Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn)


auteur: Martinus Nijhoff


editeur: W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn


bron: Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn). Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2001 (derde druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 165]

Dagboekbladen

[p. 167]

De jongen

 
Hij zat in nachtgoed voor het raam en liet
 
Willoos het hoofd hangen op het kozijn -
 
Hij zag den landweg langs de heuvels zijn
 
Kronkel wegtrekken naar het blauw verschiet.
 
 
 
Hij dacht weer aan den ouden vreemdeling
 
Die 's middags in het herbergtuintje sliep -
 
Zij stoeiden om hem heen, en iemand riep
 
Hem wakker, en hij zat dwaas in hun kring.
 
 
 
Zijn verre blik zwierf langs hun oogen weg,
 
Hij zei: - (zijn baard was om den glimlach grijs)
 
‘Jongens, het leven is een vreemde reis,
 
Maar wellicht leert een mensch wat onderweg.’
 
 
 
Toen was het of een deur hem open woei
 
En hij de verten van een landschap zag,
 
Hij zag zichzelf daar wand'len in een dag
 
Zwellend van zomer en van groenen groei.
 
 
 
De weg buigt om en men keert nooit terug -
 
Hij kon zijn hart als voor 't eerst hooren slaan,
 
Hij heeft zijn schoenen zacht weer aangedaan
 
En sloop door 't tuinhek naar de kleine brug.