Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn)


auteur: Martinus Nijhoff


editeur: W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn


bron: Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn). Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2001 (derde druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 409]

Verantwoording

Voorgeschiedenis

In 1951 bestonden er plannen het Verzameld werk van M. Nijhoff uit te geven. Het plotselinge overlijden van de dichter op 26 januari 1953 was aanleiding om de uitgave versneld te realiseren. Reeds in 1954 kon deel i, Gedichten, verschijnen, waarin overigens niet alleen gedichten, maar ook toneelwerken waren opgenomen. Het jaar daarop werd deel iii, Vertalingen, gepubliceerd (toneel, proza en poëzie). Later, in 1961, kwam daar nog bij deel ii, Kritisch en verhalend proza (in twee banden). Gerrit Kamphuis was verantwoordelijk voor de tekstverzorging van deel i. Voor deel iii liet hij zich bijstaan door Gerrit Borgers, die ook het kritisch proza uitgaf. Deel i werd enkele malen herdrukt in ongewijzigde oplagen en van het deel Vertalingen verscheen eveneens een nieuwe oplage. Bovendien werd er in 1982 een ‘tweede, geheel herziene en vermeerderde druk’ van het totale Verzameld werk uitgegeven. In feite is hier echter sprake van een herziene oplage: hetzelfde zetsel is gebruikt, waarin correcties en aanvullingen zijn aangebracht. Men zou dus kunnen zeggen dat Nijhoffs Verzameld werk, afgezien van een enkele correctie en aanvulling, steeds onveranderd is herdrukt. Nu, bijna veertig jaar na Nijhoffs dood, is de tijd aangebroken een nieuwe editie van zijn gedichten samen te stellen.

Vooraf dient nadrukkelijk te worden vastgesteld dat Gerrit Kamphuis, zeker gezien de korte tijd, op een voorbeeldige wijze een verantwoorde uitgave heeft samengesteld: in iets meer dan een jaar heeft hij de relevante bronnen verzameld en kritisch geschift en ze, voorzien van deskundig commentaar, toegankelijk gemaakt. Hij heeft daarbij gebruik kunnen maken van de inzichten terzake van de dichter zelf, met wie hij herhaaldelijk over de inrichting van de verzamelde werken gesproken heeft, hoewel Nijhoff, zoals Kamphuis vermeldt, maar ‘moeilijk tot een definitieve keuze kon komen, zowel wat de op te nemen verzen als wat de uiteindelijke lezing daarvan betreft’. Uiteindelijk heeft Nijhoff vlak voor zijn dood nog een aanwijzing gegeven: de editie zou ‘het best de tekst der laatste drukken kunnen volgen’, waarbij hij tegen de opneming van varianten geen bezwaar had.

Van het presenteren van de varianten moest Kamphuis echter afzien: het materiaal was te omvangrijk om binnen de gestelde tijd tot een uitgave te kunnen leiden. Maar hij stelde een wetenschappelijk verantwoorde variorumeditie in het vooruitzicht. Deze uitgave is echter nooit verschenen, zodat

[p. 410]

de in Nijhoff geïnteresseerden voor de zo belangwekkende veranderingen in de gedichten aangewezen waren op de verschillende drukken van de bundels en de tijdschriftpublicaties - beide niet altijd even gemakkelijk bereikbaar - en de moeilijk toegankelijke handschriften. Het ontbreken van een verantwoorde complete variorumeditie van Nijhoffs gedichten werd allerwege gevoeld als een groot gemis.

In 1981 is het initiatief genomen om de wetenschappelijke Nijhoff-uitgave tot stand te brengen. nwo (toen nog zwo) en de knaw schiepen de financiële en organisatorische kaders. Het onderzoek ten behoeve van de historisch-kritische uitgave van de gedichten van M. Nijhoff kon van start gaan. Alle primaire en secundaire bronnen werden verzameld, geordend en kritisch vergeleken. Op basis daarvan werd een uitgave gemaakt waarin alle gedichten van Nijhoff zijn opgenomen, zowel de gepubliceerde als de ongepubliceerde, de oorspronkelijke en de vertaalde, met alle varianten en voorzien van een omvangrijk commentaar waarin ook gegevens zijn verwerkt over het ontstaan van de gedichten en de totstandkoming van de bundels. Het werk aan de historisch-kritische editie werd in 1992 voltooid. In 1993 is de uitgave in de reeks Monumenta Literaria Neerlandica in twee delen (drie banden) verschenen.

Naast deze grote uitgave, die in de eerste plaats bedoeld is voor een gespecialiseerd publiek, is een nieuwe leeseditie gewenst. De nieuwe gegevens die het historisch-kritisch onderzoek heeft opgeleverd rechtvaardigen een Nijhoff-uitgave die de editie Kamphuis vervangt.

Er is een tweede reden om een andere Verzamelde gedichten samen te stellen, en die betreft de opzet. In deel i heeft Kamphuis zowel gedichten als toneel opgenomen, waardoor de uitgave een wat hybridisch en onoverzichtelijk karakter kreeg: toneel en poëzie werden door elkaar gegeven, de verspreide gedichten - waaronder hoogtepunten als de cyclus ‘Voor dag en dauw’ - kregen een enigszins verborgen plaats achterin. Bovendien stond de belangrijke vertaalde poëzie in een ander deel, achter het vertaald toneel en proza.