terug  begin  verderprepost
[p. 425]

Kenneth E. Boulding

Professor Kenneth E. Boulding is verbonden aan het Institute for Behavioral Science aan de universiteit van Colorado in Boulder, Colorado.
Hij werd in Liverpool, Engeland geboren (1910). Hij studeerde natuurkunde aan het New College in Oxford en promoveerde later in filosofie, politieke wetenschappen en economie, eveneens aan de Oxford Universiteit (1931 en 1939). In 1948 werd hij Amerikaan.
Na vele professoraten aan tal van universiteiten kwam hij in 1967 naar Boulder, Colorado als hoogleraar in de economie en directeur van het programma van algemeen onderzoek in sociale en economische dynamica aan het bovengenoemd Instituut.
Hij heeft een twaalftal boeken geschreven, waaronder Economic Analysis (1941), Conflict and Defense (Harper and Row Publishers, 1962), The Meaning of the Twentieth Century (Harper and Row, 1965), Peace and the War Industry (1970), Redistribution to the Rich and the Poor (1972) en The Economy of Love and Fear: A Preface to Grant Economics (1973).

Vooropgesteld dot ‘wolf crying’ (loos alarm slaan) een gevaarlijke zaak is, zou u dan toch stellen dat de Club van Rome een echte wolf is?1

Zoals ik in mijn besprekingen van het Rapport van de Club van Rome en World Dynamics gezegd heb, heeft de Club van Rome een echte wolf geïdentificeerd en zijn naam is Eindigheid. Maar als ik me een grapje mag veroorloven: Forrester weet zelf niet hoever hij in het bos is doorgedrongen. Het probleem hier is ons onvermogen om de toekomst van onze kennis te voorspellen. Wat bovendien het meest cruciale punt in de dynamiek van de maatschappij is. Dit is geen vorm van onvermogen die door betere methoden kan worden overwonnen, want zij is inherent aan het wezen van kennis. Als wij konden voorspellen wat wij in de toekomst zullen weten, zouden wij het nu weten - dan zouden wij niet behoeven te wachten! Dit verhindert ons niet nuttige gissingen te maken omtrent de toekomst van onze kennis die tot op zekere hoogte waarschijnlijk juist zijn. Dat houdt echter in dat wij er altijd rekening mee moeten houden voor verrassingen gesteld te kunnen worden. De uitkomst van voorspellingen die in het verleden zijn gedaan is uitzonderlijk slecht, en er is geen reden om te veronderstellen dat de huidige voorspellingen beter zouden zijn dan vroegere.

 

U hebt de wereldeconomie een ‘econosfeer’ genoemd.

Wij moeten de aarde als een totaalsysteem bestuderen. Onze kennis omtrent dit systeem is nog steeds zeer primitief. In dit opzicht zijn de natuurwetenschappen waarschijnlijk nog verder achtergebleven dan de maatschappijwetenschappen. Wij weten meer van kleine details en van veelomvattende zaken dan van zaken van middelmatige afmetingen, zoals de aarde. Wij weten niet waardoor de ijstijden veroorzaakt werden. Wij begrijpen de dynamica van de atmosfeer niet. Wij weten maar heel weinig van de oceanen. In feite weten wij maar heel weinig van de dynamica op lange duur van de biosfeer. De ecologie als wetenschap is niet veel meer dan culturele antropologie (interessante verhalen over

[p. 426]

vreemde soorten!). We weten zelfs niet of menselijke activiteiten de aarde in temperatuur doen stijgen of haar doen afkoelen. Er bestaat een wezenlijk gevaar voor een geloofwaardigheidskloof. Vooral in de natuurwetenschappen, waar allerlei wilde verklaringen worden afgelegd over dingen waar wij in feite niet veel van weten. De verschillende stelsels op aarde-de lithosfeer, de hydrosfeer, de atmosfeer, de biosfeer en de sociosfeer bezitten alle een zekere mate van onafhankelijkheid, maar wij moeten hun interacties bestuderen.

Wij moeten vermijden ons te veel te laten leiden door concepties van evenwicht, die een constructie zijn van de menselijke geest die in de wereld zoals zij werkelijk is onbekend zijn, hoewel het, mits goed toegepast, een heel nuttige constructie kan zijn. De aarde is een aantal miljarden jaren door evolutionaire processen overheerst. Dat zijn in wezen onevenwichtige systemen en het zou wel zeer verrassend zijn als deze evolutie tot stilstand kwam. Er zijn inderdaad grenzen aan de groei, vooral van een gegeven soort, maar het is moeilijk zich voor te stellen dat er grenzen zijn aan de evolutie, behalve dan wat Tennyson2 noemt ‘de enige, ver in het verschiet liggende goddelijke gebeurtenis waarheen de hele schepping zich beweegt’, en waarover wij maar heel weinig weten.

 

Wat is er nu eigenlijk mis met de economie als discipline in het laatste deel van deze eeuw?

Wat er fout is met de economie is haar onvermogen een doorbraak te vinden uit een omlijsting van in wezen newtoniaanse3 modellen van evenwicht of zeer eenvoudige dynamieken naar een evolutionair model dat licht zal werpen op de werkelijke dynamische processen die de maatschappij beheersen. Misschien is dat voor de economie te veel gevraagd, want wat nodig is, is een algemene theorie omtrent de maatschappelijke dynamiek. De marxistische dialectiek is een poging tot zulk een theorie, maar ik geloof dat zij volkomen verkeerd is. Op de lange duur wordt de maatschappij beheerst door evolutionaire, niet door dialectische processen die, zoals ik al zei, incidentele stormen in het evolutionaire getij zijn. De dialectische theorie veroorzaakt daarom een groot aantal desillusies, dat wil zeggen valse bewustwordingen, en heeft naar mijn mening zeer veel menselijke ellende veroorzaakt. Ik heb geen grote bezwaren tegen een maatschappij die uit is op het maken van winst, wanneer dat ruim gezien geïnterpreteerd wordt als het feit dat mensen geneigd zijn beslissingen te nemen waarvan zij denken dat die hun tot voordeel zullen strekken. Ik ben in het geheel niet onder de indruk van de meeste hedendaagse vervangingsmiddelen om een marktmechanisme op te bouwen, waarvan de meeste gepaard gaan met het gebruiken van dreigementen om de maatschappij om te vormen, in plaats van uitwisseling en overleg. Ik geloof niet dat dreigementen morele superioriteit kunnen inhouden. Aan de andere kant worden wij geconfronteerd met een diepgaand wereldomvattend probleem: het creëren van een uitvoerbaar wereldomspannend sociaal contract dat een dynamiek zal hebben die obsceniteiten als oorlog, uiterste armoede en vervreemding voor eeuwig zal uit-

[p. 427]

bannen. Noch het kapitalisme, noch het socialisme kan dat bereiken. Beide zijn versleten, bezien in het licht van de werkelijke problemen van de mensheid. Er moet nu een periode komen waarin zeer grondig wordt nagedacht over de maatschappij en wat daarin veranderd moet worden.

 

Freeman Dyson4 spreekt over het groen worden (de ontginning) van de Melkweg; en over zichzelf producerende machines, bestaande uit een half miljoen onderdelen, machines die machines vervaardigen: Von Neumann had de zaak al op papier staan; Dyson gelooft dat het tot de toekomstmogelijkheden behoort. Wat zal de uitwerking van deze ‘hoorn des overvloeds van de wetenschap’ zoals Alexander King5 het genoemd heeft, op de steeds groeiende wereldbevolking zijn? Zal niemand meer iets te doen hebben, zal niemand meer werken?

Ik sta uiterst sceptisch tegenover alle technologische voorspellingen, eenvoudig omdat alle vroegere voorspellingen niet of nauwelijks zijn uitgekomen.

 

Wat denkt u over de toekomst van computers die de mens kunnen helpen oplossingen voor zijn maatschappelijke problemen te vinden?

Aangezien computers onder het hoofdstuk technologie vallen zijn mijn opmerkingen over de nauwkeurigheid van alle technologische voorspellingen ook hier van toepassing. Tot dusver heb ik betoogd dat hun invloed niet erg groot is geweest. Zij zijn een bruikbaar vervangingsmiddel voor de mathematica die toch al een van de zwakste wetenschappen is, althans in haar geschreven vorm. Ik wacht nog steeds op een werkelijk belangrijk idee dat uit een computer is komen rollen. Dus zijn de modellen van Forrester nuttig als men deze beschouwt als het orakel van Delphi, maar er komen vrijwel geen ideeën in voor die Malthus6 niet ook al had opgeworpen. In termen van het gewone dagelijks leven hebben computers ons tot nu toe een gemakkelijke berekening van de bankrente en het op eenvoudige manier boeken van een vliegreis geschonken, en ook ongetwijfeld een groot aantal vierkante kilometers bos vernietigd om onleesbaar drukwerk te kunnen produceren. De computer levert informatie, maar informatie is niet hetzelfde als kennis. In feite wordt kennis, zoals ik al heb beklemtoond, gewoonlijk vergaard door het zorgvuldig schiften van informatie, niet door informatie opeen te stapelen. De computer maakt misschien wel meer lawaai dan zij waard is, maar ik ben bereid mij daarover te verbazen. Als de computer werkelijk nieuw licht op het menselijk leerproces kan werpen zal dat alle externe ontwrichting van de economie die zij lijkt te veroorzaken goed maken.

 

Carl P. Rogers7 is van mening dat de wereld zich beweegt in een richting als door Skinner8 aangegeven, wat hij lijkt te betreuren.

De modellen van Skinner zijn prachtig voor duiven maar niet, naar mijn mening, erg geschikt voor mensen, om de zeer fundamentele reden dat het waardesysteem van een duif voornamelijk door genetische groei

[p. 428]

op zijn zenuwstelsel is ingeplant, terwijl het waardesysteem van de mens is aangeleerd via processen die noch ik noch professor Skinner begrijpen. Het Skinner-model lijkt mij even simplistisch als de huidige Economie. Ik heb er alle vertrouwen in dat de enorme complexiteit van de ware mens de simplificaties van de theoreticus de baas zal blijven. Toch geloof ik tevens dat men nooit op simpele modellen moet neerkijken. Wij kunnen er altijd iets van leren. Maar in dat opzicht zullen zij effectiever zijn als we ze niet al te letterlijk nemen.

 

Tijdens mijn wereldreis langs vijfenzeventig humanisten en wetenschapsmensen heb ik vaak gemerkt dat men elkaars theorieën en werk niet begrijpt of er zelfs diepe minachting voor koestert. Philip Handler (president van de Nationale Academie van Wetenschappen in Washington D.C.) heeft mij gezegd dat er een brede communicatiekloof bestaat tussen wetenschapsmensen van diverse disciplines. ‘Ze zouden niet in staat zijn op papier te zetten wat hen gescheiden houdt.’ Hoe ter wereld kan er op deze inkrimpende planeet ooit kalmte komen als deze communicatieproblemen niet worden opgelost?

De eenwording van de grote republiek die wetenschap heet, vanuit de niet met elkaar communicerende en onderling vijandige nationalistische instelling van de disciplines, is even deplorabel als de verdeling van de mensheid in naties en sekten die geen onderling overleg kennen en vijandig tegenover elkaar staan. Niet dat ik disciplines, naties of sekten verwerp, want het is voor de mens noodzakelijk kleine zowel als grote gemeenschappen te vormen. Het is zelfs enorm belangrijk om verscheidenheid in cultuur te doen voortduren wil de sociale evolutie kunnen voortschrijden. De groei van kennis is bijvoorbeeld nauw verbonden met de praktijk van de deugdzaamheid, de praktijk van waarheidsliefde, objectiviteit en nederigheid. Misschien is trots wel de grootste vijand van de groei van onze kennis. Trots is de dodelijkste van de zeven doodzonden, waarvoor de wetenschappelijke republiek die uit onze kennis moet worden samengesmeed helaas niet immuun is. Er bestaat inderdaad behoefte aan tussenpersonen in de kennisindustrie. Zij zullen geminacht worden, zoals tussenpersonen gewoonlijk worden, maar zij zullen een wezenlijke functie vervullen in het tot stand brengen van communicatie tussen specialisten.

Vrede, in persoonlijke relaties of in internationale relaties, is iets dat moet worden geleerd. Zij vereist een evolutieproces in de richting van de opbouw van meer complexe vormen van instellingen, informatie, communicatie en kennis. Dat maakt nu deel uit van het vrij gemakkelijk toegankelijke evolutionaire potentieel van de mensheid. Dat is inderdaad hetgeen de mens hoop geeft, want evolutionair potentieel lijkt inderdaad een mysterieuze tendentie te hebben om tot realisatie te komen; hoe - dat weten wij nog niet.

1Zie gesprek met Carl Kaysen, en diens artikel ‘The computer that printed out wolf ’ in Foreign Affairs van juli 1972.
2Alfred Tennyson (1809-1892), Engelse dichter; de meest gevierde in de Victoriaanse periode.
3Sir Isaac Newton (1642-1727), Britse mathematicus en filosoof die de Wet van de zwaartekracht formuleerde en bewees.
4Zie gesprek met Freeman Dyson, pagina 396.
5Zie gesprek met Alexander King en diens rapport voor de jaarvergadering van de Club van Rome, te Jouy-en-Josas bij Parijs in januari 1973: The New Threshold.
6Thomas R. Malthus (1766-1834), Britse politiek-econoom, die stelde dat de wereldbevolking sneller zou groeien dan haar middelen van bestaan, en dat die groei door sociale en morele beperkingen diende te worden afgeremd.
7Zie gesprek met Carl P. Rogers, pagina 205.
8Zie gesprek met B.F. Skinner, pagina 47.
prepostterug  begin  verder