‘Het is een poging, om iets van tooneelleven uit te beelden, om enkele kanten van die telkens andere, en telkens weer boeiende wereld te laten zien’, zegt de schrijfster in een kort voorbericht, ‘en geenszins een gecamoufleerde biografie van bestaande tooneelmenschen.’
De roman heeft de vorm van een uitgewerkt gedenkboek door een gefingeerde mejuffrouw Schepp opgesteld, die, zichzelf voortdurend op de achtergrond houdend, de geschiedenis verhaalt van Jenny Heysten, een meisje uit zeer patricische maar zeer verarmde familie, die door ontegenzeggelijke aanleg en roeping gedrongen, haar ouderlijk huis verlaat om zich, onder de ‘chaperonne’ van de verhaalster, mejuffr. Schepp, wat men
noemt aan het toneel te geven. Mejuffr. Schepp deelt mede, hoe Jenny het eerste jaar reeds, onder de invloed van een z.g. boulevardtoneeldirecteur, bij wiens troep zij wegens persoonlijke aantrekkelijkheden gemakkelijk een plaats gevonden had, haar pure liefde voor absoluut toneel, waaraan zij in haar creatie van ‘Marieke van Nimweghen’ bij een dilettantenvoorstelling zulk een gevoelige uiting gegeven had, verzaakt voor een zucht naar succes, voor een dorst naar een doen gelden van haar relatieve kwaliteiten als actrice. Zij is niet meer de vrouw die als actrice streeft naar de verbeelding van een in haar ziel zich onbewust voltrekkend hoger leven, zij is de actrice geworden die met scherpe en bijna bittere moed de vrouw in zich zelf zou offeren voor haar handhaving als actrice. Bij een door de vooruitstrevende Veraart met hoge en zuivere idealen samengestelde troep terechtgekomen, gaat het Jenny, geheel onder de fascinatie van Veraarts kunstzinnige illusies, aanvankelijk zeer goed. Zij speelt Ophelia in Hamlet, Hilda in Bouwmeester Solness. Maar de corruptie, in den beginne krachteloos tegenover het gemeenschappelijk enthousiasme, tast heimelijk de troep aan, en als Jenny zich tenslotte heeft te handhaven tegenover het ‘roddelen’ en de jalouzie harer collega's, maakt zij van de macht gebruik die zij weet op Veraart uit te oefenen. Maar thans is zij zelf dupe, zij heeft zichzelf bedrogen toen zij dacht van Veraart te houden terwijl zij als actrice slechts door hem meegesleept was, en als, door een tegen Veraart uitgebroken staking onder de acteurs, zij voor de keus gesteld wordt Veraarts vrouw te worden of actrice te blijven, erkent zij terstond de waardeloosheid van haar liefde door de zijde der acteurs te kiezen, en heeft daarmede zich zelve als mens vernietigd; terwijl haar verontschuldiging, dat zij zelfs ten koste van haar liefde haar kunst niet zou kunnen missen, krachteloos moet blijken tegenover de overweging, dat juist Veraart haar het besef van deze kunst geschonken had.
Dit is de globale inhoud van het verhaal van mej. Schepp. Het is, zoals een kort onderschrift meedeelt, het voornemen van
de schrijfster op deze roman van toneelleven een vervolg te schrijven onder de titel: ‘Jenny Heysten's carrière’.
Een enkele opmerking over het boek. De beschrijving van het toneelleven zelf, de ongeveer twintig verschillende typen en karakters der artiesten, hun gesprekken, hun uiterlijk en opvattingen, de steeds voortwoekerende afgunst en ijdelheid, hun zeker gebrek aan zwaarte van persoonlijkheid, zodat zij nooit in evenwicht zijn, hun naïef egoïsme, het is alles naar het leven geschilderd, gefotografeerd, gecinematografeerd als men wil, met geen ander doel dan de benadering van de juistheid van het object. Ik wil er zelfs aan toevoegen dat al deze feiten zodanig gerangschikt zijn, dat zij niet zonder ‘signification morale’ zijn en dat er, behalve in de figuur van Veraart, - maar dit mag toegeschreven worden aan mej. Schepps merkwaardige kortzichtigheid juist waar het hem betreft, - geen psychologische fouten in dit boek begaan zijn.
Maar het enige wat mij uit dit boek altijd zal bijblijven, is niet het toneelleven, maar de beschrijving in de eerste 30 blz. van Jenny's vervallen ouderlijk huis, en mej. Schepps verblijf aldaar. Daarin lag stof voor een aangrijpender roman dan een zedenschildering (Kent gij ‘Isabelle’ van André Gide?). Hoe is het mogelijk, dat de schrijfster in het vervolg van de roman noch Jenny's vader, noch Timon of Philip, meer laat opkomen? Ik gaf daar 10 tonelisten voor! (Het is bovendien een onjuistheid).
Nog iets moet mij van het hart. De schrijfster heeft veel aan Top Naeff te danken, in deze eerste bladzijden vooral. De figuur van mej. Schepp, met haar nog-niet-helemaal-oude-vrijsters fermheid en levenslust, doet denken aan Top Naeffs ‘Vriendin’ in haar opgeruimde kordaatheid van het aanvaarden der dingen zoals ze nu eenmaal zijn, en er waren momenten tussen blz. 20 en blz. 70 dat ik zelfs dacht aan ‘In den dop’ en ‘Het veulen’.