terug  begin  verder
[p. 93]origineel

Vier en twintigste hoofdstuk.
De reiziger in een sluitmande.

Toen ik gebeden had, rees ik op en vroeg mij zelven: wat nu gedaan?

Het huis was van rontomme bezet, dus was het niet mooglijk te ontsnappen.

Mij overtegeeven, was zo goed als moedwillig in mijn dood te loopen: want alles was vol woede, wraak en bloeddorst.

Het beste was mij ergens te verschuilen, en als dan mijn verder lot aftewagten. Zij zullen het gansche huis evenwel niet omver trekken, dagt ik.

Ik begaf mij daarop naar het hoogste van het huis; aldaar vond ik een groote pakof sluitmande, met eenig vuil linnengoed in dezelve: ik bedagt mij niet lang, maar maakte er mijn schuilhoek van, en sloot het dekzel boven mijn hoofd toe: deeze mande was ter zijde een weinig gaapende, zo dat ik er mijn hand kon buiten steeken. Ik deed op deeze wijs

[p. 94]origineel

het hangslot er van buiten op, en stak de sleutel in mijn zak. Aldus, dagt ik, kon er geen het minste vermoeden op deeze geslooten mande vallen: - daarenboven zij hebben de sleutel niet.

En beschouwt, waarde Leezers! beschouwt den ongelukkigen Reiziger, dat gehaatte voorwerp der algemeene vervolging, dien eerlijken Vaderlander, dien vervloekten Jothamist, in een pakmande, in een opgevouwen gestalte, rustende op eenige vuile hemden, broeken slaapmutsen enz.!

Wat is de waereld! verzugtte ik bij mij zelve, en wat zijn haare handelingen! - o Beschaafde Volken! gij die u op den Godsdienst der liefde en des verstands beroemt! door welk een boozen geest laat gij u voortzweepen? laat gij u tot erger onmenschlijkheeden vervoeren, dan de Turken en Barbaaren immer in de gedagten hebben gekreegen? - Gij vervolgt de onschuld en de rechtvaardigheid, om dat men hen eenen naam heeft gegeeven, die den Mensch waarlijk verëert, doch waaraan gij de haatlijkste denkbeelden hegt, of die de meesten uwer in 't geheel niet verstaan! Wat is de misdaad van den Reiziger? Gij noemt hem een Jothamist? maar al was hij Jotham zelf, verdient hij

[p. 95]origineel

dan deeze behandeling? - Of zo hij ze in uwe oogen waardig is, moet dan het rechtzinnig Heeläl u niet als Abimelech en zijne ijdele en ligtvaardige Mannen beschouwen en verfoeien.

Dan, helaas! de Reiziger had goed preeken in de sluitmande. De booze waereld ging haar gang. Het huis daverde: deszelfs muuren trilden: de balken schooven en schokten: het dak verwrikte: het gansche gebouw begon te waggelen; naar eene zijde over te hellen: - de dolle, woeste menigte gaf een noodkreet, die door de lugt donderde. - Mijn sluitmande schoof naar de eene zijde, even gelijk men in een laveerend schip doet, - dus scheef stond reeds het huis. Nog hoorde ik het gejuich. Een donderende slag volgde; het huis stortede in, en de Reiziger met het zelve, rolde wel vijftig voeten verre.

terug  begin  verder