terug  begin  verder

[p. 24]

Schemering

 
Ik ben de zoon van hem die morgen wordt geboren
 
En de vader van de jongen die mijn ouders verwekt.
 
Ik ben de dochter van het inzicht dat moet komen
 
En de moeder van de hoop die mij nu schept.
 
Ik ben de oudste minnares van de knaap die ik was
 
En de trouwste weduwnaar van ieder lief in zak en as.
 
 
 
Ik leef niet en ik ben niet dood, ik waak noch slaap,
 
En in die derde wereld moet ik altijd wonen.
 
Ik ben er als een vreemde kind aan huis, begaap
 
De penningmeester van mijn voddenbak met dromen,
 
De beheerder met mijn broodzak in zijn hoofd.
 
Ik ben hun luis, hun muis, en leef niet, kan niet dood.

terug  begin  verder