terug  begin  verder

[p. 11]

Stof

 
Vier vrouwen hebben mij gebaard en gezoogd en gewiegd.
 
Ze droegen me 's middags en 's avonds naar de hemel
 
Van mijn kamer en wasten mijn vleugels en kleedden me uit.
 
Ze kleden me uit en ze bidden me niet meer in slaap.
 
Doe dat maar zelf! Doe dat voortaan maar zelf!
 
 
 
Vier vrouwen lagen op hun knieën voor mijn bed te zingen.
 
De enkele vader zit beneden, overstemt de bovenwereld
 
Met zijn stilte, pent er zijn hartgrondige verslagen
 
Over de herkomst en erfeniskwesties van de aardbol neer.
 
Zijn moegezworven dood verkavelt alle slijk onder mijn voet.
 
 
 
Op alle plaatsen waar hij jaar na jaar begraven wordt
 
Veeg ik zijn stof bijeen en spuw erin
 
En kneed mezelf weer heel
 
En vloek dat ik hem lief moet hebben als de mond
 
Waarmee ik dit leven bedenk en mijn kinderen kus.

terug  begin  verder