‘Verzonken grenzen’, ‘Donker geluk’, ‘De branding’, ‘Maskerade’, ‘Daadlooze droomen’, hoe schoon en zacht en evocerend zijn de titels boven de boeken der hedendaagse schrijfsters. En ik denk aan de Japanse dichter die de ontroering van één dier woorden in zijn hart zou doen dringen, de klank en de betekenis ervan telkens verdiepend en verdubbelend, hoe zijn wereld en al de ervaringen van de dag zouden te zamen trekken in de grondeloze verwikkeling van zijn woord, hoe hij dit woord ten slotte, gezuiverd, vervloeid, en, bij het langzaam neertekenen, helder gestold, als 't ware vóór zich zou kunnen opheffen als een spiegel, waarin hij achter zijn eigen ontroerd gelaat het landschap van zijn emotie verstild ziet aangeduid.
Wanneer echter een moderne Nederlandse schrijfster een su-
bliem woord als ‘daadloze dromen’ wil verbeelden doet ze... hetzelfde; alle mensen hebben iets eenders, maar ze bezigt een geheel andere werkwijze. Zij schrijft een negental novellen, waarin telkens haar ‘woord’ de ‘moraal’ is, waarvan haar woord om zo te zeggen de ‘grootste gemene deler’ is. En ter verduidelijking plaatst ze een citaat, dat de betekenis van haar woord omschrijft, vlak onder haar titel. Zo maakt ze het de lezer gemakkelijk, wat niet zo heel erg is. Maar wat erger is: zij maakt het zichzelf te gemakkelijk. Haar methode is te makkelijk om nog een methode te zijn. De kwaliteit van de uitwerking der novellen daar gelaten (‘Herfst’ heeft me als de beste getroffen) - de grondgedachte reeds is niet naar haar waarde verwerkt. Want de gedachte van het woord ‘daadloze dromen’, is die niet deze: dat het tragische der wereld niet bestaat in de daden der mensen, in hun gewetenloze actie, maar juist in hun daadloosheid, in hun peinzende inactie? Dat een misdaad ten slotte niet zo hopeloos tragisch is (berouw en genade immers herstellen het verband met God wanneer de mens voortleeft) als de tragiek van een hart dat zijn daadkracht verdroomt en ledig en ontzield op generlei wijze de verloren voeling met het leven kan te boven komen? Zó is Hamlet, zo is Macbeth tragisch van ontreddering, zo zijn ‘De drie zusters’ van Tsjechof tragisch van inactie.
Geen enkele der novellen van Ada Gerlo doet recht aan de diepte van haar ‘woord’.