[p. 25]
Melancholie
Geleerden hebben recepten gevonden
Om je seconde te koken, ze noemen je
Stovende lever, bradende milt,
Ziedende gal van de melancholie.
En dankbaar zit ik aan tafel, word wat ik eet
En weet hoe ik heet, en neem en noem
De lauwe minuten bij hun naam.
Ik noem je vandaag het volwassen verdriet
Van ongeborenen, zij die verdwalen
Met de plattegrond op zak van Alexandrië.
Ik noem je ook de Florentijnse pijn
Van onze meetzucht naar het mateloze,
Napoleontisch besef van onze leegte
Met wetten en legers in kaart gebracht.
Ik noem je doina, duende, saudade, het smartelijk
Zwarte, ik noem je de analfabetische snik
Van de geschiedenis, de hik
Die duurt, de hoop die om de eeuw
Van tanden wisselt, schrik
Van twee, twee dode dode ogen
Die zichzelf niet onder ogen krijgen.
Melancholie,
Je hebt een gat in mij gemaakt.
Ik dicht het vaak met slaap, geduld en haat
Tot het weer opengaat voor lang,
Vriendin,
En ik van jou weer bang aaneenhang,
Tang.