11van Phoebo: door Phoebus Apollo, de god
der dichtkunst
12Pegasis Fonteyne: Hippokrene, de bron,
welks water dichterlijke bezieling schonk en die ontstaan was door de hoefslag
van het gevleugelde dichterpaard Pegasus
13Cinthien: bijnaam voor Apollo, die een
heiligdom bezat bij de berg Cynthos (Delos)
14Pythien: bijnaam voor Apollo, naar zijn
orakel in Delphi (of Pytho)
15Apollo werd ook vereerd als de
verderf-afwerende en genezende god
29tot elcke smert: als geneesmiddel voor
elke kwaal
30wel ontbonden: helder uiteengezet,
verklaard (De bedoeling van de zin is: de waarde van de harde mineralen als
geneesmiddel voor elke kwaal wordt door U ook helder uiteengezet)
36. ionsten. - T ionsten 45. Heere, - T
Heere 56. cloec ghenoch - T cloecghenoch
37Mercurius: als uitvinder van de lier
werd Mercurius ook als god der dichtkunst beschouwd, (‘loos’ slaat op de
handigheid, die hem de god der dieven deed worden)
54helpen: te helpen (deze regel zinspeelt
op het feit, dat Goossenius medicus is en dus Van der Noot helpen kan om gezond
te blijven, maar zowel hier als in de volgende regels wordt tevens gedacht aan
het feit, dat de naam van Van der Noot in Goossenius' poëzie zal blijven
voortleven)