Hoe lang zal het nog duren eer de leesmachine uitgevonden wordt? Waarom niet, na de schrijfmachine, de reken- en zetmachine, waarom niet een leesmachine die, ons oog op de een of andere wijze kunstmatig vergrotend, ons in staat zou stellen om minstens tien woorden tegelijk te overzien? Boeken als ‘De sterke’ van Julia Frank moeten op deze uitvinding wachten, alvorens gelezen te kunnen worden. Maar zolang onze machinalistische tijd zich nog niet met een dergelijk leesinstrument completeert, zullen de schrijvers wel gedwongen blijven om met de tot de natuur hunner kunst behorende werkmiddelen, stijl en compositie, voorlopig nog genoegen te nemen.
Wat doen stijl en compositie in een roman? Zij geven aan de volzin en aan het gebeurtenissen-complex een toevoeging die van essentiële waarde is. Het letterlijk wordt figuurlijk, het beeld wordt gestalte, de passieve weergave wordt een actieve, de Daseinsform (om uitdrukkingen uit modern-duitse kunst-theorieën te bezigen) wordt Wirkungsform. En nu spreek ik nog slechts over het belang van stijl en compositie van uit het standpunt van de lezer. Maar voor de schrijver is hun kracht onontbeerlijk, want zij stellen hem in staat uit te spreken wat anders slechts aangeduid kon worden, en te verwerkelijken het tergende visioen, dat, achter de dingen des levens oprijzend en hen doorstralend, zijn laatste hunkering blijft. Het is de stijl die aan ieder woord dit doorstraald-zijn verleent, en het is de compositie die dit licht in de dingen zo geheimzinnig als 't ware condenseert, tot het vatbaar wordt, vatbaar als de dingen zelf die er in opgelost zijn, zodat het bovenmenselijke in het menselijke begrepen wordt. Nihil dei a nobis alienum.
De jonge schrijfster Julia Frank, die in korte spanne tijds drie lijvige werken op onze tafel legde, veronachtzaamt deze der kunst natuurlijke werkwijze, en schrijft geen boeken maar platen voor de toekomstige leesmachine. Vagelijk en onbewust zal
voor haar de roeping der kunst dezelfde zijn als voor ons, maar haar methode is geheel verschillend. Zij geeft niet één enkel ding tot in zijn essentie waar het ‘licht’ zichtbaar wordt, zij geeft liever twintig dingen zodanig onderling geplaatst dat een flauwe lichtspeling bemerkbaar wordt. In hoever ze daarin nog geslaagd is, is weer een andere vraag, hier gaat het om de methode. Zij geeft massa's, enorme hoeveelheden, maar bespeurt als ze verder gaat slechts zelden hoeveel dezer hoeveelheden ‘quantités négligeables’ waren. In schokken en rukken wordt de lezer herwaarts en derwaarts getrokken, maar met welk resultaat? Cinematografisch snel en abrupt wisselen de beelden, nooit wordt verdiept of doorgedrongen, neen, steeds nieuwe en andere oppervlakten duizelen voorbij en maken elkaar verward. Wij gaan niet door het leven heen, wij gaan er voorlangs, rondom, met een Columbiaanse hoop bezield eenmaal, voortdurend westwaarts zeilend, het Oosten te benaderen. Deze methode schipbreukt op de onmogelijkheid van eindeloze multiplicatie, en niet slechts het lezen, maar ook het schrijven moet uitgesteld worden tot de uitvinding van bovenvermelde machine.
Dit werd de schrijfster op blz. 129 met mij eens, en terwijl we in de eerste 128 blz. dezer furieuze rapsodie zijn voorbij gesneld aan een industrieel die 24 kinderen heeft uit zijn eerste huwelijk, één uit een concubinaat en één uit zijn tweede huwelijk, waarvan er enigen zelfmoord plegen, idioot worden of zelf weer 17 kinderen krijgen, waartussen dan weer zelfmoordenaars en zwakzinnigen zijn, en zo ad infinitum -, terwijl we zo in 128 blz. voorbij gesneld zijn aan even aangetipte gruwelen waarbij Zola's en Dostojewsky's ‘Fécondité’ en ‘Karamazoff’ kinderspel zijn -, begint op-eens op blz. 129 een roman van het goedigste kaliber, die tot inhoud heeft de weifeling van een meisje Franka, spruit dezer onstuimige familie, tussen haar artistiek en sensueel temperament, belichaamd in Gijs en Bert, twee mannen, die zij ieder slechts met één zijde van haar verdeeld gevoelsleven kan liefhebben. Eerst houdt ze van Gijs, maar die heeft te weinig temperament, dan houdt ze van Bert, maar die
misgunt haar het piano-spelen. Dit alles gaat in eer en deugd, want een huwelijk is sinds blz. 129 de enige liefdesmogelijkheid.
Franka is een meisje dat meer van de liefde dan van de man houdt. Waarom zij ‘de sterke’ genoemd wordt blijft een raadsel, zij heeft veeleer de jongensachtige onstuimigheid die bij meisjes een zwakke wil verraadt. Er zijn in dit boek drie aardige figuren, die opvallen omdat al de overige typeringen wel wat te vlot ons voorbij schieten zonder hun indruk achter te laten, nl. oom Klaas, oom George en tante Go. Hadden wij een leesmachine, dan zou ik u aanraden het boek om deze drie figuurtjes te lezen. Voor ongewapende ogen echter is het tempo van het boek te inspannend.