Voor mijn Moeder
Het is nog maar éen jaar geleden dat ik het voorwoord voor het eerste deel met interviews schreef. In deze korte spanne tijds hebben de winden van de verandering het lot van de mensheid naar nog stormachtiger zeeën gestuwd.
De ontdekking dat het leven van naties, nee, de grondvesten van de industriële beschaving zelf, niet op een overvloed aan goedkope aardolie kunnen berusten, heeft ondanks dat dit besef nog niet volledig is doorgebroken, een nieuwe golf van schokken, spanningen en angsten in de menselijke samenleving teweeggebracht. Tegelijkertijd is er ernstige ongerustheid gerezen over de vraag hoe wij voldoende voedsel kunnen produceren voor de bevolking van de wereld - niet alleen voor de zes of zeven miljard van het legendarische jaar 2000, maar voor de nog geen vier miljard van nu. Voorbij is de vredige tijd van de ‘groene revolutie’ die met zijn miraculeuze hybriden als een deus ex machina moest fungeren. De harde werkelijkheid waarmee wij worden geconfronteerd is een situatie, waarin de voedselvoorraden tot een minimum zijn beperkt, kunstmest, water en tractoren steeds moeilijker te verkrijgen zijn en het klimaat van de wereld zich in steeds negatiever zin schijnt te ontwikkelen. Het spook van een hongersnood doemt opnieuw op - maar voor het eerst op zo'n grote schaal dat men met recht van een megahongersnood mag spreken.
Deze ongelukkige ontwikkeling heeft de nijpende toestand waarin de mensheid verkeert verergerd, de bestaande kloven verbreed en zelfs vrienden gescheiden. De roep om een groter aandeel en meer rechtvaardigheid zwelt steeds meer aan, en de tijd is niet ver meer dat hier ook werkelijk acht op zal moeten worden geslagen. Het feit dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in een speciale zitting bijeenkwam om zich voor de vestiging van een ‘nieuwe economische orde’ uit te spreken vormt wat dat betreft een teken aan de wand. Overal ter wereld verlangen honderden miljoenen mensen naar een andere en betere samenleving. De menselijke geest ontwaakt, en komt tot inzicht, en zal ontdekken dat de sleutel tot lotsverbetering in solidariteit en samenwerking ligt. Deze hoop mag niet ijdel blijken. Wij moeten gezamenlijk proberen om de vormen van solidariteit en samenwerking te creëren, die de mensheid in staat stellen om een nieuw begin te maken en de weg te effenen naar een volwassen samenleving. Dit is de kans die onze generatie wordt geboden. Als wij dit leren inzien, zullen wij tegen deze taak opgewassen blijken.
Maar de tijd werkt niet in ons voordeel. Tegenwind zal ons in verkeerd vaarwater brengen - tenzij wij het roer in handen nemen en onze eigen koers bepalen.
Dit boek draagt ertoe bij dat wij vooruit leren zien - en ons gereedmaken om tot handelen over te gaan.
Aurelio Peccei
oprichter en lid van de Club van Rome
Rome. 1 oktober
1974