terug  begin  verderprepost
[p. 234]

Drs. J.D. Noordhoff
13. Openheid en voorlichting

Inleiding

Dit boek waarin de houding van de Nederlandse mens van nu tegenover de seksualiteit behandeld wordt en zijn seksuele gedragspatroon is op zich reeds het bewijs dat er rondom de seksualiteit de muren zijn afgebroken. M.a.w. meningen over seksualiteit en seksueel gedragspatroon zijn discutabel geworden. Het is niet langer zo dat alles wat met deze vorm van menselijke intimiteit te maken heeft noch in gesprek, noch in geschrift kan worden aangeroerd. Er is openheid gekomen. Een openheid die in een kort aantal jaren is bereikt. Het gefluister in een kleine kring van vertrouwden heeft plaats gemaakt voor de discussie voor het forum van het Nederlandse volk.

Het kan hier buiten beschouwing blijven of dit altijd op een even gelukkige wijze is geschied, maar een vaststaand feit is dat als dat niet was gebeurd een onderzoek naar mens en seksualiteit in Nederland in de vorm en in de indringendheid waarmee dit thans heeft plaatsgevonden onmogelijk zou zijn geweest. De tijd is voorbij dat onderzoeken van soortgelijke aard gepubliceerd in het buitenland in Nederland als een soort prikkellectuur golden en waarvan de rapporten zorgvuldig achter slot en grendel werden gehouden.

De moderne massacommunicatiemiddelen, vooral weekbladen en televisie hebben er aandacht aan gewijd. Congressen worden erover gehouden en zowel in de kringen van de kerkelijken als de onkerkelijken in Nederland is de discussie in volle gang.

Deze discussies vinden echter in hoofdzaak plaats tussen mensen, die beroepshalve met de seksuele problemen van andere mensen worden geconfronteerd. Heel weinig was bekend over de mening van de volwassen Nederlandse bevolking. De vraag kan dus worden gesteld hoe deze volwassen Nederlandse mens van nu staat tegenover deze openheid rondom het seksuele leven, hoe hij reageert op de discussie rondom dat deel van zijn leven dat zich afspeelt in de volstrekte intimiteit tussen vrouw en man.

[p. 235]

Hoe staat de mens van nu tegenover deze tijd?

Het breed opgezette onderzoek waarvan een deel van de resultaten in dit boek zijn opgenomen, begon met de simpele vraag:

Als u nu eens alles in aanmerking neemt, vindt u het dan prettig in deze tijd te leven of had u liever in vroegere tijd geleefd?

Uit de antwoorden blijkt dat rond driekwart van de ondervraagden de voorkeur geeft aan het leven in deze tijd en alleen bij enkele categorieën ouderen enig heimwee bestaat naar het leven in een vroegere periode.

Op zich is deze vraag natuurlijk niet zoveel zeggend, jongeren immers hebben nauwelijks enige voorstelling over het werkelijke leven van voor hun tijd. De vraag moet dan ook min of meer beschouwd worden als het aanloopje tot de volgende, waarin getracht wordt vast te stellen in hoeverre men van mening is dat de opvattingen over gedrag en zeden in Nederland vooruit danwel achteruit gaan of ongeveer gelijk blijven.

Tabel 32 geeft een inzicht in de uitkomsten, uitgesplitst naar leeftijdsgroepen.

Rond twee vijfde van alle ondervraagden vindt dat de opvattingen over gedrag en zeden achteruit gaan, ongeveer een kwart meent dat ze ongeveer gelijk blijven, een kwart van de mannen en een vijfde van de vrouwen ziet daarentegen een positieve ontwikkeling. De verschillen van opvattingen van mensen in verschillende leeftijdsgroepen komen zeer duidelijk naar voren. Het zijn vooral de ouderen, die menen dat er een negatieve ontwikkeling is, het zijn vooral de jongeren, die een positieve ontwikkeling zien en in het algemeen zijn de vrouwen wat minder tolerant.

Aandacht van publiciteitsmedia voor onderwerpen op het gebied van seksualiteit

Na deze algemene houdingsvraag wordt ingegaan op de mate waarin in publiciteitsmiddelen aandacht wordt besteed aan onderwerpen op het gebied van seksualiteit. De twee hoofdcriteria zijn: Wordt er te weinig aandacht aan besteed

[p. 236]

Tabel 32. Mondelinge vraag 2: Sommige mensen zijn van mening dat de opvattingen over gedrag en zeden in ons land steeds meer achteruit gaan, anderen vinden juist dat het er beter op wordt. Wat is uw mening hierover?

Mannen totaal Mannen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
de opvattingen over gedrag en zeden gaan vooruit 24 32 26 23 20
de opvattingen over gedrag en zeden gaan achteruit 38 21 31 39 49
de opvattingen over gedrag en zeden blijven ongeveer gelijk 22 28 28 19 19
de opvattingen over gedrag en zeden gaan gedeeltelijk vooruit, gedeeltelijk achteruit 14 17 13 18 10
geen mening 2 2 2 1 2
totaal 100 100 100 100 100

Vrouwen totaal Vrouwen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-60 jaar
in procenten
de opvattingen over gedrag en zeden gaan vooruit 18 32 24 16 10
de opvattingen over gedrag en zeden gaan achteruit 40 28 32 36 57
de opvattingen over gedrag en zeden blijven ongeveer gelijk 25 26 25 29 18
de opvattingen over gedrag en zeden gaan gedeeltelijk vooruit, gedeeltelijk achteruit 14 9 16 16 12
geen mening 3 5 3 3 3
totaal 100 100 100 100 100

[p. 237]

of wordt er teveel aandacht aan besteed.

Ook hier valt een duidelijk verschil op in de waardering van mannen en vrouwen en binnen deze categorieën, naar leeftijd, zie tabel 33.

Ongeveer twee vijfde van alle ondervraagden vindt dat er voldoende aandacht aan seksualiteit wordt besteed. Bij de mannen kan globaal gezegd worden dat de verschillen tussen de leeftijdscategorieën zeer gering zijn, maar bij de vrouwen treden duidelijke verschillen van inzichten op. Van de jongere vrouwen tot 35 jaar is ongeveer de helft tevreden met de aandacht, die aan de seksualiteit in publiciteitsmedia wordt besteed, maar van de vrouwen boven de 35 jaar vindt iets minder dan ⅖ dat er voldoende aandacht aan wordt geschonken. Zij zijn duidelijk van mening dat er teveel aandacht aan wordt besteed en slechts een zeer gering percentage van de vrouwen van 50 jaar en ouder stemt voor: ‘te weinig’. Bij de mannen daarentegen wordt een duidelijk hoger percentage aangetroffen dat van mening is dat te weinig aandacht aan de seksualiteit wordt geschonken en het zijn vooral de jongere mannen, die deze mening naar voren brengen.

Opmerkelijk is dat bij de keuze van het publiciteitsmedium de televisie duidelijk voorop gaat. Zowel bij degenen, die menen dat er te weinig aandacht aan de seksualiteit wordt geschonken, als bij degenen, die van oordeel zijn dat er teveel aandacht aan wordt besteed, worden televisieprogramma's door ongeveer de helft van de ondervraagden genoemd. Bij deze vraagstelling is de gelegenheid gegeven om voor elk van de publiciteitsmedia aan te geven in hoeverre men daarin voldoende, teveel of te weinig aandacht voor de seksualiteit meende te constateren, uit de publiciteitsmedia konden er meerdere worden gekozen. De televisieprogramma's zijn op dit terrein als voorlichtingsmiddel zowel in positieve als in negatieve zin duidelijk favoriet.

Leeftijd van de ondervraagde is in hoofdzaak bepalend voor het ingenomen standpunt, maar er is tevens een significant verschil tussen de middenklasse en de welgestelden enerzijds en de minder en minstwelgestelden anderzijds

[p. 238]

Tabel 33. Mondelinge vraag 3-4: Zoals u weet, wordt er de laatste tijd in het openbaar nogal wat aandacht besteed aan onderwerpen op het gebied van seksualiteit.
Bent u van mening, dat hieraan in het algemeen teveel aandacht wordt besteed of vindt u dat er juist te weinig aandacht aan seksualiteit wordt besteed?
Kunt u mij ook zeggen of er volgens u te veel (te weinig) aandacht wordt besteed aan seksualiteit in radioprogramma's; in televisieprogramma's; in krantenartikelen; in artikelen in vrouwenbladen of in boeken.?1

Mannen totaal Mannen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
wordt voldoende aandacht aan seksualiteit besteed   40 44 41 35 43
weet niet   3 2 2 3 3
wordt te weinig aandacht aan seksualiteit besteed   28 38 36 30 16
  in radioprogramma's 5 3 3 8 2
  televisieprogramma's 13 12 17 14 9
  krantenartikelen 4 5 6 5 2
  artikelen in vrouwenbladen 3 5 3 3 2
  boeken 2 7 3 2 1
  allemaal evenveel 7 15 9 6 3
  weet niet 3 4 4 3 2

Vrouwen totaal Vrouwen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
wordt voldoende aandacht aan seksualiteit besteed   43 53 53 37 38  
weet niet   2 - 2 2 3  
wordt te weinig aandacht aan seksualiteit besteed   14 18 16 17 6  
  in radioprogramma's 2 2 3 3 -
  televisieprogramma's 6 11 9 6 2
  krantenartikelen 2 - 2 4 -
  artikelen in vrouwenbladen 2 4 2 3 1
  boeken 1 - 1 3 -
  allemaal evenveel 2 1 3 2 1
  weet niet 1 2 - 1 1

[p. 239]

Mannen totaal Mannen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
wordt teveel aandacht aan seksualiteit besteed   41 29 29 44 53  
  in radioprogramma's 3 - 2 2 4
  televisieprogramma's 22 11 14 23 33
  krantenartikelen 4 1 2 4 7
  artikelen in vrouwenbladen 8 11 6 8 10
  boeken 5 4 3 6 5
  allemaal evenveel 9 5 6 11 11
  weet niet 3 2 2 2 3
totaal  100 100 100 100 100

Vrouwen totaal Vrouwen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
wordt teveel aandacht aan seksualiteit besteed   29 16 21 32 38
  in radioprogramma's 2 - 1 3 3
  televisieprogramma's 18 7 10 20 26
  krantenartikelen 3 2 3 2 5
  artikelen in vrouwenbladen 5 3 2 4 7
  boeken 5 2 2 6 8
  allemaal evenveel 6 3 7 5 8
  weet niet 1 - - 1 1
totaal   100 100 100 100 100

[p. 240]

Houding t.o.v. een aantal ‘seksuele uitingen’

Er zijn een groot aantal dingen in het dagelijkse leven, die iets met seksualiteit te maken hebben. Enkele, overigens zeer uiteenlopende facetten hiervan zijn in een vraag samengevat om de houding ten opzichte van een aantal ‘seksuele uitingen’ vast te stellen. Aan de ondervraagde is daarbij de keuze gelaten in de mate van toelaatbaarheid. Men kon aangeven in hoeverre men het ‘verschijnsel’ zonder meer aanvaardbaar achtte, meestal wel aanvaardbaar of soms aanvaardbaar, terwijl daarnaast de categorieën bestonden: meestal niet aanvaardbaar en volstrekt niet aanvaardbaar. In tabel 34 zijn de gegevens opgenomen. Slechts een zeer gering percentage acht het tappen van schuine moppen zonder meer aanvaardbaar, een duidelijk hoger aantal vindt het meestal wel aanvaardbaar, terwijl rond ⅖ van de mannen en vrouwen het soms aanvaardbaar vindt. Ook hier tenderen de vrouwen naar een wat minder tolerante houding dan de mannen in een duidelijk hoger percentage ‘volstrekt niet aanvaardbaar’.

Nudisme is in Nederland zeker nog geen algemeen aanvaardbaar verschijnsel. Bijna de helft van de mannen en bijna ⅔ van de vrouwen vindt het naakt rondlopen op een afgeschut terrein absoluut ontoelaatbaar, maar duidelijk meer mannen dan vrouwen achten het zonder meer toelaatbaar.

Het dragen van minirokken wordt door ⅔ van alle mannen zonder meer of meestal wel aanvaardbaar gezien en ook meer dan de helft van de vrouwen neemt dit standpunt in. De tegenstemmers zijn gering in aantal. Ook hier blijken vrouwen, wat minder tolerant te zijn dan mannen.

Een tv-show met veel bloot wordt nogal genuanceerd gewaardeerd. Ook hier zijn er duidelijk meer mannen dan vrouwen die zo'n voorstelling aanvaardbaar vinden, maar ook bij de mannen tendeert de houding toch wel in de richting van de middenposities op de schaal.

Het vrijen waar anderen bij zijn, vindt nog weinig genade in de ogen van de Nederlander. Driekwart van de Nederlandse mannen en vrouwen acht het meestal niet of volstrekt niet aanvaardbaar en ook hier neigen de vrouwen wat sterker naar een negatieve beoordeling.

[p. 241]

Tabel 34. Mondelinge vraag 5: Op de kaartjes die ik u nu geef, komen verschillende dingen voor die op één of andere wijze met seksualiteit hebben te maken. Wilt u mij nu voor elk hiervan zeggen aan de hand van de kaart die ik u erbij geef, in hoeverre u dit aanvaardbaar vindt?

Mannen
  zonder meer aanvaardbaar meestal wel aanvaardbaar soms aanvaardbaar meestal niet aanvaardbaar volstrekt niet aanvaardbaar totaal
onderwerpen: in procenten          
het tappen van schuine moppen 7 17 42 20 14 100
naakt rondlopen op afgeschut terrein 15 9 15 14 47 100
het dragen van minirokken 37 27 23 7 6 100
een tv-show met veel ‘bloot’ 18 25 21 22 14 100
vrijen waar anderen bij zijn 4 9 15 30 42 100
het lezen van prikkellectuur 8 13 22 27 30 100
samen douchen van ouders en kinderen 28 16 11 14 31 100

Vrouwen
  zonder meer aanvaardbaar meestal wel aanvaardbaar soms aanvaardbaar meestal niet aanvaardbaar volstrekt niet aanvaardbaar totaal
onderwerpen: in procenten          
het tappen van schuine moppen 4 14 38 21 23 100
naakt rondlopen op afgeschut terrein 6 6 8 18 62 100
het dragen van minirokken 23 34 23 11 9 100
een tv-show met veel ‘bloot’ 10 17 24 25 24 100
vrijen waar anderen bij zijn 3 7 11 28 51 100
het lezen van prikkellectuur 3 9 22 28 38 100
samen douchen van ouders en kinderen 21 16 12 16 35 100

[p. 242]

Het lezen van prikkellectuur wordt ook door een duidelijke meerderheid als niet aanvaardbaar beschouwd. Ongeveer een kwart van de ondervraagden acht het soms aanvaardbaar, maar zelfs bij de mannen is slechts 8% die het zonder meer aanvaardbaar vindt.

Tenslotte het samen douchen van ouders en kinderen. Iets meer dan twee vijfde van de mannen en iets minder dan ⅖ van de vrouwen ziet er geen of weinig bezwaar in. De groep tegenstemmers is bij de mannen ongeveer even groot als de voorstemmers, maar bij de vrouwen is ongeveer de helft negatief in haar oordeel.

Globaal kan gesteld worden dat een meerderheid van de ondervraagden op de meerderheid van de vragen negatief reageerde. Wanneer alle meningen, die in tabel 34 naar voren zijn gebracht worden verwerkt in een ‘toelaatbaarheidsschaal’, krijgt men een inzicht in welke mate de ondervraagden meer of minder ‘tolerant’ zijn.

Houding t.o.v. gedragingen op geslachtelijk gebied buiten het huwelijk

In tabel 35 is nagegaan in hoeverre dit tolerant zijn t.o.v. de ‘seksualiteit in het openbaar’ zich ook voortzet in tolerant zijn t.o.v. gedragingen op geslachtelijk gebied buiten het huwelijk.

De toelaatbaarheidsschaal is geconstrueerd door toekenning van een puntenwaardering per ondervraagde, waarbij het ‘zonder meer aanvaardbaar’ met de laagste puntenwaardering werd toebedeeld en het ‘volstrekt niet aanvaardbaar’ met de hoogste.

De groep t/m 18 punten is dus de meest tolerante, de groep met 25 of meer punten de minst tolerante. Als aan deze ondervraagden de vraag wordt voorgelegd hoe zij in het algemeen staan tegenover geslachtsverkeer van getrouwde mensen buiten het huwelijk, dan blijkt dat rond de helft van de mannen dit absoluut ontoelaatbaar acht en rond twee vijfde onder bepaalde omstandigheden begrijpelijk. De vrouwen zijn voor bijna twee derde van mening dat dit absoluut ontoelaatbaar is en een derde acht het onder bepaalde omstandigheden begrijpelijk. Degenen die in de toelaatbaarheidsschaal een hoge score bereikten, dus weinig tolerant

[p. 243]

Tabel 35. Mondelinge vraag 28: Hoe staat u in het algemeen tegenover geslachtsverkeer van getrouwde mensen buiten hun huwelijk; vindt u het absoluut ontoelaatbaar, hebt u er bezwaar tegen maar kunt u het onder bepaalde omstandigheden begrijpen of ziet u geen principiële bezwaren?
Deze vraag is gedetailleerd naar ‘toelaatbaar’ schaal, welke is samengesteld uit mondelinge vraag 5:
Op de kaartjes die ik u nu geef, komen verschillende dingen voor die op één of andere wijze met seksualiteit te maken hebben. Wilt u mij nu voor elk hiervan zeggen aan de hand van de kaart die ik u erbij gaf, in hoeverre u dit aanvaardbaar vindt?

Mannen totaal Mannen
aantal punten
t/m 18 19 t/m 24 25+
in procenten
absoluut ontoelaatbaar 52 34 52 65
onder bepaalde omstandigheden begrijpelijk 44 59 45 32
geen principiële bezwaren 3 5 2 2
geen mening 1 2 1 1
         
totaal 100 100 100 100

Vrouwen totaal Vrouwen
aantal punten
t/m 18 19 t/m 24 25+
in procenten
absoluut ontoelaatbaar 65 46 57 75
onder bepaalde omstandigheden begrijpelijk 33 53 40 24
geen principiële bezwaren 2 1 2 1
geen mening 0 - 1 0
         
totaal 100 100 100 100

[p. 244]

zijn, wijzen in veel sterkere mate geslachtsverkeer van getrouwde mensen buiten het huwelijk af, dan personen die in de toelaatbaarheidsschaal laag scoorden. Maar ook dan blijkt dat de vrouwen die in de toelaatbaarheidsschaal veel dingen acceptabel vinden, minder toegevend zijn dan de tolerante mannen tegenover geslachtsverkeer van getrouwde mensen buiten hun huwelijk.

Houding t.o.v. pornografie

Een van de vele twistpunten in discussies rondom seksualiteit is de pornografie. In de vraagstelling is pornografie aangeduid als: ‘boeken en tijdschriften waarin seksuele handelingen worden beschreven met de bedoeling om te prikkelen’. Ook deze omschrijving kan natuurlijk aanleiding zijn tot discussie, maar zij geeft in grote lijnen wel aan, wat onder pornografie verstaan kan worden. In Nederland geldt een, zij het niet altijd gehandhaafd verbod, in Denemarken is publikatie vrij.

Bijna 60% van alle mannen acht de regeling in Nederland beter dan in Denemarken, van de vrouwen 70% (tabel 36). Mannen, vooral jongere mannen zijn duidelijk toleranter dan vrouwen en voor beide geslachten komt een duidelijk verschil naar voren tussen diegenen, die tot een kerkgenootschap behoren en de niet-kerkelijken. Van de gereformeerde vrouwen bijv. acht 84% de situatie in Nederland beter, van de mannen, die niet tot een kerkgenootschap behoren, vindt 44% dat de Deense regeling de voorkeur verdient.

Seksualiteit als gesprekthema in het gezin

Seksualiteit als gesprekthema in het gezin, waarin ondervraagden opgroeiden is in veel sterkere mate voorgekomen bij jongeren dan bij ouderen. Samenhang met leeftijd is duidelijk. In het ouderlijk gezin van ondervraagden die nu 35 jaar en ouder zijn werd in minder dan een vijfde wel eens over seksualiteit gesproken. In de gezinnen van diegenen die nu 21-24 jaar zijn, wordt in de helft van de gezinnen wel eens openlijk over dit onderwerp gepraat (tabel 37). De frequen-

[p. 245]

Tabel 36. Mondelinge vraag 6: In ons land mogen boeken en tijdschriften waarin seksuele handelingen worden beschreven met de bedoeling om te prikkelen (pornografie dus) niet worden uitgegeven; in een land als Denemarken mag dat wel. Wat lijkt u nu beter: zoals het in ons land is of zoals het in Denemarken is?

Mannen totaal Mannen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
het is in ons land beter 59 49 52 61 66
het is in Denemarken beter 35 44 45 33 24
weet niet 6 7 3 6 10
           
totaal 100 100 100 100 100
Mannen totaal1 Mannen naar kerkgenootschap
r.-k. n.-h. geref. geen
in procenten
het is in ons land beter 59 65 60 63 50
het is in Denemarken beter 35 25 36 32 44
weet niet 6 10 4 5 6
           
totaal 100 100 100 100 100

Vrouwen totaal Vrouwen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
het is in ons land beter 70 71 62 69 78
het is in Denemarken beter 24 27 33 23 16
weet niet 6 2 5 8 6
           
totaal 100 100 100 100 100
Vrouwen totaal1 Vrouwen naar kerkgenootschap
r.-k. n.h. geref. geen
in procenten
het is in ons land beter 70 74 73 84 57
het is in Denemarken beter 24 19 21 12 36
weet niet 6 7 6 4 7
           
totaal 100 100 100 100 100

[p. 246]

Tabel 37. Mondelinge vraag 7-8: Werd (wordt) er in het gezin waar u opgroeide wel eens openlijk gesproken over onderwerpen op het gebied van seksualiteit? Was (is) dat vaak, zo nu en dan of alleen een hoogst enkele keer?

Mannen totaal  Mannen naar leeftijd       
  21-24 jaar  25-34 jaar  35-49 jaar  50-64 jaar 
in procenten          
werd (wordt) nooit over seksualiteit gesproken 75  51  67  82  83 
werd (wordt) wel eens over seksualiteit gesproken 25  49  33  18  17 
vaak  1  5  1  -  1
zo nu en dan  15  34  19  10  9
hoogst enkele keer  9  10  13  8  7
totaal 100 25 100 49 100 33 100 18 100 17

Vrouwen totaal  Vrouwen naar leeftijd       
  21-24 jaar  25-34 jaar  35-49 jaar  50-64 jaar 
in procenten          
werd (wordt) nooit over seksualiteit gesproken 78  51  66  86  90 
werd (wordt) wel eens over seksualiteit gesproken 22  49  34  14  10 
vaak   2  6  4  1  -
zo nu en dan   13  33  19  7  6
hoogst enkele keer   7  10  11  6  4
totaal 100 22 100 49 100 34 100 14 100 10

[p. 247]

Mannen totaal  Mannen naar welstandsklasse       
  AB  C  D1  D2 
in procenten         
werd (wordt) nooit over seksualiteit gesproken 75  62  75  77  80 
werd (wordt) wel eens over seksualiteit gesproken 25  38  25  23  20 
vaak  1  -  2  2  -
zo nu en dan  15  21  14  14  10
hoogst enkele keer  9  17  9  7  10
totaal 100 25 100 38 100 25 100 23 100 20

Vrouwen totaal  Vrouwen naar welstandsklasse       
  AB  C  D1  D2 
in procenten          
werd (wordt) nooit over seksualiteit gesproken 78  67  73  79  93 
werd (wordt) wel eens over seksualiteit gesproken 22  33  27  21  7 
vaak   2  3  2  2  -
zo nu en dan   13  22  15  11  6
hoogst enkele keer   7  8  10  8  1
totaal 100 22 100 33 100 27 100 21 1007

[p. 248]

tie wordt door de meeste ondervraagden gekwalificeerd als: zo nu en dan.

In het algemeen kan daarbij gesteld worden dat in de gezinnen met een hogere welstand seksualiteit meer als onderwerp van een gesprek voorkwam, dan in gezinnen behorende tot de laagste welstandscategorieën.

Tabel 38 toont aan, dat naarmate in het gezin waarin ondervraagde opgroeide meer over seksualiteit werd gesproken, deze meer in het eigen gezin openlijk deze onderwerpen bespreekt.

Samenvattend blijkt uit het onderzoek, dat ondanks alle publiciteit nog vele Nederlandse gezinnen weinig open staan tegenover seksualiteit. Uit het cijfermateriaal blijkt echter ook dat de openheid bij jongeren mag doen verwachten dat de discussie, nu nog ten dele het domein van beroepshalve geïnteresseerden, bredere groepen van de bevolking zal bereiken.

Voorlichting die ouders hun kinderen geven

Een van de vormen van openheid over seksualiteit is de voorlichting die ouders hun kinderen geven.

In het onderzoek is de vraag gesteld: Bent u door uw ouders voorgelicht? Deze vraag is ongenuanceerd. Zij gaat niet in op de mate van voorlichting of op de aard daarvan. Het antwoord dat respondenten geven, mag dan ook alleen gezien worden als de registratie van wat zij als ‘voorlichting’ hebben ervaren. Nog afgezien van het probleem, dat het voor oudere ondervraagden zeer moeilijk zal zijn om nu weer te geven van welke aard de voorlichting was en in welke mate zij werd gegeven, heeft de algemene vraag het voordeel dat zij vrij duidelijk degenen, die menen voorgelicht te zijn, scheidt van degenen, die dat wat zij van ouders hebben gehoord, niet als voorlichting ervaren hebben.

Tabel 39 geeft een voor alle ouders toch wel schokkend beeld. Indien al de stelling, dat voorlichting in de eerste plaats een taak is van de ouders, in brede lagen van de bevolking zou zijn aanvaard, dan is de praktijk toch nog anders. Slechts rond een vijfde van alle mannen is door de ouders voorgelicht, en begrijpelijk is, dat speciaal bij de cate-

[p. 249]

Tabel 38. Mondelinge vraag 7/8: Werd (wordt) er in het gezin waar u opgroeide wel eens openlijk gesproken over onderwerpen op het gebied van seksualiteit?
Was (is) dat vaak, zo nu en dan of alleen een hoogst enkele keer?
Deze vraag is gedetailleerd naar schriftelijke vraag 4:
Wordt er in uw eigen gezin regelmatig, van tijd tot tijd, een hoogst enkele keer of nooit over seksuele aangelegenheden gesproken?

        Mannen gehuwd      
  totaal wordt regelmatig over gesproken wordt van tijd tot tijd over gesproken wordt hoogst enkele keer over gesproken wordt niet over gesproken schriftelijke vragenlijst niet ingevuld vraag niet beantwoord
        in procenten      
werd (wordt) vaak over gesproken 1 3 1 - - - -
werd (wordt) zo nu en dan over gesproken 11 13 14 7 2 14 -
werd (wordt) hoogst enkele keer over gesproken 9 12 9 12 2 4 -
werd (wordt) nooit over gesproken 79 72 76 81 96 82 -
totaal 100 100 100 100 100 100 -

[p. 250]

        Vrouwen gehuwd      
  totaal wordt regelmatig over gesproken wordt van tijd tot tijd over gesproken wordt hoogst enkele keer over gesproken wordt niet over gesproken schriftelijke vragenlijst niet ingevuld vraag niet beantwoord
        in procenten      
werd (wordt) vaak over gesproken 2 7 1 - - - -
werd (wordt) zo nu en dan over gesproken 11 16 17 2 1 7 -
werd (wordt) hoogst enkele keer over gesproken 7 11 7 4 4 6 (21)
werd (wordt) nooit over gesproken 80 66 75 94 95 87 (79)
totaal 100 100 100 100 100 100 100

[p. 251]

Tabel 39. Mondelinge vraag 9: Bent u door uw ouders seksueel voorgelicht?

Mannen totaal Mannen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
is wel door ouders voorgelicht 21 34 27 20 14
is niet door ouders voorgelicht 79 66 73 80 86
totaal 100 100 100 100 100

Tabel 39. Mondelinge vraag 9: Bent u door uw ouders seksueel voorgelicht?

Vrouwen totaal Vrouwen naar leeftijd
21-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar
in procenten
is wel door ouders voorgelicht 25 46 38 19 13
is niet door ouders voorgelicht 75 54 62 81 87
totaal 100 100 100 100 100

Mannen totaal Mannen naar welstandsklasse
AB C D1 D2
in procenten
is wel door ouders voorgelicht 21 34 22 18 20
is niet door ouders voorgelicht 79 66 78 82 80
totaal 100 100 100 100 100

Vrouwen totaal Vrouwen naar welstandsklasse
AB C D1 D2
in procenten
is wel door ouders voorgelicht 25 33 27 25 14
is niet door ouders voorgelicht 75 67 73 75 86
totaal 100 100 100 100 100

[p. 252]

Mannen totaal1 Mannen naar kerkgenootschap
r.-k. n.-h. geref. geen
in procenten