terug  begin  verder

[p. 17]

Melancholie

[p. 19]

De beest spelen

 
De schele otter die veel verder kijkt dan ik,
 
Met zijn schitterende vliezen,
 
Met zijn vliezen schitterend
 
Van zoutkristallen komt hij bovendrijven
 
Op zijn rug, hij houdt het machtige mysterie
 
Van de mossel in de hand, hij mept
 
Op zijn geviste kei de zwarte mal kapot
 
En slurpt het lekker malse van mijn aanvang,
 
Het nachtelijke binnenste van mijn begin.
 
 
 
De orang-oetan die mijn dromen binnenwandelt
 
Met zijn slaperige gang, de diepe ernst
 
Van al zijn prachtige manieren,
 
Met zijn doodkalme handen,
 
Met zijn handen doodkalm
 
Van het denken meet en breekt hij riet en steekt
 
De vorsende punt in de bodem, sondeert
 
Het mierenhol, de krioelende grond
 
Van mijn bestaan, en vangt het goede zoete.
 
 
 
En ik, die naar die twee gekeken heb
 
Met mijn schutterende handen,
 
Met mijn handen schutterend
 
Van het denken, het herdenken, het heroverdenken
 
Van wat des mensen is, verveling, schulden, drank,
 
Lawaai, migraine, oorlog, ik en mijn handen
 
Hebben niets beters gevonden vandaag
 
Dan deze doodgemoedereerde poten, deze bloeddorstige vliezen
 
Na te doen.

terug  begin  verder