiegel. Wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1978  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XVII. Tijdschriften

1. De Fakkel

Om de eigenaardige stemming te leren kennen die onder de Europeanen heerste in de periode na 10 mei 1940 en de inval der Japanners op 1 maart 1942 zou men de Indische dagbladen en weekbladen moeten raadplegen. Deze periode zou een studie waard zijn die veel koloniale aspecten zou verhelderen. Een bron hiervoor zijn de memoires van de oud-Volksraadsvoorzitter J.A. Jonkman (1971) die uiteraard met

[p. 637]

reacties van anderen en meer gegevens zouden moeten worden uitgebreid. Het eerste nummer van De Fakkel kwam op 1 november 1940 uit. Het aantal redactieleden bedroeg oorspronkelijk twaalf. Het waren H.P. Berlage Jr., C. Binnerts, I.J. Brugmans, P.J. Koets (de eigenlijke initiatiefnemer), F. Kramer, Kwa Tjoan Sioe, W.M.F. Mansvelt, T.S.G. Moelia, A.K. Pringgodigdo, J.H. Ritman, J.M.J. Schepper, W.G.J. Zwart. Met ingang van het vierde nummer trad ook R. Nieuwenhuys als dertiende tot de redactie toe. - Het in memoriam van Thamrin door A.K. Pringgodigdo staat in het februari-nummer 1941, blz. 334. Pringgodigdo deelt daarin ook mee dat het op Thamrins aanwijzingen was ‘dat de Du Perrons het door hem gewenste en zo nuttig gebleken contact met Indonesische intellectuelen konden vestigen’. - Voor wat er in deze periode op binnenlands politiek terrein gebeurde, kan men de dissertatie raadplegen van J.M. Pluvier, Overzicht van de ontwikkeling der nationalistische beweging in Indonesië in de jaren 1930-1942, blz. 183 e.v. - De reactie van Walraven op De Fakkel staat in De Indische Courant van 29 november 1940; die van Veenstra is te vinden in Diogenes in de tropen, 1947, blz. 59; die van Beb Vuyk valt niet meer op een vaste datum terug te voeren omdat de betreffende nummers van het Bataviaasch Nieuwsblad ontbreken.

2. Oriëntatie

Van de periode na de capitulatie van Japan tot de eerste politionele actie in juli 1947 is weinig bekend; ze is min of meer de mist ingegaan. Er was in die tijd overigens een bruisende energie en vooral vóór de politionele actie een contact tussen Nederlanders en Indonesiërs die er vóór die tijd niet geweest was. Oriëntatie is eigenlijk uit dit contact voortgekomen. Over de tijdschriften uit die tijd als Uitzicht, Inzicht, Kritiek en Opbouw, Berita Indonesia enzovoorts Kunnen we weinig meer te weten komen omdat de bronnen verloren zijn gegaan. Van Oriëntatie verschenen in het geheel zesenveertig afleveringen, de latere nog maar eens in de drie maanden. Door het vertrek van redactieleden en vaste medewerkers werd de positie van het blad hoe langer hoe moeilijker. Het oude elan was ook verdwenen. Nadat de redacteur-secretaris ‘gerepatrieerd’ was, verscheen er nog maar één nummer dat in niets meer op het oude Oriëntatie leek.