terug  begin  verder

Marie Schmit
‘Marietje’

Marie Schmitz geeft ons een klein boekje, dat eigenlijk geen novelle en ook geen roman is te noemen. Een levensbeschrijving van een meisje, dat zij Marietje noemt, en dat, doof, en uit een armelijk sober omgevinkje komend, met veel moeilijkheden en verdrietelijkheden te kampen heeft. In het kleine burgerachterkamertje, waar de moeder, tot het laatste sprankje daglicht verdwenen is, jachterig het borduurwerk voor de winkel zit af te peuteren, vangt de jeugd van Marietje aan. Daar komen de eerste verlangens en verwachtingen zich vormen in haar jeugdig hoofdje, verwachtingen over de wereld en het leven, die weldra alle teleurgesteld zullen worden.

[p. 130]

De doofheid, die naarmate zij ouder wordt, verergert, en die haar àl te gevoelig hart als een smadelijk gebrek ondergaat, vervreemdt haar al gauw van de andere kinderen, naar wier vriendschap zij toch een smartelijk verlangen blijft koesteren. Opgevoed door de tobbende moeder en het goedige oude grootmoedertje, staat zij als een overgevoelig, ouwelijk en zorgelijk figuurtje tussen de andere kinderen, die, veelal uit gegoede milieus haar de medogenloze wreedheden van hun kinderverachting niet besparen.

Veel belangwekkends gaat er niet in dit kleine leven om. Een rustkuur buiten in een kinderherstellingsoord, een paar vernederingen haar op school aangedaan, een verjaardagspartij, waarop zij zich zo verheugd had en waar de geringschattende spot van een rijker schoolkameraadje haar tot schreiens toe ongelukkig maakt, een partij bij een der vriendinnen, een op niets uitlopend amourtje met een gymnasiast, dat is wel zowat alles, wat ons van Marietje verteld wordt.

Het boekje is eenvoudig geschreven, pretentieloos, en met een tedere liefde samengevoegd, zodat het eerder aan een zorgvuldig verzamelde jeugdherinnering doet denken, dan aan literaire arbeid. Ik wil er daarom ook niet te veel van zeggen. Belangrijk of opmerkelijk is het niet, maar de warmte en zorg van de schrijfster, die als het ware door ieder woordje doorklinkt, als was het een dierbaar brokje jeugd, dat zij voor zich zelve heeft willen vastleggen, verhinderen ons, met literaire medogenloosheid dit kleine stukje dagboek aan te randen.

Ik hoop, dat Marietje in haar later leven nog veel goeds heeft leren kennen en dat inderdaad, ‘dat andere... dat échte...’ nog gekomen is.

terug  begin  verder