6baghen: kleinodiën, kostbaarheden; als
dees santen: als de heiligenbeelden hier in de kerk (stamt deze beschrijving
nog uit Van der Noots R.K. tijd of moet deze vergelijking ironisch worden
opgevat: als die bekende heiligenbeelden?)
1-7inden eersten: in de eerste plaats;
houerdye: hovaardij (Blijkbaar geeft Van der Noot hier een allegorische
voorstelling der zeven hoofdzonden weer, zoals hij deze op een schilderij heeft
gezien)
10om heuren hals: bedoeld wordt dus een
mouwloze, om de hals sluitende, cape-vormige mantel; tscheen wel een preutse
vrouwe: het bleek duidelijk een trotse vrouw
12Pau: (nominativus) nl. als symbool
voor de hovaardij
79wel ghestoffeert met: rijk voorzien
van; carbonkel steenen: (woordspeling met de beide betekenissen van
karbonkel: ‘hoogrode robijn’ en ‘rode puist’)
80. had - T dad 85. hier medt (siet) - T
hier medt siet 90. wenschen. - T wenschen
*Op de beschrijving der zeven hoofdzonden
doet Van der Noot nog die van twee andere zonden volgen, die blijkbaar (vgl.
reg. 96) eveneens stonden afgebeeld op het allegorische schilderij dat hij
weergeeft Vileynie: gemeenheid
96op d'ander sye: aan de andere kant
(van de afbeelding)
144-145willende syn verheuen ouer: daar
het wilde gesteld zijn boven, macht wilde hebben over
146alle dlant beslaghen: heel het land
in beslag genomen (heel het land als plaatsruimte nodig)
148-149en siet.... toe ghedraghen: en
ziet, een groter ramp nog was, dat het beste van alles hun (nl. de ‘vremde
ghedrochten’) werd aangedragen (= hun als een geschenk werd
gebracht)