Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de Verlichting


auteur: A.N. Paasman


bron: A.N. Paasman, Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de Verlichting. z. p. [Nijhoff, Leiden] 1984  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de Verlichting

A.N. Paasman

bron

A.N. Paasman, Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de Verlichting. z. p. [Nijhoff, Leiden] 1984

codering DBNL-TEI 1
dbnl-nr paas001rein02_01
logboek

- 2006-07-17 DH colofon toegevoegd

verantwoording

gebruikt exemplaar

exemplaar universiteitsbibliotheek Leiden, signatuur: 1297 B 16

 

algemene opmerkingen

Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van het proefschrift Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de Verlichting van A.N. Paasman uit 1984.

 

redactionele ingrepen

p. 115: noot 94 heeft in de tekst geen nootverwijzing: deze is door de redactie geplaatst.

p. 197: noot 126 heeft in de tekst geen nootverwijzing: deze is door de redactie geplaatst.

p. 225-250: De noten op deze pagina's zijn door de redactie naar de bijbehorende passages in de lopende tekst toegevoerd; de genoemde pagina's zijn daardoor weggevallen.

 

Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. 2, 278) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[pagina ongenummerd (p. 1)]

Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de verlichting

 

[pagina ongenummerd (p. 3)]

Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de verlichting

 

(With a Summary in English)

 

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor in de Letteren aan de Universiteit van Amsterdam, op gezag van de Rector Magnificus dr. D.W. Bresters, hoogleraar in de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, in het openbaar te verdedigen in de Aula der Universiteit (tijdelijk in het Wiskundegebouw, Roetersstraat 15) op dinsdag 18 december 1984 te 16.00 uur door Albertus Nicolaas Paasman geboren te Hoogeveen.

 

[pagina ongenummerd (p. 4)]

Promotor: Prof. Dr. E.K. Grootes

 

© 1984: A.N. Paasman, Burgemeester Nepveulaan 34, 3881 HB Putten

 

Behoudens uitzondering door de Wet gesteld mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) op het auteursrecht, c.q. de uitgeefster van deze uitgave, door de rechthebbende(n) gemachtigd namens hem (hen) op te treden, niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking. De uitgeefster is met uitsluiting van ieder ander gerechtigd de door derden verschuldigde vergoedingen voor kopiëren, als bedoeld in artikel 17 lid 2, Auteurswet 1912 en in het K.B. van 20 juni 1974 (Stb. 351) ex artikel 16b Auteurswet 1912, te innen en/of daartoe in en buiten rechte op te treden.

 

No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.

 

ISBN 90 247 8081 0

D/1984/2524/16

 

Druk: BDU b.v., Barneveld

Lay-out: Erik Pasker

 

[pagina 8]

Inhoudsopgave


1. Inleiding 10
1.1. Introductie van auteur en oorspronkelijke uitgave(n) 10
1.2. Korte inhoud van het Reinhart-verhaal 11
1.3. Stand van het onderzoek 19
1.4. Probleemstelling en verantwoording 28
   
2. De Reinhart als briefroman: presentatie en thematiek van een epistolaire communicatie 30
2.1. De auteursintentie 30
2.2. De expositie 33
2.2.1. Brief 1 34
2.2.2. Brief 2-10 36
2.2.3. Observaties n.a.v. de eerste tien brieven 40
2.3. De presentatie 42
2.3.1. De schrijfmotivatie en de communicatieve situatie 43
2.3.2. Vertellen en focaliseren 45
2.3.3. De auto- en heterokarakterisering 46
2.3.4. Tijdsaspecten 49
2.3.5. Kompositie 55
2.3.6. Epistolariteit 58
2.3.7. De brief inhoudelijk getypeerd 64
2.3.8. Het overbruggen van de informatiekloof tussen de fictionele en reële lezer 69
2.3.9. De adressaat als confident en ‘voorgeschakelde lezer’ 70
2.4. Het gecommuniceerde: de thematiek 72
2.4.1. Vergankelijkheid en voorbereiding 72
2.4.2. Vriendschap en liefde 73
2.4.3. Natuur en godsdienst 75
2.4.4. Thema en titel 80
2.4.5. De presentatie van de thematiek 82
2.5. De Reinhart en de lezer 83
2.5.1. De lezersverwachtingen 83
2.5.2. Receptie 85
2.5.3. De functie van de Reinhart 86
   
3. De goede meester: Reinhart en de denkbeelden over slavernij 87
3.1. Slavernij in de Reinhart 87
3.2. Verantwoording van het onderzoek 96
3.3. De gronden van slavernij en het recht op vrijheid 98
3.3.1. Teksten tot 1791-1792 98
3.3.2. Teksten 1793-1825 121
3.4. Zijn slavenopstanden gerechtvaardigd? 132
3.4.1. Teksten tot 1791-1792 132
3.4.2. De meningsvorming in 1791-1792 en de teksten 1793-1825 136
3.5. De Voorzienigheid als argument 138
3.5.1. Teksten tot 1791-1792 138
3.5.2. De meningsvorming in 1791-1792 en de teksten 1793-1825 140

 

 

[pagina 9]


3.6. Slavernij onder een goede meester 141
3.6.1. Teksten tot 1791-1792 141
3.6.2. De meningsvorming in 1791-1792 en de teksten 1793-1825 151
3.7. De vergelijking van negerslavernij met Europese sociale misstanden 154
3.7.1. Teksten tot 1791-1792 155
3.7.2. De meningsvorming in 1791-1792 en de teksten 1793-1825 157
3.8. De kerstening van de slaven 157
3.8.1. Teksten tot 1791-1792 157
3.8.2. De meningsvorming in 1791-1792 en de teksten 1793-1825 163
3.9. De planter Reinhart en de verwachtingen van de lezers 165
3.9.1. De hypothetische receptie 165
3.9.2. De reële receptie 167
3.9.3. De functie van de Reinhart als koloniale roman 168
   
4. Slavenmeester tussen slavenopstanden: H.H. Post en de zending in Guiana 170
4.1. Korte geschiedenis van de kolonie Guiana 170
4.2. Slavenopstanden 176
4.2.1. De Berbice-opstand (1763) 176
4.2.2. De opstand in Sto. Domingo (1791) 179
4.3. H.H. Post van ‘Le Resouvenir’ 180
4.3.1. Het leven van H.H. Post 180
4.3.2. In memoriam H.H. Post 189
4.3.3. ‘Le Resouvenir’ en ‘Bethel Chapel’ na de dood van H.H. Post 191
4.4. Zending in het geding 194
4.5. De Demerary-opstand (1823) 201
   
5. Nabeschouwing 206
5.1. De Reinhart en H.H. Post 206
5.2. Desiderata 209
5.3. De Reinhart en de literatuur over slavernij van een koloniale mogendheid 209
   
6. Summary 217
   
7. Noten 225
   
8. Lijst van gebruikte literatuur 251
   
9. Register op personen en zaken 270

 

 

[Op los blad zijn de ‘stellingen’ behorende bij de promotie bijgevoegd: de tekst volgt hieronder:]

STELLINGEN

behorende bij

A.N. Paasman, Reinhart: Nederlandse literatuur en slavernij ten tijde van de Verlichting. Diss. Universiteit van Amsterdam, 18 dec. 1984.

 

1.Hoewel de Republiek der Verenigde Nederlanden al in de eerste helft van de 17e eeuw betrokken was bij de Transatlantische slavenhandel en de Westindische slavernij, werd de ‘negerslavernij’ pas in de tweede helft van de 18e eeuw een motief in de Nederlandse letterkunde, en wel vooral in de ‘nieuwe genres’: spectator, roman en burgerlijk toneel. In de periode vóór 1760 werd de slavernij overigens wel als moreel probleem aan de orde gesteld, voornamelijk in nietliteraire teksten.
2.De opvatting van E. Th. Waaldijk dat het christendom de belangrijkste motor is geweest van de abolitiebeweging, wordt door Nederlandse teksten uit de periode ± 1625 tot ± 1825 nauwelijks ondersteund.
(E. Th. Waaldijk, Die Rolle der niederländischen Publizistik. 1959.)
3.De Nederlandse literatuurgschiedenissen vertonen een lacune op het gebied van de koloniale literatuur van vóór Multatuli en vóór Helman. Het pionierswerk van o.a. Rob Nieuwenhuys (Oost) en Jan Voorhoeve en Ursy Lichtveld (West) wordt aldus ten onrechte genegeerd.
4.Het is de hoogste tijd dat de Nederlandse overheid daadwerkelijke stappen onderneemt om de ‘Nederlandse’ archieven in de voormalige koloniën van de ondergang te redden.
5.Sartres uitspraak ‘une technique romanesque renvoie toujours à la métaphysique de l'auteur’, blijkt in hoge mate van toepassing op de briefroman Reinhart, of natuur en godsdienst door E.M. Post.
(J.P. Sartre, Situations I. 1947. Pag. 71.)
6.Het begrip ‘reconstructie van de verwachtingshorizon’ is door literatuur-theoretici nog onvoldoende operationeel gemaakt voor literatuur-historici.
7.De kwalificatie ‘feministisch manifest’ die Buijnsters toekent aan het voorbericht van de Bespiegelingen over den staat der rechtheid van Betje Wolff-Bekker, wordt door de context niet zonder meer gerechtvaardigd.
(P.J. Buijnsters, Betje Wolff en Aagje Deken. 1984. Pag. 58.)
8.De belangstelling voor de historische letterkunde in het voortgezet onderwijs kan gestimuleerd worden door de literatuurgeschiedenis van plaats en regio te (doen) onderzoeken en te onderwijzen.
9.De onduidelijkheid die de minister van onderwijs tot nu toe (nov. '84) heeft laten bestaan over de concretisering van de z.g. lerarenvariant, schaadt de belangen van studenten en docenten op ontoelaatbare wijze.
10.De titel ‘De geur van guave’ voor de gesprekken van Plinio Apuleyo Mendoza met Gabriel García Márquez, riekt naar editeurs-deodorant; García Márquez spreekt i.v.m. het ‘raadsel der tropen’ namelijk over ‘de geur van een rotte guave’.
(G. García Márquez, De geur van guave. 1983. Pag. 35.)
11.De eeuwenlange instroming van buitenlanders in Nederland heeft dit land op menig gebied voor inteelt behoed.
12.Fatsoenlijke mensen tonen zich opmerkelijk meer verontwaardigd over de bezetting van een gebouw, of over een pot verf tegen de gevel van een ambasade, dan over de misstanden of misdaden die meestal de aanleiding vormen tot dergelijke acties.