Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn)


auteur: Martinus Nijhoff


editeur: W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn


bron: Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn). Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2001 (derde druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 261]

De schrijver

 
Telkens komen tusschen de wolken door
 
vogels met nieuwen tekst tegen de ramen,
 
en ik zit mij, onder mijn lamp, te schamen
 
dat ik niet neer kan schrijven wat ik hoor.
 
 
 
O God! Hoe dorst ik lachen om lichamen
 
van wier volmaakte schoonheid een flauw spoor
 
in kleeding overblijft, ik, die aldoor
 
uw evangelie uitstraal voor reclame.
 
 
 
Hoe dorst ik lachen? In hun oogopslag
 
is vogelwiekslag meer dan uit te spreken.
 
Ik kan niets doen, niets doen. Ik wacht den dag
 
 
 
dat zich één vrouwehand opheft, ten teeken
 
dat ik wat voor mij neerstrijkt nemen mag.
 
Want hoor, hij zingt, hij is niet te onderbreken.