terug  begin  verder

[p. 22]

Geduld

 
Hou me vast, geduld, ook nu we samengaan
 
Als gaan en hurken, strelen en kapotte handen.
 
Als je kunt zal ik mij ook vanavond kuilen
 
Voor de nacht, en dromen, dromen dat ik slaap,
 
En dat ik slaap door alles heen en iedereen.
 
 
 
Als je me wekt zal ik me morgenochtend buigen,
 
En buigen opnieuw, over mijn bord, een vrouw, het lot
 
Dat mij aan tafel roept met zijn afwezige stem.
 
Ik zal er eten van haar brood, haar vlees, en eten
 
Tot ik niet meer kan, en weggegeten ben.

terug  begin  verder