Onder zelfbevrediging verstaan wij de opzettelijke en zelfstandige prikkeling van de eigen seksuele lustgevoelens. Dit gaat niet altijd met orgasme gepaard, de hand behoeft er niet altijd aan te pas te komen, soms ook de geslachtsorganen zelf niet. En in enkele gevallen zijn de lustgevoelens uitsluitend met behulp van de fantasie op te wekken.
Er is waarschijnlijk géén aspect van het geslachtsleven, waarbij wij sterker de gevolgen ondervinden van de zogenaamd wetenschappelijke waandenkbeelden, die er tot voor enkele tientallen jaren over zijn verkondigd, dan bij de zelfbevrediging. Het is ook het terrein waarop de burgerlijke antiseksuele houding (Van Ussel) zijn hoogtepunt heeft gevonden. Er zijn ter bestrijding van dit ‘euvel’ campagnes gevoerd met een heftigheid, die alleen verblinde fanatici kunnen opbrengen. En als men zelfs nog uit de jaren '20-'30 enkele, ook Nederlandse, voorlichters mocht geloven, zou er vrijwel geen ziekte bestaan die men niet als gevolg van zelfbevrediging zou kunnen oplopen. In de meest afschrikwekkende kleuren werd het geestelijk en lichamelijk verval getekend, van wie zich aan zelfbevrediging overgaf. Het is medisch-wetenschappelijk gezien een heel zwarte bladzijde in de geneeskunde; er is immers niets van waar.
Het is hier niet de plaats, ons te verdiepen in de vraag naar de oorzaken van deze fundamenteel foute inzichten; slechts wil ik opmerken dat naar mijn mening, een verkeerde kijk op de betekenis van het Bijbelverhaal over Onan in Genesis 38 zeker een rol heeft gespeeld. Maar meer nog misschien een apert onjuist inzicht in de betekenis van de seksualiteit ‘op zich zelf een vieze en zondige aangelegenheid’, die slechts vanuit de voortplanting en uitsluitend in direct verband daarmee positief te waarderen was.
Wat zijn nu de feiten?
Volgens Kinsey hebben 92% van alle mannen en 58% van alle vrouwen wel ééns aan zelfbevrediging gedaan. Oorza-
ken van het achterwege blijven ervan kunnen zijn: een minder sterke libido, een tragere ontwikkeling, een vroegtijdig seksueel contact met een partner of een combinatie daarvan.
Het verschijnsel treedt niet alleen bij veel meer jongens dan meisjes op, maar bij jongens ook eerder: op 15-jarige leeftijd hebben al 82% van de jongens, doch nog slechts 20% van de meisjes er kennis mee gemaakt. Tenslotte is ook de frequentie bij de jongen groter, gemiddeld acht keer per maand, tegen twee keer per maand bij het meisje.
Meer dan 50% van alle ongehuwde vrouwen doet er kortere of langere tijd aan en nog bijna 40% van de gehuwde vrouwen.
In het totaal van de seksuele bevrediging staat zelfbevrediging op de eerste plaats bij de ongehuwde man en vrouw en op de tweede plaats bij de gehuwde man en vrouw, met één uitzondering, dat in lagere sociale milieus de buitenechtelijke omgang van mannen groter omvang heeft dan de zelfbevrediging.
Tevens heeft Kinsey aangetoond dat masturbatie meer voorkomt naarmate het ontwikkelingspeil hoger is.
Gezien de omvang waarin zelfbevrediging voorkomt is het duidelijk dat zij onmogelijk de kwade gevolgen kan hebben die men er vroeger aan verbond.
Heden ten dage mag dan ook als algemeen wetenschappelijke opvatting worden gesteld dat zelfbevrediging als zodanig niet schadelijk is voor lichaam en geest, ook niet bij grotere frequentie.
Zelfs is in vele opzichten de zelfbevrediging positief te waarderen.
| 1. | Het is een goed oefenmiddel voor de zelfbeheersing. |
| 2. | Het levert geen risico voor een partner op, met name geeft het geen kans op zwangerschap. |
| 3. | Het is een nuttige verkenning van het eigen lichaam en zijn mogelijkheden: zo zouden vrouwen die vóór het huwelijk gemasturbeerd hebben, in het huwelijk gemakkelijker tot orgasme komen. |
| 4. | Het is in het begin van de puberteit een ‘fysiologisch verschijnsel’ te noemen: bij gebrek aan echte relatie is het dan de meest voor de hand liggende en ook aangewezen mogelijkheid om seksuele spanningen af te reageren. |
Wat echter wel schadelijk is, en ik heb de ellendige gevolgen er meermalen van waargenomen, is verkeerde voorlichting, een onjuiste voorstelling van zaken. De verkeerde voorlichting had ongetwijfeld ten doel, de zelfbevrediging als afschrikwekkend te doen ervaren, maar bereikte vaak precies het omgekeerde. Vooral als het door de ouders gebeurde, kwam de veroordeling zwaar aan, al leidde het er niet toe, dat de handeling achterwege bleef. Juist dientengevolge ontstonden schuldgevoelens. De schuldgevoelens belemmeren de normale afloop van de handeling. De spanningen bleven daardoor bestaan, hetgeen tot snelle herhaling van de handeling leidde, waardoor de schuldgevoelens weer toenamen enz. Echt een vicieuze cirkel... Allerwegen wordt dan ook nu een nuchter accepteren als de beste houding er tegenover aanvaard. In verreweg de meeste gevallen is het een fase, die vanzelf voorbij gaat, althans in belangrijkheid aanzienlijk afneemt. Het is niet zo, dat het huwelijk het absolute einde van de zelfbevrediging behoeft te betekenen. Er is zeker plaats voor in bijzondere omstandigheden, langdurige scheiding, langdurige ziekte van de vrouw, in de laatste periode van de zwangerschap en tijdens het kraambed, maar daarnaast ook wel bij sterk uiteenlopende behoefte aan de coïtus van man en vrouw. Mijn persoonlijke voorkeur gaat in deze gevallen echter sterk uit naar de situatie, waarbij man en vrouw dit in volkomen openhartigheid bespreken: dan kan het de vrouw zijn, die haar man met liefde met haar hand of mond tot bevredigende ontspanning of zelfs ontspannende bevrediging brengt.
Ook in de gevangenissen en dergelijke is zelfbevrediging een normaal verschijnsel, als vervangings- of hulpmiddel dus weer.
Slechts als de voorkeur naar zelfbevrediging uitgaat terwijl er reële mogelijkheden voor de coïtus aanwezig zijn, is er sprake van een ziekelijke toestand, een geestelijke afwijking. De medisch-wetenschappelijke opvattingen op dit punt zijn dus in enkele tientallen jaren wel grondig veranderd, maar is het publiek ook zo ver? In hoeverre werken daarbij nog de opvattingen na, vooral bij de oudere volwassenen, die ze in hun jeugd meegekregen hebben?
Cijfers van enige betekenis hierover waren - voor zover mij bekend - in Nederland nog niet gepubliceerd. Het is daarom interessant na te gaan, of de enquête over seksualiteit in dit
verband enig uitsluitsel vermag te geven.
7% van de mannen en 15% van de vrouwen geven aan, nooit van zelfbevrediging gehoord te hebben. Vooral voor de man is dit een hoog getal. In Amerika heeft 92% het weleens gedaan. Het lijkt aannemelijk dat het percentage voor Nederland tussen de 90 of 95 zal moeten liggen.
In de vele speculaties, die in verband met deze cijfers mogelijk zijn, wil ik mij niet begeven; ik volsta ermee te constateren, dat het in ieder geval klopt dat het aantal vrouwen, dat er nooit van gehoord heeft, aanzienlijk groter is dan het aantal mannen.
Bekijken wij vervolgens het oordeel van degenen, die zelfbevrediging als verschijnsel kennen, dan blijken nog altijd 27% van de mannen en 31% van de vrouwen van mening dat het ‘nooit goed te praten is’, wat dus een morele veroordeling inhoudt.
21% van mannen en vrouwen beide acht het min of meer schadelijk voor de gezondheid en 30% van de mannen en 38% van de vrouwen (1/3 deel dus) vindt het een abnormaal verschijnsel.
Een klein percentage vindt dit verschijnsel abnormaal, maar toch nog goed te praten.
Meer dan de helft van de mannen - 54% - doch slechts een derde deel van de vrouwen - 33% - vindt het in het algemeen een normaal verschijnsel.
Bij de vrouwen overheerst dus de gedachte dat het een abnormaal verschijnsel is, bij de mannen vindt een ruime meerderheid het normaal.
Dit zal zeker samenhangen met het gememoreerde feit dat het voorkomen bij mannen veel frequenter is, Inzake de vraag of het voor tieners gezonder is, het wel dan
| positieve beoordeling van zelfbevrediging | weet niet | |||
|---|---|---|---|---|
| sterk1 | zwak2 | totaal | ||
| in procenten | ||||
| zelfbevrediging is nooit goed te praten | ||||
| mannen | 33 | 21 | 54 | 12 |
| vrouwen | 18 | 23 | 41 | 13 |
| zelfbevrediging is schadelijk voor de gezondheid | ||||
| mannen | 32 | 18 | 50 | 22 |
| vrouwen | 20 | 15 | 35 | 29 |
| zelfbevrediging is een normaal verschijnsel | ||||
| mannen | 32 | 22 | 54 | 9 |
| vrouwen | 16 | 17 | 33 | 14 |
| zelfbevrediging kan ook bij gehuwden een normale zaak zijn | ||||
| mannen | 14 | 13 | 27 | 13 |
| vrouwen | 9 | 12 | 21 | 15 |
| een getrouwd iemand die aan zelfbevrediging doet is meestal abnormaal | ||||
| mannen | 15 | 18 | 33 | 8 |
| vrouwen | 11 | 14 | 25 | 8 |
| het is gezonder wanneer een tiener aan zelfbevrediging doet, dan wanneer dit niet gebeurt | ||||
| mannen | 17 | 21 | 38 | 19 |
| vrouwen | 5 | 14 | 19 | 21 |
| negatieve beoordeling van zelfbevrediging | totaal5 | |||
|---|---|---|---|---|
| sterk3 | zwak4 | totaal | ||
| zelfbevrediging is nooit goed te praten | ||||
| mannen | 13 | 14 | 27 | 93 |
| vrouwen | 17 | 14 | 31 | 85 |
| zelfbevrediging is schadelijk voor de gezondheid | ||||
| mannen | 10 | 11 | 21 | 93 |
| vrouwen | 10 | 11 | 21 | 85 |
| zelfbevrediging is een normaal verschijnsel | ||||
| mannen | 14 | 16 | 30 | 93 |
| vrouwen | 17 | 21 | 38 | 85 |
| zelfbevrediging kan ook bij gehuwden een normale zaak zijn | ||||
| mannen | 38 | 15 | 53 | 93 |
| vrouwen | 35 | 14 | 49 | 85 |
| een getrouwd iemand die aan zelfbevrediging doet is meestal abnormaal | ||||
| mannen | 37 | 15 | 52 | 93 |
| vrouwen | 38 | 14 | 52 | 85 |
| het is gezonder wanneer een tiener aan zelfbevrediging doet, dan wanneer dit niet gebeurt | ||||
| mannen | 20 | 16 | 36 | 93 |
| vrouwen | 29 | 16 | 45 | 85 |
niet te doen, houden bij de mannen de positieven en negatieven elkaar in evenwicht, 38% resp. 36%, maar bij de vrouwen overheerst weer de mening dat het gezonder is, het niet te doen 45% tegen 19%.
Opnieuw een verklaarbaar onderscheid: het al of niet hebben van eigen ervaring schijnt bij het oordeel een hoogst belangrijke rol te spelen.
Betreffende zelfbevrediging bij gehuwden, zijn op enige afstand van elkaar twee vragen gesteld, één in positieve en één in negatieve zin.
27% van de mannen en 21% van de vrouwen meent dat het normaal kan zijn, 33% resp. 25% ontkent dat het meestal abnormaal is.
Deze cijfers kloppen dus aardig, evenals trouwens die van de afwijzend ingestelden: 53% van de mannen en 49% van de vrouwen meent niet dat het voor gehuwden normaal kan zijn, terwijl 52% van mannen én vrouwen stellen dat het meestal abnormaal is. Kennelijk wordt zelfbevrediging binnen huwelijksverband door de helft van de enquêtepopulatie als bijna steeds abnormaal beschouwd. Hiermee stemt ook mijn ervaring overeen dat in de seksuologische praktijk weinig wordt aangegeven ook bij navragen, dat men zijn toevlucht ertoe neemt.
Uit de cijfers mogen wij afleiden dat het standpunt van de deskundigen nog geen gemeengoed van de hele bevolking is geworden en dat hier dus nog een voorlichtende taak ligt.
Alleen is het in dit verband dan nog wel van belang om na te gaan, of het soms een zaak is, die vanzelf in orde komt. Is er bijv. een duidelijk verschil in opvatting tussen jongere en oudere volwassenen, in die zin, dat de jongeren het steeds gewoner gaan vinden?
Vergelijken wij daartoe de 21-24 - jarigen en 50-60 - jarigen dan vinden wij:
| 1. | Met betrekking tot schadelijkheid voor gezondheid zijn van de 21-24 - jarigen 14% mannen en 18% vrouwen van mening dat dit zo is, terwijl van de 50-60 - jarigen 28% van de mannen en 23% van de vrouwen het zegt. |
| 2. | Met betrekking tot het normaal - zijn van het verschijnsel zijn van de 21-24 - jarigen 64% mannen en 35% vrouwen van mening dat dit zo is, terwijl van de 50-60 - jarigen 45% van de mannen en 21% van de vrouwen het zegt. |
| 3. | Betreffende ‘het is nooit goed te praten’ zijn van de 21-24 - |
| jarigen 25% mannen en 26% vrouwen van mening dat dit het geval is, terwijl van de 50-60 - jarigen 33% mannen en 36% vrouwen het zegt. |
Hier is dus een duidelijke verschuiving van opvatting afhankelijk van de leeftijd aantoonbaar, maar toch niet in die mate dat aan voorlichting niets meer gedaan zou behoeven te worden.
Tenslotte komt nog de kwestie aan de orde, dat zelfbevrediging een grotere plaats zou innemen, naarmate de betrokken persoon hoger ontwikkeld is. In het algemeen neemt men aan dat zelfbevrediging meer voorkomt naarmate de ontwikkeling hoger is. Waar de opvattingen plegen samen te hangen met het eigen gedrag is dus een sterker positieve houding, een grotere tolerantie t.o.v. zelfbevrediging te verwachten, naarmate de ontwikkeling hoger is.
Ontwikkeling en welstand hangen nauw met elkaar samen en uit het beschikbare materiaal bekijken wij dan ook de welstandsklassen (AB is de hoogste, D2 de laagste).
Uit de cijfers blijkt dat steeds weer de hoogste welstandsklasse er het meest positief tegenover staat. De overige welstandsgroepen tonen een aflopende tendens, die echter niet altijd significant is. Dit geldt zowel voor de man als de vrouw.
| Totaal | AB | C | D1 | D2 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Zelfbevrediging is een normaal verschijnsel | mannen | 54% | 71 | 53 | 52 | 47 |
| vrouwen | 33% | 42 | 38 | 31 | 20 | |
| Zelfbevrediging kan ook bij gehuwden een normale zaak zijn | mannen | 27% | 33 | 27 | 26 | 22 |
| vrouwen | 21% | 30 | 27 | 19 | 12 |
Al met al kan de slotsom zijn dat de resultaten van deze enquête over seksualiteit voor Nederland een bevestiging opleveren t.a.v. reeds uit andere landen bekende cijfers. Ook de gevonden verschillen tussen mannen en vrouwen passen in het beeld dat wij van beider zelfbevrediging hebben.
Het doorgeven van wat wetenschap en religie op dit punt heden ten dage te zeggen hebben, kan nog geïntensiveerd worden.