terug  begin 

[p. 928]origineel

Register

Sterk beperkte syntagma's zijn ook terug te vinden onder de leden van hun kleinste par. of onder hun par.-loze element. Daarnaast meestal ook onder hun binnen- en buitenbouwnaam. Bijzins-eigenaardigheden staan zoveel mogelijk onder trefwoorden, gevormd met hun vw: omdat-zin, terwijl-zin enz. Onder elk trefwoord geven wijd gedrukte woorden een tweede alfabetische rangschikking aan. - De apostrof als spelling voor de sjwa volgt op de ij.

 

*Aan
genoeg hebben - 2.18.11.3.3, A1
ze hebben het - hun maag 2.14.1.2.1, B4b
huis - huis als niet-ww rest 5.4.6.3, 4
daar komen ze - wandelen 2.8.10
hoe komt het zo - 2.14.1.1.2
met (zonder) z'n nieuwe jas - 5.4.2 om-zinstype met - /naar/zo als eerste woord (- de lucht te zien) 2.18.11.1.7
- stukken gooien is tekst 2.14.2.6.1, D
ze vinden het heel erg - 2.14.2.5.5, 3h
ze vinden het heel erg - raken/blijven 2.14.2.5.5, 4d
wat heb je daar - aardigs 3.5.19.4.6, C (zo) zachtjes - 4.4.2.2.3, F
zonder (met) z'n nieuwe jas - 5.4.2
aangaande
- kan geen vn-bw-pd zijn 3.5.19.9.1, A
aangenaam
- als niet-ww rest in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, D4 en 5
aan het
- + ow 2.10vv
bleek - zien is uitg. 2.14.1.3.2, B
- + ow is uitg. bij imperfektief gebruikte ww's 2.14.1.5.1, B6
plaatsbeperkingen van eenwoordige niet-ww resten bij - + ow 2.10.3.2v; 2.14.1.1.3
aanloop 2.3.4vv; 2.19.4; 11.1.2.3.1
- in zinnen met achter-pv 2.19.4, B; 2.19.4.4
- bij beperkte wijs 2.3.4.1.2, 1
vzaz + ww-p als bw bep. 2.19.4.3.2
ww-p als bw bep. is - 2.19.4.3.3
zn-p als bw bep. is - 2.19.4.3.1
bwbn-p en zn-p als - kunnen geen niet-woord bevatten 10.1.1.1, A en B
definitie van - 2.3.4
elementen die geen - kunnen zijn maar wel driehoekje 2.19.4.1
gelijkvlakkige patroondelen in - 2.19.4, A1, B1, C1 en D1
hoofdww + - beslissen over keus verwijswoord 2.14, G
patronen met met in de - 3.11.1.1, 5
bwbn-p en zn-p als - kunnen geen niet-woord bevatten 10.1.1.1, A en B
niet-ww rest + - beslissen over keus verwijswoord 2.14, G
noch ... noch ..., niet ... maar ... en niet zozeer ... als wel ... als - 10.1.1.1, D
- in om-zinnen 2.19.4, C
ondervlakkige patroondelen in - 2.19.4, A2, B2, C2 en D2
elementen in - kennen vrij zeker geen afgesplitst ook 7.4.4.2.1
- in ow-geb. wijs 2.19.4, D
zo verwijswoord, zo - 2.19.4.2; 2.19.4.3; 3.5.8.3.4, 1; 2.19.4.3.1vv
- zonder verwijswoord 2.3.4.1.3; 2.3.4
vn-bw-p als - is uitg. 2.13.1.3, A
voor een prof (bvg) als - is uitg. 2.14.2.6.10, A1
- in zinnen met voor-pv 2.19.4, vooral A
wie-zin in wie er ook komt, ik niet is beperkt tot - 3.5.21.2.1
ww-p met voor-pv als - of uitloop 2.2.3.2
zinsdeelstukken als - 2.3.4.1.2; 2.19.4.2
zn-p en bwbn-p als - kunnen geen niet-woord bevatten 10.1.1.1, D
aanloop-1v
als-zin als - 2.11.1.3, Bd
zo ... als- zin als - 2.11.1.3, Bc
aanloop-ond. 2.5.1; 2.5.2.8
als-zin als - 2.5.2.4, Bd
zo ... als- zin als - 2.5.2.4, Bc
aanloop-vv
plat zn-p als - 2.13.1; 2.19.4.2.7
aanmerking
in - genomen kent geen nevenschikking met de bvg voor een prof 2.14.2.6.10, B1
aannemen
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
aansluiting
relatieve - 12.8
aansporen
- kan vv-zin krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
aanspreking
- of bijstelling ? 3.4, noot
benaderende definitie van de - 3.4
- kent een sterk beperkt die/dat-par. 3.5.20.3.1
par. van ond. bij pv-geb. wijs en van pers. vn als - 3.4.4
de types oom en oom Wim als - 3.5.6.8
onbeperkt pers. vn als - 3.4.3
par. pers. vn als - is vrijwel gelijk aan dat van ond. bij pv-geb. wijs 3.4.4
- en tu 3.4; 3.4.4
beperkt zn-p oom en oom Wim als - 3.5.6.8
beperkt zn-p lieve jongen dat je bent als - 3.4.2
beperkt zn-p schat van een kind als - 3.10.1.1, 2
onbeperkt zn-p als - 3.4.1
aanstaande
- in de maand maart - 3.5.16.5.2, D
aanvoerder
- Jansen 3.5.16.8
aanvulling 2.2.3.1, noot 2
- tussen al/alle en allemaal 3.5.7.1
- tussen ánders en ánder/ándere 3.5.7.1
- tussen bn's na een, geen zo'n enz. 3.5.8.1; 4.5.2
- tussen beperkte bw bep. met of en de of-zin als ond., lv, vv en niet-ww rest ? 7.2.7.2.1
- tussen par.-loos dat en bijna par.-loos het als verwijswoord (dat weet ik/ik weet het) ? 3.5.19.4.1, B4
- tussen de en het 3.5.8.1
definitie van - 7.2.7.2.1
- tussen deze en dit 3.5.8.1
- tussen die en dat 3.5.8.1
- tussen een en het nul-lw 3.5.8.2
- tussen elke en elk 3.5.8.1
meestal is er een - tussen hebben en zijn als hulpww van het vd 2.6.2.1; 2.6.2.2v
syntagmatische - tussen ik/mij enz. 2.5.2.6
misschien is er in zekere zin een - tussen kijken en zien 2.8.8
- tussen met en mee 3.5.19.9.1, B2
- tussen naar en heen 3.5.19.9.1, F3
- tussen de onbeperkte en de beperkte of-zin 7.2.7.2.1
- tussen de bw bep of het nou regent of niet en de of-zin als ond., lv, vv en niet-ww rest 7.2.7.2.1
- tussen ons en onze 3.5.8.1
- bij getalsaanduiding door de pv 2.5.2.7.1; 3.5.8.2
- tussen tot en toe 3.5.19.9.1, F1
- tussen wat voor ('n) en wat voor een 3.5.8.3.7
- tussen wees/weest/wezen in de pv-geb. wijs en ben/bent/zijn uit de andere ww-p's 2.2.3.1
- tussen welk en welke 3.5.8.1
- tussen zelden en zeldzaam (vrij zeker) 4.4.2.2.3, A4
- tussen zo'n en zo een 3.5.8.3.8
- tussen zo'n en zulk/zulke 3.5.8.1; 3.5.8.2; 3.5.8.3.8
- tussen z'n en d'r in het zn-p m'n vader z'n boek/m'n moeder d'r boek 3.5.8.3.2, D
aanw.-vn-bw-p
- en vzaz + aanw. vn dat/dit 3.5.19.9.2, B
aardig
- als niet-ww rest in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 4 en 5
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
aarzelen
- als twijfel-woord bij ook maar íémand 3.5.2vv
ablativus absolutus 12.2
absolutedeelwoordkonstruktie 12.2; 12.2.1
abstrakt
- en konkreet patroon 2.2.1; 11
achten
het teksttype we - achten hem een voortreffelijke medewerker 2.14.2.3, noot
achter
- mekaar in twee betekenissen 3.5.19.4.3, D2a
- in het type met - een grote la 3.11.1.2.5
ik vind hem heel erg - met bvg 2.14.2.5.5, 3h
ik vind hem heel erg - blijven/raken met bvg

[p. 929]origineel

2.14.2.5.5, 4d
achterkant
aan de - in het type met aan de - een grote la 3.11.1.2.5
achternaam
- of voornaam in het type zuster Jansen 3.5.16.8
achter-pv 2.18.4vv
aanloop in zinnen met - 2.19.4, B
- met eindgroep-ook 7.4.4.2.2, D1b
- + maar 2 2.15.9.3.2
plaats van - t.o.v. ow 2.8.1.1
- + pas 2.15.9.4.2, 3
plaats van - t.o.v. vd 2.6.1
ww-p + vergr. trap + als-groep 4.4.2.4.2
voor- en - bij zinstypologie 2.2.1.1
ww-p met - als zelfstandige taaluiting 2.2.11
achterste 4.5.2.1, 2
op ... na de/het - 3.5.1.5.3, B1e
achterzetsel, zie vzaz en az
adem
op -, buiten - 2.15.3.2.2
af
az - in van ... - 3.5.4
az - in trap op trap - 5.4.5
niet-ww rest - bij nadat + hoofdww-pv van hebben/zijn 2.16.5.1.2, A1a
niet-ww rest - in hoe komen die dingen zo vlug - 2.14.1.1.2
niet-ww rest - in met z'n hoed - 3.12
niet-ww rest - in op ... na - 3.5.1.5.3, C1b
niet-ww rest - bij vinden (ik vind het helemaal -) 2.14.2.5.5, 3h
afdeling
de - Zutfen 3.5.16.9vv
afgelopen
de - maand 3.5.16.5.2, D
afgezien
- daarvan enz. als vw bw 3.5.12, 7; 7.4.5
afhankelijk
- + ‘vv’ met van 4.4.1.1
afkerig
- + ‘vv’ met van 4.4.1.1
afkondigen
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
afleiding 1.2.1
afsplitsing
- van allemaal, allebei enz. 9.2.3.1, 3
- van als-groep 9.2.3.2, 5
- van az 9.2.3.1, 5
- van betr. vn-bw 9.2.2.1.1
- van bv nabep. bij daadwoord, vergeleken met die van zn-p als lv 11.2.1.1.3
- van bv nabep. van het type met aan de zijkant een grote la 3.11.1.2.1
- van en-groep bij bwbn-p 9.2.3.2, 5
- van en-groep bij zn-p 9.2.3.1, 7
- van kopbep. van bwbn-p 9.2.3.2, 2
- van kopbep. van zn-p 9.2.3.1, 2
- van aan de zijkant in het type met aan de zijkant een grote la 3.11.1.2.3; 3.11.2.1
- van nabep. van bwbn-p 9.2.3.2, 4
- van nabep. van zn-p 9.2.3.1, 6
- van niet 9.2.3.1, 1; 9.2.3.2.1; 10.2.1
bij - van de tweede helft van een ond. met nevenschikking duidt de pv het getal van de eerste helft aan 2.5.2.7.1, F1c
- van staartbep. van zn-p 9.2.3.1, 4
- van uitr. woord bij bwbn-p 9.2.2.1.2
- van uitr. woord bij zn-p 9.2.2.1.1
- van voorbep. van bwbn-p 9.2.1.2; 9.2.3.2, 3
- van voorbep. van zn-p 9.2.1.1.3
- van vra. woord 9.2.2.1.1
- van vzaz-p + voorbep. van zn-p's 9.2.1.1.2
- van vzaz-p 9.2.1.1.1
afstand
op - 2.15.3.2.2
de - Mechelen-Brussel 3.5.16.7
afvragen
zich - als twijfel-woord bij ook maar iémand 3.5.2.2.2, A1
akelig
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
aksent
- op nevenschikkend of 7.2.7.1, Bc
- verhindert dubbelzinnigheden bij nevenschikking 7.1.2; 7.2.7.1, Ab; 7.1.3.1, 5
- bepaalt van welk element afgesplitst niet een deel is 10.2.1
- op nevenschikkend of 7.2.7.1, Bc
- bepaalt van welk element afgesplitst ook een deel is 3.5.2.1; 7.4.4.1
- en vv 2.13.2.1.3, B2 en 3
- en vzaz 3.5.8.3.9, 3
aksentverschillen
- bij aller- 4.2.2
- bij anders 4.4.2.2.2, 1
- bij toch 2.2.10.4, 3
- bij zeker 2.2.10.4, 3
- bij zo 4.4.4, 2
al
- /alle/allemaal vormen een aanvulling 3.5.7vv
- /alle/allemaal ... behalve2 3.5.1.2
- dan/of niet is beperkt tot indir. vraag 10.2.1, slot
- ‘reeds’ kan geen driehoekje of aanloop zijn 2.15.7.1.1; 11.1.2.3.1v
- is misbaar in de reeksvormer ... maar2 ... en ... (-) ... 2.15.9.3.2
- /alle/allemaal + mekaar 3.5.19.4.3, C3a en D2a
nadat - /alle/allemaal + zaten 2.16.5.1.2, A1a
- /alle/allemaal op ... na 3.5.1.3.2, Aaα
- /alle/allemaal binnen nabep. bij echte overtr. trap van het bw 4.4.2.2.1, A6c
- als tegenpool van pas3 2.15.9.2.3
- + ww-p met wat + op ... na 3.5.1.3.2, Aa
- /alle/allemaal als zn-pd 3.5.7vv
zie ook al-zin
alfabet
letters van het - staan in of naast het par. vier in hoofdstuk vier 3.5.16.3
alle(n)
- vormt een aanvulling met al, en samen met al met allemaal 3.5.7vv
- behalve2 3.5.1.2
een van - 3.5.7.4
een van ons - 3.5.7.5
geen van - 3.5.7.4
geen van ons - 3.5.7.5
- + hoofdtw(-p) 3.5.7.3
met z'n - 3.5.17.4
- op ... na 3.5.1.3.2, Aaα
- is een versmelting 3.5.7; 3.5.19.2
- ... wie dan ook 3.5.20.1.1, A
wie van ons - 3.5.7.6
- als zn-pd 3.5.7vv
zie ook al en allemaal
allebei
afgesplitst - 9.3.2.1, 3
vzaz + - 3.5.7.1.1
alleen
kopbep. - 3.5.2; 3.5.17.3
kopbep. - + hoeven 2.9.4.1, A
- maar 2.15.9.3.1vv
niet - ... maar ook ... 7.18vv
niet - ... maar ook ... bij bwbn-p's 7.3
niet - ... maar ook ... bij ww-p's 7.2.6
niet - ... maar ook ... bij zn-p's 7.1.8vv
staartbep. - 3.5.17.3
allemaal
kan geen aanspreking zijn 3.4.1
aanvulling tussen - en al/alle 3.5.7vv
afgesplitst - 9.2.3.1, 3
een van ons - 3.5.7.5
geen van ons - 3.5.7.5
van - als nabep. bij overtr. trap 3.5.7.1.1; 4.2.2
vzaz + - 3.5.7.1.1
wie van ons - 3.5.7.6
zie ook al en alle
allerachterste, allerbovenste enz., zie achterste, bovenste enz., en echte overtr. trap
allerbest
op z'n - als zn-pd 3.5.5
allerlei
- ... behalve2 3.5.1.2
- ... tenzij2 3.5.1.4
alles
- behalve2 3.5.1.2
- maakt mekaar mogelijk 3.5.19.4.3, C3a en D2a
- op ... na 3.5.1.3.2, Aaβ
van - als nabep. bij overtr. trap 4.2.2
- wat dan ook 3.5.20.1.1, A
- wat je ook wilt 3.5.21.1.1, C
als
afsplitsbaarheid van de bvg - dirigent in met een bekwame musikus - dirigent 3.11.2.1
ander/andere/ánders - 3.5.9; 4.5.2.2, 1
- in plat zn-p (zonder die/dat-par.) als bvg (- bakker) 3.5.3; 7.4.1, a
- in plat zn-p (met die/dat-par.) is bvg 3.5.3
- musikus als bvg (?) in met een bekwame musikus - dirigent 3.11.1.2.5v
afsplitsbaarheid van - dirigent als bvg (?) in met een bekwame musikus - dirigent 3.11.2.1
twijfelachtige nevenschikking tussen de bvg's - kapper en voor een prof 2.14.2.6.10, B1
bw bep. voorzichtig - ie is 2.18.4.1, 3
daadwoord + - + niet-betr. bijzin blokkeert soortgelijke zin als nw deel 2.18.7, B4c
- als lid van deelwoordgroep 12.6
dezelfde -/hetzelfde - enz. 3.5.9
evenmin ... - ... bij zn-p's 7.1.10
na even veel, even weinig, meer of minder kan - twee achter-pv's verbinden 2.4.2
na even veel, even weinig, meer of minder kan - twee vd's verbinden 2.6.1
- verbindt soms twee zn-p's zonder hoofdww-beperking 7.4.1, d; 7.4.1, schema

[p. 930]origineel

- verbindt soms twee zn-p's met hoofdww-beperking 7.4.1, c; 7.4.1, schema
(in) zover (-) zo goed -, zo lang -, voor zo ver (-), zo - + bijzins-pv + hoofdzins-pv 2.16.5.2.3, A
meer ... - ... bij zn-p's 7.1.11vv
met een bekwame musikus - dirigent 3.11.1.2.5v
afsplitsbaarheid van - dirigent in met een bekwame musikus - dirigent 3.11.2.1
twijfelachtige nevenschikking tussen de bvg's - kapper en voor een prof 2.14.2.6.10, B1
- als deel van een rond zn-p (- in een wolk) als niet-ww rest 2.1.4
niet zozeer ... - wel ... bij ww-p's 7.2.7
niet zozeer ... - wel ... bij zn-p's 7.1.9
plat zn-p met - is nw deel 2.14.2.2
- + echte overtr. trap (als oudste) vereist geen lid van het die/dat-par. 4.5.2.1, 1
fakultatief - na tenzij3 3.5.1.4
dat/-/toen als vw in de bw bep. de dag ... ik slaag(de) 2.15.3.1.1, E1a en 3
het zn-p een kerel - een boom 3.10.2vv
plat zn-p met - maar zonder die/dat-par. (- bakker) als bvg 3.5.3; 7.4.1a
plat zn-p met - is bvg 3.5.3
plat zn-p met - is nw deel 2.14.2.2
rond zn-p met - (- in een wolk) is niet-ww rest 2.1.4
zo goed - (zo goed - nieuw) 4.6.2
zo goed -, zo lang -, (in) zo ver -, voor zo ver -, zo - + bijzins-pv + hoofdzins-pv 2.16.5.2.3, A
zomin ... - ... bij zn-p's 7.1.10
zowel ... - ... bij ww-p's 7.2.7
zowel ... - ... bij zn-p's 7.1.10
zie ook als-groep, als-zin en zo ... als-zin
als-groep 4.4.2.4vv
afgesplitste - 9.2.3.2, 5
met hoeven blokkeert niet-woorden 2.9.3.1.1, 2c; 4.4.2.4.3, D3
- en nevenschikking 4.4.2.4, f
- met hoeven blokkeert niet-woorden 2.9.3.1.1, 2c; 4.4.2.4.3, D3
- blokkeert niet-, onjuist - en twijfel-woorden 3.5.2.2.2, E5
ook maar iémand als deel van een - 3.5.2.2.2, E5
- en groepen met op ... na 3.5.1.3.3, Ab
wie dan ook als deel van een - 3.5.20.1.3; 3.5.20.1.4, D
(als)of-zin 2.14.6.2.1
- als aanloop 2.19.4.3.3, A
- als bw bep. 2.14.6.2.1, C
- bij doen 2.14.6.2.1, E
- bij kijken 2.14.6.2.1, E
- bij lijken 2.14.6.2.1, F
- als vv bij lijken op 2.13.2.2, Bb, noot; 2.14.6.2.1, D
- bij schijnen 2.14.6.2.1, F
- als vv bij uitzien naar (?) 2.13.2.2, Bb, noot; 2.14.6.2.1, D
- bij zo 2.14.6.2.1, B; 4.4.2.1.6, A
- bij zijn 2.14.6.2.1, F
als-zin
- als aan- of uitloop-lv 2.11.1.3, Bd
- als aan- of uitloopond. 2.5.2.4, Be
- met bijzins-pv + hoofdzins-pv 2.16.5.2.3, A1
- + dan heel erg graag 2.15.1.2.1, B4, noot
- als halfzelfstandige taaluiting (als ik het niet dacht) 2.18.9, A; 2.18.10, A; 2.2.5.1
ook maar iémand als deel van een - als half-zelfstandige taaluiting 3.5.2.1
- kent imperfektief gebruikte ww's met een vd 2.14.1.5.1, B1
voor-pv in tweede helft van - met nevenschikking 2.18.9, B
voor + - als niet-ww rest 2.14.8, B1
- met het ‘vn’ nou als deel als lv en als ond. 2.16.5.1.3, B
- met het ‘vn’ nou als deel als ond. en als lv 2.16.5.1.3, B
- met ook maar iémand als deel is ond. 3.5.2.2.2, A4
van - als ond. kan wie dan ook enz. ook zonder iedereen enz. deel zijn 3.5.20.1.2
samentrekking tussen twee nevengeschikte -nen 7.5; 2.18.9, B3
samentrekking in de beperkte - als hij er komt, dan jij zeker 7.5; 7.5.10.3
voor + - als niet-ww rest 2.14.8, B1
- als vv 2.13.2.2, Bd; 2.18.9, B2; 2.18.10, B2
- als zn-pd 2.18.9, D
altijd
- behalve2 3.5.1.2
- en de ww-vorm-beperking tussen hoofd- en bijzin in de bw bep. de dag dat ik slaagde 2.15.3.1.1, A en E1a
- op ... na 3.5.1.3.2, Aaβ
- tenzij2 3.5.1.4
- wanneer je ook belt 3.5.21.1.1, C
alvleesklier
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
alvorens 2.l6.2, noot
al-zin
- als aanloop (als Δ uitg.) 2.19.4.3.2, B; 11.1.2.3.2, A
- als bv bep. 3.5.16.1.5, A
- als bw bep. 2.15.7.1vv
- als bw bep. met ook maar iémand 3.5.2.2.2, C4
- van het type al duurde het niet lang of ... 7.2.8.3.1, 2b t/m 7.2.8.13.2.1, 2b (behalve 7.2.8.11.1)
- als lv 2.11.1.3, Ab; 7.2.7.2.2
- met ook maar iémand als lv, ond. en vv 3.5.2.2.2, A4
- naast of het nou regent of dat het mooi weer is, wie er ook belt en zo groot als ie was 7.2.7.2.2
- als ond. 2.5.2.4, Ab; 7.2.7.2.2
- met ook maar iémand als bw bep. 3.5.2.2.2, C4
reeksvormers zijn bij - vrijwel uitg. 2.15.7.1.1
samentrekking is bij - vrijwel uitg. 2.15.7.1.1; 7.5.10.1
- heeft geen verwijswoord, hoogstens een verwijzer 2.3.4.1
- als vv 7.2.7.2.2
nevenschikking tussen - en wie er ook belt enz. is uitg. 3.5.21.1.1, D
- en wie er ook belt enz. 3.5.21.3; 7.2.7.2.2
plaatsvaste - en wie er ook belt, ik niet 3.5.21.2
- en zo groot als ie was 7.2.7.2.2
amper
- + hoeven 2.9.4.1, A
ander
- /andere vormt een aanvulling met ánders 4.5.2.2, 1
een - of dezelfde/hetzelfde 3.5.9
- /andere/ánders + als-groep hebben dezelfde mogelijkheden als even + stell. trap + als-groep 4.4.2.4.2, A
andere
- in de bw bep. de ene dag ... de - dag ... 2.15.3.1.1
andermans
een - jas 3.5.8.3.3, D
ánders
- vormt een aanvulling met ander/andere 4.5.2.2, 1
ze dachten niet - of ... 7.2.8.10v
- + als-groep heeft ongeveer dezelfde mogelijkheden als even + stell. trap + als-groep 4.4.2.4.2, A
iemand -, niemand -, iets - wat -, niks - 3.5.19.9.2, E3a en 3b; 4.4.2.2.2; 4.9.2
het zal niet - kunnen of ... 7.2.8.6vv
iets/wat/niks - en het onbep. vn-bw-p 3.5.19.9.2, E3a en 3b
wie - en wat - 3.5.19.4.6, E
antecedent
- is plaatsaanduidend aanw. ‘vn’ 3.5.19.5, B
- is bak vn 3.5.19.7, 2
welke woorden kunnen - zijn bij een betr. vn ? 3.5.19.4.7
- en betr. woord beperken mekaar 3.5.19.9.2, D
- is steun van 1e schim van bv om-zin 2.18.11, CII; 2.18.11.2.1, A
- van bijzinnen met imperfektief gebruikt ww 2.14.1.5.2, A1
- is nul-lw 3.5.11.2.3
- is steun van 1e schim van bv om-zin 2.18.11, CII; 2.18.11.2.1, A
- is steun van 2e schim van betr. om-zin 2.18.11, CII
- is plaatsaanduidend onbep. ‘vn’ 3.5.19.5, B
- is hele zin 7.2.10.1, C2; 12.8
- is nooit ‘zn’ 3.5.19.9.2, D2, noot
zn-par. als ‘kern’ en als - 3.5.15.3
antipatiek
- + ‘mv’ 4.4.1.2.2
antwoord
- is onbruikbaar als vormkriterium voor indeling van vraagzinnen 2.2.10.3
antwoordzinnen 1.2.2.7, 2; 8
erg graag is erg frekwent in - 2.15.1.2.1, B4
- en nevenschikking 7.5.1
- en samentrekking 2.18; 7.5.1; 7.5.9
april
de maand 3.5.16.5vv
arm
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
as
de - Rome-Berlijn 3.5.16.7
attributief
- tegenover predikatief 3.5.16.11
augustus
de maand - 3.5.16.5vv

[p. 931]origineel

avond
de - dat ik tuis ben als bw bep. 2.15.3.1.1
de - van m'n komst als bw bep. 2.15.3.1.2
twee -en als bw bep. 2.15.3.1.3
bij - 2.15.3.2.2
avontuur
op - 2.15.3.2.2
az 5
afgesplitst - in de niet-ww eindgroep 2.19.2.2.2; 9.2.3.1, 5
nadat + zn-p met - + hoofdww-pv 2.16.5.1.2, Ala
zn-p met - is meestal deel van de niet-ww eindgroep 2.19.2.2, 6
afgesplitst - in de niet-ww eindgroep 2.19.2.2, 6
- tegenover scheidbaar deel 2.19.2.2
vn + az is uitg. 5.1
zie ook vzas
az-par.
in het vn-bw-p zijn twee - 's 3.5.19.9
- als zn-pd kent minder afsplitsings-mogelijkheden als - als vn-bw-pd 3.5.19.9.4, 1
één - blokkeert een vz-par. 3.5.19.9.4, 1
 
*baanvak
het - Zwol-Deventer 3.5.16.7
-baar
door-bep. is uitg. bij bwbn's op - 2.2.6, A
baas
- Jansen 3.5.16.8
de klas de - 4.4.1.3.2
bad
in -, uit - 2.15.3.2.2
Bakel, Jan van 2.2.10.6, noot; 7.2.10.2.2, B
Bakker, D.M. blz. XXIV, noot; 2.3.4, noot; 4.4.2.4.3, C5f; 7.5, noten
bakker
- Jansen 3.5.16.8
bakstenen
het regent - 2.5.2.7.4, 6bα
Balk-Smit Duyzentkunst, F. 2.12, A, noot
bang
- als kern van een bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
- als twijfel-woord bij ook maar iémand 3.5.2.2.2, E1
- + ‘vv’ met van 4.4.1.1
- + ‘vv’ met voor 4.4.1.1
baron
- Jansen 3.5.16.8
Bech, Gunnar 2.5.2.2, noot; 2.11.1.2.2, 3, noot; 2.19.3, noot; 3.5.8.3.4, 5, noot; 3.5.11.2.3, noot; 3.5.11.2.4, noot
bed
in -, op -, onder -, uit - 2.15.3.2.2
bedragen
- + niet-ww rest 2.15.3.1, C
- + beperkt ond. en beperkte niet-ww rest 2.14.2.5.2, C noot
bedroefd
- als kern van een bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
- + ‘vv’ met over 4.4.1.1
bedrijvende vorm, zie bvm
beetje
ook maar een - 3.5.2.1
- voor - 5.4.6.2, 2; 5.4.6.3, 2; 5.4.6.4, 2
begingroep 2.3.1; 2.19.1vv
beginnen
- + te + ow 2.7.1; 2.9.3
beginstuk
- voor als-groep 4.4.2.4.2; 4.4.2.4.5, A
behalve 7.4.1b, c en schema
alle ... -2 3.5.1.2v
- 3 3.5.1; 3.5.1.3
- en nevensch. vw' s 3.5.1.1
niks goeds - 4.9.1, A
onbep. woord + - 2 3.5.19.4
- 1 ... ook ... 3.5.1.1v
- 1 ... ook ... is geen reeksvormer 3.5.1
- 2 ... is verwant met op ... na 3.5.1.3
behoorlijk
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
behulpzaam
- + ‘mv’ 4.4.1.1; 4.4.1.2.2
bekaf
- + ‘bw bep.’ 4.4.1.1.
bekend
- als niet-ww rest in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 4
- + ‘mv’ 4.4.1.2.2
- + ‘vv’ 4.4.1.1
beklagen
- kan vv-zin krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
beklemtonen
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
beklemtoning
- en nevenschikking 7.0.0
- en vraag 2.2.10.4, 3; 2.2.10.5.3
belopen 3.5.11.1.3, b
benadrukken
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
benauwd
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
beneden
types met - 5.4.4; 5.4.4.1
het type met - een grote la 3.11.1.2.5
benen
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
benieuwen
het zal me - of ... 2.8.1, noot
benoemen
- tot 2.14.2.4.1
bep.
bv -, vergeleken met niet-ww rest 3.5.16.11
bv -en, onderling vergeleken 3.5.16.11
bv - uit het ond. e.d. kan uitloop zijn zonder verwijswoord 2.5.1, 1
het onderscheid tussen uitbreidende en beperkende bv- is meestal onspraakkunstig 3.5.16.1
uitbreidende bv - in het type met een jas over z'n arm 3.11.1.1.1, D2a en b
td-p als bv - 2.15.2.1, 2; 2.15.2.2.1v
bv -, ‘zelfstandig gebruikt’ 3.5.20vv
bw - 2.15vv
plaatsmogelijkheden van ond., lv, vv en bw - 2.14.7.1.2
bw - of lv ? 4.4.3
mekaar kan nooit kern zijn van platte bw - 3.5.19.4.3, C1
bw - of vv ? 2.15.3, slot
bw - of bvg ? 2.15.1: 1vv
vol bloemen als iets tussen bw - en bvg 2.14.7.1.2
het td-p als iets tussen bw - en bvg 2.15.2.1, 1; 2.15.2.2.1v
bw - is meestal onmisbaar in het type ik heb daar twee koeien lopen 2.8.6
niet-ww rest korrespondeert met bw - in verband-zinnen 2.14.8, A
sommige bw - maken hoofdww-pv + erg blij mogelijk 2.15.1.1.1, B4
indeling bwbn-p als bw - 2.15.1.1.1, A; 4.4.2
onderlinge volgorde van bwbn-p's als bw - 2.15.1.1.1, A
bwbn-p als bw - hoort niet uitsluitend bij het gezegde 2.15.1.1.1, A; 2.15.1.2.1, C; 4.4.2
bwbn-p met om-zin als deel is bw - 2.18.11.3.1, B
vinden + hulpww-lv + bwbn-p als bw - 2.14.2.5.5, 5 en 10
vinden + lv + bwbn-p als bw - + aan het + ow 2.14.2.5.5, 6 en 10
bwbn-p als bw - verhindert splitsing van wat voor moois 3.5.19.4.6, A2
bwbn-p als bw - verhindert splitsing van wat voor mensen 3.5.8.3: 7, 2
bwbn-p als bw - verhindert splitsing van wat 'n arbeiders 4.4.2.1.1, het tweede punt 2
genoeg om ... als bw - 2.18.11.3.3, A2
hard genoeg om ... als bw - 2.18.11.3.3, B2
het type met een jas over z'n arm als bw - 3.11.1.1
td-p als iets tussen bw - en bvg 2.15.2.1, 1; 2.15.2.2.1v
vd-p als bw - 2.6.3, A
vn-bw-p als bw - 2.15.5v
vzaz + ww-p als bw - 2.15.8
ww-p als bw - 2.15.7vv
om-zin als bw - 2.18.11.1.5v
wie er ook belt enz. als bw en als bv - 3.5.21.1.1, C
zn-p als bw - 2.15.3vv
bw - met door in de lvm 2.6, noot
overeenkomst tussen bw - met door in de lvm en het vv 2.6.2.4.2, slot
zn-p als bw - 2.15.3
zn-p als bw - van plaats maakt op het Δ getalsond. mogelijk 2.5.2.3.1, B1b
zn-p als bw - van plaats maakt op het Δ een lvm zonder ond. mogelijk 2.5.2.3.1, B2b
de dag als bw - is sterk beperkt t.o.v. de dag als ond. enz. 2.15.3.1, D
de dag van m'n slagen als bw - 2.15.3.1; 2.15.3.1.2
de dag dat ik slaag als bw - 2.15.3.1; 2.15.3.1.1
een dag als bw - 2.15.3.1, D; 2.15.3.1.3
vinden + lv + rond zn-p als bw - 2.15.2.5.5, 1 en 10
vinden + lv + rond zn-p als bw - + ow 2.14.2.5.5, 2 en 10
‘zn’ - en ‘vn’ -p als bw - 2.15.4
restgroep als bw - 2.15.9vv
zichzelf als kern van een nabep. bij een daadwoord binnen bw - 3.5.19.4.2, E7
zichzelf als kern van een nabep. bij het zn-type boek binnen de bw - 3.5.19.4.2, D7
wie dan ook binnen een bw - 3.5.20.1.1, B
bw - die uitg. zijn in sommige bv om-zinnen 2.18.11.2.2, D2
sommige bw - veroorzaken hoofdvorm-beperkingen

[p. 932]origineel

2.16.5vv
invloed van bw - van de hoofdzin op hoofdvormkeus in indirekte rede 2.11.1.3.1, F2 en 6a
invloed van bw - van de bijzin op hoofdvormkeus in indirekte rede 2.11.1.3.1, F, vooral F4
zie ook ‘bw bep.’
- van gesteldheid, zie bvg
de verbonden - 2.6.3
bep.’
de ‘bw - 3.5.19.4.2, G
beperkingen bij de ‘bw - 3.5.19.4.2, G en H
ww-p als ‘bw - 3.5.16.1.5
‘bw - en bw bep. bij daderwoord 11.2.1.2.9
ww-p als ‘bw - bij daderwoord moet per se als-zin zijn 11.2.1.2.10, B1c
beperkend
- en uitbreidend bij bv bep. 3.5.16.1.1
beperkingen bij een syntagma 1.2.2.5
syntagmatische - van leden van de ww eindgroep 2.17.2.1.2
die zich en zichzelf veroorzaken in een pd-kern 3.5.19.4.2
bereid
- + ‘vv’ met tot 4.4.1.1
bereik (meerzinsdelig)
- van bw alsof-zinnen ? 2.14.6.2.1, C
- van het vw bw bovendien 7.4.5
- van graag 2.15.1.2.1, A
- van niet 7.4.4.2.2, A; 10.2.1
- van niet 1 i.v.m. de bouw van zinnen met laten enz. als deel 2.18.11.1.6, E
- van de kopbep. ook 3.5.1.1.1, A; 7.4.4.2.2, A7 en E
- van de bvg voor een prof 2.14.2.6.10, A3b en C1 (schema)
Berg, B. van den 2.2.10.2, noot; 2.19.1.2.1, 2a, noot; 7.5.8.1, A2, noot
beroerd
ze heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
berusten
een vv in - op? 2.13.2.1.5
beschouwen
- als 2.14.2.4.1
beschuldigen
- kan vv-zin krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
besprekingen
de - Engeland-Spanje 3.5.16.7
best
z'n - enz. wijst als deel van zinstype II het ond. aan 2.2.6.2, A
z'n - enz. beperkt ond.- of lv-kern 2.5.2.7.6
z'n - als stell. trap 4.4.2.2.3, D5
betekenaar 1.1.1
grammatikaal en leksikologisch deel van - 1.1.2
betekenis 1.1.1
grammatikaal en leksikologisch deel van - 1.1.2
bij veel bwbn's met nabep. is de - beperkt tot mensen of dieren 4.4.1.2.5
betekenisopposities
- tussen ww-p is met voor- en met achter-pv 2.2.5.1
- tussen ww-p I en III en tussen de ondertypes van III (de wijzen) 2.2.5.2
- zie verder de inhoud
beter
op wat hoofdpijn na - 3.5.1.3.3, C1
betogen
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
betreffende
- kan geen vn-bw-pd zijn 3.5.19.9.1, A
betrekking
in - 2.15.3.2.2
de -en Rusland-Amerika 3.5.16.7
betr.-vn-bw-p
- en betr. vn dat/wat/wie 3.5.19.9.2, D
beu
- + ‘lv’ (?) 4.4.1.3.1
een ventje om vlug - te zijn 2.18.11.2.2, B
beweren
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
bewustzijn
bij -, buiten - 2.15.3.2.2
bez.-vn-p 3.5.8.3.2
bezorgd
- + ‘vv’ met voor 4.4.1.1
bindvolgorde
blijken, lijken en schijnen + invoegbaar te zijn + vd in de - 2.6.4, 1
kunnen en moeten + invoegbaar worden + vd in de - 2.6.4, 2
om is een versmelting binnen de - 2.8.5.3
- en tijdvolgorde 2.3.2; 2.17; 2.17.2.1; 11.1.1, AI en II;
- en tijdvolgorde i.v.m. de bvg 2.14.5.2 11.1.2.2, 1 en 2
binnen
nadat + - + hoofdww-pv van hebben/zijn 2.16.5.1.2, A1a
-, buiten enz. als niet-ww rest 2.14.8, 1
types met vzaz - 5.4.4; 5.4.4.1
binnenbouw 1.2.2.3
bwbn-p-indeling naar - 4.2
- en buitenbouw bij schijnrond mv 2.12.2, A en B
- en buitenbouw bij leden van niet-ww eindgroep 2.19.2.2.3, C
patroonindeling naar - 1.2.2.6
vzaz-p-indeling naar - 5.2
ww-p-indeling naar - 2.2
- en buitenbouw als kriteria voor ww-p-indeling 2.2.11
zn-p-indeling naar - 3.2
binnenste 4.5.2.1, 2
de/het -op ... na 3.5.1.5.3, B
bisschop
- Jansen 3.5.16.8
blaas
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
blauw
ze zien heel erg - 2.14.1.3vv
ze zien bont en - 2.14.1.3vv
blazen
in stukken - 2.14.2.6.1, 4
bleek
- + ‘bw bep.’ met van 4.4.1.4
ze zien heel erg - 2.14.1.3vv
bleekjes 4.4.2.2.3
iets - is uitg. 4.4.2.2.3, C1
te - is uitg. 4.4.2.2.4
blind
- + ‘vv’ met voor 4.4.1.1
blindedarm
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
bloedvaten
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
blok
in -ken snijden 2.14.2.6.1, D
blokkering
- tussen bv bep. (bij een daadwoord) met een persoonswoord als kern 11.2.1.1.1
- van lv in de kleine zin binnen als-groep 4.4.2.4.3, C1a
- tussen ‘lv’ en ‘vv’ bij moe 4.4.1.3.3
- van ond. in de kleine zin binnen de als-groep 4.4.2.4.3, C
- tussen rangtw en overtr. trap 3.5.10.1
- van uitloopond. binnen de als-groep 4.4.2.4.3, C2a
- tussen vz en az 3.5.19.9, 4
blootshoofds
nevenschikking tussen - en het type met een jas over z'n arm 3.11.1.4.5
blij
plaats van erg - tussen de andere bwbn-p's als bw bep. 2.15.1.1.l, A
erg - als bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
erg - in de lvm 2.15.1.1.5
erg - is verwant met het td-p 2.15.2.1, 1
erg - + ‘vv’ met met 4.4.1.1
blijken
- + aan het + ow is uitg. 2.10.2.1.4
- mist de geb. wijs 2.2.4, 5; 2.18.3.2.2
- als hoofdww ? 2.8.5.4
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, D3
- is verwant met het beperkte komen 2.14.1.1.5, B; 2.14.1.1.6; 2.14.1.1.8
- als koppelww 2.14, G
het par. - is in om-zinnen onrealiseerbaar 2.17.2.1.2, I
- + te + ow 2.9.1vv; 2.9.3
- + vd 2.6.4, 1
de groep -, lijken en schijnen is verwant met vinden: te + ow of dat-zin 2.14.2.5.5, 9
blijven
- + aan het + ow 2.10.1vv; 2.10.2.1.4
het koppelww - 2.10, G
- + ow 2.8.2
- + te + ow 2.9.1vv
vinden + lv + niet-ww rest + - 2.14.2.5.5, 4 en 10
iets zat - 4.4.1.3.4
zonder hulp - 10.8.1.1, A
bn
aanvulling tussen - 's van de types (een) klein/(een) kleine 3.5.8.1; 4.5.2
- + als-groep 4.4.2.4.2, noot
dagaanduidende - 's 3.5.14
genusaanduidende - 's 3.5.8.1; 3.5.14; 4.5.2
nageplaatste - 's in tekst 12.3
plaatsaanduidende - 's 3.5.14
stoffelijke - 's, zie stof-bn's
vd-achtige - 's 3.5.14
vd-achtige - 's, vergeleken met vd's bij het hulp-ww komen 2.14.1.4.4
bn-p
- tegenover bwbn-p 4.2.1
bn-pd
om-zin als - 2.18.11.3.2

[p. 933]origineel

boel
het zn-p een hele - is een versmelting van al t/m drie 3.5.19.3, B
- maakt bij mekaar mogelijk 3.5.19.4.3, C3a
boer
- Jansen 3.5.16.8
bokswedstrijd
de - Brandsma-Willems 3.5.16.7
bont
ze zien - en blauw 2.14.1.3vv, vooral 2.14.1.3.2, C
boodschap
- + ‘lv’ met of 3.5.16.1.2
boord
aan -, over -, van - 2.15.3.2.2
boos
- + ‘vv’ met over 4.4.1.1
Bos, G.F. 2.12, A, noot; 2.14.4.1, noot; 7.2.8vv
boven
types met - 5.4.4; 5.4.4.1
- enz. in het type met - een grote la 3.11.1.2.5
bovendien
het vw bw - dat op de nulde zinsplaats kan staan 7.2.10; 7.4.5vv
bovenkant
aan de - in met aan de - een grote la 3.11.1.2.5
bovenstaand
- maakt die/dat - par. misbaar 3.5.8.2, noot
bovenste 4.5.2.1, 2
de/het - op ... na 3.5.1.3.3, B1e
bovenste beste 4.5.2.1, 6
branden
hebben + niet-ww rest + rond zn-p + - 2.8.6
vinden + hulpww-lv + rond zn-p + - 2.14.2.5.5, 2
breed
- ‘breedte hebbend’ in hoe - enz. 4.4.2.2.3, G
een meter - 4.4.2.1.2
hij heeft het niet al te - 2.14.1.2.1, B4a
breken
in stukken - 2.14.2.6.1, E
brengen
- + hulpww-lv + aan het + cw 2.10.1, B; 2.10.3, B; 2.10.5
briefwisseling
de - van Eeden-Verweij 3.5.16.7
Brill, W.G. 7.2.8, noot
broeder
- Jansen 3.5.16.8
broer
- Jan 3.5.16.8
- en zus van mekaar 11.2.1.2.4
broers
m'n - jas 3.5.8.3.3
brok
in -ken bijten 2.14.2.6.1, D
bruin
ze ziet heel erg - 2.14.1.3vv
buiten
types met - 5.4.4v
nadat + - + hoofdww hebben/zijn 2.16.5.1, 2A1a
buitenbouw 1.2.2.4
binnenbouw en - van het schijnronde mv 2.12.2, 1vv
bwbn-p-indeling naar - 4.1
samenhang binnen - en - bij leden van de niet-ww eindgroep 2.19.2.2.3, C
patroonindeling naar - 1.2.2.7
vzaz-p-indeling naar - 5.1
ww-p-indeling naar - 2.1
- t.o. binnenbouw als kriterium voor ww-p-indeling 2.2.11
zn-p-indeling naar - 3.1
buitenste 4.5.2.1, 2
de/het - op ... na 3.5.1.3.3, B1e
bvg
- met als, zie als
bw bep. van vergelijking en - 2.14.2.4, noot
bw bep. en - 2.15.1.1v
plaatsmogelijkheden van verschillende types - 2.19.2.2.1, Ac
stuk voor stuk als - 5.4.6.2, 3; 5.4.6.3, 3; 5.4.6.4
td-p als iets tussen - en bw bep. 2.15.2.1, 1; 2.15.2.2.1v
vd-p als - 2.6.3, A
vinden + - 2.14.2.3v
vinden + lv + - 2.14.2.5.5, 3
vinden + of/dat-zin als lv + daadwoord in - 2.18.7, B4d
vol bloemen als - 2.14.7; 2.14.7.1.1
vol bloemen als iets tussen - en bw bep. 2.14.7.1.2
voor een prof als - 2.14.2.6.10
voor een prof als -, vergeleken met ‘mv's’ 2.14.2.6.10, C2
ww-p met voor-pv als - 2.14.6.1
zichzelf als kern van - zonder als enz. 3.5.19.4.2, D2
zichzelf als kern van bep. (type boek) binnen - 3.5.19.4.2, D2
plat zn-p zonder als als - 2.14.2.3
plat zn-p met als als - 2.14.2.4; 7.4.1, e en slot
plat zn-p met als als - beperkt ond. of lv 2.14.2.4.1
plat zn-p met als als -, vergeleken met de ‘bvg’ (?) als dirigent in met Jordans als dirigent 3.11.1.2.5; 3.11.2.1; 3.13
de manier van verbinden van als en tot in het platte zn-p als - 3.5.3; 7.4.1, d en e
‘bvg’ 3.5.19.4.2, G, slot
bvm 2.6.2vv
invloed gelijkzinsdelig hoofdww-vd + bw bep. op hoofdvormkeus (-) 2.11.1.3.1, F3b
- en lvm 2.6.2
- en lvm bij nadat 2.16.5.1.2, A1b en c
- en lvm in ik zag een muisje door de poes vangen/gevangen worden 2.6.2.7.3, B
- met hebben + vd is uitg. in sommige om-zinnen 2.18.11.2.2, D3
bw
vw - 1.2.2.7; 7.4.5vv
vw - en kopbep. 7.4.5
vw - en nevensch. vw 7.4.5
zie ook bwbn
bwbn
absoluut - 4.4.2.1.7
in een als-groep kan een - alleen niet-ww rest zijn als stell. trap zonder bep. 4.4.2.4.3, 3a
dicht als - in met alle ramen dicht 3.11.2.2.3, D
- + genoeg + ‘mv’ 2.12.1.1.2
- als genusaanduider 3.5.8.1; 3.5.14; 4.5.2
- in met alle ramen wijd open 3.11.2.2.3, D
op ... na + te + - (op een mm na te klein) 3.5.1.3.3, C
open als - in met alle ramen wijd open 3.11.2.2.3, D
te + - + ‘mv’ 2.12.1.1.2
- als ‘bw’ voorbep. 4.4.2.1.3
- als voorbep. bij beperkt zn-p 4.4.2.1.3
- als zn-pd 4.5.2
bwbn-par.
beperkingen binnen het - bij imperfektief gebruikte ww's 2.14.1.5.2, C
- binnen een td-p als bw en bv bep. 2.15.2.2.2
bwbn-p
- als aanloop krijgt soms dat als verwijswoord (niet-ww rest) 2.14, G
abstrakt - 4.2.3; 11
- is vrijwel onmisbaar bij de bvg voor een prof 2.14.2.6.10, vooral A3c
- binnen de bvg voor een prof 2.14.2.6.10, B2d
- als bw bep. 2.15.1; 4.4.2vv
indeling - als bw bep. 2.15.1.1.1, A; 4.4.2
- als bw bep. hoort niet uitsluitend bij gezegde 4.4.2; 2.15.1.1.1, A; 2.15.1.2.1, C
- als bw bep. kan ook met verwijswoord geen uitloop zijn 2.3.3, 4
vinden + hulpww-lv + - als bw bep. + ow + ow 2.14.5.5, 5b en 10
vinden + lv + - als bw bep. 2.14.2.5, 5 en 10
vinden + lv + - als bw bep. + aan het + ow 2.14.2.5.5, 6 en 10
onmisbaar - als bw bep. (?) bij imperfektief gebruikte ww's 2.14.1.5vv
onmisbaar - als bw bep. in het type ik vind hem heel goed fietsen 2.8.7
onderlinge volgorde - als bw bep. 2.11.1.1.1, A
- als bw bep. met afgesplitst eindgroep-ook 7.4.4.2.2, C
- als bw bep. in de tweede helft van het type hoe die ook studeert, niet biezonder ijverig 3.5.21.2.1, Bb
- als bw bep. (?) binnen het type met z'n nieuwe jas heel triomfantelijk over z'n arm 3.11.2.1
- als bwbn-pd 4.4.2.1.4; 4.6
definitie van - 1.2.2.6, 3; 4.2.1
- + geleden 2.15.9.4
- in iets goeds enz. 4.9.1
indeling - naar binnenbouw 4.2vv
indeling - naar buitenbouw 4.1
als enigst gerealiseerd ww-pd is lv 2.11.1.3, Cb
nevenschikking tussen - 's 7.3
dubbelzinnigheden bij nevenschikking tussen - 's 7.1.2
nevenschikking tussen - en vd-p 2.6.3, A
nevenschikking tussen - en met een jas over z'n arm 3.11.1.4.2
nevenschikking tussen - en niet om te geniéten zo vervelend 2.18.11.1.4, A1
nevenschikking tussen - en vol plannen 2.14.7; 2.14.7.1.2
- als niet-ww rest 4.4.1vv
- kan als niet-ww rest met verwijswoord uitloop zijn 2.3.3, 4
- als niet-ww rest bij imperfektief gebruikte ww's 2.14.1.5vv
- als niet-ww rest bij hoe kom jij zo ... 2.14.1.1.1, B1

[p. 934]origineel

- als niet-ww rest bij duren, kosten, wegen enz. 2.14.2.5vv
- als niet-ww rest in zo vriendelijk willen zijn om ... 2.18.11.3.1, A6a
- als niet-ww rest (aan- of uitloop) krijgt soms dat/het als verwijswoord 2.14, G
vinden + lv + - als niet-ww rest + ow 2.14.2.5.5, 5a en 10
vinden + lv + - als niet-ww rest + hebben/worden + vd 2.14.2.5.5, 5c en 10
vinden + lv + - als niet-ww rest + zijn + aan het + ow 2.14.2.5.5, 5d en 10
vinden + lv + - als niet-ww rest + aan het + ow 2.14.2.5.5, 6 en 10
vinden + lv + - als niet-ww rest + onbeperkte ow 2.14.2.5.5, 7 en 10
- als deel van niet-ww rest in de tweede helft van het type waar ze ook gek op was, niet op een biertje 3.5.21.2.1, Bd
- kan vrij zeker nooit lv zijn 2.5.1; 4.4.3
- kan vrij zeker nooit ond. zijn 2.5.1; 2.5.2; 4.4.3
- als enigst gerealiseerd ww-pd is ons. 2.5.2.4, Cb
- + pas 4 2.15.9.2.4, 2
plaats van - als ww-pd 2.3.3, 4
- als ww-pd is niet. plaatsvast t.o.v. getalsond. 2.19.3
- als ww-pd is niet plaatsvast t.o.v. plat zn-p als lv en mv 2.19.3
- als uitloop (niet-ww rest) krijgt soms dat/het als verwijswoord 2.14, G
- als bw bep. kan ook met verwijswoord geen uitloop zijn 2.3.3, 4
- kan als niet-ww rest met verwijswoord uitloop zijn 2.3.3, 4
verwijswoord bij -: zie aanloop en uitloop hiervóór
vinden + -: zie bw bep. en niet-ww rest
- als vw-pd 6.1.1.1; 4.8
- als vzaz-pd 4.7; 5.0
- in wat voor goeds' enz. 3.5.19.4.6, A
- als ww-pd 2.15.1; 4.4vv
- als ‘zelfstandige taaluiting’ 4.3
- tegenover het zn-p 11.3
- als zn-pd 4.5vv
- als zn-pd bij daderwoord (een hele harde werker) 3.5.12.1; 4.2.1.1, 2
bwbn-pd
bwbn-p als - 4.4.2.1.4; 4.6
even als - 4.4.2.4
hoe als - 4.4.2.1.3
iets als - 4.4.2.1.5
knap als - 4.4.2.1.3
‘mv’ als - 2.12, A en B
‘mv’ als - (bij te + bwbn of genoeg + bwbn) 2.12.1.1.2
om -zinnen als - 2.18.11.3.1vv; 4.4.2.3
op ... na als - 3.5.1.3.3
tamelijk als - 4.4.2.1.2
vn-bw + ww-p als - 4.4.1.2.3vv
vzaz + ww-p als - 4.4.1.2.3, A
wat als - 4.4.2.1.1
ww-p als - 4.4.1.2.3, A
zichzelf als kern van een - 3.5.19.4.2, I
zn-p als - 3.7; 4.4.2.1.5
zo ... als als - 4.4.2.1.6
zo ... dat als - 4.4.2.1.6
zo ... tot als - 4.4.2.1.6
bwbn-pd kern
mekaar als - 3.5.19.4.3, E en G
zichzelf als - beperkt een ww-pd-kern 3.5.19.4.2, I
bwbn-pd-splitsing 9.5
bwbn-p-indeling
- naar binnenbouw 4.2vv
- naar buitenbouw 4.1
bwbn-p-splitsing 9.2.1.2; 9.2.3.2
bw-p
- tegenover bwbn-p 4.2.1
bij
nadat + - + hoofdww-pv van zijn 2.16.5.1.2, A1a
tw-p heel dicht - de honderd 3.5.11.1, 3a
- zich hebben 3.5.19.4.2
bijna
- als par.-genoot van nauwelijks 1 7.2.8.12.1, 4A
bijstelling
aanspreking of - ? 3.4, noot
bijten
in stukken - 2.14.2.6.1, E
bijvoeglijk
de begrippen - en zelfstandig in de spraakkunsttraditie 12.9
bijwoord, zie bw
bijzin
beknopte - (ondertype vd-p) 2.6.3
beknopte -: zie verder om-zin
betr. - 3.5.16.1.6
betr. - is uitg. bij het type slager als niet-ww rest 2.14.2.1, A2
het onderscheid tussen uitbreidende en beperkende betr. - is meestal onspraakkunstig 3.5.16.1
betr. - met om 3.5.16.1.6
betr. - met om en met ook maar íémand 3.5.2.2.2, D2
bv - 3.5.16.1vv
bv - met vw dat 3.5.16.1.1
bv - met vw dat en + ook maar íémand 3.5.2.2.2, D2
bv - met (wie enz.) of 3.5.16.1.2
bv - met (wie enz.) of + ook maar íémand 3.5.2.2 2, D2
bv - met log. vw 3.5.16.1.5
bv - met indir. vra. woord 3.5.16.1.2
bv - die direkte rede zijn 3.5.16.1.3
bv - met vw om 3.5.16.1.4
bv - met betr. woord om 3.5.16.1.6
bv - met om (eenschimmig) + ook maar íémand 3.5.2.2.2, D1
bv om-zin als pendant van bw - 2.18.11.2.1, A
betekenisleer van bv - bij daadwoorden 2.18.11.2.1, E
bv - met dat/of/om is bij een daderwoord vrijwel uitg. 11.2.1.2.10, B1
parallel tussen gezegdezin en niet-betr. bv - 2.18.7, B4
bw - 2.18.9, B3; 2.18.10; B3
bw - met ook maar íémand 3.5.2.2.2, D
‘bw’ - met ook maar íémand 3.5.2.2.2, E
definitie van - 2.1.1
plaats van - als bezetter van één ww-pp 2.19.5
samentrekking bij vra. woorden in - 7.5.9.3
bijzins-pv
vw enz. + - + hoofdzins-pv 2.16.5.2.3
 
*Calcar, W.I.M. van 2.12, noot; 4.4.2.4, noot
Caron, W.J.B. 2.6.2.5, noot
Caspel, P.P.J. van 2.15.1.2.1, C, noot; 3.5.19.4.2, noot; 3.10.1, noot
cirkeltje 11.1.2.3.4
 
*daadwoord
bijzinnen bij - 3.5.16.1vv
betekenis van bijzinnen bij - 2.18.11.2.1, E
bijzinnen met gramm. vw bij - 2.18.7, D
bijzinnen met log. vw bij - 2.18.9, D
- tegenover daderwoord 11.2.1.2.1; 11.2.1.2.10, B
voorlopige definitie van - 3.5.19.4.2, Db; 11.2.1.1
- zonder die/dat-par. 11.2.1.1.2
- + mekaars/van mekaar enz. 3.5.19.4.3, D1
- als ond.-kern + dir. of indir. rede als nw deel 2.14.6.1
- als ond.-kern + om-zin als nw deel 2.18.11.1.4, E
niet-betr. bijzin bij - als ond.-kern blokkeert zo'n bijzin als nw deel 2.18.7, B4b
als + niet-betr. bijzin bij - als ond.-kern blokkeert soortgelijke zin als nw deel 2.18.7, B4c
om-zinnen die alleen bij - mogelijk zijn 2.18.11.2.1
om-zinnen met gister enz. als bep. bij - 2.16.5.2.1, B2; 2.16.5.2.2, B2
- als ond.-kern + dir. of indir. rede als nw deel 2.14.6.1
- als ond.-kern maakt mekaars in de nabep. mogelijk 3.5.19.4.3, D2b
- als ond.-kern + om-zin als nw deel 2.18.11.1.4, E
niet-betr. bijzin bij - als ond.-kern blokkeert soortgelijke zin als nw deel 2.18.7, B4b
als + niet-betr. bijzin bij - als ond.-kern blokkeert soortgelijke zin als nw deel 2.18.7, B4c
- tegenover staatwoord en tegenover overeenkomstíge ww-pd's 4.4.1.5
enkele types -en 11.2.1.1.2, A
vw + bijzins-pv (binnen bijzin bij -) + hoofdzins-pv 2.16.5.2.3, C
schijnbare vz-uitdrukkingen met - 5.3.4
beperkingen i.v.m. zichzelf enz. bij - 3.5.19.4.2, E en G
daags
- als vw-pd 6.1
- als vzaz-pd 5.0
daar (‘vn’) 3.5.19.5, B
- maakt op 1e of 3e zinsplaats (bij voor-pv) het plaatsond. er overbodig 2.5.2.2, D; 2.5.2.2.1, 2b
- maakt op 1e of 3e zinsplaats (bij voor-pv) een getalsond. mogelijk 2.5.2.3.1, B1a
- maakt op 1e of 3e zinsplaats (bij voor-pv) een lvm zonder ond. mogelijk 2.5.2.3.1, B2a
- als verwijswoord 2.19.4.3.1, B; 2.19.4.3.2
- als half aanw. vn-bw: zie vn-bw(-p)
- ... om (aanw. vn-bw) tegenover daarom (vw bw: onsplitsbaar) 3.5.19.9.1, E2
daardoor
dat-zin na - of erdoor als variant van doordat-zin 2.6.2.6, B2

[p. 935]origineel

daarentegen
- als ‘tussenwoord’ bij een nevenschikking 7.4.5.2
daarom
onsplitsbaar - (vw bw) tegenover splitsbaar aanw. vn-bw daar ... om 3.5.19.9.1, E2
- niet als verwijzer bij al-zinnen 2.15.7.1
daartoe 3.5.19.9.1, C1
daartussen
-, - in en - door in het type twee beelden met - een lampje 3.11.1.2.4
daderwoord
bv bijzin met dat/of/om bij - is vrijwel uitg. 11.2.1.2.10, B1
- tegenover daadwoord 11.2.1.2.1; 11.2.1.2.10, B
definitie van - 3.5.19.4.2, Dc
- + van mekaar 3.5.19.4.3, D1
- als pendant van de groep ond. + hoofdww 11.2.1.2.4
- tegenover relatiewoord 11.2.1.2.4
beperkingen in de voorbep. bij - 3.5.12.1
zn-p met - als kern tegenover wie zichzelf bestraft 11.2.1.2.10, A
beperkingen i.v.m. zichzelf enz. bij - 3.5.19.4.2, F en H
dag
een - achter mekaar 3.5.19.4.3, D2a
de - dat ik slaag als bv bep. 2.15.3.11, A
de - toen ik eksamen moest doen als bv bep. 3.5.16.1.5, A
de - van m'n slagen als bv bep. 2.15.3.1.1, A
de - dat ik slaag als bw bep. 2.15.3.1, D; 2.15.3.1.1
de - van m'n slagen als bw bep. 2.15.3.1, D; 2.15.3.1.2
vw + bijzins-pv + hoofdzins-pv bij de bw bep. de - dat ik slaag/de - toen ik slaagde 2.16.5.2.3, D
een - als bw bep. 2.15.3.1, D; 2.15.3.1.3
twee -en als bw bep. 2.15.3.1.3
- in - uit 5.4.5, 2
- na - 5.4.6.2, 2; 5.4.6.3, 2; 5.4.6.4, 2
dagen: zie onpers. ww
dan 3.5.19.5
- + vra. wijs + hoeven 2.9.4.1, D
- + vraagwoordvraag + hoeven 2.9.4.1, C
- /toen vormen als verwijswoord een aanvulling 2.19.4.3.1, A
- /toen als verwijswoord na de aanloop de dag dat ik slaag(de)/de dag van m'n slagen (bw bep.) 2.15.3.1, D; 2.15.3.1.1, A
- als verwijswoord na de aanloop kom je in de stad (bw bep.) 2.2.3.2
- pas 2.15.9.3.2, A
- dat-zin na te + bwbn (te klein - dat ...) 3.5.19.3.1; 4.5.3
- als vw bw 7.2.10; 7.4.5
wie - ook enz. als ww-pd 3.5.20.1
wie - ook als al-zinsdeel 3.5.20.1.2
wie - ook als deel van als-groep 3.5.20.1.3; 3.5.20.1.4, D
wie - ook is vrijwel zeker een beperkt ww-p 3.5.20.1.4, B
dat
het aanw. vn - vormt met die een aanvulling 3.5.8.1
onbeklemtoonbaar zelfstandig en bijvoeglijk aanw. vn die/ - 3.5.8.3.4, 2 en 4
plaatsmogelijkheden van aanw. vn - als lv 2.11.1.1, 2
aanw. vn. - als niet-ww rest 2.14.4.1
aanw. vn. - als niet-ww rest bij kosten 2.14.2.5.2, C
aanw. vn. - als niet-ww rest bij wegen 2.14.2.5.3, C
aanw. vn. - als ond. bij een meervoudige pv bij koppelww als hoofdww 2.14, B2
aanw. vn. - in het type die/- van jou 3.5.8.3.4, 3
vzaz + aanw. vn - is vrij zeldzaam 2.13.1.1
vzaz + aanw. vn - tegenover aanw.-vn-bw-p 3.5.19.9.2, B
het verwijzende aanw. vn - in het (-) doen 7.5.13vv
het aanw. vn - in - komt: ik ben jarig 2.14.1.1.6
het par.-loze zelfstandige aanw. vn - als verwijswoord 3.5.8.3.4, 1
het aanw. vn - als afwijkend verwijswoord naar plat zn-p met die-woord als kern, naar wie-zin of naar bwbn-p als aanloop (bij koppelww's of bij vinden + lv + bvg) 2.14, G; 2.14.2.5.5, 3 a en b
in hoe komt - kan - geen verwijswoord zijn naar een aaan- of uitloop met een die-woord als kern, een wie-zin of een bwbn-p 2.14.1.1.1, A3
betr. vn - 3.5.19.4; 3.5.19.4.7
betr. vn - en betr.-vn-bw-p 3.5.19.9.2, D
betr. vn - binnen aanspreking (lieve jongen - je bent) 2.18.4.1, 4; 3.4.2
gramm. (verb.) vw - 2.16
gramm. vw - in vv-zin 2.13.3
gramm. vw - is par.-genoot (?) van of 7.2.7.1, A
weglaatbaar gramm. vw - 6.1.1.2
weglaatbaar gramm. vw - in de groep of dat 7.2.7.1, A
weglaatbaar gramm. vw - na tenzij 3 3.5.1.4
gramm. vw - in mooi - ie zingt 2.18.4vv
gramm. vw - in wie denk je - er komt 7.4.2.1
gramm. vw - in wat is er toch - je zo huilt 2.2.10.5.4
gramm. vw - in het regent - het giet enz. 2.5.2.7.4, 6a
gramm. vw - /als/toen in de bw bep. de dag - /als/ toen ik slaag(de) 2.15.3.1.1, E1a en 3
gramm. vw - is na vragen enkel mogelijk in gezelschap van een van-bep. (hij vraagt van me dat ik ...) 7.2.7.1b
gramm. vw - is in of het nou regent of - het mooi weer is enkel weglaatbaar als ook het tweede het afwezig is 7.2.7.1.3, A
en - als star geheel dat een zinsdeel door isolering benadrukt 7.5.11, 2
dat-Δ 2.18.4.2v
na - kan geen niet-woord volgen 2.9.4.1, E1
datgene
het bak vn - 3.5.19.9.4; 3.5.19.7, 2
datum
na - 2.15.3.2.2
datzelfde: zie zelfde
dat-zin
bv - 3.5.16.1.1
bv - met ook maar íémand 3.5.2.2.2, A3
bv - en - als bvg 2.18.7, B4d
bv - en - als niet-ww rest 2.18.7, B4
- na daardoor of erdoor als variant van doordat-zin 2.6.2.6, B2
- als ‘lv’ 4.4.1.3.1vv
- als niet-ww rest in het is dat je jarig bent, maar anders ... 2.14.6.2.2
- als ond. in als-groep 4.4.2.4.3, D4 en 5
- als ond., lv en vv met ook maar íémand 3.5.2.2.2, A3
- als ‘vv’ 4.4.1.1, A
dauwen, zie onpers. ww
de
- /het vormen een aanvulling 3.5.8.1
namen van bergen en rivieren kunnen -/het enkel missen na zonder 3.5.15.2; 10.8.2.5
- /het eigen 3.5.8.9.3, A2
- /het binnen een getalsond. bij zijn enz. 2.5.2.3.2, B2
namen van bergen en rivieren kunnen -/het enkel missen na zonder 3.5.15.2; 10.8.2.5
het tekstgallicisme - hoed in - hand is verwant met met een hoed in z'n hand 3.11.3.2
het tw-p heel ver in - honderd 3.5.11.1.3
- /het kunnen niet zelfstandig voorkomen 3.5.8.3.9, 1, A2c
december
de maand - enz. 3.5.16.5vv
deel
nw -, zie koppelww, niet-ww rest, vinden en zijn
scheidbaar - met mekaar 3.5.19.4.3, C2b
deel
in -en verdelen 2.14.2.6.1, D
deelwoord
tegenwoordig -, zie td
voltooid -, zie vd
degene
het bak. vn - 3.5.19.4; 3.5.19.7, 2
denkbare
de grootst - enz. als zn-pd 4.5.2.1, 4
het grootst - enz. is uitg. als ww-pd 4.4.2.2.1, A3
denken
hij zal niet anders - of ... 7.2.8.10vv
- jullie niet na een voorafgaande zin 10.4
... ook maar te - 3.5.2.1
- + te + ow 2.9.3
het beperkte par. van - in wie denk je dat er komt 7.4.2.1
des te
hoe fijner ... - betere ... 4.4.2.2.2, 6; 4.5.2.2, 6
- gezonder(e) 4.4.2.2.2, 7; 4.5.2.2, 7
deze
aanvulling tussen - /dit 3.5.8.1
dezelfde
- /hetzelfde + als-groep 4.4.2.4.2, A
zie ook zelfde
dicht
met alle ramen - 3.11.1.1; 3.11.2.2.3, D; 5.4.2
die
aanw. vn - /dat vormen een aanvulling 3.5.8.1
het onbeklemtoonbare zelfstandige en bijvoeglijke -/dat 3.5.8.3.4, 2 en 4
het -/dat-par. ontbreekt in het type bakker als nw deel. 2.14.2.1, A; 3.5.20.3.1, 2

[p. 936]origineel

het -/dat-par. ontbreekt in het bvg-type als bakker/tot bakker 2.14.2.4; 3.5.20.3.1, 2b
het -/dat-par. ontbreekt in het type op school 2.15.3.2.2
het -/dat-par. kan ontbreken bij een daadwoord 11.2.1.1.2
het -/dat-par. kan ontbreken in het type zonder jas 10.8.2.1; 3.5.20.3.1, 2
het -/dat-par is beperkt binnen het getalsond. 2.5.2.3.2, B2; 2.5.2.7.8
het -/dat-par is beperkt binnen het getalsond. en lv van die aardige poppetjes 2.5.2.3.2, E
het -/dat-par. is beperkt binnen de betr. om-zin 2.18.11.2.1, A; 2.18.11.2.2, A
het -/dat-par. is beperkt binnen het type -/dat van jullie 3.5.8.3.9, 1, A1b
het -/dat-par. is beperkt binnen het type -/dat van m'n vader 3.5.8.3.9, 1, A1b
het -/dat-par. is beperkt binnen het type met een jas over z'n arm 3.11.1.1.1
het -/dat-par. is beperkt binnen het type hoofdstuk vier 3.5.16.3
het -/dat-par. is beperkt binnen uitloopond. of -lv 2.5.2.2, Ba
het -/dat-par. is beperkt bij zelfstandig gebruik 3.5.8.3.9
het -/dat-par. binnen het lv 2.11.1.2.2, 1; 2.11.1.2.3, 2 en 3
die is par.-loos in de ‘zelfstandige taaluiting’ die Kees 3.3.1
betr. vn - 3.5.19.3; 3.5.19.4.7, 2
diegene
het bak. vn - 3.5.19.4; 3.5.19.7
dienen
- + te + ow 2.9.3
die/of-zin
- als ond. enz. is uitg. bij de bvg voor een prof 2.14.2.6.10, A3a
diep
een meter - 4.4.2.1.2
dierbaar
- + ‘mv’ 4.4.1.2.2
dezelfde, zie zelfde
dik
een meter - 4.4.2.1.2
dikke
het tw-p een - honderd 3.5.11.1.2
dikwijls
- is wel bw maar geen bn 4.5.2.3
iets - is uitg. 4.9.1, C1
dinsdag
de bw bep. de - dat ik tuis ben 2.15.3.1.1
de bw bep. de - van m'n afwezigheid 2.15.3.1.2
dinsdagavond
de bw bep. vorige week - laat 3.5.19.5.1
dinsdagen
de bw bep. twee - 2.15.3.1.3
dinsdags
het ‘zn’ - 3.5.19.5
diskussie
de - Schelfhout - Swierstra 3.5.16.7
dispuut
het - Schelfhout - Swierstra 3.5.16.7
dit
het aanw. vn - en deze vormen een aanvulling 3.5.8.1
het aanw. vn - en het aanw.-vn-bw-p 3.5.19.9.2, B
- als ond. bij een meervoudige pv van zijn, schijnen enz. 2.14, B2
vzaz + - is vrij zeldzaam 2.13.1.1
doelman
- Jansen 3.5.16.8
doen ww
- binnen de als-groep 3.5.20.1.3, C; 4.4.2.4.1vv
- + wie dan ook binnen de als-groep 3.5.20.1.3, B
- + (als)of-zin 2.14.6.2.1, E
het/dat - + bv nabep. 7.5.13.1.8
het/dat - + ‘bw’ nabep. 7.5.13.1.9
- + ow die per se binnen het driehoekje moet staan 2.8, B; 3.5.21.2.1, Bcβ
ze - erg flauw 2.14.1.4vv
erg flauw - en erg flauw zijn 2.14.1.4.2
ze - er goed aan met/om/door ... 2.14.1.4.1
het verwijzende het/dat - 7.5.13vv
het/dat - + lv 7.5.13.1.4v
het/dat - (als vd) in de echte lvm 7.5.13.1.3
- jullie mee een potje kaarten 2.8.8
het/dat - + mv 7.5.13.1.5v
het/dat - als onpers. ww 7.5.13.1.1
- + ow die per se binnen het Δ moet staan 2.8, B; 3.5.21.2.1, Bcβ
vol - 2.14.7.1.1
het/dat - + vv 7.5.13.1.7
- + wie dan ook enz. binnen als-groep 3.5.20.1.3, B
het/dat - als wkd ww 7.5.13.1.2
doen zn
voor mijn - enz. 2.14.2.6.10, A
dokter
- Jansen 3.5.16.8
dol
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1; 2.18.11.3.1, A1
dominee
- Jansen 3.5.16.8
donderdag
de bw bep. de - dat ik tuis ben 2.15.3.1.1
de bw bep. de - van m'n afwezigheid 2.15.3.1.2
donderdagavond
de bw bep. vorige week - laat 3.5.19.5.1
donderdagen
de bw bep. twee - 2.15.3.1.3
donderdags
het ‘zn’ - 3.5.19.5, A
dood
nadat + - + hoofdww-pv van zijn 2.16.5.1.2, A1a
dood-
absolute bwbn's met - 4.4.2.1.7
doodmoe
- + ‘vv’ met van 4.4.1.1
doodsbang
- + ‘vv’ met van 4.4.1.1
doodziek
- + ‘vv’ met van 4.4.1.1
doof
- + ‘vv’ met voor 4.4.1.1
dooien
lvm bij niet-ww rest + - 2.6.2.2
zie verder onpers. ww
door vw
- en doordat vormen geen korrelatie 3.5.2.2.2, C3
- zo bleek te zien is uitg. 2.14.1.3.1
door vzaz
de bw en de bv bep. met - 11.2.1.1.1; 11.2.1.1.2
op drie stuks na - ... heen 3.5.1.3.3, C1b
door-bep. van de lvm
- is uitg. bij bwbn's op - baar 2.6.2.6, A
- is moeilijk begrensbaar en weinig frekwent 2.4.2, slot; 2.6, noot
de grens tussen de - en de doordat-zin en de speciale dat-zin 2.6.2.6, B2
- is soms beperkt bij erg graag 2.15.1.2.1, C
- bij hangen, liggen, staan of zitten + vd of schijn-vd 2.6.4, 3
- is uitg. bij imperfektief gebruikte ww's 2.6.2.6, A; 2.14.1.5.1, Aa
- in door welk lekje komt die plank zo nat (geen lvm) 2.14.1.1.1, A1
- en lv als deel van dezelfde zin 2.6.2.7.2; 2.6.1.7.3, A
- maakt in tekst het ond. misbaar 2.5.2.3. 1, B2c
- bij hangen, liggen, staan of zitten + vd of schijn-vd 2.6.4, 3
- en vv 2.6, noot; 2.6.2.4.2, slot; 2.6.2.6, B1; 2.13.5
doordat
- en het vw door vormen geen korrelatie 3.5.2.2.2, C3
doordat-zin
- als variant van dat-zin na daardoor of erdoor 2.6.2.6, B2
- tegenover door-bep. 2.6.2.6, B2
- na dat komt 2.14.1.1.6
- als niet-ww rest 2.14.6.2.3
- met ook maar íémand als bw bep. 3.5.2.2.2, C3
doordringbaarheid
- van verbindende woorden die hoeven en ook maar íémand mogelijk maken 2.9.4.3, 2; 3.5.2.3.3
doornat regenen
- + lv 2.6.2.2
door-zin
- na ze doen er goed aan 2.14.1.4.1
doppen
die pinda's - erg moeilijk 2.14.1.5vv, vooral 2.14.1.5.2, B
dorp
het - Oegstgeest 3.5.16.6
draaglijk
- als niet-ww rest in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, C3a
draaien
hebben + niet-ww rest + rond zn-p + - 2.8.6
vinden + hulpww-lv + rond zn-p + - 2.14.2.5.5, 2
dreef
op - als bwbn, stell. trap 2.15.3.3.2; 4.4.2.2.3, D5
drie
alle - enz. 3.5.7.3
hoofdstuk - (onderdelen) 3.5.16.3
Karel - (vorsten en pausen) 3.5.16.4
drieën
in met z'n - enz., zie tweeën
in - verdelen 2.14.2.6.1, D
wij -, jullie -, u -, zij - 3.5.19.4.1, F
driehoekje 2.2.1.1vv; 2.2.6.3; 2.2.10.5.2; 2.18vv; 2.18.4vv; 2.19.1.2.1vv; 11.1.2.3.2, B; 11.1.2.3.4
bw bep. als - 2.15.3.1; 2.15.3.2.1; 2.15.4; 2.15.5; 2.15.6; 2.15.7; 2.15.7.1; 2.15.9.1, 3

[p. 937]origineel

bij doen als hulpww staat de ow per se binnen het -2.8.1.2
een vage indeling in twee types - 2.19.1.2.2
of het nou regent of dat het mooi weer is kan geen - zijn 7.2.7
ond.-zin met vn-bw voorop is zelden - 2.5.2.4, Bf
elementen binnen het - die ook maar íémand mogelijk maken 3.5.2.3.1, a en b
ook als - is tekst 7.4.4.1, 1
splitsingen waarbij één helft per se - is 9.2.1vv
splitsingen waarbij geen enkele helft per se - is 9.2.2vv; 9.2.3vv
toch en zeker als - maken een zin niet vragend 2.2.10.4, 3 en 3d
vn-bw-p als - 2.13.1.3, B
vv-zin kan geen - zijn 2.13.2.1.1, 2; 4.4.1.2.3, A
‘vv’-zin kan geen - zijn 4.4.1.1, A
wie er ook belt (bw bep.) kan geen - zijn 3.5.21.1.1, A
ww-p als ‘bw’ nabep. kan geen - zijn 4.4.1.2.3, A
zeker en immers als - maken een zin niet vragend 2.2.10.4, 3 en 3d
beperkingen binnen het - in zinstype II 2.2.6.2, B en C
zie ook eerste ww-pp en eerste zinsplaats
drietjes
met z'n - 3.5.11.2, noot
drinken
die glazen - erg prettig 2.14.1.5vv, vooral 2.14.1.5, 2B
iets te - vinden 2.14.2.5.5, 8
Droste, F.G. 2.8.1
druk
hij heeft het erg - 2.14.1.2.1, B4a
drukken
- in stukken - 2.14.2.6.1, E
dubbelzinnigheid
- bij nevenschikking 7.1.2
duel
het - Jansen-Willems 3.5.16.7
duizenden
het tw-p enkele - 3.5.11.1.1
het tw-p in de - 3.5.11.1.3, b
dunken
het koppelww - 2.14, G
duren
- + bwbn-p als niet-ww rest 2.14.2.5.1, A
- + eer-/eerdat-/tot- of voor-zin als ond. 2.5.2.4, Be
het zal niet lang - of ... 7.2.8.3vv
- + niet-ww rest 2.14.2.5v
- + ond.-zin met eer/eerdat/tot/voor 2.5.2.4, Be
- + vn 's als niet-ww rest 2.14.2.5.1, C
- + zn-p als niet-ww rest 2.14.2.5.1, B
durven
- + soms afwezig te + ow 2.9.2, B
dus
het vw bw - 7.2.10; 7.4.5
duur
- als niet-ww rest bij kosten 2.14.2.5.2
dwaas
- + dat-zin 4.4.1.1, A
d'r
m'n moeder - boeken 3.5.8.3.2v
par.-loos - in met een jas over - arm 3.11.1.1.1, A
 
*-e
de fakultatieve - bij overtr. trap van bw's 4.4.2.2.1, A6b
echt
een onuitbreidbaar - maakt de bvg voor een prof mogelijk 2.14.2.6.10, A3cβ
een
een/nul-lv vormen een aanvulling (ev/mv van zn) 3.5.8.2; 3.5.8.3.5
bij de bvg voor een prof is -/nul-lw de frekwentste voorbep. 2.14.2.6.10, A3a en B2a
- eigen 3.5.8.9.3, A2
zn-p met -/nul-lw als lv 2.11.1.2.2, 3 en 4; 2.11.1.2.3, 1
- / nul-lw is uitg. binnen ond. van ww-p II 2.2.6.2, C
tw-p - dikke honderd 3.5.11.1.2
tw-p - ... of wat 3.5.19.3, B; 3.5.19.3.3
tw-p - stuk of wat 3.5.19.3, B; 3.5.19.3.2
zn-p met -/nul-lw is uitloopond. 2.5.2.2, Ba
-2 is een versmelting van al t/m drie 3.5.19.3, B; 3.5.19.3.5, b
één 3.5.8.3, B; 3.5.8.3.5; 3.5.11
de - na de ander in nevenschikking met stuk voor stuk als bvg 5.4.6.4, 3
hoofdstuk - (onderdelen) 3.5.16.3
- van alle (tweeën enz.) 3.5.7.4
- van die sinterklazen 3.5.11.2.1
- van ons 3.5.7.5
- van ons alle(maal) 3.5.7.5
- van ons tweeën enz. 3.5.7.5
Karel - (vorsten en pausen ) 3.5.16.4
eens
een vv in het - zijn over ? 2.13.2.1.5, noot
maar - 2.15.9.1.3
eenschimmig
-e om-zin 2.18.11, III2vv
eentje
- is altijd zelfstandig 3.5.11.2, noot; 3.5.17.4
in/op z'n - 2.5.2.7.6; 3.5.17.3v; 4.4.2.2.3, D5
in/op z'n - beperkt ond. of lv 2.5.2.7.6, noot
eenvlakkigheid 1.1.1; 1.2
eenzinsdeelproef 2.19.1.2.3
- slaagt meestal bij alle enz. ... behalve 2 ... 3.5.1.2.1, E
- slaagt een enkele keer bij alle enz. ... tenzij 2 ... 3.5.1.4.1, E
- mislukt bij behalve 1 ... ook ... 3.5.1.1; 3.5.1.1.1, E
eer(dat) (vw) - 2.16, 2
- + hoeven 2.9.4.2, B2
eer(dat)-zin
- als aanloop is moeilijk 2.19.4.3.3, A
- als bw bep. met ook maar íémand 3.5.2.2.2, C1
- als lv 2.11.1.3, Bf
- als lv en ond. is uitg. met het ‘vn’ nóú 2.16.5.1.3, B
- (als lv, ond. en vv) + bijzins-pv + hoofdzins-pv 2.16.5.2.3, A2
- als niet-ww rest met het ‘vn’ nóü 2.16.5.1.3, C
- als ond. 2.5.2.4, Bf
eerst
- is geen overtr. trap of rangtw 3.5.10.1; 4.4.2.2.1, A1a
voor het - 4.4.2.2.1, A1d
eerste
- met onweglaatbare e 3.5.10.1; 4.4.2.2.1, A1b
- met weglaatbare e 3.5.10.1; 4.4.2.2.1, A1c
effen
- kan geen genusaanduider zijn 4.5.2, 1
eigen 3.5.9.8.3
bez. vn + - 3.5.8.9.3, A3
bez. vn + veroorzaken beperkingen 2.5.2.7.6, 1vv; 3.5.8.9.3, B; 11.2.1.1.1, B
lw + - veroorzaken beperkingen 3.5.8.9.3, A2; 3.5.8.5.3
- + ‘mv’ 4.4.1.2.2
vaste uitdrukkingen met - 3.5.8.9.3, A1
- met en zonder voorbep. 3.5.8.9.3, A1
eigenaardig
(wat) - dat ... 2.18.4.1, 1
eigennaam
- (bergen en rivieren) kan lw bij nevenschikking missen 3.5.16.6, D
‘echte’ - is uitg. in het zn-par. in de bvg voor een prof 2.14.2.6.10, B2f
‘echte’ - kent geen bv om-zin 2.18.11.2.2, Aa
- (rivieren en bergen) kan lw bij nevenschikking missen 3.5.16.6, D
zonder + - (bergen en rivieren) kan lw missen 10.8.2.5
eiland
het - Tessel 3.5.16.6, D
eind
sinds/tot/vanaf - maart 3.5.16.5; 3.5.16.5.2, E
eindgroep 2.3.2; 2.19.2
bwbn-p bij duren enz. als deel van de niet-ww - 2.14.2.5v
verschil niet-ww - en niet-ww rest 2.3.2.2
in eenschimmige om-zinnen is de ww - sterk beperkt 2.18.11.2.1, C
afgesplitst ook in ww - 7.4.4.1, 3vv; 7.4.4.2v
ow's in ww - 2.8.5
vd-p als deel van niet-ww - 2.6.3, A
vn-bw-p als deel van niet-ww - 2.13.1.3, C
in ww-p met gerealiseerde voor-pv en realiseerbare 1e pp moet één lid van - aanwezig zijn 2.2.8.1
in ww-p met realiseerbare voor-pv moet één lid van - aanwezig zijn 2.2.6.5
vzaz op één zinsplaats is deel van niet-ww - 2.18.11.4.3, A1
ww - 2.17.1vv
zinsdelen en zinsdeelstukken in de niet-ww - 2.19.2.2vv
zn-p bij duren enz. als deel van de niet-ww - 2.14.2.5; 2.14.2.5.1, B; 2.14.2.5.2, B; 2.14.2.5.3, B
eindgroep-ook 7.4.4.2vv
elementen
negatief polaire - 2.9.4
elk
aanvulling bij -/elke 3.5.8.1
- /elke behalve 3.5.1.2
- /elke op ... na 3.5.1.3.2, Aaα
elkaar(s), zie mekaar(s)
 
elke, zie

[p. 938]origineel

en
- + bw bep. in de na-uitloop benadrukt dat zinsdeel 7.5.11
- dat ... als middel om een zinsdeel door isolering te benadrukken 7.5.11, 2
dubbelzinnigheden bij - en bij - ... - ... 7.1.2, A en Ea; 7.1.2, B en Ea
par.-loos - in de reeksvormer ... maar ... - ... al ... (hij hoeft maar te bellen en ze staan al ...) 2.15.9.3.2
- + bw bep. in de na-uitloop benadrukt dat zinsdeel 7.5.11
- verbindt pv's 2.4.2
nevenschikking met - in het ond. vereist bijna altijd meervoudige pv 2.5.2.7.1, 6
- verbindt vd's 2.6.1
- wat voer jij uit aan het begin van een gesprek 2.2.10.5.5; 7.2.2
- wel als middel om een zinsdeel door isolering te benadrukken 7.5.11, 3
- ... - ... verbindt ww-p's 7.2.2
- ... - ... verbindt zn-p's 7.1.3vv; 7.1.2.1
plaatsmogelijkheden van - ... - ... binnen zn'p's 7.1.3.1.1
zie ook nevenschikking, verbandvraag en ww-vormen
en /en/ 12.12.1
ene 3.5.11
- in de bw bep. de - dag ... de andere dag ... 2.15.3.1.1, C1a
- is een versmelting 3.5.19.6
enen
bij -, na -, over -, tegen - 3.5.17.4.1
en-groepen
afsplitsing van - 9.2.3.1, 7; 9.2.3.2, 5; 9.4, 4; 9.5
enigst(e) 4.5.2.1, 2 en 3
- + hoeven 2.9.3.1.l, 2b en 6b
de - mogelijke 4.5.2.1, 4
de - op ... na 3.5.1.3.3, B1e
enkel
- + hoeven 2.9.4.1, A; 2.9.4.2, D4
- maar 2.15.9.3.1vv
enkele
geen-op ... na 3.5.1.3.2, Aaα
vzaz + geen (+ -) 10.6, D
- is mogelijk als deel van getalsond. 2.5.2.7.8, 2Ia
- is voor meervouden een versmelting 3.5.19.6 enkelvoud, zie ev
er
- als onrealiseerbaar plaatsond. in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.1, D1
- als bw bep. 2.5.2.3, B3; 2.5.2.3.1
- + hoofdtw enz. (als laatst gerealiseerde voor-bep.) 2.5.2.2, A2 en C slot; 2.5.2.3, B1; 2.5.2.3.1, A; 3.5.11.2v; 3.5.11.2.2v; 4.4.3
- als niet-ond. is beperkt tot 2e stuk begingroep 2.19.1.2.1; 2.19.1.3, A
- kan/moet als half vn-bw achterwege blijven in een ow-geb. wijs en in sommige om-zinnen 2.5.2.2, C2bα en β
- staat als half afgesplitst pers.-vn-bw soms in het 2e stuk van de begingroep 2.19.1.3, Ab
- als half pers.-vn-bw 2.5.2.3, A; 2.5.2.3.1, A
- als plaatsond. 2.5, B1 en D
- staat als plaatsond. per se op de 1e of 3e zinsplaats 2.19.1.2.1, 2c
- als plaatsond. in een lvm 2.5.2.2.1
- als onrealiseerbaar plaatsond. in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, D1
samenval van twee of drie -'s 2.5.2.3.1, A
vijf soorten - 2.5.2.3v
- tegenover het als verwijswoord naar uitloopond. 2.5.2.3.1, C
weglaatbaarheid van - 2.5.2.3.1, B
zie ook schim-‘er’, schim-‘waar’ en pers.-vn-bw
eraan
hoe kom je - 2.14.1.1.7
erbij
hoe kom je - 2.14.1.1.7
erdoor
dat-zin na - of daardoor als variant van doordat-zin 2.6.2.6, B2
erg
- als bn-pd is soms genusaanduider 4.5.1, 1
heel - als bwbn-pd 4.4.2.1.4
hij heeft het heel - (?) 2.14.1.2.1, B4a
ergens
- anders 4.9.2, B en C
- als onbep. -vn-bw-pd, zie vn-bw-p
het onbep. ‘vn’ - 3.5.19.5, B
ook maar - 3.5.2vv
ergeren
zich - kan vv-zin krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
eruit zien
- (als)of ... 2.14.1.3
goed/slecht - 2.14.1.3
Es, G.A. van 3.5.19.4.2, noot
eten
die bordjes - erg prettig 2.14.1.5vv, vooral 2.14.1.5.2, B
te - vinden 2.14.2.5.5, 8
etenstijd
met -, na -, onder -, tegen -, voor - 2.15.3.2.2
ev
bij nevenschikking binnen het ond. is de pv bijna altijd - 2.5.2.7.1, F11
- is uitg. in van die aardige poppetjes, behalve bij stof-zn's enz. 2.5.2.3.1
even
- + stell. trap + als-groep 4.4.2.4
- kan voorbep. zijn bij absoluut bwbn 4.4.2.1.7
- als bwbn-pd 4.4.2.4
- maar 2.15.9.3.1
- als par.-genoot van nauwelijks 2 7.2.8.12.1, 4B 4b
ook maar - 3.5.2.1
op ... na - + stell. trap 3.5.1.5.3, C2
evenmin
- ... als ... bij zn-p's 7.1.10
- + hoeven 2.9.4.1, A
eventjes
ook maar - 3.5.2.1
maar - 2.15.9.3.1
 
*familie
de - Jansen 3.5.16.6, D; 3.5.16.9vv
fantastisch
dat boek leest - 2.14.1.5.2, C1
fatsoenlijk
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
februari
de maand - 3.5.16.5vv
fietsen
- + lv (?) 2.14.2.5, 4b
die paadjes - erg prettig 2.14.1.5vv, vooral 2.14.1.5.2, B
filiaal
het - Naamsestraat 3.5.16.9vv
firma
de - Jansen 3.5.16.9vv
de - Jansen en van Zijp 3.5.16.6, D
flard
in -en scheuren 2.14.2.6.1
Fletcher, William H. 4.4.2.1.7
flets
ze zien heel erg - 2.14.1.3vv
fluisteren
ook maar - 3.5.2.1
foneemsyntaksis 1.2
fonetiek 1.2
foniek 1.2
fonolologie 1.2
fragment
in -en verdelen 2.14.2.6.1
fraktie
de - Kamerbeek 3.5.16.9vv
freule
- Jansen 3.5.16.8
fris
- als kern van een bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
fijn
die boeken lezen erg - 2.14.1.5.2, C1
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
(wat) - dat ie ... 2.18.4.1, 1
 
*gaan
- + aan het + ow 2.10.1, A; 2.10.5
het type - jullie mee fietsen 2.8.9
- + ow 2.8; 2.8.2
- + uit + ow 2.10.4
gal
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
gallicisme
-s in tekst 12.2.2; 12.3; 12.10
het - de hoed in de hand tegenover met een hoed in z'n hand 3.11.3.2
gang
op - als bwbn (stell. trap) 2.15.3.2.2; 4.4.2.2.3, D5
Garcia, Erica C. 11.2.1.1.2, A, noot
gebeten
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1
gebeuren
- heeft geen geb. wijs 2.2.4.1, A
gebrand
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1
gebroeders
de - Jansen (?) 3.5.16.9vv
gedachtenwisseling
de - Luns-Scheel 3.5.16.7
gedoe
- maakt bij mekaar mogelijk 3.5.19.4.3, C3a
geduldig
- als kern van een bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
gedurende
- kan geen om-zinsdeel zijn 2.18.11.4.3, tweede B1

[p. 939]origineel

- kan geen deel zijn van ow-geb. wijs 2.18.11.4.3, tweede D2
- kan geen vn-bw-pd zijn 3.5.19.9.1, A; 2.18.11.4.3, tweede B1
geel
- ze zien heel erg - 2.14.1.3vv
geen 10.6
- binnen een zn-p als aanloop 10.1.1.1, A
- ... als ... 4.5.2.2, 2
- ... behalve ... 3.5.1.2
- binnen een afgesplitste bv nabep. 10.1.1.3, B
- + hoeven 2.9.4.1, A
- ... maar ... 7.1.7vv
- ... meer 4.5.2.2, 3
met ... bestaat enkel in vaste uitdrukkingen 3.5.19.1, noot
- tegenover niet 3.5.8.3.6
- tegenover niet in die ring is niet van goud 2.14.2.6.2, D
- tussen de andere niet-woorden 10.9
- is uitg. in het ond. van zinstype II 2.2.6.2, C
- (enkele) op ... na 3.5.1.3.2, Aaα
- binnen een zn-p als uitloop 10.1.1.2, A
- van ons 3.5.7.5
- van ons alle(maal) 3.5.7.5
- van ons tweeën enz. 3.5.7.5
- van tweeën, drieën enz., - van alle(n) 3.5.7.4
geeneen 3.5.8.3.6
geenszins
- (tekst) + hoeven 2.9.4.1, A
Geest, W.P.F. de 2.8.3, noot
gehecht
- + ‘vv’ met aan 4.4.1.1
geînteresseerd
- + ‘vv’ met in 4.4.1.1
- als kern van een bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
gek
- + ‘bw bep.’ met van 4.4.1.1
- + dat-zin 4.4.1.1, A
- dat ... als halfzelfstandige taaluiting 2.18.4.1, 1
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1
- + ‘vv’ op dat kind blokkeert een om-zin als ‘vv’ 2.18.11.3.1, A1
de om-zin als ‘vv’ bij gek is eenschimmig 2.18.11.3.1, A, slot
gekant
- + ‘vv’ met tegen 4.4.1.1
gekloofdezinsproef
- bij het vv faalt 2.5.2.4, Bc; noot
geleden
het type een jaar - 2.15.9.4
gelegen
er is veel aan - om ... 2.18.11.1.3, C, noot
geleidelijk
- aan 4.4.2.2.3, F
geloven
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
gelukkig
- als bwbn en als bw 4.4.2.2.3, E
- in types als nauwelijks ... of ... 7.2.8.3vv
- + ‘vv’ met met 4.4.1.1
gelijk
- hebben kan vv krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
gelijkvlakkigheid
- tegenover ongelijkvlakkigheid bij hoofdvormbeperkingen 2.16.5vv
gemak
het beperkte zn-p op z'n - als bwbn (stell. trap) 3.5.19.3.1; 4.4.2.2.3, D5
het beperkte zn-p op z'n - beperkt het ond. of het lv 2.5.2.7.6, C
generaal
- Jansen 3.5.16.8
generlei
- (tekst) + hoeven 2.9.4.1, A
genitief
de oude subjekts- en objekts-- in teksten 11.2.1.1.1, noot
genitief-voorwerpen
- in teksten 2.13; 12.7
genoeg
hard - om ... als bw bep. 2.18.11.3.3, B2
genoeg om ... als bw bep. 2.18.11.3.3, A2
bwbn + - om ... + ‘mv’ 2.12.1.1.2
absolute bwbn's kennen - niet als bep. 4.4.2.1.7
bwbn-p met -, voldoende, veel, weinig enz. als kern is een versmelting van al t/m drie 3.5.19.3, B
- s kan geen bwbn-pd zijn in iets groot -s 4.9.1, C3a
- om ... als bwbn-pd 4.6.1
hard - + ‘bw’ bijzin met ook maar íémand 3.5.2.2.2, E3
- hebben + ‘vv’ met aan 2.18.11.3.3, A1
stom - om ... als niet-ww rest 2.18.11.3.1, A6b
hard - om ... als niet-ww rest 2.18.11.3.3, B1
- om ... als niet-ww rest 2.18.11.3.3, A1
- kind om ... als niet-ww rest 3.5.19.3.1
- op z'n gemak om ... als niet-ww rest 2.18.11.3.3, B3; 3.5.19.3.1
om-zin als bep. bij - 2.18.11.3.3
bwbn-p met -, voldoende, veel, weinig enz. als kern is een versmelting van al t/m drie 3.5.19.3, B
- hebben + ‘vv’ met aan 2.18.11.3.3, A1
- om ... als zn-pd 2.18.11.3.3, C; 3.5.19.3.1
klein - om ... is uitg. als zn-pd 4.5.2.3
genusaanduider
bn's als - 3.5.14
plaatsaanduidende bn's als - 3.5.14
bwbn's als - 3.5.8.1; 4.5.2
erg als bwbn-pd is soms - 4.5.1, 1
heel als bwbn-pd is - 4.5.1, 1
meer is nooit - 4.5.2.2, 3
minder is soms geen - 4.5.2.2, 3
alleen mogelijk(e) is - in zo groot mogelijk(e) 4.5.2.1, 4
- door stof-bn's 3.5.14
tamelijk als bn-pd is soms - 4.5.1, 1
veel en weinig zijn nooit - 4.4.3
- bij verkleinwoorden van eigennamen 3.5.15.2, noot
vn's en lw's als - 3.5.19.4.7, 1
betr. vn's als - 3.5.19.4.7, 1
pers. vn's als - 3.5.19.4.1, E7
zulk/zulke als - bij stof-zn's e.d. 3.5.8.1
genuskongruentie
- tussen de twee zn's in het zn-p een schat van een kind enz. 3.10.1.2
geprikkeld
- als kern van bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
geringste
ook maar de - 3.5.2.1
geschikt
- + ‘vv’ met voor 4.4.1.1
geschil
het - Spanje-Engeland 3.5.16.7
gespitst
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1
gesprek
het - Luns-Scheel 3.5
gesprekszin 8
- met alsof 2.14.6.2.1, A
- erg graag is erg frekwent in sommige -nen 2.15.1.2.1, B4
gesteld
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1
getal
wiskundig t.o. grammatikaal - 2.4.3.2.1
- van ond. 2.4.3.2.2, 1
- van pv's 2.4.3.2.2, 3; 2.5.2.7.1
tussen pv's met verschillend - is samentrekking mogelijk 7.5.7
- van zn's is als indelingskriterium slechts bruikbaar 3.5.15.2
getalsaanduiding
van het antecedent door het betr. vn 3.5.19.4.7, 1
van het kern-zn door z'n in de bv. bep. met een jas over z'n arm 3.11.1.2.4
van het kern-zn door net betr. vn 3.5.19.4.7, 1
van de lv-kern of de ond.-kern door z'n in de bw bep. met een jas over z'n arm 3.11.1.1.1, B en D
van de niet-ww rest door de pv 2.14.2.1, A3
van het ond. door de pv 2.4.3.2vv; 2.5.2.7.1
bij nevenschikking binnen het ond. vóór de pv 2.5.2.7.1, F1a enz.
bij nevenschikking binnen het ond. na de pv 2.5.2.7.1, F1b enz.
bij nevenschikking binnen een afgesplitst ond. 2.5.2.7.1, F1c enz.
binnen ond.-kern of lv-kern door z'n in de bw bep. met een jas over z'n arm 3.11.1.1.1, B en D
van de voorbep. door z'n/d'r en m'n vader z'n boeken 3.5.8.3.2, D
getalsbeperking
paradigmatische bij het laatste zn in het zn-p een kist andijvie 3.6.1
paradigmatische - bij het zn in een kist of wat 3.5.19.3.3, B
paradigmatische - bij het laatste zn in een stuk of wat kisten 3.5.19.3.2, B
paradigmatische - bij het zn in vol kisten 2.14.7vv
syntagmatische - tussen kernen van bvg en ond./lv 2.14.2.4.1
syntagmatische - binnen het type met een bekwame musikus als dirigent 3.11.1.2
syntagmatische - tussen nw deel en ond. 2.14.2.1, B
getalskongruentie
- of getalsaanduiding bij de pv ? 2.4.3.2.2, 3
wel of geen - tussen gewone pv en pv van als-groep 4.4.2.4.3, D2, 3 en 4
- tussen de zn's van een schat van een kind 3.10.1.2
- tussen de zn's van een citroen als een knol 3.10.2.2

[p. 940]origineel

getalsond. 2.5, B1 en D; 2.5.2.2, A5
binnenbouw-beperkingen bij - 2.5.2.7.8; 3.5.8.3, 1
binnenbouw-beperkingen van - bij er als plaats-ond. 2.5.2.3.2, B
binnenbouw-beperkingen van - als er geen plaats-ond. is 2.5.2.3.2, C
- is uitg. bij de bvg voor een prof enz. 2.14.2.6.10, A3a
- zonder er maar met daar, hier, waar in de tuin enz. 2.4.2.3.1, B
- bij lvm 2.5.2.2.1, 2
- is typisch middengroepselement 2.3.3, 3; 2.5.2.3.2, A
- heeft geen plaatsvastheid t.o.v. bwbn's, maar wel t.o.v. plat zn-p als lv en mv 2.19.3
kern van - beperkt pv-par. 2.5.2.7.1, 4
in het regent verwijten lijkt verwijten sterk op - 2.5.2.7.4, 6bβ
geval
in elk/geen - als verwijzer naar aanloop 2.19.4.2.4
- maakt bij mekaar mogelijk 3.5.19.4.3, C3a
in elk/geen - als verwijzer naar de bw bep. of het regent of dat het mooi weer is 7.2.7
in elk/geen - als verwijzer naar de bw bep. wie er ook belt 3.5.21.1.1, A
in elk/geen - als verwijzer naar de plaatsvaste bw bep. in wie er ook belt, ik in geen geval 3.5.21.2.1, A
het - Veenstra 3.5.16.9vv
gevechten
de - Indië-Pakistan 3.5.16.7
gevoelig
- + ‘vv’ met voor 4.4.1.1
gevolge
de vz-uitdrukking ten - van 5.3.1vv
geweest
- als mogelijk tweede vd in een lvm 2.6.4, 5
gewenst
- als niet-ww rest in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 4 en 5
geworden
- kan nooit tweede vd zijn in lvm 2.6.4, 5
gezegde
bwbn-p als bw bep. hoort soms niet uitsluitend bij het - 2.15.1.1.1, A; 2.15.1.2.1, C; 4.4.2
niet-ww rest van het - 2.14vv
vv's bij een - 2.13.2.1.2
opsomming van -s met vv-zin 2.13.2.1.5
ww rest van het -, zie vd, ow, aan het + ow, te + ow en uit + ow
gezegdezin 2.16.4
- met betr. woord zonder antecedent 2.14.6.3
- (?) met direkte en indirekte rede 2.14.6.1
parallel tussen - en niet-betr. bv bijzin in ond. 2.18.7, B4
om-zin als - 2.18.11.1.4
- met vw 2.14.6.2
gezellig
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
- als niet-ww rest in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 4 en 5
gezien
- z'n grote ijver kent nevenschikking met de bvg voor een prof 2.14.2.6.10, B1
gezind
goed (slecht, gunstig enz.) + ‘mv’ 4.4.1.2.2
gezusters
de - Jansen (?) 3.5.16.9vv
gieten
in vijf blokken - (?) 2.14.2.6.1, E
- is zonder lv en met misbare bw bep. onpers. ww 2.5.2.7.4
vol - 2.14.7.1.1
ginds
het ‘vn’ - 3.5.19.5, B
gister
- enz. als bv bep. met bovenvlakkige hoofdww-pv 2.2.3.2, A en B1
- enz. + bijzins-pv (2e h) + hoofdzins-pv (1e h) 2.16.5.3
- enz. als bw bep. veroorzaakt soms hoofdvormbeperkingen 2.16.5vv
- enz. + 1e h 2.4.3.1.1, B
- enz. als bw bep. in nauwelijks ... of ... 7.2.8vv
- enz. als bw bep. + 1e h in nauwelijks ... of ... is uitg. 7.2.8.3vv
- enz. als om-zinsdeel met bovenvlakkige hoofdww-pv 2.16.5.2.1
- enz. als om-zinsdeel met bovenvlakkig hoofdww-vd 2.16.5.2.1
- enz. als bw bep. is uitg. in de wens. wijs met hoofdww-pv 2.2.3.2, A en B1
- enz. als zn-pd met bovenvlakkige hoofdww-pv 2.2.3.2, A en B1
goed
- als niet-ww rest in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 4 en 5
(wat) - dat ie ... 2.18.4.1, 1
ze doen er - aan om/met/door ... 2.14.1.4.1
- gezind + ‘mv’ 4.4.1.2.2
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
die boeken lezen erg - 2.14.1.5.2, C1
(wat) - dat ie 2.18.4.1, 1
zo - als nieuw 4.6.2
goeie
een - honderd 3.5.11.2; 3.5.12
gooien
uit mekaar - 2.14.2.6.1, A
vol - 2.14.7.1.1
graaf
- Jansen 3.5.16.8
graag
erg - is erg frekwent in sommige antwoordzinnen 2.15.1.2.1, B4
bereik van erg - 2.15.1.2.1, A
als - groepsvorming kent, is het bwbn, anders niet 2.15.1.2vv
plaats van erg - tussen andere bwbn-p's als bw bep. 2.15.1.1.1, A
erg - beperkt soms de door-bep. van de lvm 2.15.1.2.1, C
we hebben - dat je komt 2.15.1.2.5
iemand erg - hebben ‘houden van’ 2.15.1.2.5
niet - kunnen worden naar (vv) is negatief polaire uitdrukking 2.15.1.2.1
erg - beperkt het hoofdww 2.15.1.2.1, D
erg - beperkt soms hulpww's 2.15.1.2.1, E
erg - is uitg. in één type laten, in pv- en ow-geb. wijs 2.15.1.2.1, B
liever en liefst als vergr. en overtr. trap van - 2.15.1.2.4
iemand - mogen 2.15.1.2.1, E, noot
erg - kent nevenschikking met met tegenzin, tegen m'n zin enz. 2.15.1.2.2
botsingen tussen erg - en niet-woorden 2.15.1.2.1, A
erg - binnen niet-ww rest 2.15.1.2.1
erg - is uitg. in sommige om-zinnen 2.15.1.2.1, B3
erg - beperkt het ond. in de bvm 2.15.1.2.1, C
erg - in ond.-zinnen met eer enz. 2.15.1.2.1, B2
- ‘alstublieft’ bij ow-geb. wijs en andere instrukties 2.15.1.2
plaats van erg - tussen andere bwbn-p's als bw bep. 2.15.1.1.1, A
plaatsbeperkingen van erg - 2.15.1.2.1, A
erg - is uitg. in pv- en ow-geb. wijs en in het type met laten 2.15.1.2.1, B1
erg - is uitg. na tijd-vw's 2.15.1.2.1, B2 en 3
grappig
(wat) - dat ie ... 2.18.4.1, 1
grauw
- + ‘bw bep.’ met van 4.4.1.4
ze zien heel erg - 2.14.1.3vv
gravin
- Jansen 2.5.16.8
grazen
hebben + niet-ww rest + rond zn-p + - 2.8.6
vinden + hulpww-lv + rond zn-p + - 2.14.2.5.5, 2
grens
de - Spanje-Portugal 3.5.16.7
grensgeschil
het - Spanje-Portugal 3.5.16.7
groeien
hebben + niet-ww rest + rond zn-p + - 2.8.6
vinden + hulpww-lv + rond zn-p + - 2.14.2.5.5, 2
groen
ze zien heel erg - 2.14.1.3vv
ze zien - en geel 2.14.1.3vv
groep
in -en verdelen 2.14.2.6.1
de - Jansen 3.5.16.9vv
groot
een - schrijver (‘figuurlijk’) 4.5.2
- (‘grootte hebbend’) in hoe - enz. 4.4.2.1.2; 4.4.2.2.3, G
van stuk 4.4.1.2, B; 4.4.1.4.1, A
Groot, A.W. de 1.2.1, noot; 2.4.3.2.2, 3b, noot; 2.5.2.5, noot; 2.14.2.1, noot; 3.4, noot; 4.4.2.2.3, G, noot
grootmoeders
- jas 3.5.8.3.3
grootvaders
- jas 3.5.8.3.3
gruis
in - vallen 2.14.2.6.1, D
gruzelementen
in - vallen 2.14.2.6.1, D
gunstig
- gezind + ‘mv’ 4.4.1.2.2
 
*had
- + vd of + twee of meer ow's en zonder ond. 2.18.2
- (den) als hulpww van het vd dat geen pendant heb(ben) kent 2.6.2, C
Haeringen, C.B. van 2.2.10.4; 2.2.10.5.2, noot; 2.2.10.5.3; 2.4.3.1.2, 2; 8.1.2.2, noot; 10.3

[p. 941]origineel

hagelen
lvm bij niet-ww rest + - 2.6.2.2
zie ook onpers. ww
hakken
in stukken - 2.14.2.6.1, E
half jaar
de bw bep. het - dat ik vrij ben 2.15.3.1.1
de bw bep. het - van m'n reis 2.15.3.1.2
halfstok 5.4.2, noot
handje vol
een - mensen, vergeleken met een vaas vol bloemen 2.14.7.2
handvol 3.5.16
hangen
hebben + niet-ww rest (+ rond zn-p) + - 2.8.6
- + te + ow 2.7.2.1; 2.9.2
- + vd of schijn-vd ? 2.6.4, 3
vinden + hulpww-lv + rond zn-p + - 2.14.2.5.5, 2
de bomen - vol kersen 2.14.7.1.1
haplologie
- in op op é én plekje na 3.5.1.3.2, Aa β
hard
- bij daderwoord (een -e werker) 3.5.12.1
- bij indirekt gebruikte ww' s (dat bed ligt erg -) 2.14.1.5.2, C1
hare
de/het - (zelfst. bez. vn) 3.5.19.7.1
hart
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
heb
pv-geb. wijs met - + vd is uitg. 2.2.3.2, B1
hebben (hoofdww)
het/dat doen verwijst nooit naar - of naar zijn 7.5.13.2.1, lv
gelijk - kan vv-zin krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
geen lvm-pendant bij - + niet-ww rest 2.11, A
zinnen met - tegenover met een jas over z 'n arm 3.11.3.1
- in ze - het warm 2.14.1.2.1, B2
- in ze - het aan hun hart 2.14.1.2.1, B4b
beperkingen in de pv-geb. wijs bij - 2.2.4.2, B
afwezigheid van pv-geb. wijs bij - 2.2.3.2, B1; 2.18.1, 4
hebben (hulpww)
- + hulpww-lv + aan het + ow 2.10.1, B; 2.10.3, B; 2.10.5
- + niet-ww rest + ow (we - daar twee koeien lopen) 2.8.6
- + ow in om-zin (koeien om in je wei te - lopen) 2.18. 11.2.2b, noot
- + twee of meer ow's 2.7v
de keus tussen - en zijn voor twee ow's 2.7.1
- + ow + te + ow 2.7.2v
de keus tussen - en zijn voor een vd 2.6.2.1; 2.6.2.2
de verhouding tussen -/zijn/worden voor een vd 2.6.2.4.1
dubbelzinnigheid bij - + vd in ik heb nou al drie kiezen getrokken 3.11, noot
vinden + hulpww-lv + bwbn-p + - + vd (ik vind Jan erg leuk gespeeld -) 2.14.2.5.5, 5c en 10
willen + hulpww-lv + door-bep. + - + vd (we willen dat boek door Jan weggebracht -) 2.6.2.7.4
heel
- anders 4.9.2, C
- is als bwbn-pd soms genusaanduider 4.5.1, 1
- + iets goeds 4.9.1, B
- maakt mekaar mogelijk 3.5.19.4.3, D2a
zie ook hele
heen
naar / - vormen een aanvulling 3.5.19.9.1, F3
- als vzaz-pd 3.5.6
heerlijk
die stoel zit - 2.14.1.5.2, C1
heerom
- Jan 3.5.16.8
heet
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
helaas
- bij het type nauwelijks ... of ... 7.2.8.3vv
- is uitg. in tweede helft van het type nauwelijks ... of ... 7.2.8vv
hele
de/het - ... behalve 2 3.5.1.2
de/het - ... op ... na 3.5.1.3.2, Aa α
helft
in twee -en verdelen 2.14.2.6.1
her-
de klemtoon, de morfologie en de syntaksis bij enkele samenstellingen met - 2.10.2.1, 4, noot
herinneren
in hoever is - zonder zich identiek met - met zich ? 2.17.2.4
zich - + lv kent geen omzetting in de lvm 2.11, A
hertog
- Jan 3.5.16.8
Hertog, C.H. den 2.2.10; 2.12, A, noot; 2.13; 3.5.16.1.7, B; 3.5.16.2.1; 3.5.19.4.7b, noot; 7.2.8.11.1; 7.2.8.18.1; 7.2.10.1, C en D; 7.5, noot
het (bep. lw)
de/ - vormen een aanvulling 3.5.8.1
de/ - kan niet zelfstandig voorkomen 3.5.8.9, 1, A2c en 2e
het (pers. vn) 3.5.19.4.1, B4
in hoe komt - kan - geen verwijswoord zijn naar een uitloop met een die-woord als kern (zn-p), met een wie-zin (ww-p) of met een bwbn-p 2.14.1.1.1, A3
par.-loos - 2.5.2.7.4, A
par.-loos - in ik heb - heel erg warm/ik heb - aan m'n maag 2.14.1.2
par.-loos - als ond. in - zit hier heel erg prettig 2.14.1.5.3, A1
par.-loos - als ond. in - is hier erg prettig zitten 2.14.1.5.3, A2
par.-loos - als ond. in - leest erg vlot in die boeken/ - is erg vlot lezen in die boeken 2.14.1.5.3, A
- en pers.-vn-bw-p 3.5.19.9.2, A
- als verwijswoord naar een uitloop 2.5.2.2, Bb; 2.5.2.3.1, C
- tegenover er als verwijswoord naar een uitloop 2.5.2.3.l, C
het verwijzende -/dat doen 7.5.13vv
vzaz + - is uitg. 2.13.1.1
het (voorbep. bij echte overtr. trap) 4.4.2.2.1, A6a en b
heten
- mist de geb. wijs 2.2.4.5; 2.18.3.2.2
het koppelww - 2.14, G
hetzelfde, zie zelfde
hetzij
de reeksvormer - ... - ... 2.18.5, 2; 2.18.6, 2; 7.4.3
de reeksvormer - ... of ... 7.4.3
- en tenzij 7.4.3
hier (‘vn’) 3.5.19.5, B
- op 1e of 3e zinsplaats maakt getalsond. mogelijk 2.5.2.3.1, B1a
- op 1e of 3e zinsplaats maakt lvm zonder ond. mogelijk 2.5.2.3.1, B2a
- op 1e of 3e zinsplaats maakt er als plaatsond. overbodig 2.5.2.2, D; 2.5.2.2.1, 2b
hing (en)
nadat + hoofdww-pv - 2.16.5.1.2, A1a
hoe
- dan ook als bw bep. 3.5.20.1.1, B
- langer hoe vlugger als bn 4.5.2.2, 5
- vlugger ... hoe eerder ... 2.18.5, 1; 2.18.6, 1; 4.5.2.2, 6; 7.2.9
- vlugger ... hoe eerder ...: vergr. trappen ? 4.4.2.2.2, 5; 4.4.2.2, 6
- + iets goeds 4.9.1, B
- komen jullie zo nat 2.14.1.1
- vlugger ... - eerder + nauwelijks ... of ... 7.2.8.1.3, 2
- ook als bw bep. 3.5.21
- + stell. trap 4.4.2.1.3
- + stell. trap binnen vw-p (?) .8 vergr. trap in - vlugger ... - eerder ... ? 4.4.2.2, 6; 4.4.2.2.2, 5
vra. vn - 3.5.19.5, B
hoede
heel erg op z'n - om ... 2.18.11.3.1, A, slot
hoef-zin 2.9.4.4
hoe'n 4.5.1, 3
hoeveel
- als zn-pd is een versmelting 3.5.19.3, B
hoeveelheidsaanduiders 3.5.11.2.4
hoeveelste
- is een versmelting 3.5.19.3
hoevelen
met z'n - en in 3.5.17.4.1
hoeven 2.9.3vv
als- groepen met - blokkeren niet-woorden 3.5.2.2.2, E5
- als bijzinsdeel (behalve de direkte rede) 2.9.4.2
kan - hoofdww zijn ? 2.9.4, A2
- als hoofdzinsdeel (of als deel van een direkte rede) 2.9.4.1
- + maar 1 2.15.9.3.1v
- en moeten 2.9.4, A1
+ nauwelijks ... of ... 7.2.8.3vv; 2.9.4.1, E3
- + niet-woorden 2.9.4, Bvv
als-groepen met - blokkeren niet-woorden 3.5.2.2.2, E5
bijzinnen met - bij een echte overtr. trap + zn blokkeren niet-woorden 4.5.2.1, 6b; 2.9.3.1.2, 6
- + niet-ww rest 2.9.4, A2b; 2.14.7.1.1; 2.14.2.6.6, vooral C
te + stell. trap maakt - mogelijk in een ‘bw’ om-zin 3.5.2.2.2, E2

[p. 942]origineel

genoeg + stell. trap maakt - niet mogelijk in een ‘bw’ om-zin 3.5.2.2.2, E3
bijzinnen met - bij een echte overtr. trap + zn blokkeren niet-woorden 4.5.2.1, 6b; 2.9.3.1.2, 6
- + pas 3 2.15.9.2.3
- als hulpww van soms weglaatbaar te + ow 2.9.4, A1v
niet vol blaadjes - 2.9.4, A2b
- in vraagwoordvragen 2.9.4.1, C
- in de vra. wijs 2.9.4.1, D
- + weinig 2.9.4.1, E1v
hoewel 2.16, 2
- + bwbn in teksten 12.5
- tussen bwbn's in teksten 12.4
- als lid van een deelwoordgroep in teksten 12.5
hoewel-zin
- kan geen aanloop zijn 2.18.4.3.3
homoniemen 1.1.1; 1.1.2
honderden
het tw-p enkele - 3.5.11.1.1; 3.5.11.2.4
het tw-p in de - 3.5.11.1.3b
hoofd
hij heeft iets aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b, noot
hoofdtw 3.5.11
bep. - als laatste voorbep. zonder zn vereist er 2.5.2.3, B1; 2.5.2.3.1, A
bep. - in hoofdstuk één 3.5.16.3
bep. - in Karel één 3.5.16.4
onbep. - al 3.5.7; 3.5.19.2
bep. - + overtr. trap 3.5.10.1, noot
bep. - + overtr. trap (type van de leukste) 3.5.11.2.2
pas3 + bep. - of bep. rangtw (pas drie/pas de derde) 2.15.9.2.3, D
bep. - zonder zn, in verband met samentrekking 7.5.2
bep. - + van zulke leuke poppetjes 2.5.2.3.1; 3.5.11.2.1
bep. - + van de leukste 3.5.11.2.2
bep. - is verwant met zn 3.5.11.1, slot
hoofdtw-er 2.5.2.3, B1
- bij ‘samenval’ van er's 2.5.2.3.1, A
hoofdtw-p, zie tw-p
hoofdvorm(en) van de pv 2.4.3.1vv
1e - van hoofdww-pv + gister enz. als bw bep. (gister loop ik op straat) 2.4.3.1.1, B
tussen hoofdww-pv's met verschillende - is samentrekking uitg. 7.5.7
1e - van worden + vd + gister enz. als bw bep. (gister word ik ineens omvergelopen door Jan) 2.4.3.1.1, B
hoofdvormbeperking
- in de beperkte wijs 2.2.3.2
- tussen hoofdzin en bv bijzin in de bw bep. de dag dat ik slaag(de) 2.15.3.1.1, A en E1a
- tussen hoofdzin en bw bijzin met als/toen 2.15.3.1.1, E1a
- door gelijk- en ongelijkvlakkige elementen: vw's enz., pv's enz. en gister enz. 2.16.5
- tussen hoofdzin en indirekte rede 2.11.1.3.1, D, slot en F
- bij het type nauwelijks ... of ... 7.2.8.2
- door gelijk- en ongelijkvlakkige elementen: vw's enz., pv's enz. en gister enz. 2.16.5
- bij het vw toen 2.4.3.1.1, A
- door gelijk- en ongelijkvlakkige elementen: vw's enz., pv's enz. en gister enz. 2.16.5
hoofdww
- kan ontbreken binnen eindstuk binnen als-groep 4.4.2.4.1, C
- en hulpww's als plaatskategorieën in de bind-volgorde 2.17.2.1.1
bvg-achtige zinsdelen (erg blij, erg graag enz.) beperken - 2.15.1.1.1, D1; 2.15.1.2.1, D
bwbn-p beperkt soms - 4.4.1
daadwoorden lijken op - 11.2.1.1
daderwoorden lijken op ond. + - 11.2.1.2.4
definitie van - 2.17.2.1
graag als zinsdeel beperkt het - 2.15.1.2.1, D
imperfektief gebruikte -'s hebben een beperkt par. 2.14.1.5.2, B
indeling van de -'s 2.17.2.1.4vv
ond., lv, vv en bw bep. beperken soms het - 2.13.4.1.2
- + aanloop beslissen soms samen over keus verwijswoord 2.14, G
zie ook ‘hoofdww’
‘hoofdww’
‘ond.’ en - lijken op ond. en hoofdww bij daadwoord 11.2.1.1
‘ond.’ + - samen vormen het daderwoord 11.2.1.2.4
hoofdww-lv 3.5.19.4.2, C2
zichzelf als kern van een nabep. bij een daadwoord binnen het - 3.5.19.4.2, E4
zichzelf als kern van een nabep. bij een zn (type boek) binnen het - 3.5.19.4.2, D4
hoofdww-ow
wijsbeperking bij een - na een ow 2.2.3.2, B
hoofdww-pv
gister enz. als zn-pd met bovenvlakkige - 2.16.5.2.4
hoofdvormbeperkingen bij - 2.16.5vv
nadat sluit een - bijna helemaal uit 2.16.5.1.2, A1a
bovenvlakkige - bij om-zin met gister enz. als deel 2.16.5.2.1
wijsbeperkingen bij - 2.2.3.2, A
hoofdww-vd
hoofdvormbeperkingen bij - 2.16.5vv
invloed gelijkzinsdelig - + bw bep. op hoofdvormkeus (bvm) 2.11.1.3.1, F3b
invloed gelijkzinsdelig - + bw bep. op hoofdvormkeus (lvm) 2.11.1.3.1, F3c
bovenvlakkig - bij om-zin met gister enz. als bw bep. 2.16.5.2.2
wijsbeperking bij - 2.2.3.2, B
hoofdzin
definitie van - 2.1.1
hoofdzins-pv
vw enz. + - enz. + bijzins-pv 2.16.5.2.3
hoog
- ‘hoogte hebbend’ in hoe - enz. 4.4.2.2.3, G
- ‘hoogte hebbend’ in een meter - enz. 4.4.2.1.2
hoogstens
- + hoeven 2.9.4.1, A
hoor
- + hulpww-lv (- het es regenen) 2.8.8
ja - (tu) 10.5
nee - (tu) 10.5
- + ond. + ow (- hij es zingen) 2.8.8
hopen
- + te + ow 2.9.3
horen (hoofdww)
parallel tussen - + dat-zin en hulpww - (zien/voelen en vinden) + hulpww-lv 2.14.2.5.5, 9
- + weglaatbare dat-zin in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, D2
horen (hulpww)
- + hulpww-lv + aan het + ow 2.10.1B
- + ow 2.8, 2; 2.8.3
- + ow in als-zin 4.4.2.4.3, 2, noot
parallel tussen - + hulpww-lv + ow en hoofdww horen/zien/voelen en vinden + dat-zin als lv 2.14.2.5.5, 9
bij - enz. + ow beperken zich, z'n eigen enz., mekaar, mekaars, op z'n gemak enz. de kern van het hulpww-lv 2.5.2.7.5, 2; 2.5.2.7.6, 2; 3.5.19.4.2, BII, BIV en D
in een om-zin met - + ow is een onpers, ww mogelijk 2.5.2.7.4, A4
in een zin met - + ow beperkt een onpers. ww het hulpww-lv tot het 2.5.2.7.4, A2
- + te + ow 2.9.3
zie ook hoor
houden (+ niet-ww rest/hulpww-lv)
- + aan het + ow 2.10.1, B; 2.10.3, B; 2.10.5
- kent geen parallel in de lvm 2.11, A
- + ow (ik hou daar voorlopig nog drie schapen lopen) 2.8.6
beperkingen bij - in de pv-geb. wijs 2.2.4.2, B
huilen
- kan vv-zin krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
huis
aan -, bij -, in -, naar -, uit -, van - 2.15.3.2.2 - aan - als niet-ww rest 5.4.6.3, 4
hulpww
hoofd- en - als plaatskategorieën in de bindvolgorde 2.17.2.1.1
definitie van - 2.17.2.1
- en hoofdww 2.17.2.1; 2.17.2.1.1
indeling van -'s 2.17.2.1.3
samentrekking tussen - van vd en - van twee of meer ow's 7.5.7
verhouding tussen -'s van het vd 2.6.2.1vv
- bij vd + niet-ww rest 2.6.2.2
hulpww-lv 2.8.3
zichzelf als kern van nabep. bij daadwoord binnen het - 3.5.19.4.2, E3
definitie van - 2.17.2.1
zichzelf als kern van nabep. bij zn (type boek) binnen het - 3.5.19.4.2, D3
ond., - en schim-ond. heten samen ond.-achtigen 2.18.11.1.6, E
hulpww-par.
beperkingen binnen - in pv-geb. wijs 2.2.4.3
humeur
het beperkte zn-p in (uit) z'n - als bwbn (stell. trap) 2.5.2.7.6; 4.4.2.2.3, D5; 3.5.19.3.1
hun, zie allemaal
hunne
het zelfst. bez. vn de/het - 3.5.19.7, 1
 
*idioot (bwbn)
- + dat-zin 4.4.1.1, A
ie 3.5.19.4.1, B3
- kan hoogstens op de derde zinsplaats staan 2.5.2. 1, A; 2.5.2.1.1, B; 3.5.19.4.1

[p. 943]origineel

ieder(e)
- behalve 3.5.1.2
- op ... na 3.5.1.3.2, Aaα
iedereen
- behalve 3.5.1.2
nadat - zat 2.16.5.1.2, A1aβ
-op ... na 3.5.1.3.2, Aa
- wie dan ook 3.5.20.1.1, A; 3.5.20.1.4, A en B
- wie er ook belt 3.5.21.1.1, C
ieders
- jas 3.5.8.3.3, D
iemand (onbep. vn) 3.5.19.4; 3.5.19.4.4
- anders 3.5.19.4; 3.5.19.4.4; 4.9.2, B en C
- (anders) + om-zin 2.18.11.2, B
- als kern van getalsond. 2.5.2
- (anders) + om-zin 2.18.11.2, B
ook maar - 3.5.2v
wat voor - 2.5.19.4.6, B
-, wie dan ook 3.5.20.1.1, A
iemands
- jas 3.5.8.3, D
iets (onbep. vn) 3.5.19.4; 3.5.19.4.4
- anders + om-zin 2.18.11.2, B
met - anders tegenover ergens anders mee 3.5.19.9.2, E, 3a en 3b
- + bwbn-p + om-zin 2.18.11.2, B2
- als bwbn-pd 4.4.2.2.2
- als kern van getalsond. 2.5.2.3.2, B2b
- als niet-ww rest bij duren 2.14.2.5.1, C
- als niet-ww rest bij kosten 2.14.2.5.2, C
- als niet-ww rest (?) bij wegen 2.14.2.5.3, C
- + om-zin 2.18.11.2, B2
- anders + om-zin 2.18.11.2, B
- goeds + om-zin 2.18.11.2, B2
- tegenover onbep.-vn-p 3.5.19.9.2, E
onbep. -vn-p - anders 3.5.19.4.4; 4.9.2
onbep. -vn-p - goeds 4.9.1
- is uitg. als ond. in het warm hebben enz. 2.14.1.2.1, B
ook maar - 3.5.2vv
wat voor - 3.5.19.4.6, B
-, wat dan ook 3.5.20.1.1, A
ik (pers. vn) 3.5.19.4.1, B2
betekenisleer van - 3.5.19.4.1, E1
immers 2.2.10.4, 3; 2.2.10.5.4; 2.2.10.5.5
- in het type kletsnat komen 2.14.1.1.1, A1
- in het type dat komt: hij is de oudste 2.14.1.1.6
- in types met nauwelijks ... of ... 7.2.8.3.1 enz., onderdeel 6a
plaatsbeperking van - 2.2.10.4, 3; 11.1.2.3.1v
- is uitg. in verbandvraag die met en begint 2.2.10.5.5, c
- is uitg. in het type wat is er toch dat je zo huilt 2.2.10.5.4
imperfektief
- gebruikte ww's 2.14.1.5vv
in (vzaz)
- in de bw bep. de dagen - de vakantie dat het mooi weer is 2.15.3.1.2, D
beperkte types als dag - dag uit, deur - deur uit 5.4.5
- m'n eentje 3.5.17.3
- stukken gooien 2.14.2.6.1
- het honderd lopen 3.5.11.1.3, b, noot
- (‘tijd’) kan geen om-zinsdeel zijn 2.18.11.4.3, B3
- (‘tijd’) kan geen deel zijn van een zin met owgeb. wijs 2.18.11.4.3, D2
tw-p ver - de honderd 3.5.11.1.3, a en c
- zich 3.5.19.4.2, B1
in (geen vzaz)
met dat gebit - 5.4.2
- zover als eerste bijzinsdeel 4.4.4.4
informeren
- kan vv-zin krijgen zonder vn-bw 2.13.2.1.1, 2
- als twijfel-woord bij ook maar íémand 3.5.2.2.2, A1
ingenomen
- + ‘vv’ met met 4.4.1.1
ingesteld
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1
in geval
de vw-uitdrukking - 6.1.2
in geval-zin
- met ook maar íémand als bw bep. 3.5.2.2.2, C1
voor-pv in tweede helft van nevenschikking binnen - 2.18.9, B
ingewanden
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
initiatief
het - Jansen 3.5.16.9vv
inliggend
- maakt par. die/dat misbaar 3.5.8.2, noot
in plaats dat
de vw uitdrukking - 6.12
in plaats dat-zin
- kan geen aanloop zijn 2.19.4.3.3
- met ook maar íémand als bw bep. 3.5.2.2.2, C1
in plaats van
de vw-uitdrukking - 6.1.2
in-plaats-van-zin
- kan geen aanloop zijn 2.19.4.3.3
- als bv bep. 2.18.11.2.1, C
- als bw bep. met ook maar íémand 3.5.2.2.2, C2
- als ‘bw bep.’ 2.18.11.2.1, A
insinueren
- als hoofdww in tussenstuk van als-groep 4.4.2.4.3, 1 en 2
in staat
- + om-zin 2.18.11.2, C
integratie
de - Noord-Zuid 3.5.16.7
intonatie
- is als vormkriterium van tussenzinnen onbruikbaar 7.2.10.1, D
- is als vormkriterium van vraagzinnen onbruikbaar 2.2.10.2
inversie 2.2.2, noot
inversievraag 2.2.10.4, 2
invloed
onder - 2.15.3.2.2
in zover-zin
- met ook maar íémand als bw bep. 3.5.2.2.2, C1
in zover als-zin
- kan geen bv bep. zijn 3.5.16.1.5, B
 
*ja
-/nee in gesprekzinnen 8.1.2vv
- hoor 10.5
- als gesuggereerd antwoord na zinnen met immers, onbeklemtoond toch of onbeklemtoond zeker 2.2.10.4, 3d
- maar 10.5
- /nee als antwoord na vra. wijs 2.2.10.5.3
- zeg 10.5
jaar
een - achter mekaar 3.5.19.4.3, D2a
het - dat ik afwezig ben als bw bep. 2.15.3.1.1
dit - als nabep. bij maart enz. 3.5.16.5.2, D
- in - uit 5.4.5, 2
- na - 5.4.6.2, 2; 5.4.6.3, 2; 5.4.6.4, 2
het - van m'n afwezigheid als bw bep. 2.15.3.1.2
vorig - als nabep. bij maart enz. 3.5.16.5.2, D
jaartallen
- in het type maart 1971 3.5.16.5.1; 3.5.16.5.2, D
jacht
op - 2.15.3.2.2
jaloers
- + ‘vv’ met op 4.4.1.1
jammer
- in - genoeg 4.6.1, 3, noot
- genoeg bij de types nauwelijks ... of ... enz. 7.2.8vv
Janssen, Theo A.M.J. 3.11.3.1, noten
januari
- de maand - enz. 3.5.16.5vv
jaren
- achter mekaar 3.5.19.4.3, D2a
je
bez. vn - 3.5.19.4.1, A1
- ‘men’ in om-zinnen 2.18.11.1.14; 2.18.11.2.1, B; 2.18.11.3.4
- ‘men’ in de veronderst. wijs 2.18.1, 5
betekenis-oppositie tussen - ‘men’ en ze ‘men’ 3.5.19.4.1, E4
pers. vn - 3.5.19.4.1, vooral B1, D en E4
Jespersen, Otto, 2.6.2.5.1, noot
jezelf 3.5.19.4.2, A
jong
- als kern van een bvg-achtige bw bep. 2.15.1.1.4
jonkheer
- Jansen 3.5.16.8
jonkvrouw
- Jansen 3.5.16.8
jou
invloed van als ik - was op hoofdvormkeus van indirekte rede 2.11.1.3.1, F1d
jouwe
het zelfst. bez. vn de/het - 3.5.19.7, 1
juffrouw
- Jansen 3.5.16.8
juli
de maand - 3.5.16.5vv
jullie
betekenisoppositie tussen het pers. vn. u en jij/ - /je 3.5.19.4.1, E5
pers. vn - in het type - mannen 3.5.19.4.1, E
pers. vn - in het type - tweeën 3.5.19.4.1, F
- is als wkd. vn uitg. 3.5.19.4.2, noot zie verder allemaal
juni
het type de maand - 3.5.16.5vv
jij betekenisleer van de oppositie -/je 3.5.19.4.1, E3

[p. 944]origineel

*kaal
- op één plekje na 3.5.1.5.3, C1
kaap
- de Goede Hoop 3.5.16.6, D
kabinet
het - de Jong 3.5.16.9vv
kado
een boek om - te krijgen 2.18.11.2.2, B
kalm
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
- aan 4.4.2.2.3, F
kalmpjes 4.4.2.2.3
- aan 4.4.2.2.3, F
iets - is uitg. 4.9.1, C
kanaal
het - Amsterdam-Den Helder 3.5.16.7
kantoor
naar -, op -, van - 2.15.3.2.2
kanunnik
- Jansen 3.5.16.8
kapelaan
- Jansen 3.5.16.8
kapot
- gooien 2.14.2.6.1, B
- + lv + hagelen 2.6.2.2
- + ‘vv’ met van 4.4.1.1
kas
bij - 2.15.3.2.2
kauwen
in stukjes - 2.14.2.6.1
keel
hij heeft het erg aan z'n - 2.14.1.2.1, B4b
keer
de - dat ik hem gezien heb als bw bep. 2.15.3.1, D; 2.15.3.1.1, D1
twee - als bw bep. 2.15.3.1.3, D
- op - 5.4.6.2, 2; 5.4.6.3, 2; 5.4.6.4, 2
kennis
bij -, buiten - 2.15.3.2.2
kern
- als kriterium voor bwbn-p-indeling 4.2.2
definitie (?) van - 3.5.15.1; 3.5.15.3
zn-par. als - en als antecedent 3.5.15.3
- als kriterium voor zn-p-indeling 3.2.2
woordgroep als - van zn-p 3.5.16
kern-zn
de bv bep. met een jas over z'n arm beperkt het - in getal en sekse 3.11.1.2.4
kiezen
- + vv met tussen ? 5.4.3
kilo
zn-p drie - als ond. beperkt pv-par. niet 2.5.2.7.1, 2
zn-p drie - is als voorbep. versmelting van al t/m drie 3.5.19.3, A; 3.5.19.8
zn-p drie - als bv voorbep. 3.6.1
kind
de niet-ww rest van het type - als bwbn (stell. trap) 3.5.19.3.1
kist
het beperkte zn-p een - andijvie 3.6.1; 3.10.1.1, 4 3.5.19.3.2, 2; 3.5.19.3.3, 2
klaar
op één bladzij na - 3.5.1.3.3, C
klankleer 1.1
kledingstukken
(delen van) - in het type met een jas over z'n arm 3.11.1.1.1, A, B en D
klein
- + ‘bw bep.’ met van (van stuk, van gestalte) 4.4.1.2; 4.4.1.2.1, A
ook maar een - 3.5.2.1
kleine
het tw-p een - honderd 3.5.11.1.2
kleintje
het beperkte type een tamelijk - 4.5.2.3.1
is er splitsing bij een - 9.2.1.1.3
kleintjes 4.4.2.2.3
iets - is uitg. 4.9.1, C1
klemtoon
bij groepen van bv bep. bij daadwoorden (type lopen) 3.5.15.2.1
- bepaalt van welk patroon niet of kopbep. deel zijn 3.5.2.1; 10.2.1
bij het verwijzende doen (lopen dóét ie) valt er één - binnen het Δ en meestal één na de voor-pv 2.8.1.2, C2
als het/dat doen verwijst naar moeten + hebben/ zijn + niet-ww rest, heeft doen de - 7.5.13.1.9; 7.5.13.2.3
- op hoofdww maakt erg blij enz. onmogelijk 2.15.1.1.1, B7
íémand, wie dan ook heeft soms - nodig 3.5.20.1.1, A
- bij geleding van sommige nevenschikkingen 7.1.3.1, slot
- bepaalt van welk patroon niet en sommige kopbep. deel zijn 3.5.2.1; 10.2.1
- en syntaksis 3.5.8.3.5, noot
zie ook aksent
kliederen
vol - 2.14.7.1.1
Klooster, W.G. 2.6.2.5, noot; 2.12, A, noot
knabbelen
in stukjes - 2.14.2.6.1, E
knagen
in stukjes - 2.14.2.6.1, E
knap
- + ‘bw bep.’ met van 4.4.1.2.1, B
- als voorbep. bij een bwbn 4.4.2.1.3
knippen
in stukken - 2.14.2.6.1, E
knollentuin
het beperkte zn-p in z'n - als bwbn (stell. trap) 4.4.2.2.3, D5; 3.5.19.3.1
in z'n - beperkt ond. of lv 2.5.2.7.6
knus
hij heeft het heel - 2.14.1.2.1, B4a
knijpen
in stukken - 2.14.2.6.1, E
Koelmans, L. 2.5.2.2, noot; 2.19.1.2.2, noot; 10.2. 1, noot
komen
- + aan + ow (daar - ze aan lopen) 2.8.10
- + aan het + ow (ze komen nog wel aan het werken) 2.10.1vv
- door ...: vv ? 2.13.2.1.5
dat zal wel - doordat/omdat ... 2.14.1.1.6
hoe + - zij zo nat 2.14.1.1.1vv
hoe + - ze zonder jas 10.8.1.1, A
hoe + - + te + ow + vd 2.14.1.1.5, A2
hoe + - + te + ow + ow 2.14.1.1.5, A2
hoe + - +