Een klein boekje van Top Naeff heb ik in handen gekregen.
‘Vriendin’ is de titel, even eenvoudig en ongekunsteld als het boekje zelf is. Het bevat geen wereld-omwentelende gebeurtenissen, geen gecompliceerde intriges.
Het is de eenvoudige vertelling van een verborgen liefde. Een liefde, die ternauwernood wordt aangeroerd, waarvan de ernst en de motieven nimmer worden besproken, noch in hartstochtelijke bewoordingen, noch met wanhoop of enige andere heftige aandoening.
Alleen door de regels heen, gaat men eindelijk iets begrijpen. Er begint eindelijk iets week te worden in het hart. En langzamerhand ziet men, dat hier meer is dan alleen de beschrijving van het gezin Grashorst - dat uit de heer des huizes, ‘de voor-
overneigende gestalte en het fijne vochtig-bleeke gezicht’, de beide grafelijke zoontjes en Conny bestaat. Conny, die met ieder ander het hartsgeheim van de ander had, Conny, wier zachte evenwichtige sfeer zich mededeelde aan alles wat haar omringde en toebehoorde. Voor alles en ieder vond haar belangstelling een vriendelijk woord, voor allen wist zij de geëigende toon te vinden en het tere punt te treffen en te koesteren. Zij had de omvattende glimlach van hen die vanzelf begrijpen, ogen die altijd gaven en nooit vroegen.
Men vindt beschreven de regelmatige rustige gang van het ‘mooie gezin’ in de kleine provincieplaats, in zuiver en melodieus proza, hoe alles voortging, ongemerkt en onbegrepen. En hoe tenslotte alleen de dood van een goed vriend des huizes even, heel even maar, iets schijnt gebroken te hebben.
Maar dan is alles weer gelijk het was, en het is pas later, veel later, als Conny is gestorven, dat veel dingen duidelijk worden. Dan begrijpt men waaruit de kracht voortkwam die voor dit rimpelloze leven nodig was, en waarom die kracht zich juist uiten moest in een zo ingetogen regelmaat.
Het is een ongetrouwde vriendin van Conny die dit vertelt, warm en toegewijd, die jaren lang geleefd heeft naast en in dit gezin en even weinig van de verborgen liefde heeft geweten als Grashorst zelf.
Maar na Conny's dood, als zij haar brieven krijgt toegestuurd, gaan haar de ogen open.
Het is een tragedie die tot tranen dwingt. Er breekt even iets open in het hart, en dat vraagt een moment aandacht voor iets onraakbaar-teders, voor iets dat ijl en ontroerend is als een herfst-schemering.
Een korte fijne novelle vult de laatste bladzijden van dit boekje. En het zijn de laatste woorden die weer even onze aandacht vragen ook voor deze simpele vertelling:
‘Hij had nog altoos haar handen, ze werden in de zijne koud.’