terug  begin  verderprepost
[p. 327]

Zoya Yankova

Professor Zoya Yankova werd in 1921 in de Sowjet-Unie geboren. In 1947 promoveerde zij in de geschiedenis aan de Moskouse staatsuniversiteit. Sindsdien heeft zij aan verschillende instituten van de Sowjet-academie van wetenschappen zich beziggehouden met de studie van sociale wetenschappen, zoals vraagstukken aangaande gezinsverhoudigen, het dagelijkse leven van de Sowjet-burger en de volkscultuur in het algemeen. Momenteel staat professor Yankova aan het hoofd van een team onderzoekers aan het zogenaamde instituut voor concrete sociale studies van de academie van wetenschappen. Zij heeft een zestigtal werken op haar naam staan, waaronder Verandering in de structuur der maatschappelijke rollen (1972) en De twintigste eeuw en het gezinsvraagstuk (1973). Dit gesprek vond in Moskou in het instituut voor concrete sociale studies plaats.

Indien in de Sowjet-Unie sociologie betekent het bestuderen van sociale wetten die het menselijk gedrag bepalen, is dit dan waar uw instituut zich in wezen mee bezighoudt?

Wij houden ons niet alleen bezig met deze activiteiten. Wij bestuderen ook de behoeften, de interesse, de instelling van mensen, dat wil zeggen niet alleen de realisering van plannen, maar wij stellen ook onze eigen plannen op, levensplannen, familieplannen enzovoorts. Dat zou een nadere precisering zijn.

Ons instituut houdt zich bezig met de problemen van de sociologie van de arbeid, de sociale structuur van de Sowjet-maatschappij. Ook met problemen betreffende de arbeidstijd, de vrije tijd, de sociologie, bijvoorbeeld van het gezin, ook de dagelijkse levenswijze hiervan, of met de openbare mening. Er zijn dus tal van onderwerpen die wij bestuderen.

 

Is het zo, dat de Sowjet-sociologie het gedrag van de mens beschouwt als een sociaal systeem dat met elkaar verweven is als een tapijt?

Dat is een vraag met twee kanten. Enerzijds bestuderen wij de innerlijke structuur van het gezin. Met de innerlijke structuur willen wij zeggen, de aard van relaties in het gezin tussen echtgenoten, tussen echtgenoten en kinderen of tussen kinderen onderling. Dit is éen kant. Aan de andere kant bestuderen wij het verband van het gezin met andere doorsneegezinnen, met de collectiviteit, dus in brede zin, met bijvoorbeeld de buren.

Bovendien bestuderen wij het gezin in relatie tot het systeem van andere maatschappelijke groepen, dat wil zeggen: wij bestuderen de structuur van inwendige en uitwendige relaties, dus niet alleen de relaties gezin-maatschappij, maar ook innerlijke gezinsrelaties.

 

In welke relatie staat uw werk tot de staat? Met andere woorden, hoe leert u kinderen om naast het gezin geïntegreerd te raken in de maatschappij?

Wij sociologen van het gezin zijn van mening, dat het meest optimale opvoedingssysteem bestaat uit een organisch samengaan van

[p. 328]

opvoeding in het gezin met de maatschappelijke opvoeding. Onder het Sowjet-bestuur heeft zich een opvoedingssysteem gevormd, dat uit drie elementen bestaat: het gezin, de school en de maatschappij. Gezin, school, maatschappij - school, maatschappij. Het gezin, dat is duidelijk, dat is de gezinsvorm van opvoeding. De school is ook duidelijk. Iemand gaat naar school of een instelling voor kinderen, bijvoorbeeld een internaat of crèche. Maar hiernaast hebben wij maatschappelijke kringen gevormd, die ook hun invloed hebben. Wat deze kringen zijn? Wel, een stad is bij ons verdeeld in districten, terwijl een district verdeeld is in microdistricten. Elk van deze kleine microdistricten omvat ongeveer 12 000 inwoners. Ieder microdistrict wordt bestuurd door een kantoor, dat men een administratief bestuur noemt: een zjek.

Dit kantoor verzorgt de exploitatie van woningen bijvoorbeeld. In de zjek worden raden gevormd, coördinerende raden uit de samenleving. Zo'n coördinerende raad omvat enerzijds de bewoners van een huis dat onder de zjek valt. Ten tweede pedagogen van de scholen uit het microdistrict, laten we zeggen, de directeur van de school, verder uit leiders van ondernemingen, die functioneren op het grondgebied van de zjek. Er ontslaat dus een typisch coördinerende raad, die ook op basis van de woonplaats meedoet aan de opvoeding van kinderen. Als de kinderen niet in het gezin of op school zijn, maar buiten spelen, den assisteert deze coördinerende raad, bij het bezighouden van de kinderen. De raad organiseert clubjes in het kantoor van de zjek, zorgt voor excursies met de kinderen, organiseert kinderkamers, en dit alles heeft tot resultaat dat een kind bij ons wordt opgevoed door het gezin, de school en door deze brede kringen uit de samenleving, die gezamenlijk functioneren op het grondgebied van de zjek, waar het gezin woont. Dit systeem, dat bestaat uit de drie elementen: school, gezin, samenleving, is volgens ons het meest optimale systeem.

 

En de staat?

Dit is een algehele opvoeding die indirect wordt georganiseerd door de staat. Zij correspondeert rechtstreeks met de gezinsopvoeding en wat wij zouden kunnen noemen de samenlevings-opvoeding van de zjek. Bij ons is de staatsopvoeding een van de elementen uit het gehele opvoedingssysteem.

 

Ziften er sociologen in de zjek?

Daar doen wij ons best voor om die erin te brengen. Er is in ieder geval een pedagoog, die een vast salaris ontvangt. Hij zetelt in het kantoor van de zjek. Zijn voornaamste functie bestaat in het letten op de kinderen van die zjek als zij niet op school of niet in het gezin zijn, dus in hun vrije tijd.

 

En psychologen?

In principe, maar niet alle zjek's beschikken nog over een beroeps-psycholoog. In ieder geval heeft iedere kring wel een sociologische

[p. 329]

dienst, dat wil zeggen, er wordt voortdurend onderzoek verricht naar de behoeften van de bevolking van de zjek.

 

Tot wie wenden de kinderen zich met hun problemen?

Zij gaan naar hetzij de pedagoog-opvoeder in de school - als een kind een of andere moeilijkheid in het gezin heeft - of ze gaan naar de pedagoog van de zjek, die hun leiding geeft. Zodoende is bij ons een nieuwe opvoedkundige vorm ontstaan. Op het grondgebied van de zjek worden verder afdelingen van kinderen van diverse leeftijden gevormd, afdelingen verdeeld in oudere scholieren, middelbare scholieren en jongere scholieren.

Aan het hoofd staan oudere scholieren, gewoonlijk leden van de Komsomol. Deze afdelingen van verschillende leeftijden worden omgevormd tot een opvoedkundige cel, waarin alle kinderen die op het grondgebied van de betrokken zjek wonen, ten eerste hun vrije tijd kunnen doorbrengen. Ze komen daar hun huiswerk maken. Als ze dat niet zelf af kunnen, krijgen zij uitleg van oudere scholieren. Ze maken gemeenschappelijk uitstapjes, die op een of andere manier ook beantwoorden aan de behoeften van de kinderen, waaraan niet in het gezin of op school beantwoord kan worden.

Wij hebben een onderzoek ingesteld in twee zjek's, in het district waarin ons Instituut is gevestigd. Mijn groep op het gebied van gezinsproblemen heeft een speciaal sociologisch onderzoek ingesteld om te bestuderen op welke wijze het leven in een zjek wordt georganiseerd, op welke wijze de opvoedkundige activiteit gerealiseerd wordt; wat de behoeften van de mensen zijn; hoe zij hun vrije tijd in het gebied van de zjek willen organiseren, ook buiten de grenzen van de zjek. Er wordt nagegaan aan welke vorm van voorziening in de dagelijkse behoeften zij de voorkeur geven, wat hen in de huidige voorziening bevredigt of niet bevredigt; welke nieuwe dagelijkse levensvormen er bij hen ontstaan. Ik zou iets kunnen vertellen over de resultaten van dit onderzoek in ons district - het Tsjerjomsk-district van Moskou.

Dit district wordt verdeeld in 28 zjek's, dus alleen al op het grondgebied van dit ene district. Ons concreet sociologisch onderzoek heeft aangetoond dat een groot deel, een groot percentage van de bevolking er bijvoorbeeld de voorkeur aan geeft zijn vrije tijd in het eigen district door te brengen. Mensen in een grote stad worden moe van eindeloos heen en weer reizen of van geregelde reizen naar het centrum. Als we geen rekening houden met theaters, zoals het Bolsjoi of andere unieke theaters, die in andere districten of in het centrum gelegen zijn, of met centrale bibliotheken, waarvoor men speciaal naar een bepaald district moet, dan blijven er bepaalde kleinere vormen van het dagelijkse leven bestaan, waarvan het gewenst zou zijn ze met name in het microdistrict te ontwikkelen. Welke vormen dit zijn? De mensen spreken bijvoorbeeld de wens uit dat er in de zjek verschillende rondetafels georganiseerd worden - zo noemen wij dat: rondetafel. Dat is het geval als zich een probleem voordoet, dat

[p. 330]

de bevolking interesseert, bijvoorbeeld de opvoeding van de kinderen in de zjek als ze geen school hebben of in huiswerktijd. De bevolking heeft de wens uitgesproken dat geregeld - eens per maand, eens per anderhalve maand - in de club van de zjek (men beschikt er over een grote clubkamer) een rondetafel georganiseerd wordt, een bijeenkomst, waarop specialisten en ook pedagogen van scholen worden uitgenodigd.

Op zo'n bijeenkomst worden de problemen besproken, op welke wijze men de kinderen in hun vrije tijd het beste kan bezighouden, zodat hun culturele peil verhoogd wordt, en zij niet eindeloos op straat rondslenteren.

Een ander probleem dat de mensen blijkens ons concreet sociologisch onderzoek interesseert bestaat erin, dat men graag rondetafel-bijeenkomsten zou willen bijwonen om problemen van de organisatie van het leven van gepensioneerden te bespreken. In een grote stad als Moskou, en in de andere steden van de wereld, bevindt zich een groot aantal mensen dat met pensioen gaat. Als zij eenmaal met pensioen zijn kunnen zij zich de eerste tijd niet aanpassen aan deze nieuwe levenswijze, en de bevolking zou graag lezingen aanhoren speciaal over dit onderwerp. In plaats van speciale literatuur over dit onderwerp te lezen, geeft men er de voorkeur aan bij een rondetafel samen te komen om te bespreken op welke wijze in hun zjek, in de zjek waarin zij wonen, de jeugd de gepensioneerden zou kunnen helpen, hun bepaalde diensten zou kunnen bewijzen, bijvoorbeeld door Timoer-brigades die op lal van plaatsen in het leven zijn geroepen. Deze brigades werden voor het eerst tijdens de oorlog georganiseerd. Nu organiseert men opnieuw in heel Moskou Timoer-brigades, waarin kinderen de lasten van hulp aan ouderen, met name aan gepensioneerden, op hun schouders nemen. De mensen, willen dus aan een rondetafel bespreken wat ze kunnen doen om de gepensioneerden in staat te stellen prettig uit te rusten op het grondgebied van de zjek; om te bepalen wat ze graag willen zien, naar welke lezing ze willen luisteren enzovoorts. Dit is dus het tweede probleem, het probleem van de gepensioneerden.

Een andere wens: men wil aan de rondetafel bespreken op welke wijze men het best kan voorzien in de dagelijkse behoeftenbevrediging van de bevolking. Iedereen wil zijn district goed inrichten en de krachtsinspanning van alle bewoners van de zjek zo organiseren, dat er bijvoorbeeld bloemen worden geplant in het grondgebied van de zjek, dat er groen komt, dat er mogelijkheden worden geschapen om naar muziek te luisteren.

 

Bent u zelf een sociologe?

Neen, van huis uit ben ik historica. Tot dusverre hadden wij geen speciale sociologische opleiding aan onze universiteiten. Ik liep de historische faculteit af en deed mijn kennis in de sociologie door zelfstudie en het volgen van speciale cursussen later op.

[p. 331]

Bestaat uw staf uit jongens- en meisjesstudenten?

Inderdaad. Mijn groep bestaat uit leerling-studenten en jonge medewerkers, jongens en meisjes, terwijl wij bovendien studenten ter beschikking hebben bij ons praktisch werk, economen, statistici, studenten in de geschiedenis en de filosofie.

 

Hoeveel mensen zijn er in uw studiegroep?

Negen.

 

Bestaat dit systeem van zjek's ook op het platteland?

Ja, in de landbouw - de sovchozen, de kolchozen splitst men ook op in aparte ‘nederzettingen’ als het een groot dorp betreft. Het dorp wordt dan in afzonderlijke delen gesplitst, die op hun beurt het hele opvoedkundige leven organiseren binnen hun... Hoe moet ik dat zeggen? Daar heet het geen zjek, maar het is eveneens een territoriale eenheid van de bevolking.

Als het een kleine nederzetting betreft, dan bestaat daar een dergelijke administratieve indeling niet. Als het een grote nederzetting betreft, wordt deze in administratieve delen gesplitst.

 

Wat doet uw Instituut in betrekking tot de studie van vrouwelijke arbeiders in de Sowjet-Unie? Ik begrijp dat dertig percent van alle werkenden in uw land vrouwen zijn.

Neen, dit cijfer is eenenvijftig percent.

Mijn groep die zich bezighoudt met de problemen van het gezin, houdt zich uiteraard ook bezig met het probleem van de vrouw, want de factor van het werkzaam zijn van de vrouw in de maatschappelijke produktie, zien wij als een zeer belangrijke factor van verandering van het gezin. Deze werkzaamheid heeft namelijk sterke invloed op de structuur van het gezin, op de structurele relaties binnen het gezin of op het gezag van de vrouw gezien door de ogen van haar man, en op haar gezag ten opzichte van de kinderen. Hier hebben wij te doen met het verschijnen van nieuwe gezinsrollen. Daarom vinden wij dat deze factor van betrokkenheid van de vrouw bij de maatschappelijke produktie, bezien moet worden als een specifieke en zeer belangrijke factor op het gebied van de verandering van het gezin en van de levenswijze in het algemeen.

 

Van dit hoge cijfer, 51%, zou ik geneigd zijn te concluderen dat kinderen in uw land meer door vreemden dan in gezinsverband worden opgevoed. Er zullen zich dus waarschijnlijk verschuivingen voordoen in hun affectieve relaties, en hoe beïnvloedt dit alles de wezenlijke verhouding tussen ouders en kinderen?

In de literatuur, vooral vanuit het buitenland, vindt men dikwijls het standpunt, dat emotionele banden in het gezin vernietigd zouden worden doordat zowel de man als de vrouw een zeer groot deel van hun tijd in het maatschappelijke produktieproces doorbrengen of deelnemen aan het politieke leven en dat de kinderen daardoor eigenlijk

[p. 332]

aan zichzelf zouden worden overgelaten. Onze sociologische onderzoekingen hebben een heel ander beeld opgeleverd. Het verband tussen een en ander blijkt veel gecompliceerder te zijn. Onze onderzoekingen hebben aangetoond dat de tijd, die ouders en kinderen samen doorbrengen, korter wordt gemaakt, maar daartegenover wordt de gevoelswaarde en de inhoud van de gezinsrelaties verdiept. Niet alleen de emotionele bindingen worden versterkt, maar ook de inhoud van die bindingen verandert in het algemeen de verstandhouding tussen ouders en kinderen. Hoe gaat dit in zijn werk? Inderdaad zijn de vader en moeder op doordeweekse dagen, op werkdagen, zeven uur of zelfs acht uur van huis weg en brengen zij hun tijd door in de maatschappelijke produktie. De kinderen zijn in de loop van die tijd hetzij op school, hetzij in een internaat, of zij zijn intussen bij andere familieleden. Ze gaan dikwijls uit of spelen binnen het grondgebied van de zjek. Ouders komen inderdaad pas 's avonds thuis om samen met hen te eten, maar hier staat tegenover dat gedurende de rest van de dag die zij samen doorbrengen - dit is aangetoond door het onderzoek en geen speculatieve conclusie - dat zij gedurende de uren die zij's avonds samen doorbrengen, hun best doen om nieuwtjes met elkaar uit te wisselen. De ouders vertellen hoe het op hun werk gaat. De kinderen vertellen wat er op school is gebeurd. De ouders proberen als het ware de lessen te controleren. Zij wisselen hun mening uit over gelezen boeken, over films die zij gezien hebben. Dit is een andere kant van de zaak. Daardoor wordt de intensiteit van de relaties vergroot, hoewel zij op werkdagen uiteraard - toch weinig tijd hebben elkaar te zien. Daar staat tegenover dat op zaterdagen en zondagen - wij hebben twee vrije dagen - een steeds toenemend aantal gezinnen de tijd met de kinderen doorbrengt. Ze gaan samen op stap, bezoeken theaters, gaan naar musea, brengen de vakantie samen door. Als we dus over het hele jaar zouden rekenen, dan komen we tot de conclusie dat de hoeveelheid gemeenschappelijke tijd in wezen niet korter wordt, en dat de onderlinge relatie intenser wordt en de emotionele kant van deze relatie sterker wordt.

Bovendien hebben werkende vrouwen meer gezag bij hun kind. Het kind kan nu bij zo'n vrouw antwoord krijgen op vele maatschappelijke vragen. Tenslotte wordt de rijkdom van een mens bepaald door zijn rijkdom aan maatschappelijke contacten. Tweeënzeventig percent van de onderzochte gezinnen brengt nu de zaterdagen en zondagen of de vakanties met de kinderen door.

 

Denkt u dat de Sowjet-gezinnen tegen het jaar tweeduizend steeds kleiner zullen worden? Hoe zal het toekomstige gezin in Rusland eruit gaan zien?

Weet u, het gezin is een zeer specifieke cel. Aan de ene kant wordt het gezin bestuurd door onze wetgeving, door normen, door tradities, zoals dit ook met andere cellen van de maatschappij gebeurt. Aan de andere kant heeft het gezin een veel groter soortelijk gewicht bij relaties, die gebaseerd zijn op emoties, op gevoelens van liefde,

[p. 333]

achting, of op wederzijds begrip. Dit specifieke karakter van het gezin staat het volgens mij toe van mening te zijn, dat naarmate de maatschappij als geheel en de mens zelf meer vervolmaakt wordt, naarmate de persoonlijkheid van de mens beter wordt gevormd, da betekenis van die spontane bindingen gebaseerd op emoties, op achting en liefde, steeds meer zal groeien, terwijl de betekenis van de normen en tradities, die in het verleden alle rollen (functies) en relaties op strenge wijze reglementeerden, zal afnemen. De groei van de beschaving van de mens zal de groei betekenen van emotionele relaties, van onderling begrip, van onderlinge steun, van wederzijdse hulp. De realisatie van gemeenschappelijke doeleinden zal eveneens een grotere betekenis krijgen.

Ten tweede geloof ik dat wij op het ogenblik reeds gedurende een vrij lange tijd een vermindering van de grootte van gezinnen waarnemen. Op het ogenblik is de gemiddelde omvang van ons gezin 31/2 persoon, dat wil zeggen: sommige gezinnen bestaan uit vier personen, andere uit drie. Misschien zal in de toekomst de omvang van het gezin iets toenemen, want ik geloof dat de behoefte aan kinderen, aan eenheid met naaste bloedverwanten en aan liefde, ieder jaar meer betekenis zal krijgen, want naarmate persoonlijke behoeften meer groeien, zal ook de omvang van het gezin iets groeien. De optimale omvang van een kleine groep is toch wel vijf à zeven personen. Mijn mening is voorlopig niet op berekeningen gebaseerd, maar op het feit dat de mens bij toeneming van zijn emotionele beschaving, een toenemende behoefte zal voelen aan solide, emotionele familiebindingen.

 

Maar de wereld zal in het jaar tweeduizend wellicht zeven miljard zielen tellen. Hoe kunnen wij al die mensen voorzien van voedsel en werk?

Ik geloof niet dat de omvang van het gezin aanzienlijk zal toenemen. Een deel van onze republiek heeft te weinig mensen voor de produktie - daarom geloof ik, dat als wij dit bevolkingsprobleem uitsluitend binnen de grenzen van ons land zouden oplossen, er voorlopig geen gevaar voor ons land bestaat van een te grote bevolking. Bovendien geloof ik niet dat de omvang van families, vooral wat het aantal kinderen betreft, sterk zal groeien, want door verbetering van de woongelegenheid en het hele leefklimaat waarnaar wij streven en in verband met een toeneming van de totale materiële welvaart, zal het aantal families dat niet twee, maar drie generaties omvat, groter worden. Dat wil zeggen: veel grootvaders en grootmoeders zullen in de toekomst, als de woonvoorwaarden dat toestaan, naast of in de directe omgeving van hun kinderen en kleinkinderen blijven wonen. Ook hierdoor zal de omvang van de familie als zodanig toenemen. Mochten er wat meer kinderen zijn dan éen kind per gezin, dan zal dat de algemene omvang van het gezin ook niet sterk doen toenemen, maar zal dat volgens mij wel tot gevolg hebben dat het emotionele peil van het gezin zal worden verhoogd. Wij hebben republie-

[p. 334]

ken waar per gezin vijf of zes kinderen zijn. Daar zal het aantal kinderen wellicht iets afnemen. Dit zijn republieken zoals Azerbeidzjan en in het algemeen de republieken van Midden-Azië en de Kaukasus - de oostelijke republieken. Maar in delen van de republiek, zoals de Baltische gebieden of in centrale steden zoals Moskou en Leningrad, bevindt zich een groot percentage gezinnen met maar éen kind. In deze republieken en steden zal het aantal kinderen integendeel iets stijgen, en op zo'n manier wordt het gemiddelde van het gehele land iets genivelleerd, waardoor de totale omvang niet belangrijk zal toenemen.

In het algemeen zal men hier een progressief proces kunnen waarnemen, omdat ik er in mijn hart van overtuigd ben dat het emotionele, psychologische en morele klimaat in dergelijke gezinnen beter zal worden.

Een deel van onze vrouwen, die de daarover handelende romans, waaronder ook westerse romans gelezen heeft, heeft ons sociologen de volgende vraag gesteld: heeft zo'n betrekken op grote schaal van de vrouw in de maatschappelijke produktie en in het maatschappelijke politieke leven geen negatieve invloed op de verhoudingen in het gezin? Om het antwoord op deze vraag te vinden hebben we dus een sociologisch onderzoek ingesteld. Dit onderzoek heeft concreet aangetoond dat in de gezinnen, waarin de vrouw werkzaam is in het maatschappelijke produktieproces en zich bezighoudt met interessante arbeid, met werk dat inhoud heeft, het emotionele klimaat beter is. De man staat veel beter tegenover zo'n vrouw. Hij helpt haar meer in het huishouden of bij de opvoeding van de kinderen, houdt meer rekening met haar mening en bovendien speelt de vrouw in zulke gezinnen een nieuwe gezinsrol. Niet alleen, zoals vóor de revolutie, de rol van bediening van het gezin, maar de rollen van organisatrice in huis, organisatrice van de vrije tijd; de rol van een mens, die voor het gezin sociaal belangrijke besluiten neemt, die het lot van de kinderen bepaalt, en meer van zulke zaken. Het resultaat van het inhoudrijke werk buitenshuis heeft dus geen negatieve invloed op de innerlijke structuur van de gezinsrelaties, maar vormt integendeel een echt gezinscollectief. Hiervan getuigt het sociologische materiaal. Dit is bovendien nog niet alles. Er is verder gebleken dat veel geleerden, en in het bijzonder journalisten, twee begrippen met elkaar verwarren: het begrip van gezinsgelijkheid en het begrip van de vaderrol. Daarom is een aantal geleerden van mening, dat alle problemen in het gezin opgelost zullen worden als de man en de vrouw in het gezin volkomen gelijke rollen zullen vervullen, een gelijke functie zullen hebben. De man wast de ene luier, de vrouw de andere. De man ruimt de ene helft van de kamer op, de vrouw de andere. Dit om de zin aan te geven van hetgeen ik bedoel. Zweedse sociologen hebben zelfs schertsenderwijs het probleem zo gesteld: ‘Kan de vader moeder zijn?’ Zij zijn van mening dat als de vader moeder kan zijn, dit dan volledige gelijkheid betekent. Wij denken daar anders over. Volgens ons moet gelijkheid die vorm hebben, dat de vader zijn rol-

[p. 335]

len van vader vervult en vader blijft, terwijl de moeder moeder blijft, maar dat alles tussen hen geregeld wordt op basis van een verstandige afspraak, van onderlinge hulp en steun. Als mijn man vandaag meer tijd besteedt aan zijn werk, dan besteedt hij vandaag minder tijd aan zijn gezin, of omgekeerd. Dat wil zeggen: alles wordt gebaseerd op wederzijdse hulp, op onderling begrip, en op liefde.

prepostterug  begin  verder