Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn)


auteur: Martinus Nijhoff


editeur: W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn


bron: Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn). Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2001 (derde druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 174]

Het steenen kindje

 
Buiten de herberg waar we bleven
 
In 't oude stadje aan den Rijn
 
Begon des nachts muziek te beven.
 
Wij zetten ons, achter 't gordijn,
 
Met kandelaars op het kozijn:
 
Reizende muzikanten waren
 
Aan 't spelen op 't besneeuwde plein,
 
En bij hen stond een kind te staren -
 
 
 
Maar toen ik nader acht ging geven,
 
Was het de steenen cherubijn
 
Die zich, als smeltend losgeheven,
 
Had vrij gemaakt van de fontein -
 
De fluit hief in het maanlicht zijn
 
Roep tusschen rits'lende gitaren
 
En zwol terug in het refrein -
 
Het kind begon mij aan te staren -
 
 
 
Toen kwam het naar mijn venster zweven:
 
Ik voelde hoe zijn naakt en klein
 
Lichaam dicht aan mijn borst gedreven
 
Sidderde van ontspannen pijn -
 
Er trilde langs mijn wang een rein
 
Koud kindermondje, en in mijn haren
 
Woelde zijn handje - O moeder mijn,
 
Smeekte 't, en bleef mistroostig staren -
 
 
 
O zoontje in me, o woord ongeschreven,
 
O vleeschlooze, o kon ik u baren -
 
Den nood van ongeboren leven
 
Wreekt gij met dit verwijtend staren.