terug  begin  verder

[p. 36]

Kunstgeschiedenis

 
Ze zeggen, is 't waar, ach ontken het, je woont nu alleen
 
In de hel van Hamburg, je vergadert en dineert er met de crème
 
De la crème van kunsthistorici en pedagogen
 
Uit heel de wereld. Maar je wereld is niet heel.
 
Je wereld wordt er aangevreten door het tandbederf
 
Van hun Bargoens, hun termen kermen, kauwen op je geest.
 
 
 
Heeft er één zoveel te zeggen over kunst als wij?
 
Ik bedoel natuurlijk kunst die pakt, zo van die ouderwetse,
 
Schilders die hun vlees verminken om ons oog te troosten,
 
Beeldhouwers die met hun kindsbeen beitelen aan ons profiel,
 
Kortom, archeologen die diep in de wolken wroeten naar ons.
 
Heeft er één zoveel te zeggen over ons als kunst?
 
 
 
En heb je trouwens mijn laatste gedichten ontvangen?
 
Ik ben ze kwijt want ik was dood toen ik ze schreef
 
En adresseerde in een heldere vlaag van zinsverbijstering.
 
Ze moeten dus diep zijn gegaan zoals jij
 
In je Hamburgse hel. Kom dan, en breng ze mee, je hel
 
En mijn gedichten. Kunnen we samen branden.

terug  begin  verder