terug  begin  verder

[p. 96]

Carry van Bruggen
‘Het huisje aan de sloot’

Carry van Bruggen, die wij reeds van zoveel verschillende zijden leerden kennen, heeft hier eindelijk haar beste kant getoond in een verzameling kleine novellen, die vroeger mijn maandelijks genoegen in ‘Groot-Nederland’ uitmaakten.

Ze zijn, bij het overlezen, werkelijk subliem deze schetsjes uit het kinderleven. De fijne humor, de weemoedige intimiteit, de schemerige sfeer van half-begrepen gebeurtenissen en emoties.

De kinderen dartelen rond door de straatjes, door de slopjes, door de saaie schoollokalen, door de alkoofjes en achterkamertjes, door de avond-verlichte burgerwinkeltjes.

Hier en daar vangen ze een woord op, half verstaan, nauwelijks begrepen - waaruit dan hun vage kinderbegrippen de meest fantastische conclusies formuleren. Ze voelen als uit een verte de situaties, waarvan de verhoudingen en afstanden voor hen onberekenbaar zijn.

Het duister gedoe van mensen vleugelt over hen heen, raakt even hun roekeloze onschuld met zijn bedachtzame ernst, of breekt ongemerkt iets van hun kindervertrouwen en kinderoprechtheid af.

Zij leren begrijpen, dat er een leven is anders en donkerder dan het hunne met zijn kleine noden en kwaaltjes. - Ze leren dat er iets groots en dreigends staat achter ieder leven. - Dat er dingen zijn die een mens ongelukkig maken. - Ze leren de dood - schande - armoede - ongeloof. - Ze zien dat er veel mensen anders doen dan ze spreken -; dat de een dit zegt en de ander dat -; dat het beter is niet de waarheid te zeggen -; dat je nooit helemaal weet wat iemand meent.

Maar al deze dingen, leren ze ongemerkt, evenals ook hun lichaampjes ongemerkt groeien en langzaam vervormen en volwassen worden.

In de smalle straatjes hurken ze saam - steken de zwarte krul-

[p. 97]

koppen bij elkaar en befluisteren de gebeurtenissen. - De één weet deze uitleg, de ander die -

Ze trekken ernstige gezichten, en zwijgen, instinctief al begrijpend, dat wat ze voelen schande is. In de kleine alkoven liggen ze met slaapwarme ogen wakker, te luisteren naar wat de ouders zeggen in de aangrenzende kamer.

Deze bundel schetsen vermeerdert onze literatuur met een deeltje voortreffelijke kinderpsychologie. De enige gegronde aanmerking die men zou kunnen maken is deze: - dat de schrijfster door haar eigen enthousiasme over haar kinderpsychologie als 't ware meegesleept, hier en daar wel eens wat àl te diep, wat àl te fijn wilde opmerken.

Maar wat dan nog?

terug  begin  verder