Een veel ge- en mis-bruikt thema. Een ongetrouwd, reeds niet meer geheel jeugdig, jong meisje, dat, na de dood van haar moeder, in moeilijke financiële omstandigheden achterblijft en een troosteloos bestaan leidt, verliest haar hart aan een ‘knappe veertiger’, zoals men deze sterke, mannelijke figuur, met zijn korte grijze knevel en rondborstige natuur in de wandeling zou kunnen noemen.
De ‘knappe veertiger’ evenwel, is te verstandig om aan het huwelijk te denken. En, helaas, na het schamele beeld, dat de heer Van Eckeren ons van zijn heldin geeft, moeten wij de man wel gelijk geven.
Ten einde raad, aangezien hij geen ‘asem’ geeft, bekent zij in schoolmeisjesachtige, kinderachtige woorden hem haar liefde,
waarover de held zich zeer verbaasd toont. Hij negeert evenwel dit kleine verschil van mening, stelt haar voor te doen alsof er niets gebeurd is en neemt dan haastig afscheid, omdat hij de trein naar Amersfoort nog halen moet.
Van ‘Dorst’ is in dit kleine onbetekende boekje al heel weinig sprake. Eigenlijk van geen enkele emotie, of gedachte, zelfs van geen eenvoudig zuiver sentiment is hier sprake.
De opzet is doelloos, de figuren van een banale kleurloosheid, de intrige te gemakkelijk om verdienstelijk te zijn...
Waarom willen wij onszelf nog dwingen, romans als deze toe te laten tot de ‘literatuur’?
Er worden reeds zoveel minderwaardige boeken geschreven.
Is het niet beter in het geheel geen, dan een slecht boek te schrijven?