(Vgl. hiervóór, pag. 16, re. kol., reg. 25 vv. en noot 4)
Door de welwillendheid van Mevrouw Dr. M. Nijland-Verwey kreeg ik inzage van de correspondentie tussen Verwey en Vermeylen gedurende de tijd dat de laatste werkte aan zijn studie over Jan van der Noot. Uit de hieronder afgedrukte brief van Verwey blijkt duidelijk, hoezeer deze steeds bereid was zijn aanvankelijke mening te herzien, wanneer de ontdekking van nieuwe feiten daartoe aanleiding gaf. Overigens spreekt de brief voor zelf.
Noordwijk aan Zee
13 Novr. '95
Amice,
Zooals gij weet heb ik in mijn Van der-Noot-uitgaaf aangenomen dat het Eerste Bosken van uit Londen en omstreeks 1567 is uitgegeven.
Ik ging daarbij uit van het feit dat het openings-vers1) daarvan aan een engelschen Lord en Staatsraad was gericht.
Nu stond er op het titelblad van het exemplaar dat in Haarlem is nog een afzonderlijke opdracht aan den zoon van den Kleefschen hertog; maar omdat ik meende dat mijn zaak zeker was, en, voor zooveel ik wist, een protestantsch prins in die dagen wel een bezoek aan het Engelsche hof kan (kon) gebracht hebben, heb ik toen verder niets daaruit afgeleid.
Kort daarna zag ik dat een van de platen van de Olympiados, een van die met het naamteeken van Coornhert, het jaartal 1571 draagt. Coornhert was in dat jaar in het Kleefsche.
Ge ziet, de opdracht op den titel van het Eerste Bosken kreeg hierdoor een andere beteekenis. Als Van der Noot, een renaissance-dichter, d.i. een dichter die voor regel had het hof te maken aan de vorsten in wier gebied hij ontvangen werd, als die in 1571 in het Kleefsche was en een werkje van hem uit die jaren is aan een Kleefschen hertogszoon opgedragen, dan wordt het, als het tegendeel niet overtuigend te bewijzen valt, zeér waarschijnlijk dat hij van Kleef uit, dus niet voor 1571 dat werkje heeft gepubliceerd.
Dit is dus het feit dat we als vrij zeker moeten vasthouden: En twee gevolgtrekkingen maakt ge nu vanzelf.
Ten eerste: het portugeesche sonnet in het Eerste Bosken, in de uitgaaf van 1585 gedateerd ‘da Valencia año 1570’, kan hem daar nu werkelijk - ofschoon de reis van Londen naar Kleef over Valencia vreemd lijkt - in dat jaar zijn opgedragen 2).
Ten tweede: aan de Olympiados moet hij - zoo ze in 1571 al niet gereed was - dat jaar bezig zijn geweest. De mogelijkheid nl. dat de plaat niet bepaaldelijk door Coornhert voor gedicht gemaakt zou zijn, vervalt, dunkt me, door de opmerking dat er een op de Olympiados toepasselijk onderschrift in staat gegraveerd.
Zooals ik u, meen ik, al gezegd heb is een rijmpje, door een zekeren Gottfried Wyherten aan Van der Noot opgedragen, gedateerd van Spyer 8 Septembris 1571.
Groetend
tt
Albert Verwey