terug  begin  verderprepost
[p. 51]

Zieldoorborend

Vorig jaar zomer raakte ik op Columbus Avenue in New York in gesprek met Amedoo, een straatventer uit Senegal. Zijn kraam was behangen met namaak gouden kettingen, oorhangers en andere snuisterijen. Als het regende vulde hij zijn handel aan met paraplu's, als de zon scheen met zonnebrillen. Het waren halssieraden, zwarte ronde plakken leer waarop het Afrikaanse continent was uitgespaard in de kleuren geel, rood en groen, bevestigd aan een ophangveter, die mijn aandacht trokken.

Veel zwarte jongeren uptown hadden zich opgedirkt met de versierselen die Amedoo verkocht; meisjes met de glanzende oorhangers, soms tweemaal het formaat van de oorschelp, jongens met de ronde lederen Afrika-plakken. Ook in Senegal waren deze attributen in de mode geraakt, vertelde Amedoo. Men wilde daar laten zien op de hoogte te zijn van wat in Amerika de trend was. Ergens in de wereld was iemand bezig steenrijk te worden met de fabricage van een zwart bewustzijn aan een leren veter.

Amedoo, die zelf niets van zijn koopwaar droeg, had met zijn vriend van de buurkraam, eveneens uit Senegal, gewed dat ik geen Amerikaanse was: ‘Andere kleding, andere stijl.’ Als bewijs dat hij wist hoe laat het was, liet hij mij zijn Rolex-horloge zien: ‘Uit Zwitserland.’

Een van die talloze thuislozen die de straten van Manhattan bevolken bleef, toen ik eens met Amedoo stond te praten, aarzelend bij ons staan. De zwerver vroeg om een dollar, ‘ter ondersteuning,’ zei hij, ‘van het National Negro Pizza Fund.’ Amedoo zag de humor er niet van in. En het was bij deze gebeurtenis dat mijn Senegalese nieuwe kennis

[p. 52]

begon te lamenteren over de zwarte zwervers. ‘Het waren,’ zei hij, ‘lui die liever stalen dan werkten, verslaafd aan crack en alcohol en zonder enige familietraditie.’

In een poging de zwerver te verdedigen kon ik niet anders aanvoeren dan de invloed van slavernij en rassenhaat op de mentaliteit van veel zwarten. Amedoo maakte korte metten met mijn argumenten. Velen van de Afrikanen die als slaven aan de blanken werden verkocht waren van het laagste allooi: gevangenen, misdadigers of lieden van inferieure stammen. En zo raasde hij voort.

Daags voor de opening van de expositie Wit over zwart in het Koninklijk Instituut voor de Tropen, door de makers nader toegelicht als: ‘Hoe een witte meerderheid zich al eeuwenlang een beeld vormt van een zwarte minderheid, een tentoonstelling over macht en vernedering’, werd ik gebeld. Het was mevrouw W., als journaliste verbonden aan een weekblad. Wilde ik samen met haar de tentoonstelling bezichtigen? Mijn commentaar bij de diverse beelden zou materiaal zijn voor haar artikel. Ze deed werkelijk haar best, zei ze, om integer te zijn, ik kon haar vertrouwen. Bovendien voelde ze zich verbonden met de zwarten. En ze was in Afrika geweest, zeverde ze voort.

Een mens met goede bedoelingen. Had ik haar als meeloper Amedoo uit New York maar kunnen aanraden. Of tenminste dr. Philomena Essed, afkomstig uit het raciale Suriname waar bosnegers lijfelijk ondervinden wat discriminatie betekent. Dr. Essed is een wetenschappelijk expert in zwart-wit-verhoudingen, tevens zeer verontwaardigd over de vele misstanden op dit gebied in het door haar zo racistisch gewaande hedendaagse Holland.

De tentoonstelling Wit over zwart, een verzameling ‘negrofilia’, is bijeengebracht door Felix de Rooy, naar eigen zeggen ‘het produkt van een koloniaal orgasme’, en Rufus Collins, een Amerikaanse regisseur die voorlopig verkiest om in Holland te wonen, waar de opkomst van het alloch-

[p. 53]

tonentheater hem veel mogelijkheden heeft geboden.

Wit over zwart laat ons veel zien van wat we al wisten, of op zijn minst konden verwachten: vooringenomenheid van blanken jegens zwarten vanaf de negentiende eeuw tot heden, uitgestald tegen het decor van een uit het tijdsverband gerukte verzameling beeldjes, prenten, verpakkingsplaatjes, reclamemateriaal, stripboeken als Sjors en Sjimmie en Kuifje, blikken trommels en andere prullaria. Een antiekwinkel bij de Spiegelstraat heeft regelmatig een collectie tot kunst en antiek verheven negrofilia in de etalage staan.

Het is verwarrend om bij het begin van de rondgang in de imposante tentoonstellingszaal van het Tropenmuseum een kabinet over de geschiedenis van slavernij te betreden. Deerniswekkende afbeeldingen, levensgroot geprojecteerd, tonen gemartelde slaven. Eén slachtoffer is levend aan zijn ribbenkast opgehangen. Andere gruweldaden in prent en tekst omringen hem. Het marteltuig, kettingen, zwepen en klemmen achter glas moeten de toeschouwer helpen overtuigen.

Hoewel het om een tentoonstelling gaat met een opvoedkundige strekking is er nergens iets te lezen over de ingewikkelde achtergronden van de slavenhandel in Afrika. Daardoor krijgt de blanke de rol toebedeeld van machtige meedogenloze geweldigaard en de neger die van het onschuldige, weerloze slachtoffer. Er is bij het publiek een medeleven dat het een lieve lust is. ‘Gruwelijk,’ probeert een chique oudere dame - vertegenwoordigster van het type vóór Cuba en tegen clitoridectomie, tegen Zuid-Afrika en vóór baas in eigen buik, het type dat van verontwaardiging een levensovertuiging maakt - haar deernis te slijten, solliciterend naar een plaats in het goede-mensenreservaat. ‘Dat jullie dit allemaal is aangedaan.’ Ik loop schoorvoetend verder en ontdoe me van haar loodzware medelijden.

De toonzetting van de tentoonstelling komt overeen met de kijk-wat-ze-ons-hebben-aangedaan doctrine en maakt

[p. 54]

veel emoties los. Een Surinaamse bezoekster vraagt zich af of ze haar theemuts in de vorm van een kotomisie wel of niet mag houden. Een ander heeft gehoord dat het woord neger niet langer acceptabel is. In Amerika spreekt men na veel geharrewar van African-Americans. Bij Minderhedenbeleid zijn vast ambtenaren al tijden bezig te werken aan een nieuwe naamgeving.

Een vrouw van een jaar of zestig blijft staan bij een foto van Harry Belafonte. ‘Deze ellendeling,’ zegt ze verbitterd, ‘heeft zijn mooie Jamaïcaanse vrouw indertijd in de steek gelaten voor een witte vrouw in Amerika. In het blad Ebony had hij gezegd een voorliefde te hebben voor witte vrouwen. Heb je ooit van je leven.’ Alle platen van hem had ze, nadat ze dit gelezen had, stuk voor stuk vernietigd, wat nog een heel werk was.

Ook Josephine Baker maakt geen aanspraak op haar sympathie. ‘Malatta die zich half naakt uitsloofde voor witten.’ Millie Scott zou zich in een tijdschrift hebben laten ontvallen dat men haar tijdens een tournee in Suriname als neger had behandeld. ‘Ze hadden haar mooi beet met d'r kapsones.’

Verderop is een reclamespotje te zien van de wereldberoemde hardloopster Nellie Cooman die een bepaald merk bananen aanprijst. Een jaar of vijftien geleden vertelde een kennis me het volgende. Hij was nogal gecharmeerd van een vrouw uit Suriname. Op een goede dag zat het paar op een terras aan het Rembrandtsplein. Hij had iets te drinken besteld, zijn donkere vriendin had de ober om een banaan gevraagd. De verteller had zich vreselijk geschaamd: ‘Wie vraagt er, als negerin nog wel, in 's hemelsnaam op een terras om een banaan!’ Nellie Cooman verricht met de bananenreclame baanbrekend opvoedend werk; de blanke hoeft zich niet langer te schamen wanneer de neger in zijn gezelschap een banaan eet.

Uit welke Hollandse huiskamers komen de prenten en de

[p. 55]

beeldjes van het slag dat De Rooy en Collins verzamelden? Was het bij dezelfde mensen die het portret van Het Zigeunermeisje boven het buffet hebben hangen en een herderinnetje op het bijzettafeltje? Of uit de doorzonwoning, ingericht met de resten van een geplunderde boerenhoeve, met een wagenwiel als salontafel en een paardehoofdstel aan de muur? Past tussen al die kul en kitsch ook niet gewoon de negerkul en zwarte kitsch, en horen tussen al die dommigheid en platitudes niet ook bekrompenheid en vreemdelingenvrees?

De makers van de tentoonstelling in het Tropenmuseum slaagden erin met hun verbolgenheid reacties van een ziel-doorborend ‘ach...’ op te roepen. Ben ik om een goede neger te zijn ook verplicht tot al die verontwaardiging, of maar een dolende in de woestenij van het Alras?

prepostterug  begin  verder