Voor Estelle, denkend aan Cola
Alles is in orde, dacht hij. Alleen zijn voetstappen waren te zien.
De tranen der acacia's
Men heeft de literaire criticus wel een schaduwloper genoemd. Dat beeld is mij te zonnig. Als ik over iemand schrijf, heb ik eerder het gevoel dat ik in het donker achter hem aanloop, en zijn voetstappen ergens in de verte vóor mij hoor. Ik moet maar raden waar hij precies is, waar hij heen gaat. Niet zelden vraag ik mij af, of ik niet allang achter de verkeerde aanzit. Pas veel later, als ik denk dat het licht geworden is, zie ik iets: de afdrukken van wat ik aanneem dat zijn voetstappen zijn.
De opstellen, in dit boekje gebundeld, hebben betrekking op boeken van Hermans, die gepubliceerd werden in het verloop van zowat twintig jaar, de eerste twintig van zijn schrijversloopbaan. Ik schreef die artikelen over een periode van eveneens twintig jaar. En dat gebeurde gemiddeld twintig jaar na het moment van uitgave, waardoor soms de grens tussen kritiek en literatuurgeschiedenis overschreden dreigde te worden.
Ik deel dit mee, niet opdat de lezer iets achter dat getal twintig gaat zoeken, maar om hem duidelijk te maken dat de samenstelling van het boek problemen opleverde, waar ik alleen maar een halve oplossing voor gevonden heb.
In die 20 jaar veranderde Hermans, van wereldbeeld en, daarmee samenhangend, van techniek. Dat is het centrale onderwerp van dit boek.
Maar ook de criticus bleef zich, in die andere 20 jaar, niet gelijk. Hij is scherper gaan omschrijven (denkt hij), wat hij eerst alleen maar in globale omtrekken onderscheiden kon, en soms is hij ook anders gaan denken.
Bij de bundeling van oude artikelen zijn er in principe twee juiste oplossingen: alles precies laten zoals het was, een datum erbij, en naar de boekhandel; of alles tot een samenhangend nieuw betoog omwerken.
Tot het laatste had ik de moed niet. Wat zou ik hebben moeten beginnen met een essay uit 1971, waarin ik probeer vast te leggen in hoeverre de lezer een boek van 1947 anders is gaan lezen omdat inmiddels allerlei nieuwe romans en verhalen van de auteur het beeld veranderd hebben? Omwerken tot: vertellen hoe ik in 1982 zie dat ik in 1971 zag wat ik in 1947 niet zien kon? Ik moet er niet
aan denken dat dit boekje nog eens herdrukt zou worden, en wat ik dàn zou moeten schrijven! En zo zou, op zijn eigen manier, ieder opgenomen artikel weerstand bieden aan een te forse herformulering.
Trouwens, al die gedetailleerde analytische beweringen nog een keer, in ander verband, opschrijven, ik zou het niet kunnen; ik zou dingen weglaten waar ik mij niet meer zeker over voel, het verband zou verloren gaan, en of er een nieuwe samenhang zou ontstaan zou ik nog maar af moeten wachten. Toen ik die stukken schreef, was ik bovendien, helemaal of bijna, de eerste die wat uitgebreider op de besproken boeken inging. De god Denkbaar Denkbaar de god was een winkeldochter (78 exemplaren verkocht, beweerde de uitgever); nu bestaan er een stuk of zes, zeven - vaak uitgebreide - studies over. Ook die standpunten van anderen zou ik moeten verwerken. Niet omwerken dus.
Maar ook niet zonder meer laten staan. Omdat de artikelen voor heel uiteenlopende lezerskringen geschreven werden, tonen zij herhalingen, of staan er opmerkingen in die slaan op toestanden waar niemand meer iets van af weet.
Herhalingen en al te tijdgebonden opmerkingen heb ik geschrapt, als dat maar enigszins kon. Ook drukfouten of stilistische uitglijders zijn gekorrigeerd, en de spelling is gelijkgetrokken. Wat ik verder nog veranderde, vooral omdat het mij irriteerde dat ik het ooit geschreven had, laat ik onvermeld. Ik heb mij nergens veroorloofd, latere gezichtspunten binnen te smokkelen; met die algemene verzekering moet de lezer zich maar tevreden stellen.
Aan de andere kant, soms heb ik het niet kunnen nalaten, een kleinigheid toe te voegen, bijvoorbeeld naar aanleiding van afwijkende opinies van anderen. Dat gebeurt dan in een noot, beginnend met 82:. Bij noten die bij de oorspronkelijke artikelen horen, ontbreekt deze aanduiding; verder worden alle noten doorlopend genummerd.
Bij wijze van lezersservice heb ik, tenslotte, achterin het boek van iedere door mij besproken titel opgegeven wat de belangrijkste artikelen zijn, die er sedertdien over verschenen zijn.
Op grond van het bovenstaande kan iedereen zelf bedenken, in welke volgorde ik mijn opstellen afdruk: die van het moment van publikatie. Het eerste artikel, ‘Voetstappen van WFH’, is de
vertaling van een essay, dat ik onder het pseudoniem Sander Moreees voor het Amerikaanse tijdschrift Odyssey schreef, ter gelegenheid van de vertaling van Het behouden huis. Omdat ik niet meer over de oorspronkelijke versie beschikte, heb ik de vertaling van Estelle Debrot, die ook het Engels van The House of Refuge voor haar rekening nam, in het Nederlands terugvertaald. Ik heb mij daarbij niet te veel vrijheden veroorloofd; alleen maar een paar formuleringen weggelaten, andere verduidelijkt.
Deze ingewikkelde procedure heb ik gekozen omdat het artikel een widescreen beeld geeft van mijn opvattingen over Hermans' werk tot dat moment (1961), wat mij bij wijze van aanloop niet ongewenst leek. De aanleiding: Hermans' literaire persoonlijkheid introduceren bij een publiek dat alleen tot Het behouden huis toegang had, is zeker nog zichtbaar, maar dat beïnvloedt slechts de rangschikking van de gegevens, niet het beeld zelf.
Even heb ik geaarzeld, of ik niet liever een uitgebreid artikel over De donkere kamer van Damocles, dat ik in 1958 voor Vrij Nederland schreef, zou opnemen. Te veel daarvan is echter in andere opstellen, bijvoorbeeld een aan Hermans gewijd hoofdstuk van Literair Lustrum I, opnieuw gezegd. Het ijdele verlangen om te laten zien hoeveel ik in 1958 al door had, heb ik onderdrukt.
De Denkbaar-analyse verscheen in Merlyn (1963), evenals de bespreking van Mandarijnen op zwavelzuur en Het sadistische universum (1965). De goocheltoeren rond Conserve werden voor het publiek van Raster vertoond, in het Hermans-nummer, 1971. Het slotartikel over De tranen der acacia's schreef ik, op basis van aantekeningen die ik in 1956-1957 voor buitenlandse uitgevers maakte, speciaal voor dit boek, om het beeld af te ronden, maar minstens evenzeer om éen keer iets te zeggen over dat boek dat toentertijd een andere lezer van mij gemaakt heeft.